Instituut voor familiale en seksuologische wetenschappen alcohol en grensoverschrijdend seksueel gedrag in het studentenleven



Dovnload 486.42 Kb.
Pagina7/11
Datum20.05.2018
Grootte486.42 Kb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   11

3.2 Alcohol in het studentenleven


Op het gebied van grensoverschrijdend seksueel gedrag bij studenten is er weinig tot geen onderzoek gebeurd in Europa, in vergelijking met de Verenigde Staten. Ook op het gebied van alcoholconsumptie bij studenten, kent Europa nog maar een heel recente onderzoekstraditie, ongeveer een vijf- à zestal jaren (Wicki, Kuntsche, & Gmel, 2010). Wicki et al. (2010) geven ook aan waarom het belangrijk is om onderzoek te doen in Europa en niet het zeer uitgebreide onderzoek van de VS toe te passen op dit deel van de Westerse Wereld. Allereerst is er een beduidend verschil tussen de leeftijd waarop jongeren volgens de wet alcohol mogen consumeren. Zoals reeds aangegeven in hoofdstuk 1, ligt de leeftijd in de VS om alcohol te mogen drinken op 21 jaar. In de Europese landen varieert de legale leeftijd tussen de 16 en 18 jaar (Wicki et al., 2010). Vervolgens geven deze auteurs aan dat uit onderzoeken bij adolescenten naar voor komt dat zowel algemeen alcoholgebruik als ook binge drinking (zie infra) beduidend lager ligt in de VS dan in Europese landen (Langness, Ritcher, & Hurrelmann; Schmid & Nic Gabhainn, vermeld in Wicki et al., 2010). Daaruit volgt dat het mogelijk is dat het alcoholgebruik bij universiteitsstudenten veel hoger zal liggen in Europa dan in de VS (Wicki et al., 2010). Een derde en laatste reden die Wicki et al. (2010) geven voor het onvermogen om Amerikaans onderzoek toe te passen op Europa is het verschil in organisatie van het hoger onderwijs, meer specifiek de universiteiten. Groeperingen zoals de broeder- en zusterschappen (= fraternities en sororities) in de VS zijn in veel mindere mate aanwezig in Europa. Deze verenigingen worden aan de Amerikaanse universiteiten gezien als de “probleemgroepen” waar een alcohol-consumerende cultuur sterk aanwezig is (Wicki et al., 2010). Dit is veel minder het geval aan de Europese universiteiten (Wicki et al., 2010). In navolging van dit gedachtengoed deden Wicki et al. (2010) een meta-analyse van onderzoeken die werden gedaan in Europa over alcohol in het studentenleven. Dit onderzoek wordt in deze masterproef verder aangevuld met Vlaams onderzoek van Rosiers en collega’s (2013).
Wicki et al. (2010) vonden vier patronen terug in verband met de kenmerken van alcoholdrinkende universiteitsstudenten in Europa. Deze vier patronen komen mede terug in het onderzoek van Rosiers et al. (2013). Allereerst kwam tot uiting dat mannelijke studenten meer en ook frequenter alcohol consumeren dan vrouwen (Wicki et al., 2010). Mannelijke studenten deden ook meer aan binge drinking (zie infra; Wicki et al., 2010). Rosiers et al. (2013) toonde aan dat mannelijke studenten inderdaad meer en ook frequenter alcohol consumeerden dan vrouwen, doch dat dit enkel geldt voor bier en sterke dranken. Wanneer het gaat over wijn, waren het de vrouwelijke studenten die meer en frequenter dronken (Rosiers et al., 2013). Ten tweede werd er gekeken naar de motieven om alcohol te drinken. Rosiers et al. (2013) keken naar vier motieven. Sociale motieven (bv. door te drinken wordt het feestje leuker), ‘enhancement’ motieven (bv. drinken om een goed gevoel te krijgen), copingmotieven (bv. drinken om je zorgen te vergeten) en conformiteitsmotieven (bv. drinken om niet buitengesloten te worden). Zowel Wicki et al. (2010) alsook Rosiers et al. (2013) vonden dat studenten voornamelijk sociale motieven hadden om alcohol te drinken. Gevolgd door ‘enhancement’ motieven. Deze ‘enhancement’ of bevorderende motieven die werden gevonden door Wicki et al. (2010) waren enkel van toepassing tijdens sociale aangelegenheden. Vervolgens vonden Wicki et al. (2010) dat Europese studenten, die zelf een hogere mate van alcoholconsumptie hadden, de alcoholinname van hun medestudenten overschatten. Het vierde en laatste patroon heeft betrekking op de huisvesting van de studenten. Amerikaans onderzoek vond eerder al dat studenten die op de campus wonen een hogere alcoholconsumptie en hogere binge drinking frequentie kennen dan studenten die niet op de campus verblijven (Presley, Meilman, & Leichliter, vermeld in Rosiers et al., 2013). Italiaans onderzoek van D’Alessio, Baiocco, & Laghi, vermeld in Rosiers et al. (2013) vond dat onder de niet-thuiswonende studenten er driemaal meer bingedrinkers te vinden zijn dan bij de thuiswonende studenten. Rosiers et al. (2013) vonden zelf dat kotstudenten frequenter alcohol dronken en meer aan binge drinking deden (zie infra) dan hun thuis- of zelfstandig wonende collega’s. De reden die de onderzoekers geven aan dit verschil is het gebrek aan ouderlijke controle (Rosiers et al., 2013). Ook Wicki et al. (2010) vonden dat studenten die leefden op kot, in een minder controlerende situatie en/of zonder familiale verplichtingen, meer en frequenter alcohol dronken en regelmatiger aan binge drinking deden (zie infra).
Binge drinking: alcoholintoxicatie ten top!

Het fenomeen binge drinking is zowel aan alcohol als aan het studentenleven gekoppeld en komt veelvuldig voor bij deze leeftijdscategorie. Binge drinking werd initieel gedefinieerd als drinkgedrag waarbij tijdens één drinkgelegenheid een grote hoeveelheid alcohol wordt gedronken met het doel om snel dronken te worden (Rosiers et al., 2013). Het equivalent dat hieraan werd gegeven kwam neer op minimum vier glazen alcohol voor vrouwen en minimum vijf glazen voor mannen per drinkgelegenheid. Echter, bovenstaande definitie bracht twee problemen met zich mee. Allereerst verschillen de glazen alcohol in volume van land tot land. Het voorbeeld dat Rosiers et al. (2013) geven is dat een glas bier in het Verenigd Koninkrijk 0,57cl bedraagt in tegenstelling tot een glas in België van 0,25cl. Het spreekt voor zich dat er bijgevolg een verschil is tussen het drinken van vier glazen alcohol in het VK dan in België. Het tweede probleem met deze definitie is het gebrek aan concretisering van de drinkaangelegenheid. Er is met name een verschil tussen het drinken van vier glazen alcohol op één uur tijd en het drinken van dezelfde hoeveelheid op vier uren tijd. Bijgevolg moet de definitie voor binge drinking in België worden gespecifieerd. Momenteel wordt binge drinking in België gezien als het drinken van minimum vier standaardglazen alcohol in een tijdspanne van twee uren voor vrouwen en het drinken van minimum zes standaardglazen alcohol in diezelfde tijdspanne voor mannen (VAD, vermeld in Rosiers et al., 2013).



Rosiers et al. (2013) maken melding van onderzoeken over binge drinking in het studentenleven uit de VS, Duitsland, Italië, Frankrijk en Spanje. Cijfers variëren van 16,3% in Frankrijk tot 56,1% in Spanje (Rosiers et al., 2013). Echer, zijn deze cijfers niet vergelijkbaar. Het percentage uit Frankrijk slaat namelijk op het aantal studenten die minimum éénmaal per week aan binge drinking doen. In tegenstelling tot het Spaans onderzoek waarbij het percentage betrekking heeft op het aantal vrouwelijke studenten die in de afgelopen 30 dagen aan binge drinking hadden gedaan. Daarnaast hanteert Spanje ook een ander equivalent van binge drinking, met name mimimum zes glazen alcohol voor vrouwen en mimimum acht glazen voor mannen per gelegenheid (Rosiers et al., 2013). In hun eigen onderzoek vonden Rosiers et al. (2013) dat 15,5% van de Vlaamse studenten maandelijks aan binge drinking deden. De meerderheid daarvan waren mannen, respectievelijk 19,9% versus 11,9% van de vrouwen (Rosiers et al., 2013).
Zoals gezien in 3.1 hangt alcohol sterk samen met seksualiteit en weten we uit deze subalinea dat studenten veel alcohol consumeren. In het volgende zal de verweving van alcohol met seksualiteit bij studenten worden besproken.

3.3 Alcohol en seks in het studentenleven


Patrick en Maggs (2009) zijn gaan kijken of het drinken van alcohol tot seks leidt bij studenten. De onderzoekers keken daarbij ook naar de verwachtingen die studenten hadden over het effect van alcohol op hun seksueel gedrag. De effecten die werden beschreven in 3.1 kwamen terug in de verwachtingen van de studenten. Vrouwelijke studenten als ook de mannen voelden zich meer opgewonden. Ze gingen meer flirten (Patrick & Maggs, 2009). Ondanks de verwachting van Patrick en Maggs (2009) dat het drinken van alcohol zou leiden tot meer seksuele betrekkingen, omwille van de positieve gevolgen die studenten verwachten van het drinken van alcohol op hun seksleven,... werd deze hypothese slechts deels bevestigd. Ze vonden enkel een invloed van alcohol op een toename van orale seks maar niet op een toename van seksuele betrekkingen met penetratie (vaginaal en/of anaal) (Patrick & Maggs, 2009). In hun onderzoek bij eerstejaarsstudenten in een Amerikaanse universiteit, vonden Patrick en Maggs (2009) dat gedurende de meerderheid van de dagen de Amerikaanse student geen alcohol drinkt alsook geen seksuele betrekkingen heeft. Gelukkig....
Naast deze positieve noot vonden ze echter ook dat er een grote rol was weg gelegd voor de verwachtingen, die studenten hebben over hoe alcohol hun seksleven beïnvloedt (Patrick & Maggs, 2009). Studenten die zeer sterk geloofden in een positief effect van alcohol op het bekomen van seksuele betrekkingen, kregen frequenter het deksel op hun neus dan studenten die deze verwachtingen in mindere mate hadden. Sterke verwachtingen over het faciliterende effect van alcohol op seksualiteit leidt tot meer negatieve ervaringen met negatieve gevolgen van alcohol op seks. Een negatief gevolg kan onder andere seksueel geweld zijn.
Grensoverschrijding
De link tussen verwachtingen over de effecten van alcohol en seksueel geweld in het studentenleven werd onderzocht door Messman-Moore et al. (2013). Zij vonden dat het hanteren van positieve verwachtingen over alcohol op seksualiteit bij studenten leidt tot het stellen van risicogedrag (Messman-Moore et al., 2013). Risicogedrag dat op zijn beurt de kans vergroot dat vrouwelijke studenten slachtoffer worden van seksueel geweld, met name verkrachting. Messman-Moore et al. (2013) vonden drie risicogedragingen, zijnde frequent aan binge drinking doen, een ruim aantal seksuele partners hebben (gehad) en ten slotte het stellen van alcoholgefaciliteerd seksueel gedrag. Dit seksueel gedrag betekent dat vrouwen in een alcoholconsumerende context ook hun toestemming kunnen geven voor het hebben van seksuele betrekkingen. Echter, omwille van het alcoholgebruik kunnen de grenzen moeizamer bewaakt worden of zijn ze niet duidelijk in het aangeven van hun grens. Zo gebeurt het dat studentes slachtoffer worden van een verkrachting, nadat ze eerder toestemming hebben gegeven (Messman-Moore et al., 2009). Ook binge drinking is een mediërende factor tussen verwachtingen over alcohol en het risico om slachtoffer te worden van seksueel geweld. Zoals eerder aangegeven komt binge drinking veel voor in het studentenleven (Rosiers et al., 2013). Meer nog, Mouilso, Fischer en Calhoun (2012) vonden in hun onderzoek dat binge drinking een rechtsstreekse factor was voor seksuele victimisatie.
Ter conclusie kan het studentenleven worden gezien vanuit de alom bekende metafoor: “Sex, Drugs and Rock & Roll”. Studenten gaan sneller risicovol seksueel gedrag stellen wanneer ze onder invloed zijn van alcohol. Deze alcoholconsumptie vindt voornamelijk plaats tijdens sociale aangelegenheden, zoals feestjes, op café of in de studentenvereninigen. Grenzen stellen en het bewaken van deze grenzen wordt bemoeilijkt door overdadig alcoholgebruik.



Deel met je vrienden:
1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   11


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©tand.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina