Hoofdstuk 9: Denken



Dovnload 358.31 Kb.
Pagina1/2
Datum28.04.2018
Grootte358.31 Kb.
  1   2

Hoofdstuk 9: Denken
Denken = cognitief proces waarbij cognitieve representaties gemanipuleerd worden om de wereld te begrijpen en problemen op te lossen. Voor het oplossen van problemen, redeneren & het nemen van beslissingen.
Problemen oplossen
Probleem oplossen = hindernissen overwinnen om een vraag te beantwoorden of doel te bereiken.

Experts: veel oplossingen in hun hoofd die ze direct kunnen oproepen. Hoeven geen problemen op te lossen.

Newell & Simon: probleemruimte = oplossen ve probleem vergeleken met het juiste pad zoeken in een doolhof

 probleem oplossen = juiste pad vinden in probleemruimte



Oplossing probleem vaak opeenvolging v verschillende acties  taak opsplitsen in tussenstappen

Met behulp van algoritmen, heuristieken of het zoeken naar een analogie.


  • Algoritmen

Algoritme = reeks operaties die in theorie een oplossing vh probleem garanderen



Herhaaldelijke toepassing relatief simpele operatie (moet zicht op volledige probleemruimte)

Interessant voor volledig gestructureerd probleem (oplossing ligt vast + er bestaat zeker een oplossingspad)

Ondergestructureerd probleem = niet zeker of oplossingspad bestaat en niet duidelijk hoe doeltoestand er uit ziet

Voorbeeld = toren van Hanoi

Voorbeeld = negen-stippen-probleem

(eindtoestand is niet duidelijk, onmogelijke vooruitgang te vergelijken met te bereiken toestand)

Algoritmen hebben 3 beperkingen:



  • Enkel van toepassing bij volledig gestructureerde problemen

  • Vooral novicen hebben neiging meest waarschijnlijk algoritme te volgen of het van toepassing is of niet.

  • Vaak omslachtig en vergen veel repetitief werk

  • Is niet de manier waarop mensen problemen trachtten op te lossen!!

Op zoek naar strategieën die meestal een oplossing garanderen maar sneller zijn en minder energie vergen


  • Heuristieken

Heuristieken = informele, intuïtieve, speculatieve oplossingsstrategieën. Leveren meestal een oplossing voor een specifiek probleem en werken sneller dan het volledig doorlopen vd probleemruimte met een algoritme.

Ook van toepassing op ongestructureerde problemen.

Elke taak heeft zijn eigen heuristieken, hoe meer ervaring met de taak hoe beter men de heuristieken kent



  • Reden waarom experts sneller een goede oplossing vinden zelfs bij een ongestructureerd probleem.

De meeste heuristieken zijn taakspecifiek, maar sommige zijn algemeen toepasbaar:

- Subdoelanalyse = proces waarbij complex probleem in een reeks kleinere overzichtelijkere vragen verdeeld w

Bradshaw: subdoelanalyse is voornaamste reden waarom d gebroeders Wright een vliegtuig konden

bouwen dat lang genoeg in de lucht bleef, terwijl anderen dit niet konden

- Middel-doelanalyse = probleemoplosser maakt een reeks kleine stapjes (tussendoelen stellen) en gaat telkens

na wat gedaan moet worden om de afstand tot het einddoel te verkleinen

- De oplossing is makkelijker wanneer we van het einddoel terugwerken naar de begintoestand

 uitgangspositie kan tot vele uitkomsten leiden, maar vanuit oplossing is er maar 1 weg naar de beginsituatie

- Moeilijkste problemen: op toeval oplossingen genereren en deze dan evalueren

(wanneer men niet weet of er een oplossing bestaat of wanneer alle voorgaande heuristieken gefaald hebben)



Wanneer heuristieken falen: moeilijke los te komen v heuristieken die in verleden tot goede oplossing leidden.


  • Zoeken naar een analogie

Analogie = op zoek gaan naar een soort gelijk probleem dat eenvoudiger is of vroeger al opgelost werd

Gick & Holyoak: tumorprobleem (uitgedacht door Karl Duncker)

Tumor moet weg maar kan niet met operatie en niet met bestraling allemaal op zelfde plaats

= fort aanvallen maar veel gewicht doet mijnen ontploffen  langs verschillende wegen

 niet genoeg om over een analogie te beschikken, men moet ook de overeenkomst zien!!

Analogieën speelden een grote rol bij wetenschappelijke ontdekkingen:

Archimedes ontdekte bij in bad stappen dat h water dat er uit kwam hetzelfde was als het volume v zijn lichaam




  • Instelling en functionele gefixeerdheid

Vinden ve juiste analogie kan een positief transfer effect hebben

Denken aan een verkeerde analogie kan een negatief transfereffect hebben. Bv creëren vd verkeerde instelling

 herhaaldelijk met succes gebruikgemaakt ve heuristiek leidt tot rigide verwachtingspatroon over oplossing van dat soort probleem = instelling die juiste oplossing ve probleem bemoeilijkt



Abraham Luchins: oplossingsstrategie voor reeks problemen creëert instelling die moeilijk te doorbreken valt


Functionele gefixeerdheid = men zit te zeer vast aan het conventionele gebruik ve voorwerp



Bv. Duncker: kaars aan muur bevestigen zonder kaarsvet op de grond te krijgen

German & Defeyter: 5-jarigen hebben minder functionele gefixeerdheid als 7-jarigen

Omdat: nog niet zo vertrouwd met specifieke functies voorwerp
Functionele gefixeerdheid & verkeerde instelling  wss enige criteria waarom experts slechter scoren





  • Inzicht

Meeste onderzoekers maken een onderscheid tussen 2 soorten problemen:



  • Stap voor stap benadering vh einddoel (start begintoestand en beweegt door probleemruimte naar einddoel)

  • Initieel lijkt men enige vooruitgang te boeken maar uiteindelijk komt men in een ‘moeras’ terecht

 na grote inspanningen er uit = inzicht (Wolfgang Köhler: Aha-Erlebnes) =discontinue probleemoplossing

Köhler: Gestaltpsychologen: oplossen problemen =/ leggen v eenvoudige associaties (= behavioristisch)

Maar: het vatten van het probleem in zijn geheel

Onderzoek naar inzichtelijk leren lang onverzoenbaar met ander onderzoek over leren en conditioneren

Nu: concentratie op informatieverwekingsprocessen die voorafgaan aan het inzicht



  • Inzichtelijk leren bij problemen met initieel grote aantrekkingskracht naar verkeerde oplossingspad

Köhler: aap moet kisten stapelen om aan tros bananen te kunnen die aan h plafond hangt.

Voorbeeld inzichtelijk leren: negen-stippen-probleem


Verkeerde instelling doorbreken door:

Vooral effectief wanneer men een probleem volledig moet herstructureren

Bv. Silveira: stukjes ketting aan elkaar zetten, maar beperkt aantal keer een ring openen en sluiten!!

Proefpersonen met incubatietijd tijdens het oplossen vonden vaker de juiste oplossing


Ideeën genereren in groep = brainstormen MAAR: nier bevorderlijk voor creativiteit

(minder nieuwe ideeën als bij individuele generatie v ideeën)




  • Mentale modellen

Mentale modellen = gehelen v intuïties, kennis en overtuigingen over bepaald onderwerp di helpen om dat

onderwerp te begrijpen, er over na te denken en voorspellingen te maken

combinatie schema en kennis over procedures die binnen schema toegepast kunnen worden

Piaget: mentale modellen worden gesofisticeerder naarmate kinderen groeien (experiment oorsprong v geluid)

McCloskey: mentale modellen gesofisticeerder bij volwassenen maar niet altijd juist (hoe rolt bal van tafel?)

Verkeerde mentale modellen doen zich ook voor in het dagelijks leven:

Medin & Ross: verkeerd gebruik antibiotica (meeste mensen stoppen wanneer de symptomen verdwijnen)

Kempton: werking centrale verwarming (hoe hoger thermostaat hoe harder boiler zal branden)

Winer: visuele perceptie (enkel energie uit objecten naar de ogen  niet tegelijk in en uit of andersom!!)


Mentale modellen v experts benaderen realiteit beter dan die van novicen  Door voortdurende aanpassing v modellen obv systematische observatie, manipulatie en leren door kennis v vroegere experts

Deel met je vrienden:
  1   2


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©tand.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina