Inleiding op de studie van de Europese cultuur en literatuur: na 1800



Dovnload 0.75 Mb.
Pagina6/6
Datum28.04.2018
Grootte0.75 Mb.
1   2   3   4   5   6

Romantiek in literatuur

  1. Literairsociologische kenmerken

    1. Persoonlijke poëticale reflectie


Poëtica’s verdwijnen naar de achtergrond, want de romantiek heeft afkeer tegen universele regels. Hierdoor ontstaan er eigen “poëtica’s” met de grondgedachte: hier doe ik dit.

Ook ontstaan er individuele manifesten. Dan moeten we vooral denken aan inleidingen bijvoorbeeld de inleiding van Wordsworths Lyrical Ballads waar de sleutelwoorden emotie en spontaniteit zijn. Ook Victor Hugo’s inleiding op Cromwell kan hieronder geplaatst worden.


        1. Creatio


Creatio is het doorbreken van bestaande literaire normen en vormt het uitgangspunt van de eerste generatie romantici. Emotion recollected in tranquillity van Wordsworth en Coleridge heeft een dubbele zijde:

  • Gevoel aangesproken, eerste emotionele oproep

  • Lucide manier waarop de gevoelens neergeschreven worden

Hieruit blijkt dat romantische auteurs geen zielige figuren zijn.

Het accent van de romantische poëzie ligt op de emotie en niet op de kunstelde vorm. De tweede uitgave van de Lyrical Ballads was succesvol wat in sterk contrast staat met de eerste waar slechts enkele honderden exemplaren van zijn verkocht.



The Lyrical Ballads zijn typisch romantisch. Lyrical verwijst naar het weergeven van emoties wat dé nieuwe gedachte is in de romantiek en tevens de breuk met de achttiende eeuw vormt. Ballads verwijst naar het volkslied dat tot dan niet gezien werd als een literaire kwaliteit. Toch schrijven romantici dit genre. Ze vinden het de meest bescheiden en uitgebreide vorm. De ballade kent een Duitse tegenhanger: dat Lied.
        1. Genie-cultus


De genie-cultus haakt terug op hoe men de kunstenaar zag in de oudheid en de renaissance. De kunstenaar is dus geen vakman maar een ziener.

Voorbeeld: Lord Byron (alias George Gordon) die de Byronic hero schept. Deze byronic hero geeft weerstand tegen elke regel (continuïteit met sturm und drang), is vaak cynisch en emotioneel. Ook heeft dit soort karakter een zelfbeeld dat spot met “heilige huisjes”. Ze zijn vaak immoreel en flirten met de dood. De byronic hero hangt vaak ook samen met een eenzaamheidscultus dat refereert aan de eenzame bohemien.


    1. Thema’s

      1. Subjectivisme


Het subjectivisme is in drie kleinere thema’s onder te verdelen:

  • Sehnsucht
    Het onbestemd verlangen naar de ideale wereld.

  • Weltschmerz
    Het smartelijk gevoel van machteloosheid, pessimisme.

  • Spleen
    Het gevoel van gekweldheid en zwaarmoedigheid. Hangt samen met verveling (cf. Leopardi: verveling is wat de mens maakt en opent de weg naar het verhevene). (Voobeelden: blz. 117, 124)
      1. Natuur


Een groot thema in de romantiek is de natuur. Het gaat dan om de wilde, woeste en de niet gecultiveerde natuur. Voorbeelden vinden we onder andere in Rousseaus Le bon sauvage dat tegen de gecultiveerde natuur is. Deze vorm van natuur is ook te zien in de schilderkunst en de muziek (Ma vlast: Die Moldau, Smetana).

Het is belangrijk om te beseffen dat de romantiek de natuurbeschrijvingen niet uitvindt. De natuur is al aanwezig vanaf de antiek Griekse periode. Echter wordt vanaf de vroeg negentiende eeuw de natuur als iets transcendents weergegeven.

Een ander voorbeeld is Burkes Philosophical Inquiry into the origin of our ideas of the sublime an the beautiful uit 1757. In dit werk wordt plezier gemixt met angst. “Sublime” krijgt ook vanaf dan een nieuwe betekenis; namelijk het idee van sublieme schoonheid waarbij wij als mens ons klein en nietig voelen. (Cf. Chateaubriand: zie handboek p. 84-85.)

In de romantiek zien we dus de intrede van de transcendentie van de natuur. Dit is goed te zien in Keats Ode to a nightingale. Een ander voorbeeld is Leopordi’s L’infinito (Hb. 118) dat onmiddellijk verwijst naar dit transcendente gegeven van de natuur.



De romantiek zoekt dus het abstracte principe achter het reële. Hierdoor ontstaat er als het ware een platorevival; alles is een afspiegeling (Cf. De allegorie van de Grot).
      1. De Nacht


Dit thema is nauw verbonden met het romantische thema de natuur. Het wordt vaak ook als tegenpool van de verlichting gezien.

De verlichting = rede = dag.

De romantiek = emotie = nacht.
De romantiek valoriseert de nacht. Waarom?


  • Dit betekent niet dat de rede overboord gegooid wordt.

  • Romantiek zegt dat je sommige dingen beter aangevoeld dan waargenomen kunnen worden. Dus naast een verstandelijk bevatten heb je de intuïtie. (NIET GELIJK AAN SENTIMENTALITEIT!)

    • De dichter ziet zichzelf als een “aeolische harp”. Hij voelt aan doormiddel van zijn ziel. De dichter ziet zichzelf als “fijnbesnaard”.

      • Coleridge – Aeolian Harp – In plaats met rede te vatten, voelt hij iets aan.

      • Shelley – Ode to a Skylark4 – Vogel is opnieuw een vergeestelijking. (Cf. Keats Ode to a nightingale)

Nacht en natuur zijn plekken waarop je transcendentie kan ervaren, aldus de romantici. Het zijn de plekken waar je contact kunt maken met het bovennatuurlijke. (Cf. geestenthema)


      1. Wanderer-thema


De “Wanderer”, dus wandelaar, is meestal een jongeman die zich terugtrekt uit het alledaagse, banale bestaan en zonder doel de wijde wereld intrekt op zoek naar geluk. Dit vindt hij helaas nooit. Vaak zijn het gekwelde dichters die over dit thema schrijven.

  • Lord Byrons Childe Harold’s Pilgrimage (1812-1818)

    • Byronic hero

  • Romantisch dromen over verre landen:

    • Chateaubriands René (1805)

    • Bernardin de Saint-Pierre’s Paul et Virginie (1787)
      1. Vlucht in het verleden


Een goed voorbeeld van dit thema is de auteur Zjoekovski (Hb 119). De romantici hebben de neiging om het verleden te verheerlijken. Ze zoeken naar de wortels van de eigen nationale cultuur. Hierdoor ontstaan de volkssprookjes van de gebroeders Grimm en de cultuursprookjes van Andersen. Mme de Staël breekt een lans voor de Duitse cultuur door Duitsland als voorbeeld van de romantiek te stellen.
        1. De historische roman


Met dit thema is het ontstaan van de historische roman onlosmakelijk verbonden. De historische roman kan dus als een kind van zijn tijd worden gezien. Het is een roman over het volk, over de nationaliteit. Het is dus duidelijk dat de literatuur per natie bestudeerd wordt. De legitimatie gebeurde eerst via een goddelijke instantie met dit verschuift zich door de volkssoeverniteit. De legimitatie komt dus via het gezag, via het volk.

Een ander belangrijk punt dat met de historische roman samenhangt, is dat het volk samenhorig moet zijn. Het volk moet zich “het volk” voelen. Hierdoor identificeert het zich aan de natiestaat en heeft het nood aan symbolen (nationale volksvlak, volkslied, taal!). De taal wordt steeds belangrijker, want het vormt het communicatiemiddel tussen volk en staat.

Er ontstaat een nieuwe eenheid: één staat – één natie – één taal – één literatuur. De literatuur krijgt dus een belangrijke rol toegewezen om de natie vorm te geven. Hierdoor komt de literatuur los te zijn van de kerk en de staat. (Relatieve autonomie!) Vanuit deze nieuwe eenheid gaan schrijvers schrijven over de natie.

Waverly (1814) van Walter Scott geldt als de eerste historische roman. Dit werk heeft grote invloed op andere literaturen gekend (o.a. Victor Hugo Notre-Dame de Paris).

Over het algemeen kan men zeggen dat de historische roman de natie prestige geeft.



        1. België als natiestaat in 1830


Ontstaan van een nieuw stramien. Een liberale staat.

Probleem: twee volkeren, twee talen. Er moet dus een nationale literatuur in twee talen komen.



  • Hendrik Conscience Leeuw v. Vlaanderen

    • Wordt als het exponent van de Vlaamse Nationalisten gezien. Dat wilde Conscience zelf niet!

Er zijn twee taalsporen: Nederlands en Frans. Uiteindelijk zal het Franstalige spoor gevolgd worden en ontstaat er een Franstalige literatuur met Vlaamse interpretatie. M.a.w. Literatuur in het Frans met Vlaanderen als moeder. Een goed voorbeeld van dit spoor is Charles de Costers Legende d’Ulenspiegel.
        1. Idealisering van de Middeleeuwen


De Middeleeuwen wordt als de bakermat van Europa gezien. Inde Middeleeuwen is er een eenheid in Europa. De romantiek heeft heimwee naar deze eenheid, dus deze periode.

Voorbeelden:



  • Novalis

  • Chateaubriand
      1. Het irrationele


Dit thema verwijst naar de Sturm un Drang. Het gaat om de bevrijding van het individu. Dit wordt gedaan door het zich uitleven in een gevoelswereld die vol met drifen en instincten zit. (Cf. Shelley, Prometheus Unbound, 1818-19)

Ook het motief van de droom is belangrijk. Een goed voorbeeld hiervan is Wordsworths The Truth of imagination. De droom geeft onmiddellijk toegang. Dromen leiden tot de ware kennis van en ontsluieren het mystieke van de dingen.

Een ander voorbeeld is Heinrich von Ofterdingen van Novalis. Hierin zitten drie dromen waarvan twee over de blauwe bloem, het symbool van de liefde, de poëzie en de droom, en één over de dood van zijn geliefde. Heinrich von Ofterdingen zelf kan ook als een lange dagdroom rond de blauwe bloem gezien worden.

Novalis is heel jong gestorven en is een belangrijk voor de romantiek. Heine zegt over Novalis dat Novalis het type beeld van de wereldvreemde dichter schetst en dat de vroege dood die hij kende, zijn innigste wens was.

Novalis als dichter van de blauwe blom is het symbool van de Duitse romantiek. Heinrich von Ofterdingen is dus een zwaar romantisch werk door de filosofische reflectie die erin verweven zit. Filosofie is bepalend voor de literatuur van Novalis. Hij zei ook dat waar de filosofie ophoudt, de poëzie moet beginnen. M.a.w. volgens Novalis helpt de poëzie om de wereld te veranderen. Hij ziet de dichter als de hoogste graad van denker met als apotheose de poëzie. Heinrich von Ofterdingen is niet alleen een bildungsroman, maar ook een roman over het inwerking zetten van de poëzie.

      1. Romantische zelfspot


Dit thema hangt samen met het escapisme, de vlucht in een andere wereld. Echter is deze vlucht zelfbedrog en een schijnoplossing. Dit is nauw verbonden met de pijnlijke ironie: onmacht om aan de concrete werkelijkheid zin te geven.

Cf. Heinrich Heine (Hb. 80)


    1. Formele kenmerken

      1. Originaliteit


  • Vorm
    Authentiek aan de inhoud. Strakke metrische schema’s in de poëzie laat men wegvallen, want vrijheid is zeer belangrijk. Hierdoor duiken nieuwe vormen op.

  • Stilistische eenvoud:
    Informele dichtkunst, de toon en het ritme van de conversatie. Cf. Coleridge.
    1. Uitstapje naar de muziek (ex cursus)


De periodisering van de romantiek in de muziek loopt niet gelijk met die van de romantiek. Opvallen in de romantiek is de strijd tussen twee groepen, namelijk de aanhangers van Brahms (conservatief) en de aanhangers van Bruckner (progressief). Zo wijst Brahms Hans Rott af om een staatsbeurs te krijgen. Hans Rott kreeg veel waardering van Bruckner.
    1. Personenlijst


1766 – 1817 Mme de Staël

1768 – 1848 Fr. de Chateaubriand

1770 – 1850 Wordsworth

1771 – 1832 Walter Scott

1772 – 1834 Coleridge

1772 – 1801 Novalis

1772 – 1829 Friedrich Schlegel

1783 – 1852 Zjoekovski

1785 – 1873 Manzoni

1788 – 1824 Byron

1792 – 1822 Shelley

1795 – 1821 Keats

1797 – 1856 Heinrich Heine

1790 – 1869 Alphonse de Lamartine

1798 – 1837 Leopardi

1799 – 1837 Poesjkin

1802 – 1885 Victor Hugo

1803 – 1870 Alexandre Dumas

1808 – 1855 Gérard de Nerval

    1. Werkenlijst


1798 Lyrical Ballads – Wordsworth & Coleridge

1799 Die Christenheit oder Europa – Novalis

1802 Génie du christianisme – Chateaubriand

1802 Heinrich von Ofterdingen – Novalis

1805 René – Fr. de Chateaubriand

1810 De l’Allemagne – Mme de Staël

1812-18 Childe Harold’s Pilgrimage - Byron

1814 Waverley - Coleridge

1827 Buch der Lieder – Heinrich Heine

1830 Jevgeni Onegin – Poesjkin

1831 Notre-Dame de Paris – Victor Hugo

1844 Les trois mousquetaires – Alexandre Dumas

1844-46 Le Comte de Monte-Cristo – Alexandre Dumas

1848 Mémoires d’outre-tombe – Fr. de Chateaubriand

1854 Les filles du feu – Gérard de Nerval

1855 Aurelia ou le rêve et la vie – Gérard de Nerval

1856 Les contemplations – Victor Hugo

1862 Les misérables – Victor Hugo


    1. Leeslijst


  • Literaire Verbeelding 2, Rita Ghesquière, blok 2.

  • Fragmenten uit de “Ode to a nightingale”, Keats (Toledo)

  • Heinrich von Ofterdingen, Novalis (Toledo)




1 De mythe is gemakkelijk terug te vinden op het WWW. Google dus even als je het verhaal wilt lezen.

2 Actueel: de mythe van Europa werd ook al een paar keer als (zeer) klein argument aangehaald voor de reden waarom Griekenland niet uit de Europese unie mag verdwijnen.

3 In de les gebruikte de professor de metafoor van het suikerklontje. De romantiek is gelijk aan het klontje dat wel oplost in de koffie, dus verdwijnt, maar de koffie zal wel altijd zoet blijven.

4 Zie powerpoint


Deel met je vrienden:
1   2   3   4   5   6


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©tand.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina