Naamprojectgroep: F233 B



Dovnload 363.02 Kb.
Pagina2/7
Datum07.11.2017
Grootte363.02 Kb.
1   2   3   4   5   6   7

Inleiding (Marianne)

Voor u ligt het adviesdocument ‘Rugproblematiek’. Wij zijn 9 tweedejaarsstudenten fysiotherapie aan de Hogeschool van Amsterdam en wij zijn benaderd door Praktijk Olympus-Zuideramstel, een eerstelijns, behandel-, trainings- en adviescentrum dat gelegen is in Amsterdam Zuid, om een adviesdocument te maken gericht op specifieke en aspecifieke aandoeningen aan de wervelkolom. Fysiotherapeuten lopen vaak tegen het probleem aan dat ze niet goed weten wat de beste behandeling is voor aspecifieke en specifieke lumbale en cervicale klachten, omdat er zoveel behandelmethoden en strategieën zijn.


In dit document zijn de volgende aandoeningen uitgewerkt: de specifieke klachten aan de rug, dat zijn Lumbaal radiculair syndroom, Laminectomie L5-S1, Anterolisthesis (Spondylolisthesis), M. Bechterew, Osteoporose, M. Scheuermann en het Cervicaal radiculair syndroom. Daarnaast zijn er nog aspecifieke lage rugklachten, scoliose, bekkenpijn en pijnklachten SI. En nekklachten zoals cervicobrachialgie, CANS, hoofdpijnklachten en duizeligheid.1
In ons project gaan we gebruik gemaakt van verschillende richtlijnen. Een aantal behandelmethoden en onderzoeksmethoden zijn terug te vinden in bovengenoemde richtlijnen. De informatie die we verwerken zal Evidence Based Practice zijn indien dit beschikbaar is.

Aan dit project hebben meerdere personen meegewerkt, wat ons het voordeel gaf dat we konden discussiëren over discussiepunten waardoor we samen zijn gekomen tot één mening en opvatting van het probleem.


Het product moet kunnen worden gebruikt in de praktijk en ter ondersteuning/voorkennis van het debat. Het product is bestemd voor therapeuten en studenten fysiotherapie.
Bij deze willen wij onze coach, Mineke Sundermeyer, hartelijk bedanken voor haar bijdrage en steun bij dit project.
Veel leesplezier!

Inhoud





Inleiding (Marianne) 2

Inhoud 3


Lumbaal radiculair syndroom (Diederik) 4

Cervicaal Radiculair Syndroom 6

Laminectomie (Floris) 8

Morbus Bechterew / Spondylolisthesis Ankylopoetica (Dorien) 11

Osteoporose (Jan) 14

Morbus Scheuermann (Dorien) 17

Scoliose(Thomas) 19

Aspecifieke lage rugklachten (Marianne) 22

Zwangerschapsgerelateerde bekkenpijn (ZGBP) (Marianne) 26

Pijnklachten SIG (Thomas) 29

Cervicobrachialgie (Jan en Thomas) 31

CANS (Floris) 34

Whiplash (Dorien) 38

Hoofdpijn (Diederik) 41

Spondylolisthesis (Floris) 45

Bijlage 1(Diederik) 47

Bijlage 2(Diederik) 48



Lumbaal radiculair syndroom (Diederik)



Algemene informatie over de aandoeningen

Lumbosacraal radiculair syndroom (LRS): radiculaire pijn in één been, al dan niet met andere prikkelingsverschijnselen en neurologische uitvalsverschijnselen van de aangedane lumbosacrale zenuwwortel(s). LRS gaat vaak gepaard met lagerugpijn, maar beenklachten staan op de voorgrond. Typerend voor radiculaire pijn is uitstraling in één been, tot in het onderbeen, scherp van karakter, gelokaliseerd in het verzorgingsgebied van betreffende zenuwwortel (‘dermatomaal patroon’). De oorzaak van LRS is irritatie van of compressie op de zenuwwortel, meestal door een discushernia.2


Specifieke gegevens uit verwijzing/DTF

  • Begin van klachten na het 50e levensjaar, continue pijn onafhankelijk van houding of bewegen, nachtelijke pijn, pijn in beide benen, uitgebreide neurologische uitvalsverschijnselen, algehele malaise, maligniteit in de voorgeschiedenis, onverklaard gewichtsverlies, verhoogde BSE: maligniteit;

  • Leeftijd boven de 60 jaar, vrouw, laag lichaamsgewicht, langdurig corticosteroïdgebruik, lengtevermindering, versterkte thoracale kyfose: osteoporotische wervelfractuur;

  • Algehele malaise, polyradiculopathie, verhoogde BSE: radiculitis (diabetes, herpes zoster, ziekte van Lyme);

  • Mictiestoornissen (incontinentie of retentie), rijbroekanesthesie, pijn en neurologische uitvalsverschijnselen in beide benen: cauda-equinasyndroom. 2


Anamnese

  • lokalisatie en intensiteit van de uitstralende pijn;

  • krachtsverlies en sensibiliteitsstoornissen;

  • duur, wijze van ontstaan, beloop van de klachten;

  • invloed van hoesten, niezen en persen op de pijn in het been;

  • invloed van rust, bewegen en houding op de klachten;


Onderzoeksdoelen lumbaal radiculair syndroom

  • lokalisatie van de pijn: volgens dermatomaal patroon

  • proef van Lasègue; indien positief: noteer hoek waarbij patiënt pijn aangeeft.

  • Onderzoek bij een dermatomaal pijnpatroon, positieve Lasègue of (anamnestisch) krachtsverlies of sensibiliteitsstoornissen bovendien:

  • de achillespees- en kniepeesreflex;

  • de sensibiliteit van laterale en mediale voetrand en tenen;

  • de kracht van de grote teen bij extensie, en lopen op tenen en hakken (rechts/linksverschillen);

  • de gekruiste proef van Lasègue.


Aanvullend onderzoek

Beeldvormende diagnostiek en laboratoriumonderzoek zijn alleen aangewezen als op grond van alarmsignalen een ernstige oorzaak van het LRS wordt vermoed, maar zijn bij (vermoeden van) een discushernia niet zinvol3.

Een systematische review van Devillé et al. (2000) van artikelen met als referentiestandaard chirurgie laat zien dat de diagnostische waarde van de test van Lasègue vooral wordt beperkt door de lage specificiteit (0.26). De gekruiste Lasègue toonde als in eerdere studies een hoge specificiteit (0.88). Overigens mag getwijfeld worden aan de waarde van diagnostische studies met operatie als gouden standaard gezien de belangrijke verificatiebias (patiënten met positieve testen zullen vaker ook aan de gouden standaard in casu operatie onderworpen zijn dan patiënten met negatieve testuitslagen).4

Vroomen et al. (2002) deden onderzoek naar een set van symptomen en verschijnselen bij eerstelijnspatiënten met uitstralende pijn in het been tot onder de bilplooi met als referentietest wortelcompressie op de MRI. De anamnestische gegevens (1) op de voorgrond staande pijn in het been, (2) typische dermatomere pijn, (3) toename van de uitstralende pijn bij drukverhogende momenten en (4) dermatomere koudesensaties waren geassocieerd met wortelcompressie op de MRI. Dit gold ook voor de klinische verschijnselen (1) spierzwakte, (2) vinger-vloer afstand >25 cm, (3) reflexverlaging en (4) positieve SLR. In een logistisch regressiemodel bleken de eerste drie anamnestische gegevens sterke voorspellers voor wortelcompressie. Van de klinische verschijnselen waren in dit model alleen nog spierzwakte en verminderde vinger-vloer afstand (>25 cm) hier indicatoren voor.5


Testen bij radiculair syndroom
RADICULAIR SYNDROOM:

  • Straight leg raise test volgens Laseque is positief bij schietende pijn in het been of herkenbare klachten, noteren bij hoeveel graden dit optreed.

  • De gekruiste straight leg raise test.

  • De slump test.

  • Het neurologisch onderzoek (kracht kennspieren, sensibiliteit en reflexen)

Conclusie evidentie: Niveau 1

Validiteit: Het is aangetoond dat bij patiënten met lage rugpijn en ischias, een diagnose van lumbale hernia mag niet worden gebaseerd op de resultaten van een enkele fysieke test. Betere resultaten worden verkregen als combinaties van de tests worden gebruikt, met name informatie uit de anamnese en het lichamelijk onderzoek. Voor andere tests (flexie, hyper extensie test en slump test) is er onvoldoende bewijs om informatie te verschaffen met betrekking tot hun diagnostische abstract nauwkeurigheid of bruikbaarheid. De SLR bleek in chirurgische populaties een hoge sensitiviteit (en variabele specificiteit), terwijl de gekruisde SLR een hoge specificiteit toonde (in combinatie met een lage sensitiviteit). Toch werden deze resultaten gevonden in populaties met een zeer hoge prevalentie van hernia (meestal boven de 75%) en kunnen waarschijnlijk niet worden gegeneraliseerd naar andere populaties.

Betrouwbaarheid:

De betrouwbaarheid van deze testen is verre van optimaal, wat ook de matige diagnotische kenmerken deels verklaard. 6

6 Windt 2010
Behandel doelen


  • Voorlichten²´¹

  • Actief blijven, ADL oefeningen ²´ ¹

  • het in beweging zetten van de (facet)gewrichten van de wervelkolom(manipulatie)²


Behandelmethode

  • Voorlichting

    • Oorzaak van de klachten is prikkeling van een zenuwwortel in de rug, meestal doordat een tussenwervelschijf uitpuilt (‘hernia’).

    • Prikkeling en klachten verdwijnen meestal zonder specifieke maatregelen.

    • Leg uit dat pijn je niet moet remmen in het blijven bewegen

    • Blijf indien mogelijk in beweging en ga door met de dagelijkse activiteiten; neem enkele uren bedrust als dat verlichting geeft, maar bedrust draagt niet bij aan een sneller herstel.

    • Lagerugpijn kan na verdwijnen van de prikkelingsverschijnselen langer blijven bestaan.

    • Na 6 tot 8 weken valt bij onvoldoende verbetering verwijzing te overwegen om te laten beoordelen of een chirurgische ingreep aangewezen is.

  • Adviseer de patiënt direct contact op te nemen bij:

    • een doof gevoel in de schaamstreek en rond de anus;

    • ongewild urineverlies of juist niet kunnen plassen;

    • plotseling sterk toenemend verlies van spierkracht.¹


Niet-medicamenteuze behandeling

Adviseer de patiënt zo veel te bewegen als de klachten toelaten, indien er behoefte bestaat aan bedrust de periode met bedrust zo kort mogelijk te houden, en daarna de activiteiten zo gauw mogelijk stapsgewijs uit te breiden.

Overweeg na enige weken verwijzing naar oefen- of fysiotherapeut indien patiënt intensievere activerende begeleiding nodig lijkt te hebben.

Adviseer patiënt bij een mogelijke oorzaak in of gevolg voor de arbeidssituatie contact op te nemen met de bedrijfsarts en neem zo nodig ook zelf contact op ter onderlinge afstemming van het beleid.¹

Het volgen van een oefenprogramma is bij sommige patiënten goed voor het herstel/verbetering klachten. ⁴

Cervicaal Radiculair Syndroom


Bij een cervicaal probleem is het onderliggende probleem hetzelfde als bij een radiculair probleem. De pijn/uitstraling is alleen ook richting de armen. Wel zijn er andere manieren van testen en eventueel behandelen, hier gaan wij nu meer over vertellen.
Testen Cervicaal radiculair syndroom

RADICULAIR SYNDROOM

- Neurologisch onderzoek in relatie tot de CWK waaronder het kennspier onderzoek, sensibiliteitsonderzoek en reflexen .

- provocatietesten: ULTT, Spurling (3d extensie), tractie/ distractietest.

Conclusie evidentie: niveau 2

Validiteit: Het is aangetoond dat wanneer in overeenstemming met de geschiedenis en andere fysieke bevindingen, een positieve Spurling's, tractie /distractie en valsalva manoeuvre een aanwijzing kunnen zijn van een cervicale radiculopathie. Een negatieve ULTT kan worden gebruikt om een radiculopathie uit te sluiten. Echter, het gebrek aan bewijs sluit een definitieve conclusie uit met betrekking tot hun diagnostische waarde, vooral bij het gebruik in de eerstelijns gezondheidszorg

2 Rubinstein 2007
Clinical prediction rule: cervicale radiculopathie

Conclusie evidentie: niveau 3

Validiteit: Er zijn aanwijzingen dat wanneer 3 van de 4 volgende testen positief zijn er sprake is van een radiculair syndroom (specificiteit 94%.) De testen zijn Spurling, tractie/distractietest, ULTT en een verminderde homolaterale rotatie minder dan 60 graden.

Betrouwbaarheid: niet bekend.

3 Wainner 2003
Behandeldoelen


  • Informeren ziektebeeld/pijn

  • Actief blijven


Behandelmethode

Immobilisatie

Voor patiënten met acute nekpijn door een radiculopathie, kan een korte tijd (een week) immobiliseren van de nek leiden tot verminderen van symptomen in de inflammatoire phase.2 Hoewel de effectiviteit van immobilisatie met een halskraag niet is bewezen helpt het bij sommige mensen⁸


Tractie

cervicale tractie kan radiculair symptomen doen afnemen. In theorie leidt tractie tot een verruiming van het neurale foramen en decomprimeert de betrokken zenuwwortel. Meestal wordt acht tot twaalf pond van tractie aangebracht onder een hoek van ongeveer 24 graden flexie voor 15 - tot 20-minuten intervalsgewijs. Traction is het meest gunstig wanneer acute spierpijn verdwenen is en mag niet worden gebruikt bij patiënten die tekenen hebben van myelopathy. Een recente systematische review van de mechanische aandrijving voor nekpijn van meer dan drie maanden, met of zonder radiculaire symptomen, vond onvoldoende bewijs om voor of tegen het gebruik ervan te bevelen bij de behandeling van chronische symptomen.7


Fysiotherapie

Een fysiotherapeutisch programma kan nuttig zijn bij het herstellen van de ROM van de nek en de algemene conditionering van de nek spieren. In de eerste zes weken na het begin van de pijn, zijn zachte range-of-motion bewegingen en stretch-oefeningen aangevuld met massage en modaliteiten zoals hitte, ijs, en elektrische stimulatie dingen die gebruikt kunnen worden, hoewel deze aanpak geen bewijs heeft dat het op de lange termijn invloed heeft. Als de pijn verbetert, kan een geleidelijke verzwaring van het programma worden gestart met de progressie naar actieve range-of-motion beweging en weerstands oefeningen zo ver het kan.⁸





Deel met je vrienden:
1   2   3   4   5   6   7


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©tand.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina