Ik ben een illusie



Dovnload 126.37 Kb.
Datum03.06.2018
Grootte126.37 Kb.

1: Daniel Dennett: "ik ben een illusie"
≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈
Descartes' stelling "Ik denk, dus ik ben" is waarschijnlijk de bekendste one-liner uit de geschiedenis van de filosofie

maar wat ben ik dan? een mens... maar wat is de mens? volgens Descartes een denkend ding (res cogitans)

vele filosofen, antropologen, psychologen, sociologen, en biologen hebben dit genuanceerd of bestreden

we gaan het de komende 6 weken hebben over wat dat "ik" is waarmee we onszelf aanduiden

het merendeel van de colleges gaan over de philosophy of mind: de verhouding geest (mind) - hersenen (brain)

de laatste colleges focussen op de biologische en sociaal-maatschappelijke context waarbinnen dat "ik" functioneert


enkelen zullen het boek van de neuroloog Dick Swaab hebben gelezen

neurologen als Dick Swaab zijn niet altijd even bekwaam in de philosophy of mind

dat blijkt al uit de titel van zijn boek: "wij zijn ons brein"

daar valt veel over te zeggen, maar laten we beginnen met het voor de hand liggendste: reductionisme

"wij" worden door Swaab gereduceerd tot "ons brein"... hoe hij dit ook precies bedoelt,

het is in ieder geval een reactie op het dualisme (dat de geschiedenis van de filosofie grotendeels heeft bepaald):

geest-lichaam, bewustzijn-hersenen, kennis-werkelijkheid, vorm-materie, abstract-concreet, universeel-contingent, etc.
het mind-brain dualisme uit zich in een veelheid aan opvattingen / stromingen die elkaar te vuur en te zwaard bestrijden:

dualisme, pan-psychisme, psycho-fysisch parallelisme, interactionisme, epi-fenomenalisme, fysicalisme, emergentisme, functionalisme, behaviourisme, eliminatief materialisme, connectionisme, etc.

zo leidt het dualisme vaak tot een polemiek, die een constructieve inhoudelijke discussie in de weg staat

ten 1e heeft dit te maken met een theorethisch probleem: hoe verhoudt geest zich tot de wetenschappelijke werkelijkheid?

ten 2e is er een praktisch probleem: leidt een reductie van "geest" tot "hersenfuncties" (natuur-wetenschap) niet tot:

- goddeloosheid / atheïsme

- normloosheid / moreel relativisme

- onttovering van de wereld / cynisme

- relativering van het mens-zijn

hebben mensenrechten, kunst, liefde, kennis, gevoel, intenties, nog betekenis in een tot natuur gereduceerde wereld?
behalve ideeën over de geest / ziel, speelt ook taal hierin een belangrijke rol

Nietzsche stelde dat Descartes' "ik denk dus ik ben" gesuggereerd wordt door de taal,

net zo als in "de danser danst de dans"; is er natuurlijk geen sprake van 3 reële entiteiten

onze taal suggereert het bestaan van "dingen" die wetenschappelijk gezien helemaal niet bestaan

eenhoorns, kabouters (en in onze geseculariseerde cultuur ook vaak God) worden verwezen naar het rijk der fabelen

maar hoe zit het met getallen, mensenrechten, liefde, hypotheken, en bewustzijn?

volgens sommige filosofen bestaan deze zaken evenmin als eenhoorns, kabouters en God; zijn het slechts woorden

de geschiedenis van de filosofie wordt daarom ook wel geduid als één grote discussie tussen realisten en nominalisten 1
waar het op neerkomt is de vraag: hoe is het subjectieve bewustzijn te vatten in een natuur-wetenschappelijk model?

wat kunnen we met de ervaring van pijn, behalve het reduceren tot een theorie over zenuwen, synapsen en neuronen?

komen we terug op reductionisme: wetenschap (en filosofie) zijn in essentie altijd reductionistisch

het ontstaan van filosofie in Griekenland rond de 6e eeuw v.Chr. betekent verwerping van de poly-theistische mythologie

men wilde de werkelijkheid verklaren vanuit één idee, één model, één basis-principe (reductionisme)

ten 1e door rationeel denken (theorie-vorming), ten 2e door waarneming (empirie)

al ten tijde van de pre-socraten (vóór Socrates / Plato) tekenden zich 2 benaderingen af: natuur-filosofie en rationalisme

de natuur-filosofie ging uit van waarneming (empirie) en inductie, de rationalisten van de ratio (logica en taal) en deductie

middels Pythagoras, Plato en het christendom heeft het rationalisme bijna 2000 jaar lang de boventoon gevoerd
na de middeleeuwen zorgde (o.a.) een her-orientatie op de Grieken voor een (de) wetenschappelijke revolutie:

- rationele theorievorming gebaseerd op kwantitatieve gegevens en wiskundige modellen

- gebruik van gestandaardiseerde manieren van waarnemen (met meet-instrumenten) in gecontroleerde experimenten

dat betekende dat er voor niet-kwantificeerbare en niet-waarneembare zaken (zoals geest) geen plaats meer was

de natuur (het universum) werd beschouwd als iets wat zich gedroeg volgens niet-antropomorfe natuur-wetten

de natuur-filosofie ontwikkelde zich vervolgens tot de natuur-wetenschappen, de filosofie richtte zich op metafysica

metafysica houdt zich bezig met de voorwaarden voor kennis, dus de grondslagen en methode van wetenschap

hier liggen de wortels van het geest-materie-dualisme, en tevens van de kloof tussen alfa & bèta (science & humanities)

reductionisme is het terugbrengen van een veelheid aan informatie / fenomenen tot een werkbaar model

in die zin zijn taal en denken altijd reductionistisch: wij versimplificeren de wereld d.m.v. begrippen

in wetenschap en filosofie is reductionisme het terugbrengen van diverse fenomenen tot één theorie, één model

t.o.v. de dingen buiten ons (het niet-subjectieve) vormt dit niet snel een probleem:

we scheren met het grootste gemak alles buiten ons over één kam: de natuur, de dieren, de planeten, de materie

de moeilijkheid is dat het subjectieve bewustzijn (zo blijkt) moeilijk is te vatten in een natuur-wetenschappelijk model

dat komt doordat empirie uitgaat van een 3e persoons-perspectief (ik & het), een subject/object-scheiding,

waarbij het subject zichzelf zoveel mogelijk probeert te distantiëren t.b.v. een grotere mate van objectiviteit

het subjectieve daarentegen is alleen subjectief toegankelijk (ik & ik), niet voor een (objectieve) buitenstaander,

en dus per definitie niet wetenschappelijk 2

natuurlijk kun je de hersenen wel aan wetenschappelijk onderzoek onderwerpen (bijv. neurologie),

maar niet het subjectieve bewust-zijn zoals zich dat aandient als en in datzelfde subjectieve bewustzijn / gewaarwording

John Searle: "where consciousness is concerned, the existence of the appearance is the reality."
≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈
Daniel Dennett over het ‘mind-body’ probleem
Dennett is één van de "four horsemen" die (samen met Richard Dawkins, Sam Harris en Christopher Hitchens)

in zijn latere carrière vooral aan de slag is gegaan met het bekritiseren van religie, bijgeloof en "folk psychology"


Dennett is een reductionist, en ik zal gedurende dit college vragen stellen t.a.v. dit reductionisme

zoals gezegd is reductionisme een inherente eigenschap van filosofie, wetenschap, en ieder systematisch denken

maar in de philosophy of mind betekent reductionisme doorgaans het reduceren van geest tot niet-geest

"Alleen een theorie die het bewustzijn verklaart in termen van onbewuste gebeurtenissen,

is in staat het bewustzijn te verklaren" (Dennett, "Consciousness Explained", p. 498)

Ned Block stelt dat Dennett's boek beter ‘Consciousness Ignored’ had kunnen heten

Merlin Donald stelt een andere tiltel voor: ‘Consciousness Explained Away
bestaat er zoiets als een menselijke geest? (en wat wordt er dan met bestaan bedoeld?)

als daarmee bedoeld wordt een niet-fysische substantie, die onafhankelijk kan bestaan van de hersenen, nee...

de geest zetelt volgens vrijwel alle hedendaagse filosofen en wetenschappers, in het brein

maar bestaat er dan zoiets als een menselijke geest die zetelt in het brein? (zie hier de ambigue rol van taal)

hersenwetenschappers als Dick Swaab zeggen dat het brein de geest produceert zoals nieren urine produceren

letterlijk genomen zou het bewustzijn dan iets zijn wat het lichaam wil uitscheiden, waar het vanaf moet...

en dan kan de geest ook niet hetzelfde zijn als het brein, urine is immers ook niet hetzelfde als de nieren!
in ‘Content and Consciousness’ (inhoud en bewustzijn, 1969) introduceert Dennett

intentionaliteit en bewustzijn uitdrukkelijk als twee verschillende thema’s
het 1e thema is intentionaliteit (is niet alleen intenties / bedoelingen)

Intentionaliteit’ = ‘aboutness’: gedachten, angsten, wensen, verlangens gaan over iets, hebben een inhoud (content)

ik ben bang voor die hond, ik heb zin in een ijsje, ik denk aan mijn oma

iets in mijn hoofd verwijst naar / heeft betrekking op iets buiten mijn hoofd

hoe kunnen hersen-toestanden naar iets buiten zichzelf verwijzen?

wat zijn gedachten? wat betekent "betrekking hebben op" of "verwijzen naar"?


het 2e thema is bewustzijn: de subjectiviteit van onze ervaringen en gedachten

subjectiviteit is per definitie waar we op de meest directe manier mee vertrouwd zijn (fenomenologie)

Dennett meent dat we onszelf met die gedachte misleiden,

en daarmee zadelen we de wetenschap op met een onoplosbaar, onnodig, probleem 3

zijn onderzoeksprogramma is dan ook het de-mystificeren van de notie van bewustzijn,

en het ‘terugbrengen’ (reduceren) van die notie tot iets dat wetenschappelijk onderzocht kan worden
in het dagelijks taalgebruik schrijven we gedachten, wensen, emoties, bewustzijn etc. aan elkaar toe

maar we kunnen mensen (subjecten) op verschillende niveaus beschrijven:

- op het zogenaamde persoonlijke niveau (in termen van intenties, gedachten, wensen, emoties, bewustzijn, etc.)

- of als complexe biologische machines (in termen van organen, hersenprocessen, processen in cellen, etc.)


computationalisme versus behaviorisme & Dennett's theorie van intentionaliteit: de ‘intentional stance
geschiedenis van het denken over de mind-brain relatie: Gilbert Ryle (Dennetts leermeester)

in "The concept of mind" (1949) rekent Ryle af met het dualisme van Descartes

afgezien van het feit dat een immateriële ziel moeilijk past in het wetenschappelijke wereldbeeld,

ging het Ryle om een conceptueel, filosofisch, begripsmatig punt:

de geest / ziel werd ingeroepen om verschil te maken tussen intelligent (in brede zin) gedrag,

en niet-intelligent, automatisch, onbewust gedrag (zoals dat van dieren en de rest van de natuur)

net als Descartes zijn wij geneigd om dat verschil te maken in termen van hoe dat gedrag veroorzaakt is:

intelligent gedrag wordt veroorzaakt door een geest / ziel / bewustzijn, automatisch (machinaal) gedrag niet
de fout in dit denken is dat we het verschil tussen intelligent en niet-intelligent gedrag een causale grondslag geven

maar het verschil tussen intelligent en niet-intelligent gedrag is een begripsmatig verschil, geen causaal verschil

Ryle’s positie wordt gerekend tot het ‘filosofisch behaviorisme’:

psychologische toestanden kunnen we uitleggen in termen van onze manieren van handelen in specifieke situaties

het behaviourisme is puur formeel, maakt geen aannames over wat zich "daarbinnen" afspeelt (is onwetenschappelijk)

deze reductie van geest tot gedrag kwam vanaf de jaren '60 onder vuur te liggen


een criticus van het behaviorisme is Jerry Fodor

dat het verschil tussen intelligent en niet-intelligent gedrag begripsmatig is, sluit niet uit dat het óók causaal is

we zijn in staat om zonder causale aannames intelligent gedrag te herkennen,

maar dat sluit niet uit dat dit soort gedrag wel degelijk een specifieke oorzaak heeft

volgens Fodor worden onze psychologische vermogens gerealiseerd doordat de hersenen een soort computer zijn

computationalisme = het bewustzijn is een computerprogramma dat ‘draait’ op de hardware (wetware) van het brein
alledaagse psychologie (folk psychology) versus hersenwetenschap:

Dennett's kritiek op Fodor: als de geest een computerprogramma is,

dan zijn psychologische toestanden (gedachten, emoties, wensen etc.) ‘stukjes’ van dat programma

daarmee worden ze dus geassocieerd met specifieke hersenprocessen

dit betekent dat psychologische toestanden worden opgevat als onderdelen van personen als geheel

maar volgens Dennett kunnen we psychologische toestanden alleen toeschrijven op het personele niveau

("wij zijn ons brein" slaat dus volgens deze redenering van Dennett nergens op)

toch heeft Fodor volgens Dennett gelijk als hij Ryle bekritiseert vanwege het negeren van causale verklaringen

maar Fodor maakt een cruciale fout: hij kleurt causale verklaringen voor intelligent gedrag in,

met de karakterisering van dat gedrag in psychologische termen

Fodor is een soort materialistische Descartes:

i.p.v. een "geest" is er nu sprake van een "brein" waarin gedachten, gevoelens, een wil etc. rondwaren

(vgl. Swaab's boek-titel "wij zijn ons brein")
ook dit materialistisch dualisme wordt door Dennett afgewezen

Ryle beweert dat we de specifieke oorzaken van intelligent gedrag niet in psychologische termen moeten beschrijven

Ryle heeft deels gelijk volgens Dennett:

we moeten onze alledaagse psychologische beschrijvingen van ons gedrag op het personele niveau houden

het beschrijven van ons gedrag in termen van intenties is een efficiënte manier om gedrag te begrijpen en voorspellen

maar we moeten die manier van begrijpen niet plakken op neuro-wetenschappelijke verklaringen

neurowetenschap en alledaagse psychologie zijn gescheiden domeinen; verschillende beschrijvingsniveaus

de fout van Ryle is dat hij neuro-wetenschap negeert; de fout van Fodor is dat hij de neuro-wetenschap psychologiseert


de ‘intentional stance

psychologische karakteriseringen van gedrag worden dus (gedeeltelijk) losgekoppeld van causale verklaringen

natuurlijk blijft er wel een verband; het gaat immers om hetzelfde gedrag 4


psychologische beschrijvingen brengen geen specifieke aannames met zich mee over de causale achtergrond

dus als er wezens zijn die we met behulp van psychologische termen kunnen beschrijven en voorspellen,

dan maakt dat die psychologische termen niet minder toepasselijk

elk wezen wiens gedrag op een vruchtbare manier beschreven en voorspeld kan worden in psychologische termen,



is een wezen met psychologische toestanden, een wezen met een ‘geest’ 5

vgl. de Turing-test: als je geen onderscheid kan maken tussen mens en computer is er geen verschil


3 stances

dit legt Dennett uit in termen van verschillende verklarende houdingen die we t.a.v. een systeem kunnen aannemen

bijv: de schaakcomputer; ik wil voorspellen wat de computer gaat doen
1] een houding die ik zou kunnen innemen is de fysische houding; de ‘physical stance

m.b.v. natuurwetten (halfgeleiders, electromagnetisme, etc) kan ik bepalen wat er binnen het apparaat gebeurt

maar de hoeveelheid berekeningen die aan die voorspelling voorafgaan is astronomisch
2] makkelijker is het daarom om de ‘design stance’ in te nemen: te kijken naar hoe het apparaat ontworpen is

kennis van het ontwerp (bijv. termostaat of computer-programma) brengt je tot een accurate voorspelling

de design stance is redelijk betrouwbaar, maar is nog steeds enorm complex
3] als je de ‘intentional stance’ aanneemt benader je de computer als een systeem dat van je wil winnen

op basis van die aanname is het gedrag van de computer redelijk te voorspellen (ook al wil de computer niets)



niet zo accuraat als met de design- of physical stance, maar oneindig veel gemakkelijker (en dus efficiënter)
of een systeem intentioneel is, hangt dus af van onze houding / interpretatie

m.a.w: volgens Dennett is intentionaliteit niet iets dat in de realiteit, los van ons kan bestaan 6


Dennett: mensen beschouwen zichzelf en elkaar ook als intentionele systemen, niet als computers

wat ons tot mens maakt is dat ons gedrag begrepen, verklaard en voorspeld kan worden vanuit de intentional stance

maar: ook het gedrag van een schaak-computer kan begrepen en voorspeld kan worden vanuit de intentional stance (!)
ons bewustzijn is misschien niet zo ‘echt’ als concrete hersentoestanden, maar het is ook geen fictie

Dennett maakt de vergelijking met het concept van een zwaartepunt uit de newtoniaanse fysica

elk fysiek object heeft een zwaartepunt; maar is zo’n zwaartepunt echt? (neem bijv. een donut)

het is een abstractie, maar het is wel echt in de zin dat het ons iets praktisch vertelt over de echte wereld

zo ook voor psychologische toestanden: dat zijn abstracte begrippen,

maar ze helpen om patronen van gedrag te benoemen en te doorgronden


bewustzijn
achter Dennett's intentional stance theorie zit (in tegenstelling tot Ryle) een wetenschappelijke agenda:

de menselijke geest moet ingepast kunnen worden in het natuur-wetenschappelijke wereldbeeld


wij hebben subjectieve ervaringen en gedachten waartoe alleen wijzelf toegang hebben

hoe is dit in overeenstemming te brengen met een op objectiviteit gericht wetenschappelijk wereldbeeld?


Dennett's theorie wil een hardnekkige intuïtie ondergraven: dat bewustzijn een subjectieve ‘ruimte’ in je hoofd is

Dennett noemt dit het ‘cartesiaanse theater’: de film in je hoofd, waarvan je zelf de toeschouwer bent


volgens Dennett is dit dit niet een ervaringsgegeven, maar een reconstructie van onze subjectieve ervaringen

voorbeeld: neem de illusie van knipperlichten bij een spoorwegovergang: het phi- effect

deze illusie is onwillekeurig; het feit dat we weten dat het om twee lampen gaat vermindert het effect niet

Dennett introduceert wat nu ‘color phi’ heet: twee stippen met andere kleur verschijnen om en om op een scherm

het lijkt alsof er een stip is, ergens tussen de plekken van de feitelijke stippen, die van kleur verandert

subjecten rapporteren een bewegende stip te zien die ergens in het midden van het traject van kleur verschiet

de hersenen kunnen pas ‘weten’ dat de blauwe stip halverwege naar rood verschiet wanneer de rode stip oplicht

maar dat is later dan de subjectief waargenomen stip van kleur verandert

conclusie is dan ook dat de ‘verschijning’ geen echte verschijning is, maar een constructie achteraf 7

dus: het cartesiaans theater is geen zelfstandig gegeven, maar bestaat bij de gratie van hoe wij denken over bewustzijn

het verschil tussen bewustzijn en wat wij er over denken verdwijnt; bewustzijn bestaat in alles wat we erover denken
uitspraken over bewuste innerlijke ervaringen en waarnemingen zijn dus geen observatierapporten,

geen uitspraken over de primaire data waar bewustzijns-onderzoek over gaat;

uitspraken over bewuste ervaringen zijn, volgens Dennett, zelf de primaire data van bewustzijnsonderzoek

daarmee wordt het wetenschappers gemakkelijker gemaakt:

een mysterieus en bijna niet te onderzoeken gegeven wordt opeens prima objectief toegankelijk.


wat het subject waarneemt verschijnt ‘dus’ in het cartesiaanse theater dat wij ons bewustzijn noemen

maar dat bewustzijn bestaat volgens Dennett niet



hetero-fenomenologie: bewustzijn benaderen vanuit een externalistisch, 3e-persoons (bèta)-perspectief

dus: een behaviouristische beschrijving van fenomenologische claims


het cartesiaans theater bestaat niet! er is geen ghost in the machine, er is in ons brein niemand thuis

er is geen subject dat de stream of consciousness gade slaat, als een toeschouwer in het brein (homunculus)

die theorie verklaart namelijk niets, want dan moet het bewustzijn van dat subject (homunculus) weer verklaard worden
er is geen plaats in het brein waar alles samen komt; vertrouw niet op de fenomenologie van je bewustzijn

je moet back-stage kijken naar hoe het werkt (neurologie)

net als dat je bij een goochelaar / illusionist de illusie achter je moet laten, en moet kijken naar hoe hij die truc uitvoert
mensen zijn geneigd te zeggen dat échte magie (tovenarij) boven-natuurlijk is (verichten van wonderen),

en dat de magie die de goochelaar / illusionist creëert niet echt is, maar nep, of bedrog

Dennett stelt juist dat de trucs van de goochelaar / illusionist echt zijn,

en dat de illusie die ze daarmee oproepen niet echt is, maar schijn (nep, bedrog)

hij is het eens met een criticus die zegt:

i.p.v. "de keizer draagt geen kleren, is Dennett van mening dat er geen keizer onder de kleren is!"

i.p.v. een huis waar je aan belt en ontvangen wordt door de gastheer die zich aan je voorstelt,

is het brein eerder een fabriekshal met anonieme arbeiders en waar niemand je te woord staat


de angst voor deze visie heeft volgens Dennett te maken met autonomie, met "de vrije wil"

Dennett stelt dat alles wat je van dit concept wilt, verenigbaar is met zijn visie

wat er niet mee verenigbaar is, is te hoog gegrepen (onsterfelijkheid van de ziel bijv.)

"vrije wil" heeft volgens Dennett niets met fysica te maken, maar met evolutie

evoluerende competenties hebben geleid tot de competentie om te representeren, en dus reflexief te zijn

we stellen vragen, en daarom kunnen we ook verantwoordelijk zijn (hierin is Dennett het dus eens met Kant!)
"dilemma van het subject" / "the hard problem":

- als je het subject ín je theorie laat, verklaar je het bewustzijn niet

- als je het subject weg-verklaart omzeil je de essentie van de vraag: wat is bewustzijn?

Dennett is het alleen eens met het 1e

van het 2e zegt hij: mensen willen niet dat je het verklaart, maar dat het een mysterie blijft,

en daarom zal het nooit op een bevredigende manier verklaard worden


≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈
Dennett stelt dat het bewustzijn een illusie is, waar (helaas) de meeste mensen heilig in geloven. Hij lijkt te veronderstellen dat bewustzijn door zijn opponenten opgevat wordt als een bestaande entiteit, een subject, een "res cogitans". Maar zonder te geloven in een cartesiaans (of kantiaans) subject, kun je ook uitgaan van het subjectieve (fenomenologisch). Dus niet "het subject" of "mijn bewustzijn" als substantie, maar als "subjectiviteit", of "me bewust zijn van", "iets ervaren" op zich. Als je bewustzijn opvat als werkwoord (bewust-zijn), zegt dit niets over aannames aangaande de zijnswijze of oorsprong ervan, maar alleen dat er een effect optreedt (subjectiviteit) dat we (subjectief) niet kunnen ontkennen, omdat het (subjectief) ervaren wordt. Thomas Nagel omschrijft dit in "What is it Like to Be a Bat?" (1974). Nagel (en Descartes) volgend kun je zeggen: "illusie of niet, het fenomeen van bewust-zijn is er... de illusie dat ik me bewust ben bestaat in ieder geval als subjectief ervaren illusie!"
Volgens mij zegt Dennett daarop: "precies, het is een subjectief ervaren illusie, die in de objectieve werkelijkheid, die bestudeerd wordt door de natuurwetenschappen, niet bestaat!" Dennett wil het probleem niet ontologisch / metafysisch benaderen, maar evolutionair / functionalistisch: het bewustzijn als intentionaliteit bestaat alleen vanuit de "intentional stance"; een bepaalde "modus" om de wereld te interpreteren. Een complex systeem, dat zich moet handhaven in een complexe wereld van andere complexe systemen, heeft enorm voordeel bij simplificatie (reductie) van informatie; dus het herkennen van algemene patronen (autisten kunnen dat niet en verzanden in het verwerken van een overload aan informatie over allerlei irrelevante details). Overstijgend denken is minder accuraat, maar heeft voor een eindig systeem met beperkte capaciteiten zeker voordelen in een complexe omgeving. Dus: als je het gedrag van iets of iemand op een economischer manier kunt begrijpen / voorspellen door het te reduceren tot intenties en bewustzijn, dan moet je dat doen, maar het is een vorm van projectie / antropo-morfisme.
een paar vragen:
1] Bestaat de illusie die we bewust-zijn noemen in het geheel niet? Dan hebben zijn critici meer dan een punt. Dennett's boek "Consciousness Explained" is dan m.i. inderdaad "consciousness ignored" of "consciousness explained away".
2] Of bestaat de illusie die we bewust-zijn noemen wel, maar alleen als illusie? In dat geval is de illusie die het brein produceert (die bewustzijn heet) een epi-fenomeen (bij-product); d.w.z: het bestaat als subjectief ervaren illusie, maar maakt geen deel uit van de natuurlijke wereld (van causaliteit); m.a.w: het bewustzijn bestaat wetenschappelijk gezien niet, kan geen invloed uitoefenen op de fysieke werkelijkheid. Dus vergelijkbaar met de rook uit de schoorsteen van een stoomtrein: volslagen irrelevant voor de werking van de trein. Maar dat wil niet zeggen dat de rook niet bestaat, en niets te maken heeft met de werking van de trein! Zelfs al vat je subjectiviteit op als illusie / epi-fenomeen, dan nog blijft de vraag hoe zoiets (subjectieve gewaarwording / qualia) kan ontstaan (ook al is het volledig reduceerbaar tot fysische processen).
3] Als de "intentional stance" louter een projectie is, zou hetzelfde dan niet ook moeten gelden t.a.v. de "design stance"? en waarom dan niet ook voor de "fysical stance"?
4] Dennett suggereert zelf dat de "intentional stance" wél deel uitmaakt van de werkelijkheid, en dus geen illusie is. Hij vergelijkt weliswaar de werking van het brein met goocheltrucs, en het bewustzijn met de illusie die deze goocheltrucs creëren. Maar de werking van het brein / bewustzijn zorgt er juist voor dat een goocheltruc de illusie opwekt, niet de truc zelf. Zonder brein / bewustzijn geen illusie, en dus geen goocheltruc (wel de handeling, maar niet het effect; je kunt geen goocheltruc performen voor een boom). Dus hij vergelijkt A met B, terwijl A inherent deel uitmaakt van B, en B dus niet zonder A kan bestaan. De illusie (die we bewust-zijn noemen) speelt dus een functionele rol bij het tot stand komen van de goocheltruc (zonder illusie / bewustzijn geen goocheltruc)! Als de illusie (die het brein produceert en die we bewustzijn noemen) wel een functie heeft (evolutionair, biologisch, cultureel), dan kun je het niet weg-verklaren, en maakt het bewustzijn dus deel uit van de (biologische / culturele) werkelijkheid.
5] Als we "bewust-zijn" en "intentional stance" tegen het licht plaatsen van evolutie en (ecologische / sociologische) inter-actie, kun je deze "illusies" dan wegverklaren / reduceren tot fysische fenomenen? Als een groep organismen elkaar en zichzelf beschouwen als (bewuste) subjecten, en anticiperen op het gedrag van de anderen middels de "intentional stance", wetende dat die anderen ook de "intentional stance" adopteren, en zodoende met elkaar een samenleving vormen op basis van de gedeelde illusie dat ze als (bewuste) subjecten bestaan, kunnen we dan niet stellen dat subjecten bestaan? Zoals in de ontologische definitie: "datgene waarnaar gehandeld wordt bestaat"... Niet dat subjecten (of god, of geld, of wetten) daadwerkelijk bestaan op de manier zoals aangenomen wordt door de "gebruikers" van deze concepten (Plato, Descartes), maar desalniettemin bestaan in die zin dat ze (als betekenis) een causale een rol spelen in de samenleving (eco-systeem, cultuur) waar ze uit voortkomen en waarbinnen ze functioneren en evolueren. Neem als voorbeeld het (sociaal-culturele) fenomeen geld: geld is niet hetzelfde als de munten en briefjes die voor geld doorgaan (de fysieke munten en briefjes papier zijn geen geld als er niemand is om het als zodanig te interpreteren, terwijl het getal op je IB-60 formulier van de belastingdienst, of het getal op je bank-afschrift ook geld is). Bestaat geld niet? Bestaat er alleen papier & inkt, plastic & magnetische strips? Zonder interpretatie en symbolen bestaat er alleen de werkelijkheid "an sich". Maar mensen sterven van honger: d.w.z. gebrek aan voedings-stoffen. Dus: gebrek aan het illusoire fenomeen geld is de oorzaak van de dood van een fysiek biologisch wezen.


1


 universaliën-debat


2 Husserl wilde hierin een revolutie middels de fenomenologie


3 je kan ook denken: als je de wetenschap opzadelt met een probleem, moet de wetenchap die uitdaging aangaan

tenzij het een reeds opgelost probleem is, maar niet begrepen wordt; dan moet je het beter uitleggen

wetenschap is geen dogmatische religie, zoals Dennett en de zijnen voortdurend benadrukken

dus: misleiden we onszelf door de subjectiviteit van ons subjectieve bewustzijn als zodanig te ervaren?




4 vgl: wat is een magneet?

1: iets dat ijzer aantrekt

2: iets dat een fysische structuur heeft waardoor een veld ontstaat waarin ijzermoleculen zich zus & zo gedragen

als we met 2 een verdere verklaring voor 1 willen hebben moet 1 niet in 2 terugkeren

net zo met psychologische en neurale verklaringen voor gedrag


5 kritiek: 2000 jaar geleden beschreef men de gehele natuur in antropomorfische termen: "de weergoden willen..."

dus volgens Dennett zijn weergoden "wezens met een geest" (?)




6 maar is functionaliteit dan wel iets dat in de realiteit, los van ons kan bestaan?

en is het fysische dan iets dat in de realiteit, los van ons kan bestaan?

uiteindelijk kom je tot idealisme / solipsisme: alles is een "stance", alles is interpretaite, realiteit = illusie = realiteit

ditzelfde probleem dook al op in de 17e / 18e eeuw: rationalisten en empiristen kwamen tot soortgelijke conclusies




7 een simpeler voorbeeld is: wij zien een film als vloeiende beweging, maar zijn allemaal losse frames (plaatjes)





Deel met je vrienden:


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©tand.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina