Lithium Synoniemen



Dovnload 52.65 Kb.
Datum13.12.2017
Grootte52.65 Kb.

Toxicologie behandelinformatie

Nederlandse Vereniging van Ziekenhuisapothekers -- Commissie Analyse en Toxicologie

Nationaal Vergiftigingen Informatie Centrum van het RIVM


Lithium
Synoniemen

Lithiumcarbonaat, lithiumcitraat


Algemeen

Lithium wordt toegepast bij de behandeling van de manische episodes bij de bipolaire stoornis en profylactisch bij zowel de manische als depressieve episodes bij de bipolaire stoornis. Verder wordt litium toegepast de behandeling van schizo-affectieve psychoses, impulscontrolestoornis, schizofrenie, in de vorm van lithiumadditie bij een depressieve stoornis, en profylactisch bij clusterhoofdpijn. Lithium heeft een nauwe therapeutische breedte en wordt gedoseerd op geleide van de lithiumconcentratie.


Preparaten:

Lithium wordt in de vorm van twee zouten toegepast. Voornamelijk als lithiumcarbonaat en sporadisch in de vorm van lithiumcitraat. Lithiumcarbonaat is beschikbaar als spécialité in de vorm van Camcolit® 400mg (10.8 mmol lithium, met gereguleerde afgifte) en Priadel® 400mg (10.8 mmol lithium, met gereguleerde afgifte), en als generiek product in een 200mg, 300mg en 400mg tablet. Magistraal bereide capsules kunnen in verschillende sterktes beschikbaar zijn. Lithiumcitraat is beschikbaar als magistraalbereide drank en als spécialité Litarex® 564 mg (6 mmol, met vertraagde afgifte, sinds 2008 uit de handel en alleen via import beschikbaar).


Toxische dosis

Bij inname vanaf 30 mg/kg lithiumcarbonaat (en 60 mg/kg lithiumcitraat) zijn acute toxische effecten te verwachten.

Toxische effecten zijn in principe mogelijk bij elke lithiumconcentratie maar de kans hierop neemt toe bij een 12 uurs-spiegel > 1.5 mmol/L, bij combinatie met andere neurotoxische middelen (bijvoorbeeld antidepressiva, neuroleptica, stemmingsstabilisatoren, bij reeds verlengde QTc, Brugada-syndroom en hogere leeftijd).

Toxische lithiumconcentraties kunnen ontstaan door auto-intoxicatie, nierfunctiestoornis, sterk verlies van zout en/of vocht (bijvoorbeeld bij braken, diarree, zout-arm dieet, koorts en hevig zweten) en door interactie met co-medicatie.


Kinetiek

Absorptie Lithium uit lithiumcarbonaat wordt na orale toediening vrijwel volledig geabsorbeerd (<95%) (1).


Tmax De maximale concentratie wordt bij een gewoon preparaat in ca 1,5 - 2 uur bereikt, en bij een preparaat met gereguleerde afgifte na 2–3 uur. De hoogte van de maximale spiegel is gelijk bij de generieke preparaten, Camcolit® en Priadel®. De maximale spiegel wordt bij Litarex® 4-5 uur na inname bereikt en is lager. Bij overdosering kan de Tmax vertraagd zijn tot 72 uur (1, 2).
Vd 0,7 L/kg (2).
Eiwitbinding Verwaarloosbaar (1).
Verdeling De intracellulaire concentraties zijn veel hoger dan de extracellulaire concentratie. Lithium hoopt zich op in rode bloedcellen en in bepaalde organen, zoals de schildklier, botten en delen van de hersenen. Het passeert de bloed-hersenbarrière. De lithium concentratie in de cerebrospinale vloeistof is ca 60% lager dan in plasma.
Eliminatie Lithium wordt via de nieren uitgescheiden door glomerulaire filtratie en vervolgens voor 70-80% teruggeresorbeerd in de proximale tubulus en de opstijgende tak van de lis van Henle. 90 – 95% wordt onveranderd via de urine uitgescheiden, ca 1% met de gal en ca 4% via het zweet. De plasmaklaring bedraagt 0,14-0,57 ml/min.kg en is afhankelijk van de natrium- en waterbalans en de glomerulaire filtratiesnelheid. Bij natriumdepletie gaan de nieren meer natrium en lithium terugresorberen, wat kan leiden tot toxische concentraties bij ernstig verlies van zout en/of vocht (1, 2).

Halfwaardetijd De eliminatiehalfwaardetijd is gemiddeld 24 uur, maar kan variëren van 12-50 uur. Na chronisch gebruik kan de halfwaardetijd zijn opgelopen tot 60 uur. Bij nierfunctiestoornis, hyponatriëmie, dehydratie en co-inname van onder andere lis- en thiazidediuretica, RAAS-remmers en NSAID’s is de renale klaring van lithium verminderd (2).


Therapeutische serumconcentraties (2, 5, 17):

Acute manie 0,8 – 1,2 mmol/L.

Profylaxe 0,4 – 1,0 mmol/L, lichaamsgewicht tot 50 kg en ouderen 0,4 – 0,8 mmol/L.

Clusterhoofdpijn 0,8 – 1,2 mmol/L


Toxische serumconcentraties:

Vanaf 1,5 mmol/L


Klinisch beeld (1, 3-9)

Onderscheid dient gemaakt te worden tussen een acute intoxicatie bij een lithium naïeve patiënt, een acute intoxicatie bij een patiënt die met lithium wordt behandeld en een chronische intoxicatie bij een patiënt die met lithium wordt behandeld en door afname van de klaring geïntoxiceerd raakt (7- 9).

Bij de acute intoxicatie zonder onderliggende behandeling met lithium zijn de symptomen en risico´s relatief minder ernstig dan bij de chronische intoxicatie en bij de acute intoxicatie tijdens chronische behandeling.

Bij de chronische intoxicatie kunnen toxische verschijnselen optreden bij een lagere concentratie (1,5 mmol/L of lager). Dit komt omdat er bij chronische behandeling al een (langzame) distributie naar (hersen)weefsel heeft plaatsgevonden, waardoor plasma en weefselconcentratie in evenwicht zijn en de patiënt gedurende langere tijd is blootgesteld aan een verhoogde lithiumconcentratie (7).


Vroege relatief matig ernstige symptomen:

Gastro-intestinaal: verminderde eetlust, misselijkheid, braken, diarree

Neurologisch: grove tremor, traagheid, slaperigheid, ataxie, duizeligheid, dysarthrie
Late en ernstige symptomen:

Neurologisch: bewustzijnsdaling, bewusteloosheid, spierfasciculaties, spierhypertonie, hyperreflexie, nystagmus, myoclonieën, insulten, coma

Renaal: oligurie tot anurie

Cardiaal: bradycardie, hypotensie, ventrikelfibrilleren, atriumfibrilleren, AV-block en aritmieën.


Langdurige gevolgen zijn van neurologische aard m.n. spraakstoornissen, ataxie, coördinatiestoornissen, tremor en nystagmus.
Differentiaaldiagnose

Differentiaal diagnostisch moet naast cerebrale aandoeningen (infecties, trauma, bloeding, infarcering, epilepsie) gedacht worden aan het serotonerg syndroom, het maligne neuroleptica syndroom, ethanol- en benzodiazepine onttrekking, intoxicatie met andere middelen, hypoglykemie en hyper- of hypothyreoïdie (11).


Bloedspiegelbepaling

Het bepalen van de lithium concentratie is zinvol, het klinische beeld en de duur van de intoxicatie zijn echter net zo belangrijk voor het bepalen van de ernst van de intoxicatie en het beleid (zie ook therapie).

Lithium wordt bepaald in serum met behulp van een ion selectieve electrode, atomaire emissie spectrometrie of ICP. Geen bloedafname buis met lithium-heparine gebruiken.
Overige diagnostiek


  1. Laboratoriumonderzoek: natrium, kalium, creatinine, osmolaliteit, calcium, albumine

  2. ECG

Natrium (kalium, creatinine) en lithiumspiegel elke 2-4 uur herhalen tot een stabiele gewenste lithiumconcentratie is bereikt.


Therapie

1 Opvang


De patiënt dient eerst volgens de ABCDE sysematiek te worden opgevangen waarbij de vitale functies worden ondersteund.
1 Absorptie vermindering

Bij acute intoxicaties (TS) maagspoelen indien de inname maximaal 1 uur tevoren heeft plaatsgevonden. Toedienen van actieve kool is niet effectief. Bij inname van grote hoeveelheden van een preparaat met gereguleerde afgifte dient totale darmlavage te worden overwogen (9, 10).


2 Ondersteuning

Bepaal de lithium concentratie in serum. Start altijd met het geven van voldoende intraveneuze cristalloiden indien de cardiale toestand goed is, overweeg 2,5-5 liter NaCl 0,9% in 24 uur te geven, waarvan 1 liter in het eerste uur van de behandeling. Een lithiumintoxicatie gaat vaak gepaard met hypokaliëmie. Controleer met het lithium tevens het kalium en corrigeer het kalium zo nodig (9, 10). Het vochtbeleid dient af te hangen van de diurese, elektrolytenbalans en de mate van dehydratie van de patiënt.


3 Eliminatieversnelling

Indicaties voor dialyse (11):



Naast de lithium concentratie zijn ook andere factoren belangrijk bij het bepalen of er tot dialyse moet worden overgegaan (zie ook bloedspiegelbepaling). De ernst van de symptomen naar klinische verschijnselen (bijvoorbeeld coma, convulsies, ademhalingsdepressie, algehele progressieve verslechtering), farmacokinetische overwegingen: is er nog steeds absorptie (zie boven), distributie (acuut of chronisch gebruik, zie ook klinisch beeld), en eliminatie (creatinine klaring < 60 ml/min) spelen hierbij een rol (8, 9).

Het is van belang de lithiumconcentratie te volgen onder controle en correctie van de bloeddruk, serumelektrolyten, vochtbalans en natriumexcretie (12).

Bij een chronische intoxicatie gaat het vooral om de eliminatie van het intracerebrale lithium. Na éénmalige hemodialyse zal een aanvankelijk genormaliseerde lithiumspiegel opnieuw stijgen (gewoonlijk binnen 6-12 uur) door redistributie uit rode bloedcellen en uit de weefsels. Een slechte nierfunctie en lage natrium spiegel lijken ook de kans op noodzaak om meermalen te dialyseren te vergroten (13). Bepaal daarom na de hemodialyse herhaaldelijk de lithiumconcentratie, ook als aanvankelijk de lithiumconcentratie na hemodialyse therapeutisch is. Het kan noodzakelijk zijn de hemodialyse te herhalen tot de lithiumspiegel blijvend is afgenomen tot <1,5 mmol/l.

Een andere methode om hernieuwde stijging van de plasmaconcentratie te voorkomen is het toepassen van CVVH na hemodialyse gedurende bijvoorbeeld 24 uur. Deze methode lijkt steeds meer de voorkeur te hebben om de rebound stijgingen van lithium te voorkomen (14 - 16).

Bij een acute intoxicatie kan door redistributie naar de weefsels de lithiumspiegel snel dalen waardoor geen dialyse noodzakelijk is.
Auteurs

Mw. Drs. M.S.S. Sjak Shie, ziekenhuisapotheker

Prof. Dr. D.J. Touw, ziekenhuisapotheker – kli nisch farmacoloog/toxicoloog ERT
Literatuur


  1. Ellenhorn e.a. Ellenhorn’s Medical Toxicology 2nd Ed. 1997, pagina 1579 – 1584.

  2. KNMP. Informatorium Medicamentorum 2014.

  3. Meulenbelt e.a. Behandeling van acute vergiftigingen 1996, pagina 92 - 95.

  4. Micromedex® 2014.

  5. Molenman e.a. Praktische psychofarmacologie 2009, pagina 131- 187.

  6. Denissen JFPM e.a. Lithiumintoxicatie: diagnostiek, therapie en preventie. Pharm Weekbl 2004; 139: 1358-1362.

  7. Dawson, Whyte. Therapeutic drug monitoring in drug overdose. BJCP 1999; 48: 278.

  8. Bailey, McGuigan. Lithium poisoning from a poison control center perspective. TDM 2000; 22:650.

  9. Grandjean, Aubry. Lithium: updated human knowledge using an evidence-based approach: part III: clinical safety. CNS Drugs 2009; 23: 397.

  10. R.T. Timmer, J.M. Sands. Lithium intoxication. J Am Soc Nephrol. 1999 Mar;10(3):666-74.

  11. Drs. E. de Beus, Dr. M.B. Rookmaaker. Richtlijn Renale bijwerkingen chronisch lithiumgebruik. Nederlandse federatie voor Nefrologie, september 2013. http://www.nefro.nl/uploads/tN/fz/tNfz2bBwcbVXK2ZTOxxaoQ/Lithiumrichtlijn-definitief-2013.pdf

  12. Florian Eyer e.a. Lithium poisoning: pharmacokinetics and clearance during different therapeutic measures. J Clin Psychopharmacol 2006;26:325-330.

  13. Lopez e.a. Higher requirements of dialysis in severe lithium intoxication. Hem Int 2012: 1542.

  14. John H.J.M. Meertens e.a. Haemodialysis followed by continuous venovenous haemodiafiltration in lithium intoxication; a model and a case. European Journal of Internal Medicine 2009 20 e70-e73.

  15. Van Bommel e.a. Treatment of life-threatening lithium toxicity with high-volume continuous venovenous hemofiltration. AJKD 2000; 20: 408.

  16. Meyer e.a. Intoxication in Children. AJKD 2001;5: 1044.

  17. R. Kupka, E. Knoppert-van der Klein, W. Nolen. Handboek Bipolaire stoornissen 2008, pagina 241-268.


Bijlagen

Geen.
Revisie



Deze monografie is in 2015 herzien door dr. F. Holtkamp en dr. I. den Daas, klinisch farmacologen in opleiding onder supervisie van prof. dr. D.J. Touw.


Monografie Lithium – versie 2 – 1 mei 2015 Pagina van 5



Deel met je vrienden:


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©tand.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina