Nme-leerroute : Vogels langs het kanaal en in de Gement. Nme leerroute Vogels



Dovnload 43.27 Kb.
Datum14.12.2018
Grootte43.27 Kb.

NME-Leerroute : Vogels langs het kanaal en in de Gement.
NME leerroute Vogels

(weidevogels, ganzen en zwanen, roofvogels en watervogels).
De bedoeling van de NME- leerroute vogels is om vogels te herkennen, benoemen van de uiterlijke kenmerken, hun soortnaam, het gedrag, de omgeving waar de verschillende soorten vogels voorkomen etc.
Belangrijk is het om stil te zijn op de route, je rustig te gedragen, anders jaag je ze weg.

Liefst gewoon in het weiland of langs de waterkant te gaan zitten en te observeren. Vogels die even wegduiken omdat ze merken dat er iemand in de buurt is, komen na een korte tijd weer tevoorschijn en gaan dan verder waar ze mee bezig zijn.
Uitgangspunt op de route is:

  • Hoeveel vogels vind je van dezelfde soorten.

  • Hoeveel vogels vind je van verschillende soorten.



Inleiding op de thema:

Vogels zijn overal in het buitengebied en hebben hun eigen plek, specifieke gedrag en zijn bijzondere soorten in de natuur.

Ze zijn altijd in beweging, dus dat betekent dat er op de vogelroute goed opgelet moet worden. De keuze om dit te doen in de Gement en langs het Drongelens kanaal is omdat het een afwisselend gebied is waar veel verschillende vogelsoorten voorkomen. Er komen algemene en hele bijzondere zeldzame soorten voor.

In en op het water zien we de meer algemene soorten zoals het waterhoentje, de meerkoet, de fuut en de reiger. Maar ook specifieke soorten zoals …..

Dit geldt ook voor de zeldzame kleine witte zwaan die komt overwinteren in de Gement.

De weidevogels zijn uniek in de Gement. Op dit moment komt de kievit het meest voor, maar soms zien we de grutto en wulp.
Vogels komen veel voor in Nederland. De standvogels blijven het hele jaar in Nederland. Veel meesjes, winterkoninkjes, roodborstjes en vinken zijn het hele jaar door te zien.

Voorjaarsgasten en zomergasten zijn de trekvogels. De trekvogels zoals de kievit, grutto en tureluur komen naar Nederland om te genieten van het zachte zeeklimaat dat ervoor zorgt dat er voldoende voedsel is aan te sterken en de jongen groot te brengen. De trekvogels komen in grote getale. Sommige vogels leggen op hun trektocht meer dan 1000 kilometer af. Voor hun is het belangrijk dat er als ze terugkomen er voldoende voedsel is om aan te sterken. Als zij terug zijn in Nederland gaan ze al snel op zoek naar een partner om samen een nestje te bouwen en de jongen groot te brengen. Deze jongen zijn in het najaar weer vliegklaar om ook mee te doen aan de vogeltrek.


Uit het hoge noorden van Rusland komen de wintergasten naar Nederland. Nederland staat bekend om de relatief zachte winters. Hierdoor kunnen de vogels zoals de kleine Zwanen en de Kolgans de hele winter door voedsel vinden. Want ze zijn tevreden met gras op de weilanden, en restanten van de akkers. Ze hebben een rustgebied nodig om hun nest te maken en hun jongen groot brengen. Het gebied waar ze hun voedsel zoeken ligt dikwijls binnen enkele kilometers afstand van het rustgebied. Veel ganzen en zwanen maken hun nest in een waterrijk gebied om zo de vossen op afstand te houden.

Watervogels zie je het hele jaar door. De reiger vist aan de kant van het water. Het waterhoentje, de meerkoet, de eend en de fuut zie je veel op het water. Het waterhoentje verzameld stukjes hout om een nest te maken en eet van het eendenkroos dat op het water drijft. De Fuut duikt maakt zijn nestje aan drijvend hout vast en vist door helemaal onder te duiken om naar visjes te zoeken. Hij komt op een hele andere plaats naar boven, dus dat is wel opletten geblazen als je deze vogel aan het spotten bent.


Elke vogel heeft een eigen manier van doen. Ze zoeken een partner om samen een nestje te bouwen. Sommige vogelsoorten zijn erg trouw en blijven hun leven lang bij een partner, zoals de knobbelzwaan.

Ze zoeken elkaar op door zich opzichtig te gedragen. Sommige vogels fluiten een specifiek liedje dat door de ander herkend wordt. Andere vogels gedragen zich opzichtig , dat wordt ook wel baltsgedrag genoemd. Iedere vogel zoekt een eigen plekje om een nest te bouwen. Zij zoeken hiervoor nestmateriaal uit de omgeving. Dit kan zijn takjes, rietstengels, zand en klei maar ook een jas of trui die uitgepluisd wordt. Het nest wordt gemaakt hoog in de boom, in het water of midden op het agrarische land. Dit kan erg verschillend zijn. De vrouwtjes vallen door hun schutkleur minder snel op. Zij zitten meestal op het netst om de eieren uit te broeden. Zo is zij minder goed op de sporen door predatoren. Meestal zoekt het mannetje in die tijd voor voedsel. Als de eitjes uitkomen gaan meestal beide ouders op zoek naar voedsel. Sommige jonge vogels zijn direct in staat om op eigen benen te staan en hun voedsel te zoeken. Dit zijn de nestvlieders. Sommige vogels zijn kaal en hebben bij de geboorte nog geen veren, dat zijn de nestblijvers. Zij krijgen lange tijd voedsel van warmte van de ouders. Als de jongen wat ouder zijn, gaan sommige paartjes opnieuw een nestje maken en hebben een tweede leg.

In de zomer zie je dat veel trekvogels zich verzamelen. Zij zoeken elkaar op om weer met elkaar de reis naar het warme zuiden te maken. In de herfst komen de wintergasten er alweer aan. Het hele jaar door is het een komen en gaan in vogelland.

De Gement is een wijk en een poldergebied in Vught. De Gement ligt tussen de dijk van het Afwateringskanaal 's-Hertogenbosch-Drongelen en de verlaten spoordijk van het Halve Zolenlijntje, het oude spoorlijntje tussen 's-Hertogenbosch en Raamsdonk.

Door verschillende gronden in de Gement en door vele overstromingen vindt men er bijzondere planten en dieren. Tevens is de Gement een beschermd gebied voor weidevogels, ganzen en zwanen. In 1989 werd de Gement opgenomen als kerngebied in de ecologische hoofdstructuur van Nederland.

Nabij de Gement, in het gebied Rijskampen, bevinden zich twee eendenkooien: De "Oude Kooi" en de "Nieuwe Kooi". In het noorden sluit het gebied aan op de Moerputten, in het zuiden op het Afwateringskanaal 's-Hertogenbosch-Drongelen en de Vughtse Heide. Naar het oosten ligt het Bossche Broek.
Markering van de leerroute:

We starten de route bij het informatiebord van de weidevogels net over de brug van het Drongelens kanaal op de hoogte van het Vughts historisch museum.

Hierna volgen we het kanaal tot………………….. de kleur paal, hier verlaten we het fietspad en gaan linksaf de Gement in.

Bij de gekleurde palen stappen we af.


Algemene toelichting
Onderwijsleerdoelen:

Jaargroep 5

Weidevogels, Grutto, kievit, planteneters, vleeseters

Schutkleuren

Uilen, braakballen


Jaargroep 6:

Vogels, vliegen, snavel, veren, de spoel de schacht, voorvlag en achtervlag, geïsoleerd, poetsen, waterafstotend, isolatie, donsveertjes, dekveren, slagpennen, ruien, in de rui, winterkleed.

Trekvogels, zomergasten, wintergasten, standvogels, voelen instinct op reis gaan, hoogspanningkabels, ringen, juiste adres.

Voedertafel maken, welke vogels komen daar, wintertij, insecteneters, zaadeters, alleseters, pitten, vetbolletjes, schuw , honger, helpen.

Roofvogels
Jaargroep 7:

Jagende dieren, evenwicht in de natuur, vangtechniek, specialiteit, jager, jachtopziener.

Vogeltrek, zomer- en wintergast, jaarvogel, zomerkleed, kolonie, territorium, vogelzang, balts, dreigen.

Nesten, broedtijd, horsten, holenbroeders, grondbroeders, nestvlieders, nestblijvers, eieren, eitand.


Jaargroep 8:

Ganzen, ruiten, trek, vorstgrens, wintergast, slaapplaats, voedselgebied, schade, macht, rustgebied, concurrent, grondelen, zwemeend, duikeend, zeefsnavel.

Natuur en cultuurlandschap, veengebied, kleigebied, geul, terp, wierde, zandgrond, houtwals de groene ruimte, landinrichting, ruilverkaveling, recreatie.

Voedselpiramide, voedselketen, plankton, kinderkamer, vogeltrek, internationaal natuurgebied, Waddenzee, eb en vloed, getij, afvalwater.


Hulpmiddelen:

Verrekijker, zoekplaten weidevogels, roofvogels (2x), vogels algemeen, veldgids weidevogelbescherming, pen, papier, schema voor de laatste opdracht.


Aanbod aan de leerlingen:
Maken:

De kinderen zoeken informatie ter voorbereiding van de leerroute vogels in maken hiervan een kort verslag, zodat ze weten waar ze op moeten letten bij het doen van de opdrachten.

De kinderen maken een vogelkastje van hout,

De kinderen maken een voederhuisje

De kinderen maken vetbollen

De kinderen richten een plek in op het schoolplein voor vogels.


Reflecteren:

De kinderen vertellen elkaar wat ze leuk vinden aan vogels.

De kinderen vertellen wat ze hebben ervaren bij het doen van de opdrachten.

De kinderen maken een tekening van de vogels die ze hebben gezien in hun natuurlijke habitat.

De kinderen maken een folder om de ouders (en opa’s en oma’s) de vogels leren kennen die leven in de omgeving van Vught.
Integreren:

De kinderen maken met elkaar een tentoonstelling over vogels.

De kinderen maken met elkaar een folder / expositie/ of andere werkjes/ waarin de ervaring wordt verwerkt van de opdrachten.

De kinderen vertellen elkaar hun vogelervaringen, wat vonden ze leuk, niet leuk, moeilijk aan de opdracht.


Voor de leerlingen
Algemeen (dit deel komt op een aparte kaart en is belangrijk bij het geven van instructie aan de leerlingen).
Het is heel belangrijk dat je zo stil mogelijk vogels probeert te observeren.

Als je bij de gekleurde paal bent gekomen, zoek je zachtjes een plekje in het weiland of aan de waterkant.


Je legt de zoekkaarten klaar en pakt je verrekijker.

Je leest zachtjes wat de opdracht is.

Je gaat rustig zitten en om je heen kijken.

Probeer ook geduldig te zijn.


Toelichting bij opdracht 1: Hoe heten de vogels die je ziet?

Het leren kennen van de soorten vogels die in de natuur voorkomen.
Vogels komen overal voor in de natuur. Veel vogels hebben voorkeur voor een bepaalde plek. Sommige leven aan de rand van het water, anderen in bomen en struiken of juist op het platteland, in een weiland. Iedere vogel heeft zijn eigen omgeving nodig voor het bouwen van het nest, het zoeken naar voedsel, een plek om te paren en het grootbrengen van hun jongen, de slaap- en schuilplekken etc.

Bijvoorbeeld : vogels in het weiland hebben langere poten dan de vogels in bomen en struiken. Vogels die zaad eten hebben een dikke snavel terwijl bij vogels die insecten eten de snavel smal en spits is. Vogels zijn wat hun uiterlijk betreft erg verschillend en als je even de tijd neemt zie je ook dat ze zich anders gedragen. Als je vogels wilt herkennen moet je dus op veel verschillende dingen letten.

En let op: alle vogels fluiten een eigen deuntje.
Opdracht 1: Hoe heten de vogels die je ziet?

- welke kleur heeft de vogel die je ziet?

- omschrijf de vogel die je ziet.

- zoek de vogel op de zoekkaart of in het vogelboek?

- hoe heet de vogel die je ziet?

- komt hij alleen voor of leeft hij in groepjes?

- zie je het verschil tussen het mannetje en het vrouwtje?

- Zijn er andere opvallende zaken die je interessant vindt?



Ondersteunend leerlingen materiaal:

- verrekijker, boeken en zoekkaart



Toelichting bij opdracht 2 : Zoek de verschillen tussen vogels die je ziet?

Wat zijn de uiterlijke kenmerken van de vogels die je ziet.

Vogels zien er verschillend uit. Er zijn verschillen in grootte, kleur, pootlengte, snavel, vleugellengte, vliegbeeld, plek waar ze voorkomen. Als je veren vindt op de route neem die dan mee om deze in de klas te bekijken en op te zoeken van wie de veren zijn.

Roofvogels zie je veelal vliegend in de lucht. Deze zijn erg snel en moeilijker te ‘spotten’ . De torenvalk is goed te herkennen omdat zij spitse vleugels heeft en bidt. Dan hangt hij stil in de lucht en klapwiekt met zijn vleugels. De buizerd is een stuk groter en hij heeft rondere vleugels.

Watervogels hebben tussen hun tenen een vlies en leven op en aan het water. De Fuut gaat soms helemaal kopje onder om visjes te zoeken in het open water.

Weidevogels houden van het open weidelandschap. Zij komen uit het zuiden om in het vroege voorjaar een plekje in het weiland te zoeken om te nestelen. Zij komen elk jaar terug naar dezelfde plek.

Sommige vogels leven graag alleen, terwijl anderen in kolonies voorkomen.


Opdracht 2: Zoek de verschillen tussen vogels die je ziet?

- noem de namen van de vogels die je ziet.

- noem de verschillen die je ziet in grootte van de snavels.

- noem de verschillen die je ziet van de lengte van de poten.

- noem de verschillen die je ziet in de kleuren die de vogels hebben.

- Welke verschillen zie je in het gedrag en kun je dat verklaren?

- Leven de vogels die je ziet in groepen, paartjes of zijn ze alleen?


Ondersteunend leerlingen materiaal
Toelichting bij Opdracht 3: Wat eten de vogels die je ziet?

Wat voor voedsel eten de vogels die je ziet.

Veel verschillende soorten vogels komen bij elkaar voor terwijl ze elkaar met rust laten. Deze soorten leven in vrede bij elkaar omdat ze ieder een eigen plek hebben (biotoop) en dat ze elkaar niet beconcurreren met het zoeken naar voedsel. Probeer er daarom achter te komen wat de verschillen zijn. Niet alleen te weten welk voedsel ze eten, maar ook hoe ze het voedsel zoeken.


Veel verschillende soorten vogels komen bij elkaar voor en leveren een constante strijd met elkaar. Ze blijven elkaar achtervolgen en jagen elkaar weg en roepen elkaar toe. Probeer er achter te komen waarom vogels dit gedrag vertonen.
Er zijn zaadeters, insecteneters en alleseters.

Kun je dit zien aan de vorm van de snavel?

Noem de vogelsoorten die zaad eten zijn?

Noem de vogelsoorten die omnivoor zijn?



Opdracht 3: wat eten de vogels die je ziet?

- zoek de naam op van de vogels die je ziet.

- wat denk je dat deze vogel eet, waar let je op?

- welke vorm heeft de snavel?

- welk gedrag zie je dat met voedsel zoeken te maken heeft?

- weet je wat de vogel eet?


Ondersteunend leerlingen materiaal
Toelichting bij opdracht 4 : Waar voelen de vogels zich thuis?

In welk gebied komen de vogels voor die je ziet.

Alle vogels hebben een eigen voorkeur voor een plek. Dit kan zijn een cultuur of een natuurlandschap, zand of kleigrond, met houtwallen en bosjes of juist een open gebied, zoals de Gement. Instinctief wordt door de vogel een omgeving gekozen die geschikt is voor het zoeken naar voedsel, het maken van een nest en een plek om de jongen groot te brengen. Sommige vogels zijn trekvogels, sommige standvogels. Dit kunnen zomergasten, maar ook wintergasten zijn. Er zijn nog veel meer verschillen want sommige vogels maken een horst (nest) hoog in de boom, zoals een havik of buizerd. Sommige vogels broeden graag op de grond zoals veel weidevogels zoals de kievit, grutto, tureluur. Enkele vogels maken zelf een klein nestje (winterkoninkje) of kiezen een holte in de boom zoals de spechtenfamilie. Dit is voor elke soort uniek. Dat zijn ook de kenmerken waar je op kunt letten als je vogels gaat kijken. Een waterhoentje kom je waarschijnlijk niet tegen in het weidegebied de Gement. Terwijl je de grutto niet zo snel langs het water zult aantreffen.


Opdracht 4: Waar voelen de vogels zich thuis?

Let op de omgeving waar je zit, noem de kenmerken op van het gebied.

Is het een open gebied met veel weilanden en sloten of is het een gesloten gebied met veel bomen en struiken.

Ken je de naam van het gebied waar je bent?

Zie je verschillen in het landschap.

Noem de vogels die je ziet?


Ondersteunend leerlingen materiaal
Toelichting bij opdracht 5 : Tel zoveel mogelijk vogels die je ziet.

Hoeveel vogels komen er voor in een gebied, is dat verschillend tussen de soorten?

Het gedrag van vogels is erg verschillend. De reiger zie je altijd alleen in een sloot staan waar hij zijn voedsel zoekt. Maar de reiger bouwt zijn nest hoog in de boom, in een bos, waar ze in met een hele groep bijeen zitten. Dit wordt ook wel een reigerkolonie genoemd. Zo zie je maar dat het gedrag van vogels en hoe ze samenleven erg verschillend kan zijn. De kievit maakt zijn nest midden op en weiland. Meestal komen er dan meerdere koppeltjes voor. De jongen zijn meestal goed verscholen, totdat er een kraai overvliegt. Die wordt door de kieviten weggejaagd, zover mogelijk van het nest en van de jongen. De kievit is erg trouw aan zijn gebied, waar hij is geboren, hier keert hij ook weer terug.

Spreeuwen komen meestal in grote getale voor. Zelden zie je er maar een tegelijk. Ze slapen met elkaar en kunnen dan hele wolken vormen voordat ze ergens een plaatsje hebben gevonden om te slapen. Soms wel duizenden bij elkaar.

Opdracht 5: Tel zoveel mogelijk soorten vogels die je ziet.

Zoek zoveel mogelijk soorten van de vogels die je kent.

Komen er veel dezelfde vogels voor.

Komen er veel verschillende vogels voor.

Zoek de naam op van de vogels die je ziet.

Tel het aantal vogels van één soort.


Ondersteunende leerlingen materiaal
Toelichting bij opdracht 6 : welke soorten vogels zie je?

Welke soorten vogels zijn er aanwezig in het gebied.

Er zijn erg veel verschillende soorten vogels. Om deze goed van elkaar te onderscheiden gaan we de vogels in een lijst maken waar je de vogels hebt gezien.

Sommige vogels houden het meest van bomen en struiken. Ze bouwen hier hun nest en halen hun voedsel uit de omgeving zoals rupsjes en insecten.

Langs het kanaal komen veel watervogels voor, zij wonen in of aan de rand van het water waar ze hun nest bouwen en voedsel zoeken. Dat betekent niet dat ze allemaal vis eten. Veel watervogels eten waterplanten terwijl andere watervogels vissen vangen in het water. Zij duiken onder water om naar vis te zoeken zoals de fuut en de aalsgolver.

Roofvogels zie je vooral als zij hoog in de lucht overvliegen. Als je op de vorm van de vleugels en de staart let kun je ze sneller herkennen.

De weidevogels komen voor in het grasland. Over het algemeen staan ze hoog op hun poten. Hun nestje ligt in het grasland en kan daarom gemakkelijk worden vertrapt door koeienpoten of omver gereden door een tractor. De mensen die actief zijn in de Weidevogelgroep Cromvoirt nemen contact op met de boeren en zetten een markering bij het nest, zodat het nestje van de weidevogels beschermd worden.



Opdracht 6: welke soorten vogels zie je?

Maak een indeling op een papier:

Zangvogels

Watervogels

Roofvogels

Weidevogels




Soorten vogels

Weidevogels,

Gement


Watervogels,

Drongelens Kanaal



Aantal

Roofvogels



bijzonderheden

kievit

5







Op de akker


waterhoentje

2

4




In de sloot

Op het nest



torenvalk

1




x

Biddend in de lucht

Noem hierachter de namen van de vogels.

Tel hoeveel soorten je hebt kunnen ontdekken op de tocht die je hebt gemaakt langs het kanaal en in de Gement.
Ondersteunende leerlingen materiaal

Lijst met indeling, papier, pen,


Docentenhandleiding per onderwerp

Deel met je vrienden:


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©tand.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina