Kerstspelletje klas 2



Dovnload 44.28 Kb.
Datum23.12.2017
Grootte44.28 Kb.



Maria´s Kleine Ezel

naar het verhaal van de kleine ezel van G. Sehlin

een kerstspelletje voor de 2e klas

door Pieter Tak

Maria´s Kleine Ezel

naar het verhaal van de kleine ezel van G. Sehlin

door Pieter Tak

Verteller: Er was er een ezeltje in Nazareth dat borstelig was, vies en daarbij nog lui ook. Maar hij had de allermooiste gang en droeg de kop fier en hoog. Op een dag moest het ezeltje met Simon de knecht water halen bij de bron; dat ging niet vanzelf.
Simon: Vooruit, schiet eens op ! (de ezel bokt en trekt)

Maak eens voort, luie ezel (ezel zet z’n poten uit)

Moet je met de stok! (ezel rukt zich los en loopt weg)

Héla, kom hier jij !!


(Maria komt langs op weg naar de bron)
Maria: Dag ezeltje, wat heb je mooie ogen (aait de ezel)
Simon: Pas op hoor, hij bijt !
(Maria aait het ezeltje nog eens)
Maria: Dag ezeltje, tot ziens
Verteller: Het ezeltje ging met Simon mee en bokte niet meer.

Maria liep met haar zware kruik naar Jozef en kwam moe thuis.

Jozef was aan het werk en zag haar komen.
Jozef: Kon ik maar een ezel voor je kopen, Maria
Maria: Dat zou fijn zijn, maar we kunnen er geen betalen, m’n lieve Jozef

Jozef (tot zichzelf): Dan ga ik nog harder werken om er een te verdienen


Verteller: Jozef werkte van vroeg tot laat totdat hij genoeg geld had voor een ezel

En hij ging naar de rijkste koopman van heel Nazareth
(Jozef klopt op de deur en de koopman treedt naar voren)
Jozef: Goedendag, ik zou graag een ezel van u kopen
Koopman: Je hebt niet genoeg geld voor er een goeie
(Jozef draait zich teleurgesteld om)
Koopman: Wacht! Ik heb deze wel voor je
Verteller: En hij haalde de luie ezel. Jozef zag meteen dat het geen goeie ezel was, maar hij had geen keus.
Jozef: Ja, dan deze maar.
Koopman: Verkocht !
Verteller: Jozef liep met het ezeltje naar huis, maar de ezel bokte en trok, want hij wist

immers niet waar ze naar toe gingen.
Jozef: Rustig maar ezeltje,

Kom maar, kom nou, deze kant op

Kom nou !
Maria: O, Jozef, wat fijn, dat is de ezel die ik wilde
Jozef: We zullen hem eerst eens borstelen
Verteller: Jozef borstelde de ezel en zijn velletje werd er zacht en glanzend van.

Toen nam Maria de teugels en het ezeltje werkte hele dagen .

Hij droeg de zwaarste manden en sjouwde de waterzakken zonder één druppeltje te morsen. Hij bokte en stribbelde niet meer tegen. Eén kalmerend woord van Maria was genoeg.

s Avonds werd hij naar de stal gebracht bij de schapen.


Schaap 1: Zeg ezel, weet je wat er staat te gebeuren ?
Schaap 2: Het is een groot geheim
Schaap 3: Maria……krijgt een kindje
Ezel: O. als het wat groter is, kan het op mij rijden

Als Jozef een zadel voor mij maakt


Verteller: ’s Morgens kwam Maria naar de stal om de dieren te voederen. De schapen blaatten en drongen om haar heen. Maria streelde de dieren en gaf de ezel vers hooi.

Toen kwam Jozef de stal binnen.
Jozef: Maria, de keizer heeft ons een gebod gegeven

Dat al het volk moet worden ingeschreven

We daarvoor naar Bethlehem gaan
Maria: Dat is hier heel ver vandaan

En ons kindje wordt weldra geboren


Jozef: Gelukkig hebben we een ezel, die zal je kunnen dragen

Dan zijn we er in enkele dagen


Verteller: Zo vertrokken Jozef, Maria en ’t ezeltje naar Bethlehem, om zich in te laten schrijven in de boeken van de keizer.

En de ezel deed zijn uiterste best om Maria goed te dragen als ze moe werd van het lopen. Maria was heel trots op haar ezel en aaide hem over zijn grijze vacht.



Maar door de vele regens was een beekje tot een brede stroom geworden en ze moesten erdoorheen. Jozef probeerde het maar de stroming was te sterk.

Toen verscheen er een engel bij de oever en sprak:
Engel: Kom, kleine ezel

Kom maar met je schone last


Verteller: En de engel nam de teugels en voerde hen door de stroom naar de andere kant.
Na enkele dagen reizen kwamen ze ’s avonds bij een armoedige hut aan.

Het weer was zo slecht dat ze er moesten overnachten.

Maar het was een rovershol en rond een vuurtje zaten de rovers.
Rover 1: Wat moeten jullie hier ?
Maria: Edelmoedige mannen, mogen wij hier overnachten ?
Rover 2: Kom er bij zitten en warm je
Rover 3: Heb je soms eten bij je ?
Rover 4: Pak het dan maar gauw uit
Rover 5: Anders nemen we het wel (ze lachen wat)
(Maria haalt het brood uit de rugzak en verdeelt het tussen de rovers)
Maria: Alstublieft, heren, God zegene dit brood en laat het u smaken
Verteller: De rovers aten er smakelijk van, maar wat zouden die reizigers nog meer bij zich hebben ?
Rover 1: Wat heb je nog meer bij je ?
Rover 2: Wat zit er in die zak ?
Rover 3: Vast sieraden
Rover 4: Of misschien wel goud
Rover 5: Geef op wat er in zit
Maria: Nee, beste mannen, het zijn kinderkleertjes

Ons kindje wordt weldra geboren


Verteller: De rovers keken verbaasd en wat beschaamd naar de kleertjes.

En die nacht sliepen Jozef en Maria veilig bij de rovers.

Niet één rover die er nog over dacht om hen te beroven.
De volgende dag stond ieder vroeg op en Jozef en Maria trokken verder naar Bethlehem.
Allen zingen: ‘Maria zoude naar Bethlehem gaan….’

Verteller: In Bethlehem aangekomen zochten ze ’n plaatsje in en herberg.

Maar er waren zoveel mensen naar het stadje gekomen en overal was het vol.
Jozef: Mogen we hier overnachten ?
Waard 1: Er is geen plaats hierbinnen

Het zit tot de nok vol vreemdelingen


Jozef: Mogen we hier overnachten ?

Waard 2: Scheer je weg !

Anders stuur ik de honden op je af !!
Jozef: Mogen we hier overnachten ?
Waard 3: Hier is het helemaal bezet

Ga maar in de stal

Zie maar hoe ge het redt
Verteller: Jozef, Maria en ’t ezeltje gingen naar de stal waar Maria op een krukje ging zitten. Jozef bracht de ezel naar de kribbe, waar ook een os stond.

Maria was erg vermoeid.
Maria: O Jozef, is het hier in deze schamele stal

Dat ons kind op aarde komen zal


Jozef: Van het lange reizen ben ik moe

Mijn ogen vallen vanzelf toe


Verteller: Dan werd het licht in de schamele stal. Een hemels licht daalde neer en engelen brachten het Jezuskind bij Maria.
Engelen zingen: ‘Stil nu, stil nu, maak nu geen gerucht….’
Maria: Zie hier, Jozef, ons kindje is geboren
Jozef: Ach, wat een lief kindje

We leggen het in de kribbe tussen de os en ezel


Verteller: Jozef en Maria legden het kindje in de kribbe.

De os en de ezel gingen erbij staan en bliezen hun warme adem over de kleine.
Os: Mboeoe…wij staan hier heel stil en zacht

En houden bij het kindje trouw de wacht


Ezel: Iaaa, Iaaa… Wij blazen onze adem over de kleine,

Want anders heeft het zo’n kou


Verteller: Buiten op het veld waren de herders met hun schapen

Ze waren na een lange dag bij elkander ingeslapen

De engelen gingen met lichte vleugelslag naar hen toe

En zongen hen toe over de blijde gebeurtenis.
Engelen zingen: ‘Herders hij is geboren….’
Herder 1: Broeders, wordt wakker !
Herder 2: Pas op ! Zo glad als een spiegel !
Herder 3: Gans vol ijzel is mijn baard
Herder 4: Ik ben bijkans stijf bevroren
Herder 5: Is er vannacht een kind geboren ?
Herder 1: Ach vannacht straalde helder en klaar

Zowaar een stralende engelenschaar


Herder 2: Eerbiedig en vredig bleef het om ons heen

Toen een engel aan ons verscheen


Herder 3: Wiegen wil ik dit Christuskind

En wensen dat ieder zijn liefde vindt


Herder 4: O wonderschoon was het om aan te horen

Dat ons een goddelijk kind is geboren


Herder 5: Nu is geboren in gindse schuur

Het goddelijke kind zo teer en puur


Herders: Wat zullen wij dat goddelijke kindje schenken ?
Herder 1: Het krijgt van mij wat meel
Herder 2: En van mij een pluk wol
Herder 3: Van mij krijgt het een kruikske melk zoet
Herder 4: En van mij wat honing goed
Herder 5: Ik geef het een wollig lam
Herder 1: Kom geen uur gewacht

En het kind onze gaven gebracht


Allen zingen: ‘De herdertjes lagen bij nachte…..’
(Herders komen met hun schapen bij de stal en kloppen aan)
Herder 2: Goedendag, goede heer

Wij zoeken een goddelijke kind dat pas geboren is ?


Jozef: Kom dan binnen beste herders

Hier is die gij zoekt het goddelijk kind



Verteller: De herders kwamen binnen en deden hun mutsen af. Ze gaven de geschenken aan Maria en Jozef: het meel, de wol, het kruikje melk, de honing en het wollig lam.

Daarna knielden ze bij de kribbe neer.
Jozef: Beste herders, hartelijk bedankt voor jullie gaven
Maria: Lieve herders, dan jullie wel

Jullie schapen zullen vast veel lammetjes krijgen.


Verteller: De herders namen afscheid en gingen vrolijk naar hun kudde terug.
Muziek: ‘Midden in de winternacht…..’

Einde




Deel met je vrienden:


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©tand.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina