Oefenmateriaal zuren en basen 1 pH van oplossingen



Dovnload 263.98 Kb.
Pagina1/4
Datum26.10.2018
Grootte263.98 Kb.
  1   2   3   4

Oefenmateriaal zuren en basen

1 pH van oplossingen

Een oplossing van natriumacetaat heeft bij kamertemperatuur een pH groter dan 7

a Verklaar dit aan de hand van een reactievergelijking
Een oplossing van Natriumchloraat (NaClO3) heeft bij kamertemperatuur een pH = 7

b Leid uit dit gegeven af dat HClO3 (chloorzuur) een sterk zuur is.




2 Biogas reiniging


Biologische afvalmateriaal bestaat hoofdzakelijk uit eiwitten, koolhydraten en vetten. Door vergisting van biologische afvalmateriaal ontstaat zogenoemd biogas. Biogas wordt gezien als een duurzame energiebron. Bij vergisting van biologisch afvalmateriaal ontstaat echter ook waterstofsulfide.
Waterstofsulfide is een giftig, stinkend gas. Dat zijn redenen waarom men zoveel mogelijk waterstofsulfide uit het biogas verwijder.

a Leg uit om welke andere reden met het waterstofsulfide uit het biogas verwijdert.

Men heeft een nieuwe methode ontwikkeld om biogas te reinigen. Daarbij wordt het waterstofsulfide omgezet tot zwavel. In dit proces wordt het biogas in een zogenoemde scrubber door een licht basische vloeistof geleid. Hier wordt het waterstofsulfide als volgt omgezet:

H2S + OH → HS + H2O (reactie 1)


De pH van de oplossing waarin met het biogas leidt, is 8,0. Bij deze pH wordt het H2S omgezet tot vrijwel uitsluitend HS. De hoeveelheid S2− die gevormd wordt is te verwaarlozen. Dit volgt uit de verhouding bij deze pH.

b Bereken de verhouding in een oplossing met pH = 8,0 (T = 298 K )

De HS bevattende vloeistof die de scrubber verlaat, wordt vervolgens in een ruimte geleid waar het HS door bacteriën, met zuurstof uit de lucht, wordt omgezet tot zwavel.

In de bioreactor treedt de volgende reactie op:

2 HS + O2 → 2S + 2 OH (reactie 2)

De suspensie met daarin de gevormde zwavel wordt uit de bioreactor naar een filter gevoerd, terwijl de bacteriën in de bioreactor achterblijven. Het filter scheidt de zwavel van de vloeistofstroom. Omdat bij het totale proces geen OH verbruikt wordt, en ook niet gevormd, kan de basische vloeistof die na filtratie overblijft, opnieuw worden gebruikt.

c Leg uit dat bij het hierboven beschreven proces uiteindelijk geen OH wordt verbruikt en ook niet gevormd.

Men controleert regelmatig of de waterstofsulfideconcentratie voldoende omlaag is gebracht. Dit kan onder andere gebeuren door middel van een titratie:

* een bekende hoeveelheid gereinigd biogas wordt geleid in een oplossing, die een bekende hoeveelheid jood bevat; de volgende reactie treedt dan op:

H2S + I2 → S + 2H+ + 2I

* vervolgens wordt door middel van een titratie met een oplossing van natriumthiosulfaat (Na2S2O­3) van bekende molariteit bepaald hoeveel jood na de reactie met H2S is overgebleven; daarbij treedt de volgende reactie op:

2S2O32− + I2 → S­4O62 + 2 I

Als bij zo'n bepaling 10,0 dm3 (p = po; T = 298 K) gereinigd biogas wordt geleid door een oplossing die 0,250 mmol jood bevat, blijkt voor de titratie 7,72 mL 0,0500 M natriumthiosulfaatoplossing nodig te zijn.

d Bereken het volumepercentage H2S in het gereinigde biogas.



Deel met je vrienden:
  1   2   3   4


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©tand.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina