Moraalfilosofie: Levinas



Dovnload 25.97 Kb.
Datum14.02.2018
Grootte25.97 Kb.

Moraalfilosofie: Levinas

spanning v/d westerse cultuur (hebreeuws vs grieks denken).



2 Totaliteit en oneindigheid


westers totaliteitsdenken vanuit egologie (monistisch denken).

Oneindigheid= erkennen van de ander, erkennen dat de totaliteit van mezelf doorbroken wordt. De ander als ander = ethisch denken.


2,1 Totaliteit: de macht van het zijn

drang naar kennis: arsenaal van begrippen

menselijke maatstaven, waaraan realiteit zou moeten beantwoorden.

begrijpen = ongedaan maken van de alteriteit


vanaf Aristoteles: idee van het zijn (ontologisch totaliteitsdenken)

deze idee heft echter alle alteriteit op. het andere => hetzelfde.

Alteriteit = toeval, voorlopige afwijking

god + mensen worden niet ten volle in hun eigenheid erkend.


2,2 Oneindigheid: het primaat van het goede

Is er een ervaring die het monistisch denken overstijgt?




2,2,1 Fase 1: de economische mens(=amorele fase)

Mens worden is een proces van zelfidentificatie, wordt beleefd als:



Het behoeftige(economische) ik is gekenmerkd door drie modaliteiten:

  • genieten= hier manifesteerd zich de afhankelijkheid van de mens

  • arbeid: de mens en de woning, bevestiging door vestiging, imperialisme van het ik dat behoeftig aan zijn wereld bouwt.

  • mens wil wereld kennen en verklaren, maar het voorstellend denken maakt alle differentie teniet. Ware kennnis is overeenkomst tussen het denkende ik en de omgeving.


2,2,2 Fase 2: de ethische verantwoordelijkheid

Zelfbeschikking doortrekken naar derden? vraag nr ethische verantw.


op bepaald moment besef van het eigen egocentrisme.

  • de behoefte: modus vivendi in de samenleving tussen ik-ken

  • het verlangen: begeerte overschrijden in de ontmoeting met de medemens. verlangen is bevestiging van de ander in zijn andersheid, door aandacht van het gelaat van de medemens.

Dit is de confrontatie met de ethische wet.

Nieuwe verantwoordelijkheid = gerechtigheid.

Naaktheid van het verschijnend gelaat (armoede van de ander)

authentieke erkenning enkel door de wie-vraag.

De ander vertegenwoordigd het ethisch appèl. (gelaat als imperatief)

De relatie is assymetrisch (ik-U).

paradox: bevordering ander = bevordering van het ik in zelfwording.
radicale alteriteit: het gelaat = elke derde, ieder ander.

De epifanie van het gelaat ontsluit de mensheid.

volledig open verhouding naar derde = het waarachtig sociale

verantwoordelijkheid = universeel.

Alle mensen zijn lotsverbonden, daarom is de opbouw van een rechtvaardige samenleving noodzakelijk.
gerechtigheid en rechtvaardigheid zijn dus complementair.

rechtvaardigheid zonder gerechtigheid zal fout lopen!



2,2,3 Godsopenbaring

ethisch fundament voor een democratie moet deze ethische erkenning van de ander als ander zijn, ze vormt het uitgangspunt van elke omgang met de medemens en de wereld (oorspronkelijke bet.ethiek).

= primaatschap van de ethiek.
Verlangen naar een laatste en diepste Andersheid = metafysisch verlangen naar een goddelijke Andersheid en transcendentie.

Scheiding oneindigheid mens – god niet zo duidelijk.


Ethische gerechtigheid is basis voor het religieuse verlangen.

Authentieke religie verondersteld voorafgaand atheïsme: het egologisch handelend ik is nog niet aan ethiek/religie toe.


Verband oneindigheid mens – god?

Het gelaat komt met zijn oproem uit een andere wereld zonder zijnsstatuut, anders dan al het andere in deze wereld.


god is geen kracht of principe, hij is de onnoembare(jahwe).

we komen van god alleen maar sporen tegen, die hij in het gelaat van de ander achterlaat. (geen religie zonder ethiek!)


het gelaat is een bres in de zijnden van deze wereld, het is een openheid op een transcendentale werkelijkheid die alle zijn overstijgt en nooit achterhaald kan worden.
Transcendentie laat spoor achter: als derde (il-leïteit)

gelaat: openheid op deze il-leïteit.


spoor in het gelaat van de ander = de radicale alteriteit van de ander als ander, dat de verantwoordelijkheid in het ik oproept!


  • door te beantwoorden aan dat appèl wordt het ik uniek en zelf.


Opmerkingen:

Levinas = intentie – ethiek (verlangen) + plichtsethiek (appèl)


het ethisch goede kan niet op zichzelf bestaan, er worden concrete situaties en personen verondersteld, Hier toont zich ook de algemeenheid van de ethiek (vs particulier aspect van het ik)
Vragen:
1.) Levinas vs Kant:
Bij Kant is het zelfrespect de basis voor het respect voor de ander.

Iedereen is evenwaardig en er heerst symmetrie.

Bij Levinas heerst er assymetrie! Waarom zou een mens dat doen?
2.) Religie in het verlengde van het ethische:
Dikwijls wordt er onderscheid gemaakt tussen de twee!

Het religieuse kan evengoed behoeden voor de ethische ondergang, bv bij wanhoop dat men constant ethisch faalt (=schuldgevoel).


Dit is bij Levinas eigenlijk onmogelijk!
3 Bespreking:
Verschillen intentie-ethiek Kant – Levinas:
K: ethiek zonder metafysica, deze kan niet redelijk bevat worden.

L: ethiek is het fundament voor metafysica.


K: autonomie van de mens, klemtoon op de universaliteit van de morele inzichten, zedelijkheid is redelijkheid (uit zichzelf)

L: heteronomie-gedachte, klemtoon op de aanspreekbaarheid van het subject (eco vs verlangen), zedelijkheid van buitenaf!


Voeling met wezenlijke aspecten vd eth.ervaring:

  • de geincarneerdheid én de transcendentie van de ethische betekenissen.

  • de kwetsbaarheid van de ethiek: ze is zomaar verwerpbaar zonder zichtbare gevolgen in de realiteit!

  • de band tussen zelfwording en ingaan op het ethisch appèl.


Vragen bij Levinas opvattingen:

  • is de ethische mens niet zelveloos als hij ingaat op het ethisch appèl? Wat brengt hem ertoe zich te verliezen? (onderscheid met het christelijk gebod ‘bemin uw naaste als uwzelf’)

  • leidt Levinas’ godsopvatting niet tot een reductie van religie tot moraal?






Deel met je vrienden:


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©tand.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina