Lupus in de medische praktijk



Dovnload 447.82 Kb.
Pagina5/8
Datum07.11.2017
Grootte447.82 Kb.
1   2   3   4   5   6   7   8
Problemen van het bewegingsapparaat bij Lupus

Mw. dr.M.L.Westedt, reumatoloog, Bronovo ziekenhuis, Den Haag

Inleiding

Artritis komt bij SLE-patiënten vaak als eerste symptoom naar voren. Als mensen voor het eerst met artritis bij een arts komen, wordt er niet zo snel aan Lupus gedacht. Toch moet men, vooral bij jongere mensen die geen reumafactor hebben maar wel artritis, bedacht zijn op Lupus. Bij 90% van de SLE-patiënten worden artritis en gewrichtspijnen gevonden. Lupus aan het bewegingsapparaat is dus een heel belangrijk symptoom, waar echter relatief weinig aandacht aan wordt besteed.

In de ARA-criteria voor classificatie van SLE voor wetenschappelijk onderzoek wordt artritis, waarbij geen beschadiging van kraakbeen of bot voorkomt, gemeld als één van de criteria. Dit criterium wordt meegerekend als er twee of meer perifere gewrichten betrokken zijn.


Gewrichten

Symptomen van gewrichtsontsteking zijn over het algemeen: pijn, stijfheid, zwelling, crepiteren bij bewegen, verandering van oorspronkelijke vorm, functieverlies en het gevoel ziek te zijn.

Pijn betekent niet altijd dat er een ontsteking aan het gewricht aanwezig is. Dan moeten er nog andere symptomen, zoals hierboven gemeld, aanwezig zijn.

Bij Lupus doen vaak mee: de kleine handgewrichten, de voetgewrichten en/of de knieën, meest symmetrisch. Dat geeft dezelfde symptomen als reumatoïde artritis. Bij reumatoïde artritis echter woekert de ontsteking en gaat het gewricht en/of kraakbeen kapot. Gelukkig wordt dit zelden bij Lupus gezien. Als een röntgenfoto afwijkingen laat zien aan de botten en kraakbeen dan moet getwijfeld worden aan de diagnose SLE.


Pezen en spieren

Pees- en spierontstekingen komen vaak bij Lupus voor en dat kan een groot probleem zijn. Kenmerkend zijn de diffuse zwellingen waarbij, of het deel van de pols tot de hoogte van het begin van de duim, of de hele handrug gezwollen en ontstoken is. De pezen zijn dan nauwelijks, of niet meer, zichtbaar. De spieren zijn pijnlijk bij bewegen en/of palpatie.

Ten gevolge van pees- en spierontstekingen zijn bij SLE-patiënten vaak hele losse gewrichten te zien. De zogenaamde zwanehalsdeformatie is bij Lupus een bekend verschijnsel. Hierbij glijden de pezen van het gewricht af. Bij reumapatiënten ontstaat dat doordat de pezen en het gewricht kapot gaan; bij SLE blijft het gewricht intact. Door het dragen van, door een orthopedisch instrumentenmaker gemaakte, ringetjes kunnen de pezen weer op de plaats worden gebracht. Helpt dat niet voldoende, dan is de klacht alleen door middel van een operatie weer te herstellen. De handchirurg zal de pees wat korter maken, zodat de gewrichten een normale stand krijgen en de functie van de hand optimaal blijft. Oefeningen om de pezen en spieren sterk te maken zijn kunnen belangrijk zijn om het niet zover te laten komen.
Een ander, ernstig, symptoom bij Lupus zijn de peesrupturen. Deze ontstaan meestal ten gevolge van langdurig Prednison gebruik. Door de ontsteking worden de pezen dunner en bestaat sneller de kans dat ze breken. De eerste klachten zijn: het niet meer functioneren van het gewricht en acute pijn. Bij een aantal rupturen is het belangrijk dat er direct iets aan gedaan wordt; bijvoorbeeld aan de pees van de strekspier van de hand. Als hier langer dan twee weken mee gewacht wordt is het moeilijker de oorspronkelijke pees terug te vinden. Ook bij een ruptuur van de pees van de knieschijf, waarbij de knieschijf opzij ligt, is het zaak snel in te grijpen. Bij een aantal andere rupturen hoeft niets gedaan te worden. Bijvoorbeeld bij een biceps-peesruptuur is acute pijn in de schouder aanwezig, maar daaraan hoeft meestal niets gedaan te worden; als de acute pijn over is dan kan de schouder meestal weer, bijna normaal, gebruikt worden.

De peesontsteking is één van de vroegste uitingsvormen van SLE. De ruptuur is één van de late uitingsvormen als gevolg van medicamenten.


Noduli

Kenmerkend bij Lupus is een gezwollen en ontstoken hand met noduli. Dit wordt minder vaak gezien bij andere gewrichtsziekten. Er kunnen bij Lupus perifeer noduli optreden; perifere artritis. Dat is een ander soort nodus dan bij reuma. Als een patiënt geen reumafactor heeft, maar wel noduli dan moet er tot een andere diagnose gekomen worden dan reumatoïde artritis.


Aseptische en septische botnecrose

SLE-patiënten met een hoge dosis Prednison hebben meer kans op aseptische botnecrose (meestal aan de heup) dan andere patiënten. Het heupbot wordt door één bloedvat gevoed en dat kan plotseling dicht gaan zitten. Doordat de bloedtoevoer naar het heupbot stagneert sterft het botweefsel af. De eerste klacht is vaak pijn in de lies en het door de heupen zakken bij het lopen. Ook wanneer de patiënten plotseling pijn krijgen in hun knie kan er op die plaats sprake zijn van aseptische botnecrose.

Op een röntgenfoto is de necrose niet altijd in het beginstadium te zien. Botscans of MRI's zijn goede middelen bij het stellen van de diagnose.

Het is belangrijk om de interval tussen de pijnklachten en het kapot gaan van het gewricht zo lang mogelijk te laten duren, bijvoorbeeld door de spiergroepen om het gewricht heen, door oefeningen, te versterken. Orthopeden kunnen het bot ontlasten door middel van het verwijderen van een pijpje bot waardoor er meer zuurstof bij kan komen. Hierdoor kan de uitbreiding van de botnecrose uitgesteld worden. Als de necrose zich toch verder uitbreidt is het mogelijk een kunstgewricht te plaatsen.

Als er symptomen zijn van hoge koorts, een hoge bezinking en leukocytose, met uiterlijke kenmerken van een infectie, dan moet gedacht worden aan een septische artritis. Doordat patiënten met Lupus vaak medicijnen krijgen die het immuunsysteem onderdrukken, bestaat er meer gevoeligheid voor infecties. Met name ook in gewrichten die al aangetast zijn; de septische artritis.
Osteoporose

Een vervelende bijwerking van Prednison is dat het, bij langdurig gebruik in hoge doseringen, osteoporose kan veroorzaken. Bijvoorbeeld in de wervelkolom waarbij de wervellichamen in elkaar zakken. Zo kunnen fracturen ontstaan.

Het is belangrijk voor de botaanmaak om goed in beweging te blijven, zodat de spieren en botten sterk blijven. Belangrijk is voeding met extra kalk en vitamine D. Vitamine D is extra belangrijk, omdat SLE-patiënten over het algemeen deze vitamine niet uit de zon kunnen halen. Dit omdat de zon allerlei immuunprocessen in de huid en in de organen in gang kan zetten
Tot slot

Therapie voor artritis en ontstekingen aan het bewegingsapparaat bestaat uit: Pijnbestrijding, bijvoorbeeld paracetamol of NSAID's, oefeningen en gedoseerde rust.



Neuropsychiatrische beelden bij systeemziekten
mw. dr. H. Bootsma, reumatoloog, Academisch Ziekenhuis Groningen
Inleiding

Gesystematiseerde autoimmuunziekten kenmerken zich door het feit dat de ziekte zich manifesteert op zeer diverse wijzen, binnen de verschillende orgaansystemen. Uitingen binnen het centraal zenuwstelsel komen regelmatig voor, leidende tot neurologische en psychiatrische ziektebeelden. Het diagnostiseren van cerebrale manifestaties van een systeemziekte is vaak problematisch, zeker wanneer het om de eerste manifestatie van de ziekte gaat. Om het beloop van de ziekte op cerebraal niveau goed te kunnen vastleggen, ontbreken geschikte parameters. Daarom is het vaststellen van een behandelingsplan bij deze groep patiënten geen sinecure. Gelukkig zijn er wel ontwikkelingen op het gebied van de diagnostische technieken. Hiertoe hebben onder andere bijgedragen, studies naar auto-antistoffen en studies naar de waarde en ontwikkeling van beeldvormende technieken. Om dit te illustreren zal een overzicht worden gegeven van de nu beschikbare en in ontwikkeling zijnde technieken om, bij de ziekte gesystematiseerde lupus erythematosus (SLE), de cerebrale betrokkenheid te kunnen aantonen.


Kliniek

Neuropsychiatrische betrokkenheid bij Lupus (NP-SLE) wordt bij ± 50% van de patiënten geconstateerd. De hoofdsymptomen kunnen worden onderscheiden in diffuse (bijvoorbeeld gegeneraliseerde insulten, psychose, hoofdpijn, meningitis) en focale (bijvoorbeeld CVA, perifere neuropathie) symptomen. Voorts kan bij een deel van de patiënten (66%) na het verrichten van psychologische testen geconstateerd worden dat er cognitieve-, mentale- en persoonlijkheidsstoornissen aanwezig zijn.


Diagnostiek

Beeldvormende technieken

Belangrijke beeldvormende technieken voor NP-SLE zijn:

*Computer tomografie (CT-scan)

In het algemeen worden twee type bevindingen aangetoond. Bij 10-25% van de patiënten met NP-SLE worden infarcten en hemorragieën aangetoond. Een tweede bevinding is de cerebrale atrofie, waarvan het niet is vast te stellen of dit het gevolg is van steroïd gebruik of een uiting is van de cerebrale betrokkenheid van SLE.

*Magnetic Resonance Imaging (MRI-scan)

Kenmerkende pathologische bevindingen zijn gebieden met een verhoogde intensit­eit, die deels reversibel zijn, als uiting van oedeem of ischaemie, en deels ir­reversibel zijn als uiting van infarcten en hemorragieën. Met name de focale pathologie als manifestatie van NP-SLE is goed te detecteren door middel van deze techniek.


Bij onderzoeken waarbij MRI en CT-scan werden vergeleken bleek de MRI een gevoeliger techniek voor het detecteren van NP-SLE.

* Positron Emissie Tomografie (PET-scan)

Met behulp van deze techniek is het mogelijk om stofwisselings- en doorbloedings-stoornissen te detecteren. Het is een beeldvormende techniek waarbij functionele stoornissen worden vastgelegd. Bij NP-SLE kunnen gebieden met een hypometabolisme worden aangetoond. Doorbloedingsstoornissen uiten zich in een verminderde doorbloeding en een abnormale regionale distributie. Door middel van PET lijken zowel focale als diffuse stoornissen ten gevolge van NP-SLE aantoon­baar. Voor het stellen van de diagnose NP-SLE lijkt deze techniek een grote aan­winst. Nader onderzoek zal de precieze waarde van deze techniek moeten aantonen.
Bepaling autoantistoffen

Beschikbare autoantistofbepalingen waarvan een relatie met NP-SLE beschreven is, zijn de volgende:

*Antineuronale antistoffen

Meerdere studies melden de aanwezigheid van antistoffen tegen neuronale cellijnen in het serum en de liquor van patiënten met NP-SLE. Eén longitudinale studie toonde fluctuaties in de antineuronale antistof-titer aan, die correleren met de ziekteactiviteit in het algemeen en met de veranderingen in het neuropsychiatrisch functioneren. Andere studies melden slechts bij een minderheid van de patiënten met cerebrale verschijnselen antineurale antistoffen te kunnen detecteren, zonder een duidelijke relatie met de symptomen. De betekenis van deze antistoffen is onduidelijk, daar de studieresultaten elkaar tegenspreken.

*Antistoffen tegen nucleolus- en cytoplasma-antigenen

Anti-dsDNA antistoffen, met name laag avide, worden frequent gedetecteerd bij patiënten met NP-SLE. Antistoffen tegen neurofilament eiwitten, die het cytoskelet van de neuronale cellen vormen, zijn aangetoond bij patiënten met diffuse symptomen ten gevolge van NP-SLE. Voorts zijn antistoffen tegen het ribosomale proteïne P (anti-P-antistoffen) aan-getoond bij patiënten met psychose. Echter ook van deze cytoplasmatische antistoffen is de betekenis onduidelijk.

* Anti-phospholipide antistoffen (APA)

Het lupus anticoagulans (LAC) en de anticardiolipine (ACA) zijn twee verschillende vertegenwoordigers van de antiphospholipide antistoffen. De belangrijkste klinische associatie van APA en SLE is de trias: thrombo-embolische complicaties, spontane abortus en thrombocytopenie. Meerdere studies hebben een consistente relatie tussen ACA en met name focale NP-SLE aangetoond.


Pathogenese

De pathogenese van NP-SLE is nog grotendeels onbekend. Zowel aan vasculaire als een immuungemedieerde mechanismen wordt een belangrijke rol toegekend. De aangetoonde doorbloedingsstoornissen en de microinfarcten, gedetecteerd door middel van de MRI, ondersteunen het vasculaire mechanisme van NP-SLE. Of er sprake is van een immuun­complex gemedieerd mechanisme is nog onduidelijk. De rol van de neuronale en de cytoplasmatische antistoffen (tegen neurofilamenten en ribosomal proteïnen) in de pathofysiologie van NP-SLE is niet bewezen.

Histologisch onderzoek

Post mortem onderzoek, verricht bij patiënten met NP-SLE toont onder meer een vas­culo-pathie, zich uitend als proliferatieve veranderingen van de intima, vasculaire hyalinisatie en perivasculaire lymfocytose. Voorts wordt aangetroffen: small vessel vas­culitis, (micro)infarcten, grote en kleine hemorragieën.


Conclusie

Geconcludeerd kan worden dat serologische bepalingstechnieken in het algemeen niet bijdragend zijn voor de diagnose NP-SLE. Wel is de aanwezigheid van het ACA of LAC een risicofactor voor de ontwikkeling van een NP-SLE. Ter detectie van vermoede anatomische veranderingen is de MRI de meeste gevoelige methode gebleken. De waarde van de PET zal bewezen moeten worden.



Lupus Lymfadenitis
samengesteld door Juul Gerritsen, SLE-Lupus Projecten.

m.m.v. prof.dr.W.A.van Vloten, dermatoloog Academisch Ziekenhuis Utrecht

Lymfklierzwellingen komen vrij veel voor als klinische manifestatie van SLE. Het kan gegeneraliseerd of lokaal voorkomen. Het laatste betreft dan vooral het hals/nek- en okselgebied.


Onderzoek

Al in 1964 stelde dr. Dubois aandoeningen aan de lymfklieren vast bij 59% van 520 patiënten, 42% met lymfklierzwellingen in het okselgebied en 24% met lymfklierzwellingen in het hals/nekgebied. Bij 2% van patiënten met lymfklierzwellingen in het hals/nekgebied, bleek dat een eerste manifestatie van SLE te zijn. De lymfklierknopen varieerden van 3 tot 4 cm in doorsnee. De zwellingen waren vaak zo uitgesproken dat een kwaadaardig vergrote lymfeklier werd vermoed.

Zes grote studies, die in de literatuur worden vermeld, noemden bij in totaal 698 SLE

patiënten, lymfklierzwellingen in percentages van 30-78%, met een gemiddelde van 50%.

In een onderzoek werden bij 8 SLE patiënten lymfscans gemaakt van de benen. Daarbij werden lymfkliervergrotingen gevonden die op een eerste stadium leken van een kwaadaardige lymfklierzwelling. Door behandeling met prednison en een verbetering van SLE, verminderden de afwijkingen.
Reactief proces

Bij deze lymfklierzwellingen gaat het niet om kwaadaardige afwijkingen van de lymfklier, maar om een reactief proces. Dit betekent dat deze als reactie op een ontsteking tijdelijk opzwellen en dat, wanneer de aandoening behandeld wordt, de zwelling van de lymfklier weer afneemt. Aanwijzingen voor maligne afwijkingen in de lymfklier zijn bij Lupus niet meer dan in de normale populatie.


Karakteristieke afwijkingen

Karakteristieke afwijkingen die in de lymfklierzwellingen bij Lupus gevonden worden zijn onder andere hyperplasie (goedaardige toename van cel- en weefselelementen) en bindweefsel-necrose. Er wordt van Lupus Lymfadenitis gesproken als er in de lymfklieren specifieke samenklonteringen gevonden worden van DNA, immunoglobulinen en polysaccharides.



Lupus Erythematosus en zwangerschap
prof. dr.T.W.J.Huizinga, reumatoloog, LUMC, Leiden
Inleiding

Het is lange tijd onbekend geweest wat Lupus voor een ziekte is en daardoor moeilijk te diagnostiseren. Hierdoor geven ‘oudere’ studies naar Lupus en zwangerschap vaak een somber beeld. Ondanks de toenemende bekendheid van de ziekte Lupus en de criteria voor diagnostisering is er op dit moment nog steeds veel onduidelijk over Lupus en zwangerschap.


De kennis die hier gepresenteerd wordt, is niet absoluut. Er is geen 100% zekerheid dat dit de waarheid is, maar het is de best mogelijke kennis die ik uit literatuur en van collega's heb kunnen vinden. In dit artikel zullen 5 verschillende aspecten aan de orde komen.

1. Lupus en zwangerschap in het algemeen

2. Een speciale groep Lupus patiënten met nierontstekingen. Wat houdt voor die specifieke groep zwangerschap in

3. Een groep Lupus patiënten die speciale antistoffen heeft die iets met de bloedstolling doen

4. Hoe moet met de planning omgegaan worden? Wanneer is de zwangerschap het best te plannen?

5. Wat betekent het voor het kind


Lupus en zwangerschap - algemeen

Vruchtbaarheid

Als grote groepen Lupus patiënten met grote groepen 'gezonde mensen’ vergeleken worden, dan blijkt de vruchtbaarheid bij Lupus patiënten volkomen normaal te zijn. Van alle echtparen in Nederland is 10 - 15% ongewild kinderloos, dit geldt ook voor Lupus patiënten.

Zwangerschap en opvlammingen

Wat is de kans dat de ziekte bij zwangerschap opvlamt? Dat is ook een moeilijk te beantwoorden vraag. Van tevoren moet dan afgesproken worden wat een opvlamming is.

Als de medisch ‘voorzichtige’ definitie van zo'n opvlamming gehanteerd wordt, bijvoorbeeld het iets verergeren van huiduitslag, of een lichte ontsteking van de longbladen of iets dergelijks, dan is die kans ongeveer 50%. Dat is voor de totale groep Lupus patiënten en daarbij is een opvlamming heel voorzichtig gedefinieerd. Als vervolgens verder gekeken wordt naar welke zwangere Lupus patiënten zo'n opvlamming krijgen, dan zijn het vooral patiënten die een actieve ziekte hebben. Bij die patiënten is de kans op problemen het grootst.

Tot slot komt bij zwangere SLE-patiënten iets vaker een hoge bloeddruk voor.


Zwangerschap en nierontstekingen

Er is een groep van Lupus patiënten die nierontstekingen heeft. Van die nierontstekingen zijn 5 verschillende typen. Als een actieve nierontsteking aanwezig is, dan is dat een extra risico-factor. Dat wil zeggen dat er een grotere kans bestaat dat de Lupus opvlamt gedurende de zwangerschap.



*Nieronderzoek tijdens zwangerschap

Normaal gesproken wordt de nierfunctie door de dokter gecontroleerd. Is er een nierontsteking aanwezig, dan worden allerlei dingen nagekeken: bloed- en urineonderzoek, bloeddrukmeting en af en toe moet er een biopt genomen worden. Een biopt is een ingreep die tijdens de zwangerschap niet zo prettig is om te doen, omdat de baby de nieren wat omhoog drukt. Het is dus lastig om dan een biopt te nemen.


*Nierontsteking en zwanger worden?

Bij bepaalde vormen van nierontsteking, worden zware medicijnen gegeven die in de zwangerschap liever niet gegeven worden. Als iemand een actieve nierontsteking heeft, adviseren wij om de zwangerschap nog even uit te stellen, totdat die nierontsteking rustig is. Er is hierover geen keiharde literatuur, dus er zijn niet grote groepen zwangeren met nierontstekingen vervolgd en gekeken hoe de zwangerschap afliep.


Auto-antistoffen, stolling en zwangerschap

Er is een groep van Lupus patiënten die een speciaal soort antistoffen hebben, de antifosfolipide antistoffen. Die antistoffen, kunnen zich uiten doordat er een bloedstolsel gemaakt wordt wat kan leiden tot bijvoorbeeld een longembolie of een trombosebeen. Van die groep is weer een klein groepje, waarbij die antistoffen iets doen met de bloedstolling in de placenta. Helaas weten we niet welke specifieke antistof dit is. Het grote probleem is dan afsluitingen van de bloedvaten van de placenta waardoor een stukje van het placentaweefsel afsterft. De vrucht krijgt dan minder toevoer van het bloed.

Bij elke Lupus patiënte die zwanger is wordt nagekeken of die antistoffen aanwezig zijn. Dan kan nog niet voorspeld worden wat er gaat gebeuren. Men moet altijd erg goed opletten of placenta-infarcten optreden. In deze groep moet de groei van het kind heel nauwkeurig in de gaten gehouden worden.
Planning van de zwangerschap

Hoe gaat het met de planning? Zoals vermeld is er bij Lupus patiënten een normale vruchtbaarheid, dus anti-conceptie is bij planning nodig. Lupus patiënten kunnen net zo goed zwanger worden als een ander. De beste tijd om zwanger te worden is over het algemeen als de ziekte een half jaar rustig is. Dan is de kans op een opvlamming buitengewoon klein, namelijk in de orde van grootte van tussen de 5 en 10%.


Het kind

Wat voor het kind essentieel is tijdens de zwangerschap is, dat de ziekte rustig is. Vervolgens is het zo dat de Lupus vaak wat actiever kan worden als er hormonale veranderingen zijn. De reden daarvoor is onbekend. Toch wordt over het algemeen wat frequenter laboratoriumcontrole gedaan waarbij met name de nierfunctie goed in de gaten gehouden wordt.

Heel veel Lupus patiënten hebben bloedarmoede, omdat de rode bloedcellen afgebroken worden. Bij zwangerschap heeft het kind wat groeit extra ijzer nodig. Daarbij wordt de aanmaak van rode bloedcellen extra gestimuleerd wat nodig is voor de aanmaak van het bloed. Het is daarom belangrijk om bij Lupus patiënten die zwanger zijn te controleren of er geen bloedarmoede is.
Placenta-infarct

Het grote probleem van een placenta-infarct is dat het kind niet genoeg voeding krijgt, waar-door het te klein wordt. In dit geval moet de moeder worden opgenomen in het ziekenhuis en wordt maximale (bed)rust voorgeschreven. Het is daarom essentieel om frequent te controleren hoe het met de groei van het kindje gaat, dus artsen moeten dan ook de exacte duur van de zwangerschap weten.

Behandeling

Medicatie

De behandeling van zwangere Lupus patiënten is over het algemeen iets agressiever. Er zal van alles gedaan worden om een opvlamming op tijd de kop in te drukken. Over het algemeen wordt ernaar gestreefd patiënten zo min mogelijk Prednison voor te schrijven, of zo snel van Prednison af te komen.


Controle

Op de eerste plaats is de behandeling van een zwangere Lupus patiënte teamwork. Er is regelmatig overleg tussen de gynaecoloog en reumatoloog. De gynaecoloog volgt de groei van het kind. Ook de bloeddruk moet regelmatig gemeten worden. Het komt veel voor dat deze verhoogd is. Zwangeren worden vaak door de huisarts of de vroedvrouw geadviseerd om rustig aan te doen, zout te beperken et cetera. Lupus patiënten worden echter met een dergelijk advies tekort gedaan, want bij Lupus patiënten kan een hoge bloeddruk ook voorkomen door een nierontsteking. Dus elke keer als er een hoge bloeddruk is moet dat uitgezocht worden. Dat houdt in dat er urine gecontroleerd moet worden om te kijken of er geen ontstekingscellen in zitten. Tot slot is het bekend dat Lupus patiënten een iets grotere kans is op een vroeg geboren baby hebben.


Invloed van zwangerschap op Lupus

In de Verenigde Staten is daar uitgebreid onderzoek naar gedaan. Als patiënten goed en op tijd behandeld worden, heeft de zwangerschap geen enkele invloed op de prognose. Het is wel zo dat er bij SLE patiënten soms uitermate vervelende klachten voorkomen. Soms hebben die vervelende klachten een duidelijke oorzaak.

Er is een groep Lupus patiënten die voortdurend miskramen krijgt. Als die miskramen veroorzaakt worden door de antistoffen die in de bloedstolling ingrijpen (anti-fosfolipide antistoffen) dan kunnen wij daaraan wat doen. Dat is echter een superspecialistische behandeling en deze moet in onderzoeksverband gebeuren, dus in een Academisch Ziekenhuis. Er komen bij een groep van Lupus patiënten doodgeboren kinderen voor door bepaalde antistoffen, SSA-antistoffen. Deze antistoffen hebben invloed op het hart van de kinderen. Daar is ook wat aan te doen, maar slechts in 1 op de 20 patiënten met deze antistoffen is er een probleem bij het kindje. Derhalve zullen wij pas starten met een behandeling als de antistoffen aanwezig zijn en iemand een doodgeboren kind gehad heeft.
Medicijnen en zwangerschap

Het is belangrijk te controleren of medicijnen, die reeds gebruikt worden, ook in de zwangerschap gebruikt kunnen worden. Patiënten hebben daar zelf ook een verantwoordelijkheid in.

Het gebruik van aspirine, het sinasprilletje, staat ter discussie. Collega's van de gynaecologie stellen zich op het standpunt dat elke zwangere met Lupus aspirine gegeven moet worden. Het is wel zo dat in een aantal klinieken, elke patiënt die zwanger is aspirine gedurende de zwangerschap krijgt. Het schijnt dat daardoor minder zwangerschapsvergiftigingen ontstaan. Het is nog niet duidelijk wat het beste is.

Antimalariamiddelen, Plaquenil en Nivaquine lijken in de zwangerschap geen probleem te zijn.

Imuran en Endoxan zijn geneesmiddelen die een aantal mensen zullen gebruiken. In een transplantatiecentrum wordt rustig aan zwangeren Imuran gegeven. Een paar jaar geleden werd tijdens de opleiding meegedeeld dat Imuran niet aan zwangeren gegeven mocht worden. Tegenwoordig denkt men dat het wel kan. Endoxan mag absoluut niet tijdens de zwangerschap gegeven worden. Dit geldt ook voor een aantal hoge bloeddruk medicijnen, zoals bijvoorbeeld Renitec.
Congenitaal hartblok

Anti-SSA antistoffen kunnen een hartblok geven. Het grote probleem is, dat anti-SSA-antistoffen maar in 5% van de gevallen bij de kinderen zo'n hartblok geven. Wat een nog groter probleem is, is dat recent drie tweeling zwangerschappen zijn gemeld, waarbij de moeder anti-SSA-antistoffen had. Maar één van de kinderen van die tweeling kreeg een hartblok. Het andere kind die in dezelfde baarmoeder zat, waarbij dezelfde antistoffen aanwezig waren, die kreeg dat hartblok niet. Dat geeft aan dat wij niet precies begrijpen en ook niet kunnen voorspellen of die antistoffen aanleiding geven tot een hartblok. Is het zo dat een vrouw een keer een kind heeft gehad dat dood geboren is ten gevolge van een hartblok en die vrouw heeft anti-SSA antistoffen dan worden er, vanaf de zestiende week van de zwangerschap, de harttonen zeer frequent gecontroleerd. De gynaecoloog kan met een zogenaamd CTG-apparaat zien of er met het hart van het kindje mis is. Is er iets mis dan wordt geprobeerd het kindje zo snel mogelijk ter wereld te brengen, zodra dat mogelijk is. Is het zo dat er een aantal keren problemen zijn geweest dan proberen wij de antistofproductie te verminderen door middel van de Prednison en geven wij gedurende de hele zwangerschap 30 mg Prednison.


Placenta-infarctering

Als de placenta-infarcten zijn ontstaan door anti-fosfolipide antistoffen, geven wij in het algemeen antistolling. De antistolling die wij toedienen bestaat uit heparine, de eerste 3 maanden van de zwangerschap dan marcoumar en aan het einde van de zwangerschap weer heparine. Daarbij wordt aspirine gegeven.

Als er geen anti-fosfolipide antistoffen zijn en er is toch placenta-infarcering, dan komt je als dokter bij een moeilijker probleem en dan zullen wij in het algemeen in een team overleggen over wat te doen.



Deel met je vrienden:
1   2   3   4   5   6   7   8


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©tand.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina