Hoofdstuk 3: metazoa of meercellig georganiseerde dieren



Dovnload 150.2 Kb.
Datum29.11.2017
Grootte150.2 Kb.

Hoofdstuk 3: Metazoa of meercellig georganiseerde dieren

3.1 Inleiding

Meercelligheid is ontstaan uit eencellige voorouder


1) syncitiumhypothese

Binnen 1 cel meerdere kernen, oorspronkelijk niet gescheiden dr plasmalemma’s

Op bepaald moment zijn er plasmalemma’s gevormd  meercellig organisme
2) koloniehypothese (meest waarschijnlijke)

Eencelligen leven samen in een kolonie

Er is taakverdeling (functionele differentiatie)

Vb aan de buitenzijde cellen verantwoordelijke vr beweeglijkheid en voedselopname, aan de binnenzijde vr reproductie


3.2 Embryonale ontwikkeling

Meercelligen passeren altijd een 1-cellig stadium: zygote


3.2.1 Vroege embryonale ontwikkeling: Ontstaan van het ectoderm en endoderm

Zygote deelt mitotisch  identieke cellen


Zaadcel

+  zygote   


Eicel
Embryogenese

zygote


oölemma

vitelline membraan (wordt fertilisatiemembraan, er kan maar 1 spermacel

nr binnen) blastomeer

1ste klieving

mitose  

Klievingen zo snel, G1 en G2 zo kort dat totale volume van zygote gelijk blijft

Klievingen afhankelijk van de hoeveelheid dooier:

Weinig dooier: oligolecithaal ei ~ holoblastische klieving (onthouden: oh)

Veel dooier: telolecithaal ei ~ discoïdale klieving (dt)

klieving enkel


centrolecithaal ei ~ periblastische klieving (pc)

klievingen enkel aan de periferie





2de 3de


4-cellig 8-cellig  16,32,64,…



 blastocoel (primaire lichaamsholte)

















MORULA BLASTULA

stadium stadium


Tussen de verschillende cellen ontstaan ruimtes die uiteindelijk 1 holte vormen: BLASTOCOEL

Bij in water afgezette eitjes is de blastula beweeglijk dankzij cilia op de blastomeren

Cellen vormen epitheel rond holte

animale pool

micromeren




macromeren (meer dooier)

vegetatieve pool
Instulping macromeren in micromeren of micromeren groeien erover (hoe gastrulatie gebeurt is van minder belang)
GASTRULATIE


ectoderm dwars:


GASTRULA

endoderm




blastophorus/oermond archenteron/oerdarm

blindeindigend spijsverteringskanaal
Anterior-posteriore elongatie
Verder verloop is niet meer hetzelfde bij alle organismen

Tot hier was het UNIVERSEEL


3.2.2 Vorming van het mesoderm of derde kiemblad en ontstaan van een secundaire lichaamsholte
PROTOSTOMIA blastophorus ~ mond

(Verdere tekeningen: zie notities)


Het mesoderm ontstaat door mitotisch uitgroeien van een cellaag tussen ecto- en endoderm vertrekkend van twee cellen die zich aan overgang ecto- en endoderm bevonden.
Binnen het mesoderm ontstaat door scheuring en holtevorming een met vocht gevulde secundaire lichaamsholte, het schizocoeloom. Wanneer enkel de ectodermale zijde met mesodermcellen is afgelijnd spreken we van pseudocoeloom.


Deuterostomia blastophorus ~ anus
Het mesoderm ontstaat als een blaasvormige afsplitsing uit het endoderm. Er wordt meteen een secundaire lichaamsholte gevormd, het enterocoeloom
3.3 Bestemming van de respectievelijke kiembladen: organogenese

  • Endoderm

Spijsverteringsstelsel met alle aanhangsels


  • Ectoderm

Buitenste lagen van de huid met alle in- en uitstulpingen

Bij chordata zal uit het ectoderm boven de chorda dorsalis (axiaal steunelement bij chordata) via chemische inductie de neurale buis ontstaan  zenuwstelsel




  • Mesoderm

  • Epimerisch/somieten mesoderm: * wervels rond de neurale buis en de chorda dorsalis

° uit sclerotoom

* onderhuids bindweefsel

° uit dermatoom

* rugspieren

° uit myotoom


  • Mesomerisch mesoderm: * excretiestelsel

° uit nefrotoom

* gonaden



  • Hypomerisch mesoderm: * coeloom (enterocoeloom)

Opm.: De chorda invagineert samen met het via enterocoeloomvorming afgesplitste mesoderm oorspronkelijk samen met het endoderm en splitst dan af. Sommigen zeggen dus dat de chorda van endodermale oorsprong is, anderen duiden het aan als mesodermaal.


3.4 Primaire lichaamsbouw bij de diverse Metazoa

Diblastische dieren: (holtedieren)

Enkel ecto- en endoderm, eventueel acellulaire mesenchymlaag

Geen mesoderm, dus geen echte spieren

Spijsverteringsstelsel is blindeindigende verteringszak


Triblastische dieren: tijdens de embryonale ontwikkeling zijn de drie kiembladen gevormd
Acoelomata (Platwormen)

Geen secundiare lichaamsholte

Ruimte tss ecto- en endoderm is gevuld met parenchymcellen
Pseudocoelomata (Aschelminthes = zakwormen)

Secundaire lichaamsholte enkel langs ectodermale zijde met mesoderm omzoomd

~ pseudocoeloom
Coelomata

Secundaire lichaamsholte volledig afgelijnd met mesoderm

Mesoderm hft visceraal blad (tg endoderm) en pariëtaal blad (tg ectoderm)

Coeloom gevormd als afsplitsing van het archenteron: enterocoeloom (Echinodermata en Chordata) (deuterostomia)

Coeloom dr splijting ontstaan, holtes binnen mesoderm: schizocoeloom

(Annellida, Mollusca en Arthropoda) (protostomia)


3.5 Algemeen bouwplan van een schizo-coelomaat

Het ontstaan van segmentatie

Dieren opgebouwd uit achter elkaar schakeling van in oorsprong gelijke delen, segmenten of metameren. Segment langs buitenzijde begrensd dr ectoderm. Darm is rechtlijnige buis tss mond en anus.

In elk segment links en rechts vd darm een coeloomzakje.

Pariëtaal en visceraal blad vormen spieren vd lichaamswand en darm en begrenzen deze nr coeloomholte toe met pariëtaal, resp. visceraal peritoneumvlies.

Op plaats waar linker en rechter coeloomzakje elkaar raken: mesenteriumvlies: hangt darm op in het lichaam. Tss dubbele mesenteriumvliezen ruimte uitgespaard  dorsaal en ventraal bloedvat en dorso-ventraal verlopende ringbloedvaten in dissepimenten.

Dorsale bloedvat fungeert als hart, bloed stroom van posterieur nr anterieur.

In elk coeloomzakje nephridiumbuisje dat via nephridioporus uitmondt in buitenwereld (excretie).

Uit de wand van coeloomzakjes ontstaan voortplantingsorganen.

Zenuwstelsel: enkele versmolten kopganglia boven de darm. In elk segment een paar ganglia ventraal vd darm. De twee ganglia zijn verbonden via een commissuur. Tss ganglia van twee opeenvolgende segmenten: connectief. Zenuwstelsel heeft touwladderstructuur. Het is gelegen onder de darm  Hyponeurii.

Hydroskelet: coeloomzakjes zijn met vloeistof gevuld

Spieren zijn gesegmenteerd. Circulaire en longitudinale spierenperistaltiek: lichaam vooruit, vasthaken, rest van lichaam meetrekken. Circulaire spieren contraheren: segmenten worden langer en dunner, bij longitudinale korter en dikker.



Protostomia-schizocoelomaat

sagittale doorsnede ringbloedvat

gonaden




dorsaal

bloedvat

  

mond anus

  

ventraal

bloedvat

segmentatie!!!


frontale doorsnede

  

  

  


  


3.6 Algemeen bouwplan van een vertebraat-enterocoelomaat

1) Dwarse snede

Dorsaal van de darm axiale steunstructuur: chorda. Door inductie ontstaat boven de chorda de neurale buis. Links en rechts vd chorda segmentaal ingedeeld somieten mesoderm.

Oorspronkelijk is het mesoderm een klompje cellen met een centrale holte (enterocoeloom), die ventraalwaarts tss ecto- en endoderm groeien en verder differentiëren. Dorsale of somieten mesoderm vormt skelet, spieren en dermaal onderhuidsbindweefsel. Mediaal deel vormt nieren en voortplantingsorganen. Visceraal en somatisch blad van ventraal deel omgrenst definitieve coeloomholte als peritoneumvliezen die met elkaar verbonden zijn met mesenteriumvliezen en speelt belangrijke rol bij ontstaan hart en bloedsomloop.
2) Overlangse doorsnede

Ectoderm vormt buitenste lagen vd huid. Spijsverteringsstelsel is doorlopend. Mond en anus zijn aanwezig. De pharynx staat via 5 kieuwspleten in verbinding met de buitenwereld. Slokdarm kan ventraal aanhangsel vertonen dat kan fungeren als long(en) of zwemblaas. Na de maag sluit op het duodenum de pancreas aan en eveneens de galblaas als verzamelplaats vd lever. Op overgang van dunne nr dikke darm: blindeindigende uitstulping, caecum.

Dorsaal bevindt zich de neurale buis, boven de darm  Epineurii. Vooraan ontstaan hieruit de hersenblaasjes. Uit de neurale buis ontspringen segmentaal de spinale zenuwen. Links en rechts tegen de neurale buis: spinale ganglia. Onder neurale buis: chorda. Beiden omgeven dr segmentaal aangelegde wervels. Buiten kopgebied links en rechts vd wervelkolom segmentaal aangelegde somieten. In achterste deel van het dier, tg de wervelkolom aan liggen de nieren en het voortplantingsstelsel die beiden afvoergang hebben die oorspronkelijk uitmondt in de cloaca.
Het hart ligt ventraal in de borstholte en pompt bloed via de ventrale aorta over de aortabogen nr de dorsale aorta. Via slagaders die aftakken op de dorsale aorta worden de vitale organen van bloed voorzien. Een veneus systeem voert het bloed terug nr het hart.
Tekening: zie notities

De wervels hebben functie van de chorda overgenomen. Aan de wervelkolom is het lichaam opgehangen. 

Pharynx: voedselverzamelapparaat, inwendige zeef




Bloedsomloop

Dorsale aorta


arteria


carotis

capillair

net

aortabogen



ventrale aorta vena cava




Deel met je vrienden:


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©tand.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina