Inleiding op de studie van de Europese cultuur en literatuur: na 1800



Dovnload 0.75 Mb.
Pagina5/6
Datum28.04.2018
Grootte0.75 Mb.
1   2   3   4   5   6
huomo universalis was. Naast zijn literaire bezigheden, was Goethe ook belangrijk voor de analyse van de kunst waarbij hij de Anshau, de waarneming, als belangrijk principe zag.

Goethe was vaak ook op wetenschappelijk vlak bezig. Hij was de bestuurder van de universiteit van Jena. Goethe was ook de ontdekker van het tussenkaakbeen van de mens en ging in polymiek tegen Newton met zijn Zur Farbenlehre.

Johann Peter Eckermann heeft een boek gepubliceerd dat Gespräche mit Goethe heet. Dit werk is belangrijk wat de wereldliteratuur betreft. De wereldliteratuur werd gezien als iets dat alle vormen van mediëring tussen de literaturen van verschillende naties omvatte. Ook had het als taak om alle middelen om kennis van en liefde voor de literatuur van andere volkeren te vergaren. Tot slot had het ook een functie in de zin van een bekommernis om de buitenlandse receptie van de eigen literatuur. Met andere woorden: er alles aan doen dat eigen nationale literatuur elders goed ontvangen zou worden.

Onder nationale literatuur moeten we één literatuur van één natie in één taal begrijpen. Dit is een jong concept dat aan het begin van de 19de eeuw ontstaat.


Goethe heeft verschillende periodes gekend, lees en leer het handboek hiervoor grondig. Als algemene opmerking kan wel aangehaald worden dat Goethe een schoolvoorbeeld is van dat ook in het leven van één schrijver een grootschalige evolutie mogelijk is.
      1. Wandrers Nachtlied


(Tekst: zie handboek of powerpoint)

Wandrers Nachtlied is mysterieus. Zelfs als het heel rustig gelezen wordt, slaagt het er in om een rusteloos gevoel op te wekken. Het is Erlebnislyriek. Het gaat dus om poëzie die ontstaat vanuit de persoonlijke ervaring. Het verhaal gaat dat Goethe dit gedicht op de wand van een blokhut in Ilmenau heeft geschreven.

Wandrers Nachtlied is een kort, eenvoudig gedicht met een duidelijke structuur. Het schetst een driedelig natuurbeeld die in een vertikale ordening zijn geplaatst. (Bergtoppen -> Boomtoppen -> Onder in het woud bij de wandelaar)

Het gedicht bevat een lijn van de anorganische wereld naar de organische wereld naar de psyche.



Wandrers Nachtlied leefde snel door en staat synoniem met de Duitse identiteit. Het werd ook vaak de aanzet van Liederen, waaronder een lied van de vroeg-romantische componist Franz Peter Schubert die een nauwe samenhang tussen tekst en muziek weet te creëren.


Stijl:

  • Klassiek rijmschema: ababcddc

  • Metrum (zie ppt. waar de klemtonen zitten.)

  • Vocalen van “licht” naar “donker”. (Zie ppt.)

Goethes Wandrers Nachtlies is een kort en eenvoudig gedicht dat een refereert aan de dood. Het is Erlebnislyriek. Het gedicht leeft op vele manieren door, onder andere in een satire van Bertold Brecht. Wandrers Nachtlied werd ook als satire gebruikt in de film Valkyrie over een aanslag op Hitler.


      1. Die Leiden des jungen Werthers (1744)


Die Leiden des jungen Werthers is een briefroman met maar een personage. Het is dus een monologische briefroman. De roman oogstte veel succes in de tweede helft van de achttiende eeuw. De briefroman helpt mee om het nieuwe genre van de roman succesvol te maken. Dit succes heeft waarschijnlijk verband met het ontbreken van afstand tussen wat er gebeurt en het neergeschrevene. Ook is er geen mediatie door een verteller.
Enkele belangrijke zaken:

  • Een overgevoelige, burgerlijke jongeman met de onmogelijkheid een plaats te vinden in de maatschappij. (Typisch thema sturm und drang!)

  • Zelfdoding van een jonge man omwille van een mislukte liefde

  • Autobiografisch: Goethes mislukte liefde met Charlotte Buff.

Deze laatste twee punten zorgen voor een dubbele aanleiding die leidt tot een belangrijke evolutie. Namelijk: het dagelijkse leven komt de literatuur binnen en door het autobiografische karakter wordt het boek succesvol.


Wertherfieber

Mannen gaan gekleed als Werther. Negatiever is de golf van zelfmoorden die kort na de publicatie van het boek volgden. Dit leidde tot een tweede versie. Toen was Goethe beland in zijn Weimarer Klassiek periode. Hij doet een aantal aanpassingen.



  • Neurose van Werther wordt benaderd. Goethe distantieert zich niet alleen, maar gaat ook de zelfmoord tegen.

Goethe zelf is een romantische persoonlijkheid en analyseert zijn eigen gevoelens (misschien zelfs op een ziekelijke manier). Ook dit feit versterkt het autobiografische karakter van het werk.

Werther leeft in relatie met de natuur. Wanneer hij ongelukkig is verschijnen er donkere wolken aan de hemel.

Ook verdedigt Goethe het zelfbeschikkingsrecht, in extremen: zelfmoord. Dit laatste probeert hij wel tegen te gaan.


        1. Analyse


De roman is niet strak gestructureerd. Er is een afwisseling tussen lange en korte brieven. Ook zijn er afwijkingen in de data. Namelijk: soms dag na dag, soms veel dagen ertussen. Dit is geen toeval, maar een bewuste keuze van Goethe.

Die Leiden des jungen Werther is een goed voorbeeld van writing to the moment. Hierdoor slaagt Goethe erin om zich perfect aan te passen aan de gevoelens. Op het einde wordt dit wel doorbroken doordat de uitgever het woord overneemt. Immers kan Werther zijn eigen zelfmoord natuurlijk niet beschrijven.

Het werk bevat ook enkele microstilistische aspecten. Hierin gaat Goethe zeer ver. Ze dragen allemaal bij tot spontane gevoelens. Het lijkt ongekunsteld, maar dat is het zeker niet! Enkele voorbeelden van deze aspecten zijn:



  • Afgebroken zinnen

  • Heel veel uitroeptekens

  • Gedachtenstreepjes

  • Heel veel herhaling; hij schrijf zoals zijn gedachten meanderen.

  • Veel vragen.
    1. Satire


Een satire is een Romeins dichtgenre waarbij men de zwakheden van een persoon of maatschappij worden gehekeld. De grondlegger van dit genre is Lucilius.

De Satire is moraliserend en is tot aan de verlichting hoofdzakelijk conservatief getint. In de verlichting is er dan een omslag waarna de accenten van de satire vaak progressief van karakter zijn. Bij deze verandering krijgt de satiricus een dilemma. Hoe gaat hij de oppositie afschilderen?



  • Als dom, dus de oppositie weet niet beter.

  • Of als slecht, dus verwerpelijk.


Bertold Brecht
Berteld brecht is een dramaturg, dichter en essayist. In 1939 verliet hij Duitsland en ging hij naar Amerika. In 1948 keerde hij terug. Meer bepaald in Oost-Duitsland waar op dat moment het communistische systeem gehanteerd wordt. Brecht is in dit college besproken betreft zijn satire Liturgie vom Hauch.
Voorbeelden:

  • Gullivers travels

  • Candide

  • Liturgie vom Hauch
      1. Liturgie vom hauch – Bertold Brecht


De meest creatieve satire slaagt erin om de censuur te omzeilen. Dat is waarin Liturgie vom Hauch in slaagt. Het is geschreven in de twintigste eeuw omdat Wandrers Nachtlied zeer populair was. Brecht vond dat we te veel de rust gewoon zijn geworden en reageert hierop.
        1. Analyse


“Liturgie” verwijst naar een heel strikte structuur. Echter is de satire antilyrisch en doorbreekt het medatieve structuren. Het is belangrijk om te beseffen dat in het oorspronkelijke gedicht elke versregel genummerd was. Ook is elke versregel een hoofdzin.

Het rijm volgt de klassieke regels, maar dit wordt in de laatste strofe doorbroken.

Ook is deze satire een mengeling van stijlen. Meer bepaald de poëtische taal en de orale stijl. Dit verwijst eigenlijk naar de volkse ballade, een kunstvorm die in de romantiek ontstaat.

    1. Personenlijst


1730 – 1808 Melchiore Cesarotti

1749 – 1832 Goethe

1749 – 1803 Vittorio Alfieri

1757 – 1827 William Blake

1759 – 1805 Schiller

1763 – 1825 Jean Paul

1770 – 1843 Hölderlin

    1. Werkenlijst


1751 – 1772 Encyclopédie

1756 – 1758 Julie ou la nouvelle Héloïse – Rousseau

1759 Conjectures on Original Composition – Young

1759 Candide – Voltaire

1761 Du contract social –Rousseau

1762 Emile – Rousseau

1765 – 1770 Confessions (Rousseau)

1766 Geschichte des Agathons – Wieland

1969 Fragmente über die neuere deutsche Literatur – Herder

1771 Götz von Berlichtingen – Goethe

1772 – 1832 Faust – Goethe

1774 Die Leiden des jungen Werthers – Goethe

1779 – 1787 Iphigenie auf Tauris – Goethe

1781 Die Räuber – Schiller

1791 The Rights of Man – Tom Paine

1792 A Vindication of the Rights of Women – Mary Wollstonecraft

1793 Über die ästhetische Erziehung des Menschen

1801 Maria Stuart – Schiller

1804 Wilhelm Tell - Schiller

    1. Leeslijst


  • Literaire Verbeelding 2, Rita Ghesquière, Blok 1.

  • Wandrers Nachtlied (Literaire Verbeelding 2 bladzijden 33-34)

  • Liturgie vom Hauch (toledo)

  • Die Leben des jungen Werther (toledo)
  1. Romantiek

    1. Inleiding


Romantiek is een cultuurbeweging die ontstaat aan het einde van de achttiende eeuw en dan gedurende de hele negentiende eeuw op verschillende plaatsen de belangrijkste stroming wordt. Hierdoor is het duidelijk dat de romantiek zich snel verspreidde in Europa. Het is een culturele beweging, want het gaat niet enkel de literatuur aan.

Als we de romantiek in een periodisch kader moeten plaatsen zouden we het laten beginnen in 1795-1800 in Engeland en Duitsland. We moeten wel beseffen dat deze romantische auteurs zichzelf niet als romantisch zagen. Hoewel, zoals al gezegd, de romantiek een vlotte verspreiding kende, breekt deze stroming niet meteen door in andere landen. Frankrijk bijvoorbeeld waar dit pas gebeurt na de dood van Napoleon in 1815.

Het einde van de romantiek voor Engeland en Duitsland is tussen 1825-30. Echter waren er wel naweeën. Deze “einddatum” hangt samen met de dood van romantische dichters als Keats; Byron en Shelly. De romantiek in de rest van Europa begint niet alleen later; ze eindigt ook later. Hierdoor kunnen we zeggen dat de romantiek in Europa zowat de hele negentiende eeuw behelst.3

De manier waarop vernieuwing wordt verklaart, is heel anders in de romantiek dan in de voorgaande periode. Schrijvers uit de verlichting dachten dat vernieuwing zich uitte als een continue ontwikkeling. Auteurs uit de romantiek denken hier heel anders over; vernieuwing uit zich in tegenstellingen. M.a.w. de romantiek verwerpt – in de kunst – de vroegere generatie en grijpt naar de filosofie, en meer bepaald de Hegeliaanse dialectiek: these – antithese = synthese

Het is belangrijk om te beseffen dat de romantiek niet alleen brak met de verlichting, maar dat er toch een zekere vorm van continuïteit was op de overgang van de achttiende naar negentiende eeuw. Zo werden de kritische rede (verlichting) en het emotionele (pre-romantiek) sterk benadrukt.
De term “romantiek” is op zichzelf ook een probleem. Men dient te beseffen dat “romantiek” een zeer breed en tijdloos begrip is dat niet alleen in context wordt gebracht met deze stroming. Ook suggereert dit dat alle auteurs uit deze periode romantische zielen waren. Dit is niet zo! Er werden namelijk ook droge, abstracte geschriften met vaak filosofische vraagstukken geschreven.

Romantiek komt van het woord “romance” dat op zijn beurt naar “romanice” verwijst. Romanice is een literatuur die niet in het Latijn geschreven is. Een Romance is een volkslied, vaak gaat het over een vertelling over ridders in de volkstaal.

De auteurs uit deze periode zelf verkiezen het woord romanesque wat in oppositie gaat met pittoresk. Men wil dus van het “schilderachtige” vanaf en wilt liever een scène als in een roman voorstellen.

Het is belangrijk te beseffen dat we de termen romantisch, romantiek niet essentieel vatten en dat deze zelfs afhankelijk van het werk doelt op andere accenten of zelfs een geheel andere betekenis krijgt.


    1. Cultuurhistorische context in de negentiende eeuw

      1. Industriële revolutie


Tijdens de industriële revolutie kan men Engeland als het economische centrum van de wereld zien. De revolutie zorgt voor een massaopeenvolging en zorgt dat de burgerij de sterk uitgesproken polariteit krijgt. Immers komt het kapitaal niet meer van de adel maar van de bourgeoisie.

De duidelijke hiërarchie (adel = topklasse) wordt hierdoor doorbroken. Dit is relatief en gebeurt niet overal tegelijkertijd en even snel.


      1. Culturele gevolgen


  • Individualisme (cf. liberalisme): vrije handel is vanaf de industriële revolutie mogelijk.

  • Pessimistisch fatalisme: men probeert de wereld zijn betovering (tevergeefs?) terug te geven.

  • Ideaal van kritische rationaliteit: ontstaat al tijdens de romantiek, maar zal uiteindelijk vooral in het realisme tot zelfs het naturalisme een grote invloed hebben.

  • Ondergangsstemming: de wereld wordt als een kille wereld gezien. Dit verwijst naar het symbolisme (later het decantisme). Ook refereert het aan Nietzsche en Schoppenhauer.
    1. Kunstsociologische situatie in de negentiende eeuw

      1. Autonomie van de kunstenaar


Het ontstaan van het kapitalisme zorgt voor het ontstaan van een groter publiek dat kunst consumeert. Ook zorgt het ervoor dat politiek, religie, economie en kunst zich autonoom tegenover elkaar opstellen. Ieder “veld” gaat zich dus onderscheiden van elk ander en gaat zichzelf definiëren. Voor de negentiende eeuw was dit anders. Kunst stond altijd in dienst van een religieuze of politieke mecenas.

We zien dat van de negentiende eeuw de “velden” economie en kunst zich recht tegenover elkaar plaatsen.

Ook nu is dit nog het geval! Commerciële televisie wordt vaak aanzien als slechte televisie. Bestsellers worden niet impliciet gelijkgesteld aan de beste literatuur.


De kunstenaar wordt autonoom. Dit wil zeggen dat hij niet meer in dienst staat van de kerk en/of staat. Het gaat hier wel om relatieve autonomie! Immers schrijft de kunstenaar voor het publiek en zal dus proberen de verwachtingen van dit publiek in te lossen.

De kunstenaar trekt zich uit de wereld terug en wordt dandy, snob of bohemien.


      1. Kunst als oppositie


  • Realistische literatuur zorgt voor normdoorbreking.

  • Esthetische oppositie

De meest radicale vorm is l’art pour l’art (kunst om de kunst). De kunst gaat zich dus volledig terugtrekken uit de wereld. Of poogt dit alleszins.


    1. Deel met je vrienden:
1   2   3   4   5   6


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©tand.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina