Naamprojectgroep: F233 B



Dovnload 363.02 Kb.
Pagina5/7
Datum07.11.2017
Grootte363.02 Kb.
1   2   3   4   5   6   7

Scoliose(Thomas)



Wat is een scoliose?

Er bestaan 2 soorten scoliose;



  • Functionele scoliose of scoliotische houding: gevolg van een houdingsfout, volledig corrigeerbaar

  • Structurele scoliose: misvorming van de wervelkolom die niet volledig corrigeerbaar is

Een scoliose is een driedimensionale kromming van de ruggengraat. Er kan zich naar één kant een kromming voordoen, hierdoor ontstaat één bocht in de wervelkolom. Maar het komt vaker voor dat er twee krommingen in de ruggengraat aanwezig zijn. Naast deze krommingen draait de wervelkolom ook om zijn as. Hierdoor ontstaat er een bolling van de ribben, dat ook wel een gibbus wordt genoemd.

Een scoliose kan vanaf de geboorte al aanwezig zijn, maar is pas te zien in de groei van kind naar volwassene. Een scoliose kan zich ook op latere leeftijd voordoen, dat is dan het gevolg van het verouderingsproces. De oorzaak van een scoliose kan door een afwijking van de botten, spieren, zenuwen of het bindweefsel komen. De scoliose kan door de ontstane beperkingen een grote impact hebben op de ADL-activiteiten.

Specifieke gegevens uit verwijzing of directe toegankelijkheid

Ernstige vergroeiing WK, S-scoliose met gibus L thoracaal.

Verminderde longinhoud door vergroeiing thorax.

Aan het einde van de dag pijnklachten aan de onderrug en de nek

Rugvervorming is steeds meer zichtbaar.


De volgende punten kunnen aanleiding geven tot een verwijzing:

  • inefficiënte en/of asymmetrische houding

  • verminderde beweeglijkheid van de wervelkolom, de heupen en/of schouders

  • beperkingen in de beweeglijkheid van de thorax

  • spierkrachtvermindering lokaal of algeheel

  • spierverkortingen

  • verminderd evenwicht (balans)

  • verminderd houdings- en bewegingsgevoel

  • beperkingen in de ademhaling

  • rugpijn

  • hoofdpijn

  • nek-/schouderpijn

  • verschijnselen van moeheid

  • verminderd algemeen fysiek uithoudingsvermogen

  • verminderd uithoudingsvermogen van spieren

  • problemen met het omgaan met de scoliose in het dagelijks leven, zowel in fysiek als in

  • sociaal-emotioneel opzicht

  • klachten verband houdend met het dragen van een brace


Anamnese

Beloop van de klacht. Co-morbiditeit

Gebied van de pijn. Uitstraling behoefte aan informatie

Bewegingen die de klacht verminderen woonsituatie

PSK werkhouding

24 uurs beeld tintelingen

medicatie

Nachtelijke pijn

Ademhalingsproblemen

Onderzoeksdoelen

Aantonen asymmetrie

Aantonen verminderde mobiliteit WK

Aantonen verminderde stabiliteit WK

In kaart brengen algehele uithoudingsvermogen

In kaart brengen longinhoud

Aantonen verhoogde tonus van spieren


Diagnostiek, specificiteit en sensitiviteit van de tests

De buig of buktest; hoge sensitiviteit , lage specificiteit

Meten van de gibbus hoogte
Behandeling (algemeen)

De behandeling van de scoliose is er op gericht de verkromming te verminderen.

Bij een lichte mate van scoliose controleert de huisarts of specialist of de scoliose

misschien verergert en of verdere behandeling nodig is.



  • Bij een ernstige scoliose wordt een korset (brace) gebruikt om verdere verkromming tegen te gaan.

  • Operatie met als doel de rug zo recht mogelijk te maken, kan worden overwogen bij

een zeer ernstige verkromming (meer dan 40-45gr.). Hierbij worden de wervels

vastgezet om verdere verkromming te stoppen.


Behandeldoelen voor de fysiotherapeut

De doelen van onze scoliose behandeling zijn:



  • Verbetering van uw kwaliteit van leven

  • Meer lichamelijk evenwicht (balans in spieren)

  • Verminderde rugasymmetrie

  • Verminderde druk op de interne organen

  • Toegenomen longfunctie

  • Afname van de mechanische krachten die de progressie van de curve bevorderen.

  • Pijnbestrijding

  • Voorkomen van chirurgische scoliose behandeling


Behandelplan (volgens richtlijn)

  • bewustwording van de eigen (scoliotische) houdings- en bewegingsgewoonten

  • corrigeren van relevante houdingen en bewegingen - waaronder coördinatie en

  • evenwicht - in verband met ADL, werk, hobby en zo mogelijk ook sport

  • zoveel mogelijk voorkómen, verminderen of opheffen van klachten op kortere en langere

  • termijn

  • correctie van de zijdelingse verkromming en de rotatie

  • bij hyperextensie van de thoracale wervelkolom: bevordering van thoracale flexie

  • (bijdragen aan) het voorkómen van verergering en zo mogelijk vermindering van de

  • scoliose; bevordering van beweeglijkheid van de wervelkolom

  • bevorderen/optimaliseren van fysieke conditie resp. psychische gesteldheid van de patiënt

  • het verbeteren van het lichaamsbesef/-gevoel

  • optimaliseren van thoraxexcursie/adempatroon23


Meetinstrumenten

Vas & PSK


Onderbouwing van de behandeling

http://www.scoliosiscareclinic.com/behandelprogrammas

http://www.cesartherapiegroenoord.nl/includes/folders/flyer_scoliose.pdf

http://www.vvocm.nl/images/upload/files/richtlijn%20scoliose%20Cesar.pdf


Aspecifieke lage rugklachten (Marianne)



Algemene informatie over de aandoening

Aspecifieke lage-rugpijn staat voor lage-rugpijn zonder aanwijsbare specifieke lichamelijke oorzaak. Van alle patiënten met lage rugklachten heeft ongeveer 90% aspecifieke lage rugklachten.


Deze patiënten hebben vooral pijn in de lumbosacrale regio. Ook kan uitstraling in de gluteale regio en/of het bovenbeen optreden. De pijn kan verergeren door bepaalde houdingen, bewegingen en externe belasting (zoals tillen) en er kan sprake zijn van ochtendstijfheid24 .

De eerste keer dat een patiënt lage rugklachten ondervindt is meestal wanneer personen tussen de 20 en 55 jaar zijn. De duur van een lage-rugpijnepisode wordt ingedeeld in: acuut (0-6 weken), subacuut (7-12 weken) en chronisch (>12 weken). Lage-rugpijn is recidiverend als er binnen een jaar meer dan twee rugpijnepisodes zijn opgetreden én de totale duur van de rugpijn korter dan zes maanden is. Normaal beloop: functies, activiteiten en participatie nemen toe in de tijd. Afwijkend beloop: functies, activiteiten en participatie worden helemaal niet hervat (binnen 3 weken).


Bij meer dan de helft van de patiënten (60%) begint een episode lage-rugpijn plotseling: de klachten treden op tijdens activiteiten als bukken of tillen. De overige patiënten (40%) geven aan dat de klachten langzaam beginnen.25. De oorzaak van lage-rugpijn blijft meestal onbekend 26, bij ongeveer 90% van de patiënten wordt geen specifieke medische diagnose gesteld.
Specifieke gegevens uit verwijzing/DTF

Rode vlaggen aspecifieke lage rugklachten:



  • Eerste episode met LRP jonger dan 20 jr. of ouder dan 50 jr.

  • Significant trauma

  • Recent onverklaard gewichtsverlies ( > 5 kg / maand )

  • Maligne aandoeningen in voorgeschiedenis

  • Koorts

  • Deformiteiten (bv. lumbale kyfose, afwijkende stand)

  • Langdurig gebruik corticosteroïden

  • Intraveneuze toediening van medicijnen

  • Progressie niet-mechanische pijn, dus pijn die niet afhankelijk is van een houding of beweging

  • Pijn die ’s nachts blijft of zelfs erger wordt

  • Aanhoudende ernstige beperking lumbale flexie, grote stijfheid

  • Patiënt voelt zich ziek en onwel

  • Incontinentie voor faeces en/of urine

  • Rijbroekanaesthesie, geen gevoel in binnenbeengebied

  • Bilaterale uitvalsverschijnselen in benen, spierzwakte

  • Ernstig beperkt gangbeeld, afwijkend looppatroon


Informatie uit anamnese

Aanwijzingen voor een afwijkend beloop zijn:



  • de klachten blijven gelijk of nemen toe;

  • het aantal rustmomenten op een dag neemt toe;

  • het gebruik van analgetica houdt aan of neemt toe;

  • activiteiten en/of participatie worden helemaal niet hervat;

  • patiënt vraagt nadrukkelijk om medisch-specialistisch onderzoek en behandeling.

Deze aanwijzingen zijn gerelateerd aan lage-rugpijn, een klachtenperiode van drie weken en aan de ondernomen activiteiten van de patiënt.
Onderzoeksdoelen

  • In kaart brengen negatieve randvoorwaarden m.b.t. behandeling

  • Het inschatten van het bewegingsniveau van de patiënt (zoals afgenomen spierkracht rugextensoren, verminderde mobiliteit LWK, verminderd algeheel uithoudingsvermogen).

Uitgangspunten zijn de beperkingen en participatieproblemen zoals beschreven in anamnese
Diagnostiek, specificiteit en sensitiviteit van de test
Indien de fysiotherapeut op basis van gegevens uit de anamnese radiculaire uitstraling vermoedt, voert hij een neurologisch onderzoek uit. Dit bestaat uit de Lasègue-test en het onderzoeken van de spierkracht, sensibiliteit en peesreflexen van de desbetreffende spinale zenuw(en). De behandeling van patiënten met lage-rugpijn met radiculaire uitstraling hoort niet bij de behadeling die hier beschreven staat van aspecifieke lage rugpijn. Bij een positieve testuitslag wordt contact opgenomen met de verwijzer.
Behandeldoelen

Normaal beloop: één zitting ter begeleiding, voornamelijk informeren en adviseren gericht op adequaat leren omgaan met de klachten, belangrijkste boodschap: blijven bewegen.

Afwijkend beloop: informeren en adviseren gericht op adequaat leren omgaan met de klachten, stapsgewijze opbouw activiteiten en beïnvloeden van factoren geassocieerd met het voortbestaan van de klachten staan centraal.
Behandelplan

Advies `bedrust`
Bedrust is niet zinvol bij patiënten met (sub)acute lage-rugpijn. Indien bedrust noodzakelijk is, wordt geadviseerd om deze kort te houden (maximaal twee dagen).

Advies ‘actief blijven’
Het is zinvol patiënten met (sub)acute lage-rugpijn te adviseren om actief te blijven. Er wordt afgeraden om bij het zitten de benen over elkaar te hebben, het veroorzaakt een rotatie in de rug en vermindert de doorbloeding van de bloedvaten. 27

Oefentherapie
Oefentherapie heeft geen meerwaarde bij patiënten met (sub)acute lage-rugpijn. Oefentherapie dient wel te worden gegeven aan patiënten met chronische lage-rugpijn, omdat het betere resultaten geeft dan geen behandeling. Onduidelijk is welk type oefeningen het beste is en daarom wordt geadviseerd een gevarieerd oefenprogramma aan te bieden dat aansluit bij de behoefte van de patiënt. 28.

Gedragsgeoriënteerde therapie
Gedragsgeoriënteerde therapie is zinvol bij chronische lage-rugpijn. Het is onduidelijk welk type therapie het meest effectief is.

Tractie
Tractie is niet zinvol bij chronische lage-rugpijn; tractie lijkt niet zinvol bij acute lage-rugpijn

Massage
Het is onbekend of massage al dan niet zinvol is bij patiënten met lage-rugpijn
TENS (‘transcutaneous electrical nerve stimulation’)
Het is onbekend of TENS al dan niet zinvol is bij patiënten met lage-rugpijn.

Ultrageluid, elektrotherapie, laser
Het is onbekend of ultrageluid, elektrotherapie en laser zinvol zijn bij patiënten met lage-rugpijn. Omdat het passieve verrichtingen betreft worden deze niet aanbevolen.

Oefenen in water
Oefenen in water lijkt zinvol bij patiënten met chronische lage-rugpijn.

Stabiliteitsoefeningen

Stabiliserende oefeningen hebben, ook op lange termijn, wel een positief effect op lage rugklachten.29


Behandeldoelen:

  • Adviseren en informeren – Laat de patiënt duidelijk weten wat het normaal beloop is van aspecifieke lage rugpijn.

  • Oefentherapie gericht op functie en stoornis:

  • Verbeteren spierkracht, d.m.v. spierversterkende oefeningen voor de buik (obliquus en rectus abdominus), de rug (erector trunci/quadratus lumborum) en voor de perifere spierkracht (onderste en bovenste extremiteit)

  • Verbeteren stabiliteit, d.m.v. stabiliteitsoefeningen (stabilizer)

  • Verbeteren mobiliteit, d.m.v. mobiliserende oefeningen (bekkenkantelen, kwispelen)

  • Verbeteren uithoudingsvermogen



  • Oefeningen opbouwen naar ADL activiteiten en voor patiënt functioneel, zie oefeningen 30




  • Terugkeer naar een gewenst niveau van participatie (bv huishouden, tuinieren, sporten)

  • Toepassen van het geleerde en getrainde, in het dagelijks leven


Meetinstrumenten

  • VAS, PSK, test van Lasègue


Onderbouwing

  • Richtlijn lage rugpijn KNGF


Deel met je vrienden:
1   2   3   4   5   6   7


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©tand.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina