Klinisch Onderzoek huid



Dovnload 373.54 Kb.
Pagina19/19
Datum07.11.2017
Grootte373.54 Kb.
1   ...   11   12   13   14   15   16   17   18   19

Dermis


  • < collageen + elast vezels in hyaluronzuur + mucoproteinen

  • Opp papillaire dermis:

  • Diep reticulaire dermis:

    • Dikke collageen I, sens structuren, mm arrectores pili

  • Fibroblasten, mastcelleln, macrofagen, dermale dendrocyten

  • Opp + diepe vaatplexus

  • Adnexen

    • Haarfollikels

    • Talgklieren

    • Eccriene zweetklieren

    • Apocriene zweetklieren

Subcutis/hypodermis


  • < lobuli v vetcellen

  • Bovenaan: eccriene zweetklier acini

Histolog diagnose inflam huidletsels

Epidermale basisletsels


  • Vorm + omvang epidermis

    • Acanthose

      • Hyperplasie S spinosum

    • Hypertrofie

    • Hypoplasie + atrofie

  • Type keratinisering

    • Orthokeratose (nl)

    • Hyperkeratose

    • Parakeratose (onvolledig)

      • Crusta = parakeratose + vocht + OS cellen

  • Hechting keratinocyten

    • Acantholyse

      • Suprabasaal (typisch AI)

      • subcorneaal

  • Ontstekings-gerelateerde items

    • Exocytose

    • Spongiose (EC), ballooning (IC)

    • Vesikel – bulla – pustel

    • Vacuolopathie of liquefactie-degeneratie s basale

    • Ulceratie

    • Andere:

      • Dyskeratose

        • hoornparels

      • Civatte-lichaampjes/apoptotische celresten

        • Rode lichaampjes (< immunolog aanval)

Dermale basisletsels


  • Elastose

    • Photo aging

  • Homogenisatie

  • Oedeem

    • Vb muggenbeet, brandnetel

  • Ontsteking

    • Opp perivasc ontsteking

    • Opp + diepe perivasc ontsteking

    • Lichenoide interface ontsteking

      • Bandvormig onder epitheel (grens epidermis onduidelijk)

      • Lichen planus

    • Interstitiele ontsteking

    • Nodulaire (granulomateuze) ontstekingsinfiltraten

SC basisletsels


  • Ontsteking (panniculitis)

    • Septaal

    • Lobulair (zz)

    • Gemengd

  • Vasculitis

  • Steatonecrose

(niet melanocytaire) goedaardige + kwaadaardige tumoren huid

Goedaardige tumoren epidermale cellen


  • Keratinocyten

    • Basaalcellig

      • Seborrheische wrat of BC papilloom

        • Exofytisch

        • Extreme papillomatose  pseudohoorncysten

        • + melanine  bruin

    • Plaveiselcellig

      • Papilloom/verruca vulgaris

        • Exofytisch

        • Meestal < HPV

          • Verruca vulgaris, papilloma, condyloma accuminata

      • Kerato-acanthoom

        • < zonbeschenen huid oudere mannen

        • Centrale krater met keratine

          • overhangende lippen v epidermis

        • basis: onregelmatige uitlopers epidermis

        • Centraal: grote glazige keratinocyten

        • Spontane regressie

  • Melanocyten

    • Nevi

  • Langerhanscellen

    • Langerhans cel histiocytose

      • Vnl kinderen

      • Geel, solitair

      • Soms ook intern (vb longen)

Goedaardige tumoren dermale cellen


  • Fibreuze tumoren

    • Dermatofibroma

    • Fibro-epitheliale poliep/skin tag/acrochordon

      • Gesteeld poliep achtig BW zonder adnexen

      • Nle epidermis

      • Mogelijk eindstadium nevocellulaire nevus (moedervlek)

    • Keloid

      • Dikke banden collageen litteken

  • Vasculaire tumoren

    • (hem)Angiomen

      • In BV dermis (RBC)

      • Lobulair capillair hemangioom

        • < na pyogeen granuloom

      • Caverneus hemangioom

  • Neurale tumoren

    • Neurofibroma

      • Letselvrije dermis

      • Losmazig licht gekleurde tumor (fibroblast + schwancellen)

  • Lymfoide tumoren

    • Lymfocytair infiltraat huid

Kwaardaardige tumoren epidermale cellen


  • Keratinocyten

    • Basaalcellig

      • BCC

        • Frequent; weinig meta’s

        •  Ulcus rodens

        • Nodulo-cystische type (freq)

          • Noduli basaloide cellen

          • Perifere kernpalissadering

          • ‘spleten’ rond tumornesten

          • Centrale necrose (cystisch)

          • Losmazig, myoid stroma

        • Opp type

          • nestjes aan epiderm

          • vnl romp

        • Scleroserend of morteiform type

    • Plaveiselcellig

      • PCC (SCC)

        • < zon of immmuniteit, Ca contact, chronische irritatie, AS, RX

        • < 1% meta

        • Invasieve sprieterige groei

        • pseudosarcomateus

  • Melanocyten

    • MM

      • Veel meta’s

  • Merkel cellen

    • Neuro endocrien Ca

Kwaadaardige tumoren dermale cellen


  • Fibroblasten/dendrocyten

    • Dermatofibrosarcoma protuberans

  • Vasculair

    • Angiosarcoma

    • Kaposi sarcoom

      • Veel RBC + langwerpige cellen (vormen BV)

      • RBC buiten BV (hemosiderine, ijzer)  ijzerkleuring

      • Associatie HSV-8

  • Lymfocyten (SALT)

    • Non Hodgkin lymfoom (mycosis fungoides)

      • < CD4+ Tcel

      • Vroegtijdig plaque stadium

        • Parapsoriasis en plaques

          • Maar geen spongiose

        • Molec pathologie (geen klonale populatie herkenbaar

        • Soms microabcesjes

      • Laattijdige tumor stadium

Pigmentcelletsels

Soorten Nevi


  • Nevi nevocellulares (verworven) (‘common nevi’)

    • Junctionele nevus

      • Enkel epidermis

    • Samengestelde nevus

      • Basaal + dermis

      •  verheven letsel

    • Dermale nevus

      • Enkel derm

    • Uitrijping:

      • Type A: aan junctie, veel melanosomen/tyrosinase/pigment

      • Type B: dermis, klein, lymfocytachtig, weinig melanos/tyr/pigment

      • Type C: diepe dermis, geen tyr/pigment, Schwann cel achtig

      •  toenemende fibrose tot fibro epitheliale poliep (skin tag)

  • Congenitale nevi

    • Groot, breed, evtl behaard

    • Soms zelfs tot in SC

  • Blauwe nevus

    • < Tyndall effect (breking licht)

  • Spitz nevus

    • Roos rood letsel (lijkend op hemangioom)

    • DD melanoom moeilijk (histo)

    • < spoelvormige cellen + epitheloidvormige cellen + veel BV

    • Symmetrisch letsel

    • Bananentros achtige nesten aan junctie

    • Kamino bodies (rode bolletjes)

    • Uitrijping naar diepte

    • Soms mitosefiguren (CAVE)

    • 3 groepen:

      • Klassieke spitz nevus

      • Atypische spitz nevus (re-excisise 0,5 cm)

      • Spitzoid tumor with uncertain malignant potential (STUMP)

        • (re-excisie 1cm)

        •  50% naar locoregionale klieren (blijft daar zitten)

    • Reed nevus: sterk gepigemnteerd + spoelcelllig

  • Dysplastische nevi

    • Lijkt op melanoom

      • Verleis tumorsuppressor genen

      • Activatie tumor genen

      • histologisch

    • >5-6mm

    • = nevus met wijzigingen:

      • Architecturale dysplasie:

        • Ook veel afzonderlijke cellen aan junctie (lentigineuze groei)

        • Celnesten dwars + overbruggen epitheelkammen (bridging)

      • Stromale dysplasie:

        • Ontstekingscellen rond BV

        • Fibroplasie rond epitheelkammen

      • Cytonucleaire dysplasie

        • Ad random cytonucleaire atypie in nevuscellen

Maligne melanoom


  • Meest kwaadaardig:

    • Melanoom + 1 pos klier  40% survival

  • Verband UV (jonge lft zonnebrand)

  • RF:

    • Dysplastische naevi + familiale VG

    • > 100 naevi (30x)

    • Veel sporadische dysplast nevi

    • Grote congen naevi (20x)

    • Constitutie (3x)

  • Groeifasen:

    • Radiaal

      • Zuiver radiaal

        • In epidermis

        • Opwaarts migrerende melanoomcelen

        • Hyperplasie epidermis

        • Ontstekingsinfiltraat onderliggende dermis

        • Groter wordende macula

      • Invasief radiaal

    • Verticaal

      • Expansieve + preferentieel gorie clusters melanoomcellen in dermis

      • Metastatische capaciteit

      • Prognostische factoren:

        • Histo:

          • Dikte in mm (top granulaire laag  diepste tumorcel)

            • < 1mm  95% 5j overleving

            • >4mm  50% 5j overleving

            • Belang voor re excisie:

              • <1mm  1cm

              • >2mm  3cm

              • Schildwacht LK onderzoek bij >1mm

          • Invasiediepte (Clark niveau)

            • I: in situ

            • II: onvolledig papillaire dermis

            • III: volledig papillaire dermis

            • IV: reticulaire dermis

            • V: SC vet

          • Ulceratie

          • Aantal mitosen per mm^2

          • Regressie

            • < lymfocyten

          • Vatinvasie

          • Microsatellieten

        • Klinisch:

          • Geslacht

          • Lokalisatie (TANS)

    • metastatisch

  • TNM staging

    •  stage I: T1 a/b

    •  stage II: T2-4 a/b

    •  Stage III: meta regionale LK

    •  Stage IV: meta afstand

  • Subtypes

    • Superficieel spreidend melanoom (SSM)

      • 70%

      • Vrouw>man

      • Onderbenen

      • < Hoge dosis UV

      • Typisch ABCD macula  elevatie

      • Typisch: tumorcellen kruipen omhoog in epidermis

    • Acrolentigineus melanoom (ALM)

      • 10%; meest freq in Japan

      • Handpalmen, voetzoeln, nagelbed

      • Macula  nodulair (verticaal)

      • Slechte prognose (late diagnose)

    • Lentigo maligna (LM) en lentigo maligne melanoom (LMM)

      • 15%

      • Oudere personen

      • Zon-beschadigde huid (gelaat)

      • < continu UV blootstelling

      • ABCD macula  laattijdig verticaal

      • Lentingineuze groei (vnl afzonderlijke cellen)

      • Uitbreiding langs basale cellaag v haarfollikels

      • Dunne atrofische epidermis

      • Elastose dermis

      • Invasieve component vnl als spoelvormige cellen

    • Nodulair melanoom (NM)

      • 10%

      • Man>vrouw

      • Romp

      • Geen maculair stadium (direct verticaal naar dermis)

      • Meest morbide

  • Meest frequente driver mutaties

    • BRAF

    • NRAS

    • C-KIT

    • GNAQ11

    • PTEN (tumorruppressor)

Bulleuze dermatosen

Intraepidermaal


  • Spongiose/ballooning in S spinosum

    • SA eczeem

  • Spongiose/ballooning in S corneum

    • AGEP

      • = acute gegeneraliseerde exanthemateuze pustulose

        • + neutrofielen

        • DD: pustuleuze psoriasis

  • Acantholyse suprabasaal In epidermis

  • Acantholyse subcorneaal in epidermis

    • Pemphigus foliceus

  • Acantholyse + spongiose/ballooning

    • HSV

      • Nucleaire inclusies + meerkernige cellen

Subepidermaal


  • Oedeem in papillaire dermis (mechanisch)

    • 2° brandwonden

    • Insectenbeten

    • Mastocytose

  • Confluerende vacuolopathie (ikv interface dermatitis)

    • Bulleuze lichen planus

      • Bandvormige ontstekingsinfiltraat

      • Orthokeratose

      • Vacuolen die versmelten

  • IC dermo-epidermale junctie

    • Bulleus pemphigoid

      • Complementbinding  mastcellen  granulivrijzetting  eosinofieleln  proteasen  proteolyse (scheiding epiderm-derm)

      • DIF: C3 + IgG lineair junctie

      • IIF: IgG AS 70%

    • Dermatitis herpetiformis

      • IgA toppen dermale papillen

      • Neutrofiele PN (lineair of microabcesjes)

    • Lineaire IgA dermatose

      • Neutrofielen aan junctie

      • Lijnvormig of microabcesjes

    • Epidermolysis bullosa

      • Aangeboren: gendefect

      • Verworven: AI: IgG tegen collageen type VII

Psoriasis, eczeem en lichen planus

Psoriasis


  • Kliniek:

    • Erythemateus (BV)

    • Schilfering (parakeratose)

    • Plaque (verditkte epidermis)

  • Histo:

    • Psoriasiforme acanthose

    • Verbreding epitheelkammen (clubbing)

    • Hoge papillen met tortueuze gedilateerde BV

      •  neutorfieel PN

    • Confluerende parakeratose

      • +/- neutrofielen (munro-abcesjes) in hoornlaag

    • a/hypogranulose

    • ontstekingsinfiltraat rond opp vaatplexus +exocytosis

  • DD:

    • Chronisch eczeem

      • Multifocale parakeratose

        • Nooit continue parakeratose

      • Geen hoogreikende BV + neutrofielen

      • Onregelm acanthose

    • Epidermotroop T cel lymfooom (MF)

      • Atypie lymfocyten in epidermis

      • Geen hoogreikende BV + neutrofielen

      • Moeilijke DD in MF

  • Etio:

    • 1/3 familiaal (genen chr 4 + 17)

    • HLA B13, B17, Cw6 correlatie

    • Omgevingsfactoren trigger (infectie, GM, UV, psycholog)

    •  verhoogde celproliferatie  turnover 4d ipv 28d  parakeratose

  • Varianten:

    • Flexurale vorm: lijkt meer op eczeem

    • Pustulaire vorm: pustels met neutrofielen onder hoornlaag

      • Vnl handpalmen + voetzolen

        • Hier Vaak orthokeratose ipv parakeratose

    • Erythrodermie

Eczeem


  • (sub)acuut:

    • Oedeem (spongiose = ballooning)

    • Intraepidermale vesikels, bullae, pustels

    • Onregelm acanthose

    • Multifocale parakeratose

    • Opp perivasc ontsteking + exocytose

    • Evtl eosinofiele PN (atopisch eczeem)

    • Evtl subcorneale vesikels met langerhans cellen (allergisch contact eczeem)

    • Evtl parakeratose aan haarfollikels (seborrh eczeem)

  • Chronisch:

    • Onregelm acanthose

    • Mutlifocale parakeratose

    • GEEN oedeem, exocytose

    • Opp perivasc ontsteking

    • Fibrose in dermis

    • Evtl uitgesproken acanthose (lichen simplex chronicus)

    • Evtl exofytisch letsel (prurigo nodularis) < krabben

    • evtl dunne epitheelkammen met zenuwuitlopers (neurodermatitis) < wrijven

Lichen planus


  • vnl flexorzijden, mucosae, genitalia

  • lichenoide ontsteking

    • interface dermatitis

      • bandvormige ontsteking tss epidermis-dermis

        • lymfocyten (+plasmacellen in mucosae)

        •  vervaging interface

      • Vacuolopathie ( subepidermale blaar)

      • Exocytose ontstekingscellen ( epidermis)

        • Colloied/Civatte bodies (apoptotische restantne)

        • Pigment verlies (melanofagen in dermis)

    • onregelm zaagtandvormige acanthose

    • compacte orthokeratose

      • opm: zelden ortho bij inflam (bij lichen planus wel)

    • wigvormige hypergranulose

      • bandvormig infiltraat (grens tss epidermis en infiltraat moeilijk)

  • histo DD: lichen planus-like drug eruptie


Deel met je vrienden:
1   ...   11   12   13   14   15   16   17   18   19


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©tand.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina