Huisartsen en hun kennis rond borstvoeding



Dovnload 315.17 Kb.
Pagina1/2
Datum20.05.2018
Grootte315.17 Kb.
  1   2

Gynaecologen en hun kennis rond borstvoeding
vzw De Bakermat
Expertisecentrum Kraamzorg en praktijk voor vroedkunde
Redingenstraat 27
3000 Leuven
tel: O16/207740
www.debakermat.be

SAMENVATTING
De Bakermat, Expertisecentrum Kraamzorg in Vlaams-Brabant voerde een onderzoek naar de kennis van gezondheidswerkers rond borstvoeding. Deze meting kadert in een ruimer borstvoedingsproject in partnerschap met Kind en Gezin, en heeft het identificeren van aandachtspunten voor het opstellen van opleidings- en bijscholingspakketten voor gezondheidswerkers, tot doel. Op deze manier wil dit project een optimale ondersteuning voorbereiden bij de begeleidende rol die de diverse gezondheidswerkers voor voedende moeders vervullen. Dit artikel stelt de voornaamste resultaten voor de gynaecologen – die mede dankzij de medewerking van de VVOG werden bekomen - centraal. Aan de hand van vier thematische clusters (basisregels bij borstvoeding – anatomische en fysiologische kenmerken van borstvoeding – problemen bij borstvoeding – begeleiding van borstvoeding op lange termijn) komen de verschillende onderwerpen aan bod waarover gynaecologen werden bevraagd. De resultaten tonen aan voor welke onderwerpen er hiaten in de kennis van gynaecologen werden vastgesteld. Bijkomende opleiding of bijscholing waarin de klemtoon wordt gelegd op deze pijnpunten, strekt dan ook tot aanbeveling.
Wie het volledige rapport wil opvragen kan dit op bovenstaand adres.

De Bakermat, Expertisecentrum Kraamzorg in Vlaams-Brabant 1 voerde in partnerschap met Kind & Gezin een onderzoek naar de kennis van gezondheidswerkers rond borstvoeding. Deze meting kadert in een ruimer driejarig borstvoedingsproject, 2 en heeft tot doel de aandachtspunten te identificeren die nuttig zijn bij het opstellen van opleidings- en bijscholingspakketten voor gezondheidswerkers. Op deze manier wil dit project een optimale ondersteuning voorbereiden bij de begeleidende rol die de diverse gezondheidswerkers voor voedende moeders vervullen. De bevraging gebeurde bij 9 verschillende beroepsgroepen: gynaecologen,huisartsen, pediaters, vroedvrouwen en kraamverzorg(st)ers in de thuiszorg, regioverpleegkundigen van Kind & Gezin, verantwoordelijken en kinderverzorg(st)ers van een erkend kinderdagverblijf, en opvangouders . In wat volgt stellen we de voornaamste resultaten voor de gynaecologen centraal.



  1. Inleiding

Gezondheidswerkers in het algemeen, en gynaecologen in het bijzonder vervullen een belangrijke rol in het begeleiden en ondersteunen van borstvoeding. Tijdens de zwangerschap, en zowel voor als na de kraamperiode kan de moeder immers bij de gynaecoloog te rade gaan met vragen of problemen rond borstvoeding. Voorgaand buitenlands onderzoek toonde reeds aan dat moeders die zich gesteund weten door de gezondheidswerkers in hun omgeving, meer zelfvertrouwen hebben en langer voeden. Deze ondersteuning kan zowel bestaan uit bevestiging, als uit het geven van gerichte informatie. 3 4 5 6

Als Vlaanderen een breed ondersteunend netwerk voor borstvoeding wil uitbouwen, zullen gezondheidswerkers in de eerste plaats van een degelijke opleiding rond borstvoeding moeten kunnen genieten. Alvorens opleidings- of bijscholingspakketten rond borstvoeding samen te stellen, willen we aan de hand van deze bevraging nagaan hoe het met de kennis van Vlaamse gynaecologen staat. De resultaten zullen aantonen of en welke lacunes er zijn in de kennis rond borstvoeding, en hoe deze gezondheidswerkers staan tegenover het begeleiden van borstvoedende moeders.


  1. Methodologie

Op basis van literatuurstudie en ervaringen uit de dagelijkse praktijk werden er drie verschillende vragenlijsten opgesteld voor de verschillende beroepsgroepen. Met deze inhoudelijke differentiatie willen we beantwoorden aan de verschillende rol van begeleiding of de periode waarin de zorgverlener met borstvoeding te maken heeft.

Elk van de vragenlijsten omvat een aantal stellingen die thematisch kunnen worden onderverdeeld in 4 clusters. We legden aan de gynaecologen (alsook aan de huisartsen en pediaters) de meest uitgebreide vragenlijst voor, waarbij de vragen naast de basisregels en anatomische en fysiologische kenmerken, zich toespitsten op mogelijke problemen bij borstvoeding, en de behandeling ervan.

Met de medewerking van de Vlaamse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie - VVOG - bekwamen we 300 adressen van gynaecologen. Het ging om een toevallige steekproef waarbij rekening werd gehouden met een correcte spreiding naar geslacht, leeftijd en woonplaats. In september 2005 werden de 300 enquêtes per post verstuurd, waarvan er uiteindelijk 49 werden teruggezonden. Voor de beroepsgroep van de gynaecologen werd hiermee een respons van 16% behaald. De beoogde respons werd hiermee niet bereikt, wat impliceert dat de resultaten slechts op een kleine groep gynaecologen betrekking hebben. Toch menen we aan de hand hiervan een aantal zinvolle uitspraken te kunnen doen. We beogen met dit onderzoek in eerste instantie dan ook het optekenen van een stand van zaken (nulmeting) en het blootleggen van een aantal tendensen inzake de kennis en attitude omtrent borstvoeding. Statistische veralgemening of onderlinge vergelijking van de groepen behoort niet tot de doelstellingen. Onderstaande tabel biedt een overzicht van de respons voor de verschillende beroepsgroepen die werden bevraagd.


Tabel 1: Respons per beroepsgroep





Aantal verstuurd

Aantal ingevuld

Respons in procent

Kraamverzorg(st)ers

242

152

63

Kinderverzorg(st)ers

150

103

69

Verantwoordelijken kinderdagverblijf

150

101

67

Regioverpleegkundigen Kind en Gezin

120

91

76

Vroedvrouwen in de thuiszorg

154

79

51

Huisartsen

300

93

31

Gynaecologen

300

49

16

Pediaters

300

81

27

Opvangouders

200

92

46



  1. Resultaten

Allereerst schetsen we het profiel van de gynaecologen die in ons onderzoek werden bevraagd. Bij de interpretatie van de onderzoeksresultaten is het immers van belang om zicht te hebben op de samenstelling van de onderzoekspopulatie. Vervolgens bespreken we de resultaten aan de hand van de 4 onderscheiden thema’s die in de vragenlijst aan bod kwamen.


Profiel
Bij het rapporteren van het profiel van de bevraagde gynaecologen is er naast de socio-demografische kenmerken eveneens aandacht voor de reeds gevolgde opleiding of bijscholing, de houding ten aanzien van het begeleiden van voedende moeders, professionele en persoonlijke ervaringen met borstvoeding, de aard van de vragen die moeders stellen en het doorverwijzingsbeleid. Tenslotte wordt er ook gepeild naar de reeds bestaande beleidsmatige inspanningen die door de organisatie, voorziening of praktijk waarvoor men werkt, worden gedaan voor het ondersteunen van borstvoeding.

● Onder de 49 gynaecologen in dit onderzoek zijn er 41% mannen en 59% vrouwen. Gemiddeld zijn de gynaecologen 46 jaar oud. Terwijl er geen respondenten jonger dan 30 jaar zijn, zijn de overige leeftijdscategorieën gelijk vertegenwoordigd. 33% van de gynaecologen is tussen 30 en 39 jaar, 33% tussen 40 en 49 jaar en 34% van deze respondentengroep is ouder dan 50 jaar.


● Slechts 2% van de gynaecologen volgde een bijkomende opleiding of bijscholing over borstvoeding. Deze gezondheidswerkers vormen vaak een belangrijke contactpersoon bij problemen rond borstvoeding, van wie moeders voldoende deskundigheid verwachten.

● De mening van gynaecologen wat betreft het begeleiden van borstvoeding en de nood aan bijscholing werden getoetst met behulp van onderstaande vragen.


Grafiek 1 : Mening begeleiding en opleiding rond borstvoeding (N = 49)

Ruim de helft van de gynaecologen beschouwt het begeleiden van voedende moeders als onderdeel van hun professionele taak. Ongeveer 7 op 10 huisartsen zegt dan ook regelmatig advies te geven in verband met borstvoeding, terwijl 5 op 10 gynaecologen zich hier bovendien bekwaam voor voelt. Een zelfde aandeel gynaecologen (53%) geeft dan ook aan dat ze niet voldoende opleiding kregen om borstvoeding te begeleiden, maar slechts 37% is vragende partij voor bijscholing.

● Een ruime meerderheid of 80% van de gynaecologen heeft meer dan 3 jaar ervaring met het begeleiden van borstvoeding.

● Niet alleen professionele maar ook persoonlijke ervaringen met borstvoeding werden bevraagd. De eigen beleving van borstvoeding zal immers de attitude en kennis omtrent borstvoeding mee beïnvloeden. 72% van de gynaecologen of hun partner hebben zelf borstvoeding gegeven. Voor meer dan 3 op 4 van hen (77%) was dit een prettige ervaring.


● Om zicht te krijgen op de specifieke aard van de begeleidingstaak van de gynaecologen peilden we naar de vragen die gynaecologen over borstvoeding krijgen. Voor elk item wordt in onderstaande tabel het percentage respondenten weergegeven dat vragen over het betrokken item krijgt.
Tabel 2: Rond welke items i.v.m. borstvoeding krijgt u vragen van ouders (N = 49)?




Procent

1. Borstontsteking

90

2. Tepelproblemen

79

3. Frequentie van de voeding

67

4. Afkolven

54

5. Voeding van de moeder

51

6. Bijvoeding en supplementen

49

7. Aanleggen van de baby aan de borst

38

8. Reflux

28

9. Moedermelk bewaren

18

10. Vaste voeding

18

11. Andere

10

Te verwachten is dat deze vragen vooral anatomisch en fysiologisch van aard zijn en dus tot de directe zorgtaak van de gynaecoloog behoren. Onderwerpen die het meest aan bod komen zijn borstontsteking (90%) en tepelproblemen (79%). Daarnaast stellen we echter ook vast dat bijna 7 op 10 gynaecologen aangeeft dat hen raad wordt gevraagd met betrekking tot de frequentie van voeding. Verder krijgt ongeveer de helft van de gynaecologen vragen omtrent afkolven, voeding van de moeder, en bijvoeding en supplementen.


● We vroegen de gynaecologen verder in welke mate ze bij borstvoedingsproblemen ook doorverwijzen naar andere zorgverleners of naar Borstvoedingsorganisaties. Vermits gynaecologen vaak een belangrijk aanspreekpunt vormen voor moeders met borstvoedingsproblemen spelen zij een belangrijke rol bij het aanreiken van andere mogelijkheden inzake zorg en advies. De meerderheid van de gynaecologen (84%) zegt bij problemen door te verwijzen naar andere zorgverleners: 43% onder hen doet dit soms, terwijl 41% vaak doorverwijst. Wanneer het specifiek doorverwijzen naar Borstvoedingsorganisaties betreft, stellen we vast dat dit in mindere mate gebeurt. Ruim 4 op 10 van de bevraagde gynaecologen (43%) verwijst bij borstvoedingsproblemen nooit door naar Borstvoedingsorganisaties.
● Bijna 8 op 10 gynaecologen in dit onderzoek (78%) geeft aan dat er bijkomende opleidingen rond borstvoeding worden georganiseerd door de praktijk of organisatie waar ze werken. Bij 20% van de respondenten worden er geen dergelijke opleidingen georganiseerd en 2% zegt hiervan niet op de hoogte te zijn.
Basisregels voor een goede borstvoeding: voeden op vraag en exclusieve borstvoeding
Voor het welslagen van de borstvoeding zijn een aantal basisregels van belang, waarvan we redelijkerwijs mogen verwachten dat alle gezondheidswerkers – en zeker gynaecologen – ze kennen. Alvorens de resultaten voor te stellen lichten we de belangrijkste basisregels kort toe. Exclusieve borstvoeding en voeden op vraag zijn twee basisregels die algemeen geadviseerd worden. Op basis van recent onderzoek stelt de Wereldgezondheidsorganisatie dat exclusieve borstvoeding tot de leeftijd van 6 maanden de optimale voeding voor jonge kinderen is. Vanaf dan is het introduceren van bijvoeding aangewezen, naast verdere borstvoeding tot de leeftijd van 2 jaar of ouder. Exclusieve borstvoeding wordt door de Wereldgezondheidsorganisatie gedefinieerd als het exclusief drinken van moedermelk via de borst of het drinken van afgekolfde melk. Verder wordt geen enkele andere voeding of drank (ook geen water) gegeven, tenzij vitamine- en mineraalsupplementen of medicatie. 7 Opdat moeders er zouden in slagen om 6 maanden exclusief borstvoeding te geven adviseren de Wereldgezondheidsorganisatie en UNICEF:

  • om de baby binnen het uur na de geboorte aan te leggen

  • om exclusief borstvoeding te geven

  • om te voeden op vraag

  • om geen fopspeen of flesje te gebruiken. 8


Voeden op vraag impliceert dat er geen beperkingen zijn in frequentie en duur van de voedingen. Borstvoeding is immers een systeem van vraag en aanbod; voor een goede melkproductie is het van belang dat er regelmatig gevoed wordt. Door het uitstellen van voedingen verhoogt de spanning in het melkklierweefsel waardoor de productie wordt gematigd. Op voorwaarde dat het kind onbeperkt borstvoeding krijgt, is het geven van bijvoeding niet aangewezen. Aan bijvoeden zijn immers belangrijke nadelen verbonden. Zo wordt o.a. het systeem van vraag en aanbod verstoord, kunnen er aanlegproblemen ontstaan, neemt de kans op ernstige stuwing toe, worden de nieren onnodig belast en is uit wetenschappelijk onderzoek gebleken dat de lengte van de borstvoedingsperiode negatief wordt beïnvloed door bij te voeden tijdens de kraamperiode. 9

De resultaten voor de vragen met betrekking tot dit thema worden voorgesteld aan de hand van volgende grafiek.


Grafiek 2: Basisregels voor borstvoeding – resultaten gynaecologen (N = 49)


Voor de meerderheid van de items blijken gynaecologen goed geïnformeerd. Toch stellen we met betrekking tot de basisregels voor borstvoeding een aantal zwakke plekken in de kennis van gynaecologen vast. De bevraging toont aan dat zij niet correct geïnformeerd zijn wat betreft het effect van bijvoeden met een flesje op lange termijn, de schatting van het aandeel moeders dat niet kan voeden, bijvoeden van een pasgeborene met een kopje en bijvoeden met water tijdens de zomermaanden. Minder dan 6 op 10 gynaecologen beantwoordde de betrokken stellingen correct.


Anatomie en fysiologie van borstvoeding
Voor een degelijke begeleiding van borstvoeding is basiskennis inzake de anatomische kenmerken van de borst en de fysiologische mechanismen van de melkproductie essentieel. Er werd aan de Vlaamse gynaecologen een aantal stellingen in dit verband voorgelegd. Onderstaande grafiek geeft de resultaten van de bevraging weer.


Deel met je vrienden:
  1   2


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©tand.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina