Hoofdstuk 4: Directe en Indirecte kosten



Dovnload 17.68 Kb.
Datum11.11.2018
Grootte17.68 Kb.

Hoofdstuk 4: Directe en Indirecte kosten

Het begrip direct en indirecte kosten

Directe kosten: Kosten die onmiddellijk kunnen toegewezen worden tot een bepaald product. Men kan met zekerheid de producten aanwijzen op wiens kostprijs deze kosten betrekking hebben. (direct materiaalverbruik zoals grondstoffenverbruik of directe arbeidskosten zoals sociale lasten)

Indirecte kosten: Kosten die niet onmiddellijk tot een bepaald product toegerekend worden. 2 groepen:

  • Kosten die niet rechtstreeks naar een product toegerekend worden maar wel een duidelijk oorzakelijk verband hebben met het product (indirecte materialen zoals lijm in meubelfabriek of indirecte arbeid zoals toezichthoudend personeel) = indirecte fabricagekosten

  • Kosten die verband houden met de verkoop en andere activiteiten maar niet in verband staan met de fabricage van goederen. (transportkosten van verkochte goederen, salaris van financieel directeur) = indirecte niet - fabricagekosten

Directe en indirecte kosten kunnen variabel en vast karakter hebben. (vb’en p.60)


Verbijzonderingmethoden

Integrale kostprijs van een product wordt berekend door toerekening van indirecte kosten. Het toerekenen of verbijzonderen gebeurd via verschillende verrekeningsmethoden.



A. De Delingscalculatie

Meest eenvoudige berekeningswijze. De kosten per eenheid product delen door het totale aantal producten van een bepaalde periode.

KP/E = totale kosten

totale productieomvang

Delingscalculatie geeft een eenvoudige voorstelling van de kostprijs, want een deel van de kosten reageert niet op verandering in de productieomvang (constante kosten).

De gewone delingscalculatie is dan:


totale constante standaardkosten + totale variabele standaardkosten per periode bij normale bezetting

normale bezetting

Levert een standaardkostprijs op,bruikbaar als basis voor besluitvorming.

Delingscalculatie enkel bruikbaar in geval van homogene massaproductie.


B. De equivalentiecijfermethode

Veel bedrijven produceren producten met varianten op basis van formaat (lengte, dikte). Als men de verhoudingen tussen de kostprijs van verschillende varianten kan vaststellen kan men op basis van die equivalentie (verhouding) de verschillende producten tot 1 noemer herleiden.

Deze methode is slechts toepasbaar bij bedrijven die producten ontwikkelen met grote onderlinge verwantschap.

Voorbeeld p. 62
C. Opslagmethoden

De indirecte kosten moeten verdeeld worden volgens het causaal verband tussen de basis van de verdeling en de te verdelen kosten. De kosten moeten zo verdeeld worden dat elk product belast wordt met de kosten die het werkelijk veroorzaakt.

De indirecte kosten worden toegewezen aan een bepaald product aan de hand van één of meerdere verdeelsleutels of opslagbasissen (directe grondstoffen, directe arbeidskosten, directe kosten, enz.  p. 64).
Primitieve opslagmethode

Indirecte kosten worden verrekend door gebruik te maken van slechts 1 verdeelsleutel.

Wanneer men volgens verschillende verdeelsleutels heeft uitgerekend merkt men dat er telkens een ander resultaat bekomen wordt, doordat er geen oorzakelijk verband is tussen de indirecte kosten en het kostenelement waarmee ze verbonden zijn. Er zullen ook steeds kosten overblijven die men arbitrair moet verdelen. Belangrijk is deze kosten zo gering mogelijk te houden.

Voorbeeld p.64-68
Verfijnde opslagmethode

Betere methode, aangezien men de indirecte kosten verder uitsplitst naar de oorzaak die tot de kosten geleid hebben.



Voorbeeld p. 69-70
D. De kostenplaatsen – of productiecentramethode

Toedeling van de indirecte kosten aan de producten via kostenplaatsen of productiecentra.



Kostenplaats of productiecentra: verzameling van alle indirecte kosten die met de uitoefening van een bepaalde functie in de onderneming samenhangen. Kostensplitsing vindt functioneel plaats.

  • Hulpkostenplaats: geen concreet aanwijsbare afdeling in het bedrijf maar kostengroeperingen die ten behoeve van de kostenverbijzondering worden gemaakt (huisvesting, vervoer, computercentrum)

  • Zelfstandige kostenplaatsen: reëel bestaande afdelingen of onderafdelingen die niet rechtstreeks deelnemen aan de productie maar er diensten aan verlenen. (onderhoud, magazijn, algemene directie)

  • Laatste of hoofdkostenplaatsen: afdelingen of onderafdelingen waarin het productieproces plaatsvindt. (fabricage – en verkoopafdeling)

Kostendragers: producten die door de onderneming geproduceerd worden. Directe kosten worden zo veel mogelijk direct naar kostendragers toegerekend. Dit gebeurt stapsgewijs.


  • Stap 1: indirecte kosten worden verdeeld over de verschillende kostenplaatsen. Kosten van toezichthoudende arbeid zijn voor de afdeling waarover toezicht gehouden wordt. Kosten van machines zijn voor de plaatsen waar de machines staan. Kosten voor het gebouw zijn voor de hulpkostenplaats Huisvesting. Na de toerekening naar kostenplaatsen worden de verschillende kostenplaatsen getotaliseerd.

  • Stap 2: kosten van de hulpkostenplaatsen worden doorbelast aan andere kostenplaatsen, op basis van prestaties die in andere kostenplaatsen geleverd worden. Daarna worden op dezelfde manier kosten van zelfstandige kostenplaatsen ten laste van hoofdkostenplaatsen gebracht. Als alle indirecte kosten zijn doorbelast naar de hoofdkostenplaatsen, waar het productieproces plaatsvindt, dan is stap 2 beëindigd.

  • Stap 3: doorbelasting van de kosten van de hoofdkostenplaatsen naar de kostendragers, volgens de mate waarin de producten van de prestaties van deze afdelingen gebruik maken. Toerekening van de totaalbedragen van de hoofdkostenplaatsen gebeurt meestal via tarieven (tarief per man – uur, machinetarief,…)

Voorbeeld p. 74 – 80

Omslagsleutels:

  • Directe grondstoffen: de waarde van de grondstof is het allesoverheersende element en is niet te erg aan prijsschommelingen onderhevig

  • Directe arbeidskosten: vooral in arbeidsintensieve bedrijven

  • Directe kosten: op grond van verwachting dat fouten in min en plus elkaar zullen opheffen. Kunnen de fout ook vergroten

  • Directe machinekosten: lonen van bijkomstig belang, machines spelen een overwegende rol. Machineloon = afschrijving, drijfkracht, kosten van bediening,reparatie en onderhoud

  • Hoeveelheid directe grondstoffen: enkel in bedrijven waar grondstoffen verwerkt worden waaruit steeds zelfde fabrikaten worden verkregen.

  • Hoeveelheid geproduceerde artikelen: ongelijk aantal fabrikaten wordt verkregen naar gelang van de hoedanigheid van de gebruikte grondstof (suikerbieten, meer of minder nodig naar gelang van suikergehalte)

  • Uren directe arbeid: wanneer men met tijdloon werkt en de prestaties zijn niet in verhouding met het uitbetaalde loon, is deze sleutel meer aangewezen dan de omslag volgens directe lonen

  • Aantal machine - uren per product: kostprijs van een afdeling waar machines gebruikt worden en de tijd die de machine in gebruik is zijn gekend


E. De activity – based costing (ABC)

Constante en indirecte kosten gaan een groter deel uitmaken van de totale kosten, samenhangend met de toenemende automatisering en toename van toezichthoudende activiteiten.

ABC is een verfijnde methode waarbij de indirecte kosten verdeeld worden over de producten in verhouding tot het gebruik van de verschillende activiteiten die verricht moeten worden om het product en/of order te produceren en te verkopen.

Het begint met het vaststellen van verschillende activiteiten waarvoor indirecte kosten gemaakt worden (planning, kwaliteitscontrole en transport). Elke activiteit valt samen met een bewerking, functie of dienst in de onderneming en worden als oorzaak gezien voor het ontstaat van indirecte kosten.

Alle indirecte kosten worden verzameld in een cost pool, waarna er wordt nagegaan door welke variabele het volume van de activiteit wordt beïnvloed. We gaan dus op zoek naar een verdeelsleutel per soort activiteit, de cost driver. Deze kunnen divers van karakter zijn.

De kosten van iedere cost pool worden gedeeld door de bijbehorende cost driver en zo bekomen we de kost per eenheid cost driver. Daarna worden de cost pools door middel van de cost drivers toegerekend aan het product.



Voorbeeld p. 84-85

Voordelen:

  • Nauwkeuriger berekening van integrale kostprijs van producten

  • Oorzaken van kostenverschillen tussen producten afleiden uit kostprijsstructuur

Nadelen:

  • Systeem is complex

  • Zeer gedetailleerde kosteninformatie is nodig (definitie van activiteiten, berekening van kostprijs, …)

  • Leidt tot een ingewikkelde kostenregistratie

  • Boeken in zowel kostenplaatsen als in activiteitencentra

  • Hogere administratiekosten, die moeten vergeleken worden met de voordelen van een nauwkeuriger kostprijs.


Deel met je vrienden:


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©tand.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina