Huisartsen en hun kennis rond borstvoeding



Dovnload 315.17 Kb.
Pagina2/2
Datum20.05.2018
Grootte315.17 Kb.
1   2
Grafiek 2: Anatomie en fysiologie van borstvoeding – resultaten gynaecologen (N = 49)



Een ruime meerderheid van de gynaecologen antwoordt correct dat de omvang van de borsten geen invloed heeft op de melkproductie en dat een moeder die borstvoeding geeft alles mag eten. Het thema anatomie en fysiologie van borstvoeding brengt daarnaast toch wel 4 aandachtspunten naar voren. Minder dan 60% van de respondenten is correct geïnformeerd met betrekking tot de toeschietreflex als oorzaak van scherpe pijn kort na het aanleggen, het effect van ongezonde voeding op de kwaliteit van de moedermelk, voeding op basis van koemelk en het risico op koemelkeiwitallergie, en het onderscheid tussen voor- en achtermelk.
Problemen bij borstvoeding
Hoewel moedermelk perfect afgestemd is op baby’s, duiken er tijdens de borstvoedingsperiode wel eens problemen op. Op die momenten kan correcte informatie een lange borstvoedingsduur stimuleren. De resultaten met betrekking tot dit thema worden weergegeven met behulp van onderstaande grafiek.
Grafiek 3: Problemen bij borstvoeding – resultaten gynaecologen (N = 49)


Wanneer we de specifieke zorgtaak van artsen beschouwen, mogen we verwachten dat zij voornamelijk geconsulteerd worden wanneer zich - al dan niet medische - problemen stellen bij de borstvoeding. Toch blijkt net dit thema voor de gynaecologen belangrijke knelpunten te vertonen. De kennis vertoont hiaten wat betreft: groeispurt en frequentie van de voeding, het ontstaan van tepelkloven, het behandelen van een schimmelinfectie diep in de borst, de compatibiliteit van de behandeling van een schimmelinfectie en borstvoeding, aanleggen van de baby, gebruik van een tepelhoedje bij gevoelige tepels en het behandelen van zowel moeder als baby bij een schimmelinfectie. Tot slot vestigen we de aandacht op de resultaten die werden opgetekend met betrekking tot de kennis omtrent het behandelen van een borstontsteking. Voor dit onderwerp werd een aandeel correcte antwoorden van 69% vastgesteld. Ook al gaat het hierbij om een meerderheid, toch menen we te mogen verwachten dat alle gynaecologen over de juiste kennis hieromtrent beschikken.
Begeleiding van borstvoeding op lange termijn
Een vierde en laatste thema dat in de vragenlijst aan bod kwam betreft de begeleiding van borstvoeding op lange termijn: vragen die zich stellen wanneer de baby ouder wordt, de moeder terug gaat werken, opnieuw zwanger wordt of de borstvoeding wil stopzetten. Wanneer we het langdurig voeden willen stimuleren, dienen we immers ook aandacht te hebben voor het begeleiden van borstvoeding op lange termijn en de specifieke moeilijkheden die zich hierbij kunnen stellen.

Volgende grafiek toont de resultaten met betrekking tot begeleiding op lange termijn.


Grafiek 4: Begeleiding van borstvoeding op lange termijn – resultaten gynaecologen (N = 49)

Het thema ‘begeleiden van borstvoeding op lange termijn’ laat voor de meeste items goede scores optekenen. Daarnaast werden er voor de gynaecologen 3 aandachtspunten onderkend. Minder dan 6 op 10 huisartsen gaf een correct antwoord over de anti-infectieuze eigenschappen van moedermelk bij lang voeden, het opwarmen van moedermelk in lauw water versus in de microgolfoven, en het bewaren van moedermelk in de koelkast. Verder vermelden we nog twee onderwerpen waarvoor minder goede scores werden opgetekend. Concreet gaat het hier weliswaar om een meerderheid (respectievelijk 61% en 67%) juiste antwoorden voor de stellingen over de nood aan ijzersuppletie bij exclusieve borstvoeding tot 6 maand, en de combinatie van borstvoeding en zwangerschap; maar ook hier menen wij dat gynaecologen beter zouden moeten scoren.




  1. Bespreking

De medische autoriteit die gynaecologen ook op het vlak van borstvoeding genieten, geeft extra gewicht aan hun begeleidende rol bij borstvoeding. Hun status als medicus impliceert immers reeds een legitimatie van de adviezen die ze geven. Ouders gaan er vanuit dat hun gynaecoloog over gedegen kennis omtrent borstvoeding beschikt, en stellen deze niet in vraag. Om tegemoet te komen aan deze verwachtingen, is het dan ook aan te bevelen om gynaecologen te voorzien van uitgebreide en correcte informatie omtrent borstvoeding, met speciale aandacht voor de lacunes die uit onze bevraging naar voren kwamen. Zelfs met betrekking tot de basisregels voor borstvoeding en basiskennis inzake de anatomie en fysiologie van borstvoeding stellen zich een aantal problemen. Vooral de resultaten die voor het thema ‘problemen bij borstvoeding’ naar voren kwamen, geven aanleiding tot een aantal bedenkingen. Wanneer gynaecologen een ondersteunende rol willen spelen voor voedende moeders, is de kennis omtrent problemen bij borstvoeding primordiaal. De medische professie beschikt immers over het alleenrecht om medicatie voor te schrijven. Dit maakt hun kennis terzake cruciaal voor het behandelen van problemen en dus voor het bevorderen van een langdurige borstvoeding. Verder kreeg het thema ‘begeleiding van borstvoeding op lange termijn’ de nodige aandacht in de vragenlijst, omdat ook praktische aspecten en algemene vragen omtrent borstvoeding voor gynaecologen van belang blijken. Deze bevraging toont immers aan dat wanneer zij van ouders vragen rond borstvoeding krijgen, dit een brede waaier aan onderwerpen beslaat. Bovenaan de lijst staan weliswaar onderwerpen die rechtstreeks verband houden met hun specifieke zorgtaak, zoals vragen over borstontsteking, maar daarnaast blijken de meest uiteenlopende items aan bod te komen. Hieruit blijkt nogmaals het belang van een uitgebreide kennis voor gynaecologen, aangezien zij geconsulteerd worden over tal van aspecten betreffende borstvoeding.




  1. Besluit

Gynaecologen begeleiden en volgen de meeste zwangere vrouwen op. Dit geeft hen de facto een belangrijke rol in de begeleiding van borstvoeding. Onderzoek toont immers aan dat hoe vroeger vrouwen geïnformeerd worden over borstvoeding (bijvoorbeeld al voor of tijdens de zwangerschap), hoe groter de kans dat ze borstvoeding zullen geven 10. Ook na de zwangerschap vormen deze gezondheidswerkers dankzij hun status als medische autoriteit een belangrijke bron van informatie voor moeders die al dan niet moeilijkheden rond borstvoeding hebben. Om deze redenen zijn we van mening dat bijscholing rond volgende items de kennis van deze beroepsgroep zou kunnen optimaliseren (strekt tot aanbeveling = te belerend).




Basisregels voor een goede borstvoeding


  • Schatting van het aandeel moeders dat niet kan voeden

  • Bijvoeden met water tijdens de zomermaanden

  • Het negatief effect van bijvoeden met een flesje voor borstvoeding op lange termijn

  • Bijvoeden van een pasgeborene met een kopje




  • Baby vraagt (te) frequent voeding (*)


Anatomie en fysiologie van borstvoeding


  • Toeschietreflex als oorzaak van scherpe pijn kort na het aanleggen

  • Het onderscheid tussen voor- en achtermelk

  • Het effect van ongezonde voeding op de kwaliteit van de moedermelk

  • Voeding op basis van koemelk en het risico op koemelkeiwitallergie




  • Verdragen van voedingsstoffen door de baby - voeding van de moeder (*).


Problemen bij borstvoeding


  • Het ontstaan van tepelkloven

  • Het gebruik van een tepelhoedje bij gevoelige tepels

  • Aanleggen van de baby

  • Groeispurt en frequentie van de voeding

  • Het behandelen van zowel moeder als baby bij een schimmelinfectie

  • Behandelen van een schimmelinfectie diep in de borst

  • De compatibiliteit van de behandeling van een schimmelinfectie en borstvoeding




  • De compatibiliteit van borstvoeding en antibioticum (*)

  • De compatibiliteit van antihypertensiva en borstvoeding (*).



Begeleiding van borstvoeding op lange termijn


  • Het bewaren van moedermelk in de koelkast/diepvriezer

  • Het opwarmen van moedermelk in lauw water versus in de microgolfoven

  • De anti-infectieuze eigenschappen van moedermelk bij lang voeden

  • Borstvoeding en zwangerschap




  • Exclusieve borstvoeding tot 6 maanden en nood aan ijzersuppletie (*)

  • Duur van de borstvoeding (*)

  • Borstvoeding en zwangerschap (*).



(*) Terwijl voor het identificeren van de overige aandachtspunten een criterium van 60% correcte antwoorden werd gehanteerd, verdienen ook de onderwerpen die worden aangeduid met een (*) bijkomende aandacht omwille van hun praktische relevantie voor de gynaecoloog.




  1. Referenties

de Reede A. Begeleiding bij borstvoeding. Wijk bij Duurstede en Krimpen aan de Lek: Vereniging Borstvoeding Natuurlijk en Stichting Zorg voor Borstvoeding, 2003: 56-57.


Dillaway HE, Douma ME. Are Pediatric Offices “Supportive” of Breastfeeding? Discrepancies between Mothers’ and Healthcare Professionals’ Reports. Clin Pediatr 2004;43:417-430.
Freed G, Clark S, Sorensen J et al. National Assessment of Physicians’ Breastfeeding Knowledge, Attitudes, Training and Experience. JAMA, 1995;273(6):472-476.
Humenick S, Hill P, Spiegelberg P. Breastfeeding and Health Professional Encouragement. J Hum Lact, 1998;14(4):305-310.
Johnson TRB and Apgar, B. Breast-feeding promotion during the prenatal and postpartum periods. The Female Patient, 1998. http://www.obgyn.net/femalepatient/default.asp?page=rounds_tfp.
Khoury AJ, Hinton A, Mitra AK et al. Improving Breastfeeding Knowledge, Attitudes, and Practices of WIC Clinic Staff. Public Health Reports 2002; 117:453-462.
World Health Organization. Promoting proper feeding for infants and young children. Geneva: WHO, 2004. http://www.who.int/nut/inf.htm.
World Health Organization. Nutriton. Infant and Young Child. Exclusive Breastfeeding. Geneva: WHO, z.d. http://www.who.int/child-adolescent-health/NUTRITION/infant_exclusive.htm.


1 Vzw De Bakermat is ontstaan als kraamcentrum in 1983, en vanaf 1993 versterkt met een groepspraktijk van vroedvrouwen die zwangere koppels en pas bevallen ouders pre- en postnataal begeleiden. De Bakermat is recentelijk (2003) ook door Kind en Gezin erkend als Expertisecentrum Kraamzorg, en heeft daarnaast vanaf 2005 als derde kernactiviteit de opdracht om in partnerschap met Kind en Gezin, borstvoeding in Vlaanderen op de kaart te zetten.

2 Dit borstvoedingsproject (2005-2008) heeft het “Zeven Punten Plan ter bescherming, promotie en ondersteuning van borstvoeding in de maatschappelijke gezondheidszorg” als grondslag en omvat verschillende acties:

  • Begeleiden van de organisaties betrokken bij borstvoeding in de maatschappelijke gezondheidszorg naar certificering tot borstvoedingsvriendelijke organisatie.

  • Een wetenschappelijk onderbouwd éénvormig borstvoedingsbeleid opstellen voor de maatschappelijke gezondheidszorg en uitwerken van opleidingspakketten.

  • Een wetenschappelijk onderbouwd instrument uitwerken om tijdens de kraamperiode de moeders te detecteren die een risico lopen vroegtijdig te stoppen met borstvoeding.

  • Een inventaris rond afkolven actualiseren.

  • Een Vlaamse website over borstvoeding ontwikkelen (www.wegwijsborstvoeding.be) met professionelen als doelgroep.

  • Oprichten van een multidisciplinaire projectopvolgingsgroep, met vertegenwoordigers uit verschillende beroepsgroepen rond borstvoeding, die zorgt voor begeleiding en bijsturing.

3 Dillaway HE, Douma ME. Are Pediatric Offices “Supportive” of Breastfeeding? Discrepancies between Mothers’ and Healthcare Professionals’ Reports. Clin Pediatr 2004;43:417-430.

4 Khoury AJ, Hinton A, Mitra AK et al. Improving Breastfeeding Knowledge, Attitudes, and Practices of WIC Clinic Staff. Public Health Reports 2002; 117:453-462.

5 Freed G, Clark S, Sorensen J et al. National Assessment of Physicians’ Breastfeeding Knowledge, Attitudes, Training and Experience. JAMA, 1995;273(6):472-476.

6 Humenick S, Hill P, Spiegelberg P. Breastfeeding and Health Professional Encouragement. J Hum Lact, 1998;14(4):305-310.

7World Health Organization. Promoting proper feeding for infants and young children. Geneva: WHO, 2004. http://www.who.int/nut/inf.htm.

8World Health Organization. Nutriton. Infant and Young Child. Exclusive Breastfeeding. Geneva: WHO, z.d. http://www.who.int/child-adolescent-health/NUTRITION/infant_exclusive.htm.

9de Reede A. Begeleiding bij borstvoeding. Wijk bij Duurstede en Krimpen aan de Lek: Vereniging Borstvoeding Natuurlijk en Stichting Zorg voor Borstvoeding, 2003: 56-57.

10 Johnson TRB and Apgar, B. Breast-feeding promotion during the prenatal and postpartum periods. The Female Patient, 1998. http://www.obgyn.net/femalepatient/default.asp?page=rounds_tfp.




Deel met je vrienden:
1   2


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©tand.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina