Hogeschool van Amsterdam Specifieke rugklachten



Dovnload 0.53 Mb.
Pagina5/5
Datum07.11.2017
Grootte0.53 Mb.
1   2   3   4   5

Spondylolisthesis


Spondylolisthesis is het afglijden van de wervel als gevolg van een breuk. Deze breuk kan ontstaan nadat er een sprong wordt gemaakt en met het bovenlichaam naar achter wordt geleund waardoor een hyperlordose ontstaat. Verder kan de oorzaak ook verslapte ligament verbinding zijn tussen de wervels. De grootte van de hoek van een afgegleden wervel kan in 4 categorieën worden ingedeeld. Op basis hiervan wordt bepaald of er een operatie wordt uitgevoerd of niet. Spondylolisthesis is een van de specifieke aandoeningen waar niet altijd lage rugklachten aanwezig zijn. Daarnaast wordt het bij patiënten met lage rugklachten niet vaak gezien. Wanneer er een ernstig geval van Spondylolisthesis aanwezig is, kan door de gevonden afwijking bijna zeker worden vastgesteld dat het aanwezig is. Hier wordt bij het onderzoek verder op doorgegaan. Vaak is deze aandoening het gevolg van Spondylolyse. Doordat de benige verbinding in de wervelboog wordt verbroken, kan het ventrale deel van de wervel en de wervels daarboven, verder naar ventraal verplaatsen (Gavriliu, 2015). Hierboven wordt het beschreven als een breuk. Dit ontstaat vaak op jonge leeftijd wervelniveau L5, waarschijnlijk door acute of chronische traumatische invloeden. Meestal neemt dit niet of in kleine mate toe (Whoan Jeang Kim, 2015). De prevalentie van Spondylolisthesis in Nederland is 0,8% (NHG, 2005).
Fysiotherapeutisch proces

Tijdens de anamnese zijn er symptomen die op Spondylolisthesis/spondylolyse kunnen duiden. Spondylolyse is het gevolg van een Spondylolisthesis en hebben dus ook dezelfde symptomen. Deze symptomen zijn:



  • Instabiliteit in de rug. Patiënt kan aangeven het gevoel te hebben ‘’erin kan schieten’’

  • Lage rugpijn voor de 20ste levensjaar.

  • Pijn in de lage rug, bil en been.

  • Toenemende pijn bij bepaalde bewegen (lopen en staan).

  • Afnemende pijn bij steun nemen waardoor er ontlast wordt in de rug.

  • Toename pijn bij extensie van de rug.

  • Spasmen in de spieren van de lage rug.

  • Sensibiliteitsstoornissen in de benen.

  • Verzwakte spieren in de benen.

  • In extreme gevallen, Mictiestoornissen.

(Hu SS et al, 2006)

Onderzoek

Er zijn geen beschreven tests die een mogelijke Spondylolisthesis aantonen. In de KNGF-richtlijn lage rugklachten wordt er beschreven als rode vlag voor Spondylolisthesis, via palpatie van de lage rug. Als er een ‘trappetje’ gepalpeerd wordt zou dit indicatie kunnen geven voor Spondylolisthesis. Er zou een afschuiving van de wervels aanwezig kunnen zijn. Er wordt in dit geval aan de patiënt geadviseerd om naar de huisarts te gaan om een MRI te laten maken.

(KNGF, 2013)


Behandeling

Bij spondylolisthesis wordt niet altijd behandeld. Er zijn namelijk wel meer mensen die een afgegleden wervel hebben maar hier geen klachten van ondervinden. Wel is het van belang de rugspieren te versterken. Het is dan met name belangrijk om de stabiliserende spieren te versterken. Hierbij kan de patiënt oefeningen krijgen met de stabilizer. Ook is een bruggetje maken een goede oefening om de stabiliserende spieren in de rug te versterken. In ernstige gevallen boven graad 2 van de classificatie van Myerding Mizuno et al (2016) volgt een operatie waarbij een neurochirurg of een orthopedisch chirurg de aangetaste lendenwervels aan elkaar vastmaakt. In de meeste gevallen moet de cliënt met spondylolisthesis leren leven en een goede balans vinden. De laatste 10 jaar komen er wel steeds meer RCT’s uit over operatieve ingrepen. Er wordt momenteel onderzoek gedaan naar twee verschillende operatiemethodes door de Kunder at al (2016) namelijk: transforaminal lumbale fusie (TLIF) en posterieure lumbale fusie (PLIF). Uit de RCT die wij op Pubmed vonden blijkt dat de chirurg momenteel kiest voor de operatie die hij het best beheerst. Ook blijkt uit deze RCT dat de TLIF het effectiefst is. Het is het goedkoopst, mensen worden sneller uit het ziekenhuis ontslagen en kunnen eerder beginnen met werk. Toch wordt niet altijd voor deze methode gekozen. Er is in het onderzoek gebruikt gemaakt van de ODI, QALY, VAS, IPCQ en de IMCQ, met deze meetinstrumenten wordt gekeken naar de activiteiten, kosten en pijn. De TLIF kwam het beste uit de meetinstrumenten. Helaas wordt er niet gesproken over de uitslagen in het onderzoek.



Spondylolyse


Spondylolyse wordt hierboven als mogelijke oorzaak gegeven voor spondylolisthesis. Dit houdt in dat de verbinding tussen de wervelboog en het wervellichaam niet meer intact is. De oorzaak hiervan kan een aangeboren afwijking zijn of een trauma. In een onderzoek wordt Spondylolyse beschreven als een discontinuïteit tussen verschillende segmenten van de wervelbogen. Het kan pediculair, isthmische of lamellaire zijn. Mogelijke oorzaken zijn teratogene factoren, stressfactoren, fracturen ten gevolge van een trauma, pathologische fracturen en degeneratieve factoren. Eratologische Spondylolyse kan ontstaan door het falen van de chondrificatie/ossificatie of door de agenesie van beide centra. Beide processen worden begeleid door de resorptie van het mesenchymale weefsel wat plaats vindt tussen deze centra of degene die de centra genereert. Het kan retro somatisch gelokaliseerd zijn, tussen het wervellichaam en de pedikel, isthmische of retro isthmische op lamellair niveau (Standaert, 2000). In een case report wordt het volgende beschreven. Volgens Kim et al (2015) is de associatie tussen Spondylolyse en Spondylolisthesis bekend. Van de vijf vormen van Spondylolyse, is istmische Spondylolyse het meest symptomatisch en heeft een incidentie van 3% tot 6%. Het grotendeel (85% tot 95%) ontstaat op het niveau L5 en ongeveer de rest op niveau L4. Verder is het erg zeldzaam als Spondylolyse op meerdere wervellichamen wordt aangetroffen.
Fysiotherapeutisch proces

Zie Spondylolisthesis.


Behandeling

Spondyloyse zelf geeft haast geen klachten het probleem is echter dat bij Spondylolyse de klacht Spondylolisthesis komt kijken. Het is belangrijk dat de cliënt in beweging blijft, maar niet overdrijft. Vaak biedt oefentherapie de primaire oplossing tegen de instabiliteitsklachten die horen bij een Spondylolisthesis of een spongdyloysebeeld. De behandeling komt dus erg overeen met Spondylolisthesis en daarom verwijzen wij ook naar het kopje ‘Spondylolisthesis’.




Conclusie


Voor exacte cijfers van de onderzoeken en de daarbij horende resultaten wordt er verwezen naar de behandeling die hierboven in het document staan vermeld.

Hernia

Er is een conservatieve behandeling tegenover een operatieve behandeling gezet. Bij de conservatieve behandeling wordt er gebruik gemaakt van oefentherapie en rust. Hieruit bleek dat 75% van de mensen natuurlijk hersteld binnen vier weken. De kans op conservatief herstel is 91%. Uit onderzoek van Andresen (2016) bleek dat van de 14261 geopereerde hernia’s 7371 hernia’s opnieuw geopereerd moesten worden na verloop van jaren. Hieruit hebben wij geconcludeerd dat wij niet kiezen voor operatie maar voor de conservatieve behandeling.



Cervicaal radiculair syndroom

Binnen zes tot acht weken herstelt 80% van de patiënten conservatief.

Bono et al (2010) heeft verschillende onderzoeken gedaan naar effectieve behandelingen voor CRS.

Hieruit blijkt een nekkraag die zes weken gedragen moet worden en hierbij zoveel mogelijk rust te houden even effectief te zijn als oefentherapie. Hiernaast heeft het effect van fysiotherapeutische behandelingen binnen zes weken nagenoeg hetzelfde effect in pijnvermindering als de nekkraag. Echter is de werkgroep van mening een fysiotherapeutische behandeling aan te raden. Binnen 6 weken wordt de patiënt getraind en aangeleerd zich aan te passen in plaats van de immobiliseren en rust te nemen. Indien de therapie niet effectief is kan er nog een chirurgische ingreep gedaan worden.


Lumbosacraal radiculair syndroom

Met 95% positief herstel wordt conservatief behandelen door het NHG aangeschreven. Hierbij is het erg van belang dat de patiënt geïnformeerd en geadviseerd wordt. Er wordt uitgelegd dat de patiënt begint met rust maar langzaam opbouwend weer actief moet worden. Deze behandelmethode wordt bekrachtigd door een onderzoek uit Australië waaruit onderzoek is gebleken dat de patiënten die tien weken lang trainen veel actiever waren geworden en minder/geen klachten meer hadden vergeleken met patiënten die in dezelfde tien weken rust genomen hadden.


Wervelfractuur

Uit onderzoek van Lamy (2016) naar behandeling van een wervelfractuur bleek dat het inspuiten van medicijn Denosumab goed werkt, omdat het de botmineraaldichtheid verhoogt. Echter wanneer het langer dan zes maanden geïnjecteerd wordt, kunnen er osteoporotische klachten ontstaan. Uit een operatieve behandeling met plaatjes en schroeven bleek dat bijna iedereen herstelt na drie maanden. Aangezien het gebruik van het medicijn kan leiden tot osteoporotische klachten kiezen wij voor de operatieve behandeling.



Osteoporose

Bij osteoporose is er nog geen behandeling het is alleen mogelijk om de aandoening stabiel te houden met medicijnen. Bij osteoporose is er de mogelijkheid tussen de volgende twee medicijnen: bisfosfonaten of denosumab. De werkgroep kies voor de bisfosfonaten medicijnen, omdat 80% tot 90% van de mensen goed reageert op deze medicijnen. De denosumab daarentegen werkt alleen de eerste zes maanden goed. Na zes maanden is de kans aanwezig dat er juist klachten als osteoporose ontwikkeld wordt. Plus door de kennis dat 80% tot 90% goed reageert op de bisfosfonaten is de keuze voor ons gevallen op bisfosfonaten.


Ziekte van Bechterew

Voor Bechterew bestaat er geen echte behandeling zoals er bleek uit het onderzoek. Momenteel wordt er wel het medicijn NSAID voorgeschreven om de aandoening stabiel te houden. Verder bestaat er ook een oefenprogramma op basis van behandelbare grootheden. Ook dit is om de aandoening stabiel te houden (Grassi, 2016). Aangezien beide behandelingen gericht zijn op het stabiel houden van de aandoeningen en er geen voordelen of nadelen bekend zijn, zouden wij kiezen voor een combinatie.



Kanaalstenose

Over het algemeen wordt er bij kanaalstenose gekozen voor conservatieve behandeling. Uit onderzoek van Shigematsu (2016) is gebleken dat 83,3% van de patiënten met kanaalstenose tractie als behandelmiddel een positieve invloed heeft. Hierbij is er een minimale toename van de opening tussen de wervels met 1,4 millimeter vergroot binnen zes maanden. Verder is houdingstherapie een belangrijke behandelbare grootheid. Indien de conservatieve behandeling geen positief effect heeft kan er nog gekozen worden voor een operatie. Operatief wordt de ruimte in het wervelkanaal dan vergroot.


Scheuermann

Preventief behandelen is essentieel bij deze aandoening. In de groeifase kan de toename van kyfose geremd worden door training. Hierbij is het van belang dat de patiënt bewust wordt van zijn houding en deze zo goed mogelijk kan aanpassen. Bij volwassenen kan de kromming al aanwezig zijn en kan daar een minimale verbetering in plaatsvinden. De behandeling is daarom gericht op het de stabiliteit van de wervelkolom en pijnverlichting indien klachten aanwezig zijn. Uit onderzoek van Lowe (2016) blijkt een brace ook een mogelijkheid te zijn. Deze geeft een positief effect op de afname van kyfotisering.


Spondylolysthese/ Spondylolyse

Bij Spondylolysthese wordt de keuze gemaakt tussen geen behandeling of een operatieve behandeling afhankelijk van de ernst. De werkgroep heeft onderscheid gemaakt tussen TLIF en PLIF. In het onderzoek van Kunder (2016) is er gebruik gemaakt van ODI, QALY, VAS, IPCQ en de IMCQ, met deze meetinstrumenten wordt gekeken naar de activiteiten, kosten en pijn. Op basis van deze meetinstrumenten blijkt dat de TLIF de beste operatiemethode is, omdat het goedkoper is, de operatie korter duurt, de hersteltijd sneller is en mensen sneller weer aan het werk gaan. Daarom kiezen wij als werkgroep voor deze operatiemethode. Bij spongdylolyse komt vaak het klachtenbeeld Spondylolysthese kijken, daarom is onze operatie keuze hetzelfde bij Spondylolysthese.



Nawoord


Tijdens het schrijven wilde de werkgroep meer kennis opdoen over een EBP fysiotherapeutisch proces bij specifieke rugklachten. Hierbij kwamen alle specifieke rug aandoeningen met anamnese, onderzoek en behandeling aanbod. De werkgroep heeft zelf meer kennis kunnen opdoen door het maken van dit product en willen de kennis graag overbrengen door middel van dit product. Verder wil de werkgroep graag de opdrachtgever bedanken voor de opdracht.

Bijlage 1: Screening specifieke rugklachten


Elke patiënt die zich via DTF aanmeldt wordt gescreend door de therapeut. Hiervoor zijn verschillenden screeningsvragen die algemeen of specifiek kunnen zijn. De werkgroep gaat ervan uit dat de therapeuten de algemene screening kennen en beheersen. Echter voor specifieke rugklachten zijn er specifieke screeningsvragen. Deze zijn onderverdeeld in lage rug en hoofd/nek en zijn hieronder kort beschreven:
Lage rug

  1. Heeft de patiënt zijn eerste episode lage rugklachten voor het 20ste levensjaar of pas na het 50ste levensjaar ervaren?

  2. Gebruikt de patiënt medicijnen die intraveneuze ingediend moeten worden?

  3. Heeft de patiënt naar zijn mening een extreme kyfose, lordose of scoliose?

  4. Heeft de patiënt een extreme lumbale extensie beperking die vervangen is door een extreme flexie?

  5. Heeft de patiënt mictiestoornissen (incontinentie of retentie)?

  6. Heeft de patiënt last van rijbroekanesthesie (minder of geen gevoel aan de binnenkant van de bovenbenen)?

  7. Heeft de patiënt last van uitvalsverschijnselen en/of spierzwakte in beide benen?

  8. Heeft de patiënt moeite met lopen de afgelopen tijd?

(Bonsen, 2008)

Hoofd/Nek



  1. Heeft de patiënt last van hoofdpijn na een (recent) trauma?

  2. Heeft de patiënt last van hoofdpijn in combinatie met een systeemziekte?

  3. Heeft de patiënt last van hoofdpijn die spontaan is begonnen?

  4. Heeft de patiënt last van lokale neurologische klachten? (Hierbij kan er gedacht worden aan moeite hebben met praten, niet op woorden kunnen komen en moeilijk bewegen)

  5. Indien de patiënt ouder is dan 50 jaar: is de hoofdpijn begonnen na uw 50ste levensjaar?

  6. Heeft de patiënt last van veranderingen in mentale gesteldheid? (Bijvoorbeeld: geheugenstoornissen, verwardheid, slaperigheid, verhoogde prikkelbaarheid en minder besef van de omgeving.)

  7. Is de hoofdpijn de afgelopen tijd heftiger en vaker toegenomen?

  8. Heeft de patiënt last van blinde vlekken, dubbelzien en/of wazig zien?

(Bonsen, 2008)

Indien een van de vragen positief wordt beantwoord dient de therapeut de patiënt terug te sturen/ verwijzen naar de huisarts. De patiënt wordt niet pluis beoordeeld door de therapeut en wordt hierover geïnformeerd. Er wordt een verwijzende brief geschreven naar de huisarts zodat deze op de hoogte gesteld wordt.


Bronvermelding


Acker J. Cervical disc herniation as a trigger for temporary cervical cord ischemia. [Asian Spine Journal, 2016]. Geraadpleegd oktober 2016. Beschikbaar via: https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/27683710
Anton Luzier’s hoorcollege anatomie op de Hogeschool van Amsterdam (oktober 2016) geraadpleegd oktober 2016.
Andresen K. Repair of recurrent hernia is often performed at a different clinic (augustus 2015) geraadpleegd oktober 2016. Beschikbaar via:https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/27743212
Altun I. Ankylosing Spondylitis: Patterns of Spinal Injury and Treatment Outcomes [Asian Spine Journal, 2016]. Geraadpleegd oktober 2016. Beschikbaar via: https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC4995247/
Amirouche F. Role of the posterior elements in the disc bulging of a degenerated cervical spine. [International journal of spine surgery]. Geraadpleegd oktober 2016. Beschikbaar via: https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC4442629/
Benditz A. Prospective medium-term results of multimodal pain management in patients with lumbar radiculopathy [Science Reports, 2016]. Geraadpleegd oktober 2016. Beschikbaar via: https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC4910049/
Cleland J. Koppenhavenhaven S. orthopaedic clinical examination an evidence-based approach 2nd edition. Juni 2010. Geraadpleegd oktober 2016.
Damborg F. Genetic epidemiology of Scheuermann's disease. [Acta Ortop, 2011]. Geraadpleegd oktober 2016. Beschikbaar via: https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/21895506
De Kunder SL. A protocol of a randomized controlled multicenter trial for surgical treatment of lumbar spondylolisthesis [BMC Musculoskeletal Disorders, maart 2016]. Geraadpleegd oktober 2016. Beschikbaar via:https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/27716168
Elders P.J.M. Dinant G.J. Van Geel T. Maartens L.W.F. Merlijn T. Geijer R.M.M. Geraets J.J.X.R. NHG-Standaard Fractuurpreventie (tweede herziening) 2012. Geraadpleegd oktober 2016. Beschikbaar via: https://www.nhg.org/standaarden/volledig/nhg-standaard-fractuurpreventie#idp194080
Gavriliu ST. Burnei’s disease: teratological spondylolysis. [Journal of Medicine and Life, 2015]. Geraadpleegd oktober 2016. Beschikbaar via: https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC4656946/
Gans R.O.B. MChaaglanden, 2009. Geraadpleegd oktober 2016. Beschikbaar via:https://www.mchaaglanden.nl/stimulansz/ziekten-a-z/scheuermann
Grassi W. Therapy of spondylarthritis ankylopoetica (september 2016) geraadpleegd oktober 2016. Beschikbaar via:https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/6641109
Hahne AJ. Individualized functional restoration, [the spine journal oktober 2016.] Geraadpleegd oktober 2016. Beschikbaar via:https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/27765714
Hu SS. Tribus C.B. Diab M. Ghanayem A.J. Spondylolisthesis and spondylolysis, 2008. Geraadpleegd oktober 2016. Beschikbaar via: https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/18399601
Ji Sook Yi. Imaging of Herniated Discs of the Cervical Spine: Inter-Modality Differences between 64-Slice Multidetector CT and 1.5-T MRI. [Korean J Radiol]. Geraadpleegd oktober 2016. Beschikbaar via: https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC4499554/
Jordan J. Herniated lumbar disc. [BMJ Clinical Evidence, 2011]. Geraadpleegd oktober 2016. Beschikbaar via: https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/21711958
Kuijper B. Het cervicaal-radiculair syndroom. [Nederlands Tijdschrift Tandheelkunde oktbober 2014; 121: 483-486] geraadpleegd oktober 2016. Beschikbaar via: http://www.ntvt.nl/artikel/121/10/het-cervicaal-radiculair-syndroom
Lamy O Severe rebound-associated vertebral fractures after denosumab discontinuation [the journal of clinical endocrinology februari 2016] geraadpleegd oktober 2016. Beschikbaar via:https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/27732330)
Loman, vorm en bewegen (13e druk bladzijde 93, 2013) geraadpleegd op oktober 2016.

Lowe TG. Evidence based medicine: [analysis of Scheuermann kyphosis, september 2007]. Geraadpleegd oktober 2016. Beschikbaar via:https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/17728677


McKenzie institute Mckenzie methode overzicht [Methode overzicht oktober, 2016] geraadpleegd oktober 2016 beschikbaar via:http://www.mckenzieinstitute.org/benelux/nl_NL/therapeuten/de-mckenzie-methode/
Mizuno K, Meyerding Grade, december 2014. Geraadpleegd oktober 2016. Beschikbaar via:https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/25546662
Nederlandse Vereniging voor Neurochirurgie (nvvn). Lumbale stenose, januari 2015. Geraadpleegd oktober 2016. Beschikbaar via: http://www.nvvn.org/patienteninfo/wervelkolom-en-ruggenmerg/lumbale-stenose-vernauwing-in-onderrug/

Nederlandse Vereniging voor Neurochirurgie (nvvn). kanaalstenose, januari 2015. Geraadpleegd oktober 2016. Beschikbaar via:http://www.nvvn.org/patienteninfo/wervelkolom-en-ruggenmerg/lumbale-stenose-vernauwing-in-onderrug/


Nederlandse Vereniging voor Neurochirurgie (nvvn). [Thoracale hernia, januari 2015.] Geraadpleegd oktober 2016. Beschikbaar via:http://www.nvvn.org/patienteninfo/wervelkolom-en-ruggenmerg/hernia-borstwervelkolom-thoracaal)

Neurochirurgie Zwolle, hernia borstwervelkolom, Oktober 2016. Geraadpleegd oktober 2016. Beschikbaar via:http://www.neurochirurgie-zwolle.nl/patienteninformatie/wervels-en-ruggenmerg/hernia-borstwervelkolom/


NHG Richtlijn 2015. Geraadpleegd oktober 2016: beschikbaar via: https://www.nhg.org/richtlijnen-praktijk
Osteoporose stichting behandeling van osteoporose, augustus 2009. Geraadpleegd oktober 2016. Beschikbaar via:http://www.osteoporosestichting.nl/contact.html
Peleg S. Dar G. Steinberg N. Masharawi Y. Hershkovitz I. Sacral orientation and Scheuermann’s kyphosis, 20 februari 2016. Geraadpleegd oktober 2016. Beschikbaar via: https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC4761356/
Pompeo E. Minimalistic thoracoscopic anterior spinal release in Scheuermann kyphosis. [The journal of thoracic, 2013] Geraadpleegd oktober 2016. Beschikbaar via: http://www.jtcvsonline.org/article/S0022-5223(13)00454-6/abstract
Radboudumc, adviezen na een wervelfractuur (mei, 2015) geraadpleegd oktober 2016. Beschikbaar via:https://www.radboudumc.nl/Informatiefolders/6845-Adviezen_na_een_wervelfr-i.pdf
Ristolainen L. Untreated Scheuermann's disease: a 37-year follow-up study. [European Spine Journal, 2012]. Geraadpleegd oktober 2016. Beschikbaar via: https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/22101868
Schaafstra A. Spinnewijn W. Bons S. Borg M. Koes B. Ostelo R. Spijker-Huiges A. Burgers J. Bouma M. Verburg A. NHG-Standaard Lumbosacraal radiculair syndroom, 2015. Geraadpleegd oktober 2016. Beschikbaar via: https://www.nhg.org/standaarden/volledig/nhg-standaard-lumbosacraal-radiculair-syndroom
Shas S. Conservative Management of Osteoporotic Vertebral Fractures: A Prospective Study of Thirty Patients. [Cureus, 2016]. Geraadpleegd oktober 2016. Beschikbaar via https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC4846389/
Shigematsu H. Cervical spinal canal stenosis [Journal of Orthopaedic Science] (september 2016) geraadpleegd oktober 2016. beschikbaar via:https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/27713009

Smithuis R. Spine - Disc Nomenclature. [Radiolody Assistant, 2005]. Geraadpleegd oktober 2016. Beschikbaar via: http://www.radiologyassistant.nl/en/p423d18702d2bd/spine-disc-nomenclature.html


Smits-Engelsman B.C.M. de Kam D. Hendriks H.J.M. KNGF-richtlijn Osteoporose v-05/2011. Geraadpleegd oktober 2016. Beschikbaar via: https://www.fysionet-evidencebased.nl/images/pdfs/richtlijnen/osteoporose_2011/osteoporose_praktijkrichtlijn.pdf

Staal J.B. Hendriks E.J.M. Heijmans M. Kiers H. Lutgers-Boomsma A.M. Rutten G. van Tulder M.W. den Boer J. Ostelo R. Custers J.W.H. KNGF-richtlijn Lage rugpijn, v-07/2013. Geraadpleegd oktober 2016. Beschikbaar via: http://www.fysionet-evidencebased.nl/images/pdfs/richtlijnen/lage_rugpijn_2013/lage_rugpijn_praktijkrichtlijn.pdf


Stichting Bechterew behandeling ziekte van Bechterew (augustus 2013) geraadpleegd oktober 2016. Beschikbaar via: https://www.stichting-bechterew.nl/ziekte-van-bechterew#behandeling
Trotta A. Adult Scheuermann’s disease as cause of mechanic dorsalgia [Official journal of the Italian Society for Rheumatology, 2008] Geraadpleegd oktober 2016. Beschikbaar via: http://www.reumatismo.org/index.php/reuma/article/view/Reumatismo.2008.14
Vroomen P.C.A.J. Het lumbosacrale radiculaire syndroom. [Tijdschrift voor de neurologie & neurochirurgie, vol 113- nr. 2 juni 2013] geraadpleegd oktober 2016.
Westerveld LA. Spinal fractures in patients with ankylosing spinal disorders: a systematic review of the literature on treatment, neurological status and complications [European Spine Journal, 2009]. Geraadpleegd oktober 2016. Beschikbaar via: https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC2899332/
Woang Jeang Kim. Multilevel Thoracolumbar Spondylolysis with Spondylolisthesis at L4 on L5. [Clinics in Ortopedic Surgery, 2015]. Geraadpleegd oktober 2016. Beschikbaar via: https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC4553294/
Dhr. prof. dr. Lems W. F. Richtlijn Osteoporose en Fractuurpreventie, derde herziening (2011) geraadpleegd oktober 2016. beschikbaar via: https://www.nhg.org/sites/default/files/content/nhg_org/uploads/osteoporose-en-fractuurpreventie.pdf

Deel met je vrienden:
1   2   3   4   5


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©tand.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina