Natuurwaarden van laagveenwateren



Dovnload 1.51 Mb.
Pagina1/12
Datum14.05.2018
Grootte1.51 Mb.
  1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   12

  1. Natuurwaarden van laagveenwateren



    1. Internationale betekenis

Ondanks de sterke nivellering vertegenwoordigen de Nederlandse laagveenwateren nog steeds een belangrijke natuurwaarde, zowel nationaal als internationaal. Vanwege hun mondiaal unieke karakter (halfnatuurlijke laaglandvenen met een hoge biodiversiteit) zijn de overgebleven grote laagveengebieden op de Ramsar List of Wetlands of International Importance geplaatst (Frazier, 1999). Nationaal Park De Weerribben werd reeds in 1980 opgenomen in deze lijst (zie ook Nijkamp & Van Wetten, 1996). Dit benadrukt het belang van behoud en herstel van Nederlandse laagvenen vanuit internationaal perspectief, in verband met het speciale cultuurhistorische wetlandlandschap, de botanische en vegetatiekundige diversiteit, en de faunadiversiteit. In Nederland broedt bijvoorbeeld meer dan 90% van de Noordwest-Europese populatie van de Lepelaar (Platalea leucorodia) en Purperreiger (Ardea purpurea), en 25-49% van onder andere Zwarte stern (Chlidonias niger), Baardman (Panurus biarmicus) en Blauwborst (Luscinia svecica cyanecula) (Van Turnhout & Hagemeijer, 2001).




    1. Nationale betekenis

Laagvenen behoren tot de soortenrijkste systemen van ons land, zowel met betrekking tot de flora als de fauna. Een aantal laagvenen hebben daarom in het kader van de Natuurbeschermingswet het predikaat Natuurreservaat gekregen. Vrijwel alle grote reservaten liggen in het laagveendistrict, in het holocene deel van Nederland (Fig. 8). Daarnaast is er een groot aantal kleine laagveentjes in zowel het holocene als het pleistocene deel van Nederland (zie ook 2.1). Naast hun natuurwaarde vertegenwoordigen de halfnatuurlijke laagvenen ook een belangrijke cultuurhistorische waarde en een aantal laagveengebieden zijn daarom erkend als zogenaamd Belvedère-gebied (naar de gelijknamige beleidsnota over de relatie tussen cultuurhistorie en ruimtelijke inrichting). Ze geven een kijk op een oer-Hollands landschapstype: een verveningslandschap met petgaten, veenplassen, kanalen, legakkers, vervenershuisjes en gemaalmolens. Veel laagveenwateren zijn bijzonder in trek bij de pleziervaart. Vanwege deze combinatie van natuurfunctie, cultuurhistorische functie en recreatieve functie wordt er op veel laagveenwateren een grote druk gelegd en is het vaak moeilijk of onmogelijk om alleen rekening te houden met de bescherming of het herstel van natuurwaarden.



3.3 Biodiversiteit en achteruitgang
In 1990 koos het Ministerie van LNV het behoud van biodiversiteit als speerpunt binnen het Nederlandse natuurbeleid (Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, 1990). Een belangrijk deel van de Nederlandse biodiversiteit is te vinden in laagveenwateren. Hierbij bevinden zich ook vele bedreigde planten- en diersoorten. In deze paragraaf zal een beknopt overzicht gegeven worden van de verscheidenheid aan levensvormen in laagveenwateren, en hun onderlinge relaties. Het is immers, zowel vanuit het oogpunt van soortbescherming als van bescherming van laagveenwateren (systemen en landschappen), belangrijk om te weten om welke natuurwaarden het gaat bij de beschermings- en herstelmaatregelen binnen OBN-Laagveenwateren.

Figuur 8. Nederlandse laagveenreservaten groter dan 100 ha; het laagveendistrict (floradistrict; Van der Meijden, 1996) is geschaduwd. Naar Vermeer & Joosten (1992); nummers 1-13 verwijzen in hun publicatie naar hoogveenreservaten en zijn derhalve in bovenstaande figuur weggelaten. Verwijzingen (SBB = Staatsbosbeheer; PL = Provinciaal Landschap; NM = Natuurmonumenten):
14. Schildmeer (SBB) 300 ha; 15. De Ae’s (SBB) 190 ha; 16. Hondshalstermeer (SBB) 160 ha; 17. Houtwiel (SBB) 160 ha; 18. Grote Wielen (PL) 300 ha; 19. Alde Feanen (PL) 1340 ha; 20. Sneekermeer (SBB) 490 ha; 21. Terkapelsterpoelen (SBB) 200 ha; 22. De Deelen (SBB) 450 ha; 23. Nannewijd (SBB) 110 ha; 24. Oosterschar (PL) 340 ha; 25. Brandemeer (SBB) 420 ha; 26. Rottige Meenthe (SBB) 650 ha; 27. Lindevallei (PL) 460 ha; 28. Leekstermeer(SBB) 280 ha; 29. Weerribben (SBB) 3070 ha; 30. De Wieden (NM) 4480 ha; 31. Oldematen Zwartewatersklooster (SBB) 170 ha; 32. Molenpolder (SBB) 190 ha; 33. Loosdrechtse en Tienhovense Plassen (NM) 430 ha; 34. Botshol (NM) 260 ha; 35. Kortenhoefse Plassen (NM) 500 ha; 36. Ankeveense Plassen (NM) 560 ha; 37. Naardermeer (NM) 910 ha; 38. Waterland-Oost (SBB) 520 ha; 39. Varkensland (SBB) 510 ha; 40. Ilperveld (PL) 590 ha; 41. Oostzanerveld (NM) 180 ha; 42. Wormer- en Jisperveld (NM) 520 ha; 43. Westwouderpolder (SBB) 120 ha; 44. Westelijke Eilandspolder (PL/SBB) 220 ha; 45. Eilandspolder (SBB) 660 ha; 46. Weelen (SBB) 240 ha; 47. Nieuwkoopse Plassen (NM) 1010 ha; 48. Veenzijdse Duivenvoordse Polder (SBB) 190 ha; 49. Donkse Laagten (SBB) 170 ha; 50. Moerputten (SBB) 120 ha.

      1. Hogere planten, mossen en kranswieren

In laagveenwateren komt een groot aantal plantengemeenschappen voor, waarvan de belangrijkste staan vermeld in tabel 6. De gemeenschappen zijn in 2.4.2 in een tijdreeks geplaatst, die de successie weergeeft van open water naar broekbossen en hoogveentjes. Zoals in 2.1 aangegeven wordt binnen dit deskundigenteam geen late successiestadia behandeld, aangezien deze reeds gedekt worden door drie andere OBN-Deskundigenteams. De vegetatietypen binnen OBN-laagveenwateren omvatten alle aquatische laagveenvegetaties en vroege verlandingsvegetaties aan oevers of op drijvende matten (kraggen) (Tabel 6). De samenstelling van de vegetatie tijdens het verlandingsproces is sterk afhankelijk van het type traditionele agrarische beheer of natuurbeheer (Van Wirdum, 1991; Den Held et al., 1992; Van Wirdum et al., 1992). Onder invloed van eutrofiëring, verdroging en verzuring is het aantal soorten op de meeste plaatsen sterk afgenomen, en komen veel karakteristieke soorten en vegetatietypen op steeds minder locaties voor (hoofdstuk 5).



Mesotrofe en (licht-)eutrofe laagveenwateren (PO43- < 4 mol L-1; < 0.12 mg PO4-P L-1) worden gekenmerkt door een rijke onderwaterflora van fonteinkruiden en kranswiersoorten. Hierbij zitten ook Rode-Lijst (RL) soorten als Stomp fonteinkruid (Potamogeton obtusifolius), Spits fonteinkruid, Plat fonteinkruid (Potamogeton compressus), Brede waterpest en zeldzamere kranswiersoorten als Kleinhoofdig glanswier (Nitella capillaris; Fig. 9) en Stekelharig kransblad (Chara major).



Figuur 9. Kleinhoofdig glanswier (Nitella capillaris). A gedrongen groeivorm, B uitgestrekte groeivorm, C vrouwelijke fertiele kranstakken, D mannelijke fertiele kranstakken, E kranstakken met oögonia, F einddactyl, G oöspore. (Uit: Krause, 1997).

Tabel 6. Overzicht van aquatische en semi-aquatische plantengemeenschappen in Nederlandse laagvenen, gepresenteerd als verbonden (Schaminée et al., 1995; 1996; 1998; Stortelder et al., 1999; Lamers et al., 2001).




Type


Verbond


Enkele karakteristieke soorten

Open water en


KIKKERBEET-VERBOND




Kikkerbeet, Krabbescheer, Kroos spp.

oevers in laagvenen

VERBOND DER KLEINE FONTEINKRUIDEN




Tenger fonteinkruid, Haarfonteinkruid, Puntig fonteinkruid, Smalle waterpest

(plassen, sloten, petgaten)

WATERLELIE-VERBOND




Witte waterlelie, Kantige waterlelie, Gele plomp, Watergentiaan, Plat fonteinkruid, Glanzig fonteinkruid, Veenwortel



VERBOND VAN GESTEELDE ZANNICHELLIA





Gesteelde zannichellia, Fijne waterranonkel, Ongedoornd hoornblad, Zilte waterranonkel, Groot nimfkruid



VERBOND VAN STEKELHARIG KRANSBLAD



Brokkelig kransblad, Klein glanswier



VERBOND VAN GEWOON KRANSBLAD




Gewoon kransblad, Klein kroos, Smalle waterpest



VERBOND VAN GROTE WATERRANONKEL




Fijne waterranonkel, Gewoon sterrekroos, Haaksterrekroos, Rossig fonteinkruid





RUPPIA-VERBOND (alleen in brakwater venen)


Snavelruppia



Puntkroos-verbond





Puntkroos, Watervorkje, Kroosmos, Klein kroos

Veenmoerassen


VLOTGRAS-VERBOND




Beekpunge, Witte waterkers, Lidsteng



WATERSCHEERLING-VERBOND




Waterscheerling, Hoge cyperzegge, Pluimzegge, Slanewortel, Kroos spp.



RIET-VERBOND




Riet, Heen, Kleine lisdodde, Mattenbies, Ruwe bies, Moerasvaren, Gele lis, Kalmoes, Liesgras

Grote-

VERBOND VAN SCHERPE ZEGGE



Scherpe zegge, Hartbladig nerf-puntmos, Holpijp, Gele lis, Rietgras

zeggenvenen

VERBOND VAN STIJVE ZEGGE




Stijve zegge, Pluimzegge, Moeraswederik, Melkeppe, Galigaan

Kleine-zeggenvenen


KNOPBIES-VERBOND




Dwergzegge, Ronde zegge, Parnassia, Moeraswespenorchis, Vleesklerige orchis, Armbloemige waterbies, Knopbies, Padderus, Vetblad, Vlozegge, Sterre-goudmos, Slank wollegras, Gewoon goudmos, Rood schorpioenmos; o.h.a. zeer rijk aan mossen en levermossen




VERBOND VAN ZWARTE ZEGGE

Zwarte zegge, Wateraardbei, Zompzegge, Moerasviooltje, , Egelboterbloem, Gewoon haarmos, Moerasstruisgras, Koningsvaren, Kamvaren, Veenmosorchis, Ronde zonnedauwGewoon veenmos, Gewimperd veenmos, Glanzend veenmos, Veen-knopjesmos

Natte stooiselruigten


VERBOND VAN HARIG WILGENROOSJE




Moerasmelkdistel, Harig wilgenroosje, Echte heemst, Echt lepelblad, Koninginnekruid



MOERASSPIRAEA-VERBOND





Moerasspiraea, Echte valeriaan, Poelruit, Zomerklokje, Moeraslathyrus

Broekbossen


VERBOND DER WILGENBROEKSTRUWELEN




Grauwe wilg, Geoorde wilg, Sporkehout

ELZEN-VERBOND



Zwarte els, Riet, Gele lis, Pluimzegge, Moeraszegge,Oeverzegge, MoerasvarenGrauwe wilg, Melkeppe, Moeraswederik, Zwarte bes, Dotterbloem, Bittere veldkers

VERBOND DER BERKENBROEKBOSSEN

Zachte berk, Zompzegge, Haakveenmos, Hennegras, Riet, Zwarte els

Hoogveentjes in laagveen




HOOGVEENMOS-VERBOND




Kleine veenbes, Lavendelhei, Eenarig wollegras, Wrattig veenmos, Hoogveen-veenmos, Rood veenmos, Dophei, Kraaihei, Struikhei, Rode bosbes



Deel met je vrienden:
  1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   12


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©tand.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina