Karl Marx Intro



Dovnload 34.64 Kb.
Datum30.04.2018
Grootte34.64 Kb.

Karl Marx
Intro
“The spectre of Marx continues to haunt social thought, even among those who explicitly reject his theories.”
Relatie tussen cultuur (ideeen, betekenisgeving) en economie: wel of geen verhouding van onder- en bovenbouw? (idem voor bvb politiek).
Idee dat maatschappij= conflictueuze arena van belangengroepen/klassen. Vandaag ook: in hoeverre kan je sociale orde wel of niet begrijpen vanuit individuele handelingen? In hoeverre is een zgn humanistische sociale wetenschap mogelijk?
(Alternatief: mensen handelen primair als lid van een belangengroep, als een klasse + sociale ordening is kwestie van macht)
Marx humanist?

 humanisme: refers to the extent to which social theories account for

the organised character of social life in terms of the individual: is social order conceived as constructed out of action? => theoretical assumption, meta-theoretical stance
=> De invloed van Hegel
Basisidee: de geschiedenis geeft rationeel reconstrueerbare ontwikkelingsgang te zien:

1) de drager of het subject hiervan: mensheid > als collectief op weg naar totale vrijheid dankzij totale zelfkennis => volledig zelfbegrip (fase van de Absolute Geest) => teleologie of doelgerichtheid van de geschiedenis, die uitloopt in een “einde van de geschiedenis” eens het doel is bereikt.

 mensheid = idealistisch begrepen = de denkende mensheid, historische ontwikkeling van “de geest” (religie, filo, kunst) die telkens wel worden gezien als collectieve, niet als individuele uitdrukkingen.

2) de ontwikkelingsgang zit vol conflicten + volgt een dialectische



logica van these- antithese- synthese die opnieuw als these een antithese oproept (vgl: logica van debat) => logica van contracties/ opposities.

=> conflict als motor van de geschiedenis en dus ook van de vooruitgang.

 VB ter illustratie: kennis als zintuiglijke indrukken vs achterliggend substraat: geeft synthese van perceptie of waarneming van dingen, maar dingen vs achterliggende essenties en wetten geeft synthese van verstand, via verstand richting zelfbewustzijn, met dan zelfbewustzijn vs zelfbewustzijn => strijd om erkenning, met als synthese geinstitutionaliseerde vormen van erkenning als religie.

Marx over arbeid
Contra idealisme, pro idee van een historische ontwikkeling vd mensheid in de richting van ware vrijheid doorheen een reeks conflicten.
Marx’ materialisme: de essentie van de mens is niet denken maar productieve arbeid => begrepen als creatieve en expressieve praxis die:

- wereldveranderend is => waarbij ook de mens verandert

- de basis voor vrijheid legt: het overwinnen van natuurafhankelijkheden of het rijk van de noodzaak + grondslag voor vrije tijd bij een minimum aan productiviteit

- denken maakt als praktisch bewustzijn deel uit van arbeid VS daarvan losgezongen speculatieve denken


Maar: arbeid is geen individuele maar sociale zaak

=> arbeidsdeling: verhoogt productiviteit, maar 2 negatieve effecten:

1) scheiding tussen praktisch gebonden denken van zij die werken vs speculatief denken van priesters, filosofen… => resultaat: idealisme, of: een denken dat realiteit verkeerd voorsteld (misrepresents) door niet de arbeid maar het denken zelf als bron vd geschiedenis voor te stellen (legitimeert de privileges van de “pure denker”)

2) Scheiding tussen arbeiders vs niet-werkenden die zich een deel van de productie toe-eigenen => degenen die niet werken exploiteren degenen die wel werken


> resulteert in meerdere vormen van vervreemding:

- de scheiding van mensen van hun essentie (= zelfvervreemding)

- vervreemding van de niet-werkende groep van de menselijke essentie

- vervreemding van de arbeidende groep die in onvrije omstandigheden werkt en dus niet de essentie ten volle kan realiseren

> gevolg: vervreemding van beide groepen als totale bevolking vs volledige realisering van de arbeidsessentie doorheen samenwerking.

- vervreemding ten gevolge van misrepresentaties (voorstellingen die doen voorkomen dat andere macht dan arbeid/arbeidende mens de essentie vh leven uitmaakt) => God, “De Geest” (Hegel), eco wetten, … VS Marx’ overtuiging dat de mens zichzelf, de wereld en de maatschappij op een vrije manier kan herscheppen doorheen arbeid


Klasseconflict:
The conflict of interest between owning and labouring classes is, then, a conflict over power and freedom. It must pervade the rest of society’s organisation because the owners wish to protect and preserve their position. For them to realise their own interest requires control not only over the immediate circumstances of economic production, but also over the way the rest of the society is arranged.

Marx’ maatschappijvisie
Uitgangspunt: ieder sociaal conflict wortelt in de oppositie tussen sociale groepen met verschillende economische belangen = materialistische visie op geschiedenis en maatschappij.
Productie: vereist productiemiddelen/krachten (technologie, …) maar die worden ingezet binnen een sociale context van productieverhoudingen (bvb organisatie ve bedrijf met hierarchie, ..) waarbij sommigen de productieverhoudingen controleren omdat ze de productiemiddelen bezitten vs de nietbezitters dei enkel hun arbeid ad bezitters kunnen verkopen

=> 2 klassen


> de concrete productieverhoudingen verwijzen door naar de meer algemene verhouding tussen klassen.
> klassenverhouding gaat de hele maatschappij kleuren => idee van economie als “basis” / “onderbouw” vd samenleving => gaat behalve om productie meer specifiek over sociale organisatie daarvan via klassenverhouding.
Economisch determinist? Als de economie determineert hoe de familie, legale, religieuze en intellectuele voorzieningen van de maatschappij moeten zijn dan drijft de economische basis de geschiedenis van de maatschappij op zich.
> Tussen bezittende en werkende klassen bestaat relatie van conflict want ze hebben tegengestelde belangen => contra/pro exploitatie of uitbuiting => toestand van klassenconflict.
- Das Kapital: klassenconflict wordt economisch onderbouwd via de concepten van gebruikwaarde (nut) en ruilwaarde (marktwaarde) van marktwaarden of zgn commodities (incluis arbeid).
- Alle waarde gaat terug op arbeid => valt samen met gemiddelde noodzakelijke arbeidstijd
- Uitbuiting = meerwaardeproductie => verschil tss waarde vd waren geproduceerd in bvb 8u en waarde van 8u arbeid.
- (Waren)fetisjisme of verdinglijking: vergeten dat alle waarde is geproduceerd door arbeid en ze aan dingen zelf toeschrijven.
Class, economic order and social institutions
De bezittende klasse heeft baat bij de manier waarop gezondheidsvoorzieiningen, educatie en training georganiseerd worden in de maatschappij > deze voorzien de precondities voor de verderzetting van haar eigen positie.

> De eco macht vd bezittende klasse is medeafhankelijk van de opvoeding en scholing vd arbeiders, hun gezondheidsniveau, hun gehoorzaamheid en motivatie => functionalistische redenering


Werkkracht moet niet alleen de capaciteit bezitten om het werk deftig te doen, ook de noodzakelijke mindset en motivatie => positie van de bezittende klasse in het productieproces accepteren, werkers moeten dociel en co-operatief zijn in het systeem…

=> is niet vanzelfsprekend, moet worden gereproduceerd.

> indirecte controle van de staat + denkklimaat of cultuur
> vandaar: de heersende ideeen zijn de ideeen vd heersende klasse => ideologische ideeen

> ideologie = systeem van ideeen dat werkelijkheid systematisch verkeerd voorstelt (= onwaar) omdat het de belangen ve particuliere groep legitimeert (= functionalistische redeneertrant)

> ideologiebegrip illustreert het algemene model van onder-bovenbouw: economie (klassenverhouding) is basis voor functioneren van andere domeinen als kunst, media, …
> Gaat het om een verhouding vd determinatie (in laatste instantie…) of om algemene afhankelijkheden, waarbij de noodwendigheden van de economische basis zorgen voor een algemeen kader van het functioneren voor de bovenbouw?
> Marx benadrukt dat “dé economie” niet op zichzelf staat => gaat om veranderbare sociale relaties

=> althans veranderbaar op sociale manier! Niet door individuen => door klassestrijd

=> alle geschiedenis tot nu toe is geschiedenis van klassestrijd
Marx’ geschiedenisvisie
> in de geschiedenis speelt het dialectisch schema van gedurige opposities of negaties (bvb: aristocratie – burgerij – arbeidersklasse) dat pas dankzij de productiviteit mogelijk gemaakt door het industriekapitalisme in een finale synthese of verzoening kan eindigen.

=> communisme = gemeenschappelijk bezit van productiemiddelen

=> vandaar: cruciale rol proletariaat/arbeidersklasse => valt makkelijker te verenigen door concentratie in fabrieken en steden.
Lenin: wijst later op noodzaak van geschoolde arbeidersklasse die het spontane economisme binnen de arbeidersklasse weet te counteren.
Development of capitalism:

> simplificatie van sociale relaties, concentratie van grootste deel populatie in 2 scherpverdeelde sociale klassen

> intensificatie vd exploitatieve relatie tussen de twee

> resulteert in immiseratie van de geëxploiteerden => wat volgt =


= Marx: meende dat het kapitalisme noodzakelijk ten onder zou gaan omdat toenmende onderlinge concurrentie zou zorgen voor:

> vereenvoudiging van klassenverhoudingen = in tendentie slechts 2 grote klassen



> verscherping van de uitbuiting => relatieve verpaupering van de arbeiderklasse
Conclusie:
Marx is humanist omdat hij begrepen wordt als iemand die Hegeliaanse ideeeen geërfd heeft. (mensen zijn het centrum van geschiedenis en dat geschiedenis het verhaal is van de ontwikkeling van hun essentie (Hegel: mind, Marx: capacity for creative labour)).

Deel met je vrienden:


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©tand.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina