Maatschappelijk werker



Dovnload 32.42 Kb.
Datum20.05.2018
Grootte32.42 Kb.

Logistiek assistent




Doel van de functie

Het verlichten van de werklast van het verzorgend, verplegend en animatiepersoneel door het opnemen van logistieke, uitvoerende en ondersteunende taken en het verhogen van het psychisch en sociaal welbevinden van de bewoners door het opvoeren van de frequentie van de sociale contacten.




Plaats in de organisatie




Afdeling

woonzorgcentrum Rozenberg

Dienst

Verpleging/verzorging

Directe leidinggevende

Hoofdverpleegkundige





Graad

Logistiek assistent
Niveau

D1-D3

Resultaats-gebieden




  • ondersteunende taken:

  • dagelijks opmaken (en desgevallend verschonen) van de bedden van alle bewoners en op regelmatige basis verwisselen van bedlinnen;

  • het verzorgen van het (rolstoel-)vervoer van de bewoners binnen het woonzorgcentrum, het positioneren van bewoners,…;

  • maaltijdbedeling en maaltijdbegeleiding, dit omvat het ophalen van de voedseldistributiewagens, de voorbereiding van de maaltijden, dekken, afruimen en reinigen van de tafels, het portioneren van de borden, de menukeuze noteren en doorgeven;

  • maaltijdassistentie voor de bewoners;

  • zorg dragen en instaan (netheid en orde) voor de infrastructuur, kledij, individuele hulpmiddelen en persoonlijke bezittingen van de bewoner;

  • hulp bij voorbereiding, uitvoering en afronding van activiteiten.

  • algemeen welzijn:

  • het creëren van gespreksmomenten, met respect voor de privacy van de bejaarde;

  • zorgen voor het welzijn en de veiligheid van de bewoner;

  • helpen bij de activiteiten van het dagelijks leven (eten en drinken, toiletbezoek, zich kleden, zich verplaatsen,...) en bevorderen van de zelfredzaamheid;

  • meewerken aan onthaal van de bewoner;

  • meewerken aan palliatieve zorg.

  • organisatie:

  • opvangen en/of doorgeven van klachten en vragen;

  • mondeling signaleren van bevindingen met betrekking tot de dienstverlening aan de bewoners, infrastructuur, materiaal, producten, voorraden … en de interne samenwerking;

  • instaan voor het onderhoud en het aanvullen van verzorgings- en medisch materiaal;

  • instaan voor orde en netheid (inclusief klein onderhoud) van de infrastructuur en het materiaal;

  • actief participeren aan werkoverleg;

  • afspraken maken en opvolgen in verband met werkrooster, vakantieregeling,...;

  • de bepalingen van het arbeidsreglement naleven;

  • prijsbewust en binnen het budget werken;






Verruimende bepalingen

Het verrichten van ondersteunende taken voor collega’s van andere diensten binnen het woonzorgcentrum op vraag van de hoofdverpleegkundige.



Competenties
kennis

  • basiskennis van algemene hygiëne en voedingshygiëne;

  • basiskennis brandbestrijding en –preventie;

  • basiskennis palliatieve zorg;

  • kennis hebben van de dienstverlening in een woonzorgcentrum







Competenties andere

WAARDEGEBONDEN COMPETENTIES

  • klantgerichtheid: met het oog op het dienen van het algemeen belang, de legitieme behoeften van verschillende soorten (interne en externe) klanten onderkennen en er adequaat op reageren.

  • helpt klanten op een vriendelijke en adequate wijze voort;

  • blijft beleefd bij klachten;

  • onderneemt concrete acties om de problemen en klachten van klanten op te lossen;

  • verleent een correcte service aan alle klanten, ongeacht hun afkomst, geslacht, handicap enz. (bv. houdt de wachttijd voor een klant minimaal, voert stipt uit wat werd vastgelegd, levert duidelijke producten af, neemt een lagedrempelhouding aan, is beschikbaar en bereikbaar);

  • stelt zich hulpvaardig op;

  • reageert snel en gepast op vragen van klanten;

  • kiest een aangepaste aanpak gezien de mogelijkheden en beperkingen van de klant (bv. kinderen, bejaarden, zieken).

  • betrouwbaarheid “consequent en correct handelen”: handelen vanuit de codes van integriteit, zorgvuldigheid, objectiviteit, gelijke behandeling, correctheid en transparantie uitgaande van de basisregels, sociale en ethische normen (diversiteit, milieuzorg …), afspraken nakomen en zijn verantwoordelijkheid opnemen.

  • brengt sociale en ethische normen in de praktijk

  • neemt de verantwoordelijkheid op zich voor zijn eigen handelen (past geen paraplupolitiek toe);

  • leeft de deontologie na die eigen is aan de functie of het functieniveau;

  • spreekt anderen erop aan als ze niet conform bestaande regels en afspraken handelen;

  • handelt consequent: neemt in soortgelijke omstandigheden soortgelijke standpunten in of een soortgelijke houding aan;

  • kan inschatten of informatie al dan niet verder kan of mag worden verspreid;

  • vertoont voorbeeldgedrag rond basisregels en afspraken.

PERSOONSGERELATEERD GEDRAG

  • omgaan met stressfactoren: efficiënt gedrag vertonen in situaties met hoge complexiteit, tijds- of werkdruk of bij tegenslag, teleurstelling of kritiek.

  • blijft kalm en rustig in situaties van langdurig verhoogde druk of in crisissituaties die eigen zijn aan de opdracht

  • blijft rustig praten en geeft een ontspannen indruk, ook al maakt zijn gesprekspartner het hem moeilijk;

  • behoudt bij confrontaties een correcte en tactvolle houding: vermijdt woordenwisselingen, reageert respectvol;

  • blijft zich in crisismomenten open opstellen voor kritiek van anderen, en blijft bereid zijn eigen aanpak te toetsen;

  • kan voor zichzelf problemen, spanningen of tegenslagen verwerken en relativeren;

  • blijft doorzetten in geval van tegenslagen en teleurstellingen.

INTERPERSOONLIJK GEDRAG

  • mondelinge uitdrukkingsvaardigheid: spreken in een taal zodat het publiek tot wie u zich richt u begrijpt.

  • zorgt voor een heldere communicatie in twee richtingen

  • richt zich tot zijn gesprekspartner;

  • gaat regelmatig na of de boodschap voor de andere duidelijk is;

  • biedt zijn gesprekspartner(s) de mogelijkheid om vragen te stellen;

  • geeft de gesprekspartner de ruimte om zich te uiten en onderbreekt hem niet;

  • past de communicatiewijze aan de mogelijkheden of eigenheden van de gesprekspartner aan.

BEHEERSMATIG GEDRAG

  • plannen: structuur aanbrengen in tijd, ruimte en prioriteit bij het aanpakken van taken of problemen.

  • plant eigen werk en dat van anderen effectief

  • brengt structuur aan in eigen werk en dat van anderen (bv. bepaalt werkterreinen, prioriteiten, termijnen);

  • houdt bij het inplannen van taken rekening met deadlines;

  • maakt goede werkschema’s en tijdsplanningen op (werkbaar, volledig, overzichtelijk);

  • geeft op een duidelijke en eenduidige manier aan welke de prioriteiten zijn.



Beoordelings-criteria

De te gebruiken schalen zijn deze vermeld in de rechtspositieregeling (goed, zeer goed, uitstekend, ongunstig, onvoldoende, geheel onvoldoende).

  • doelstellingen: de doelstellingen vermeld in de functioneringsgesprek(ken) van de evaluatieperiode;

  • resultaatsgebieden: de resultaatsgebieden vermeld in de functiebeschrijving;

  • competenties kennis: de kenniscompetenties vermeld in de functiebeschrijving;

  • andere competenties: vermeld in de functiebeschrijving.

Ann Vansteenkiste Carine Geldhof

Secretaris Voorzitter








Deel met je vrienden:


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©tand.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina