Hogeschool van Amsterdam Specifieke rugklachten



Dovnload 0.53 Mb.
Pagina4/5
Datum07.11.2017
Grootte0.53 Mb.
1   2   3   4   5

Kanaalstenose


Deze zeldzame aandoening vindt meestal plaats in spinale wervelkanaal (Nedeltchev, 2004). Bij het merendeel van de patiënten is een wervelkanaalstenose het gevolg van verworven degeneratieve afwijkingen. Dit kan een discushernia zijn of hypertrofie van de facetgewrichten en/of ligamentum flavum. Extensie van de wervelkolom leidt tot vernauwing wat weer leidt tot compressie van het ruggenmerg. Dit komt vaak bij ouderen asymptomatisch voor. Kanaalstenose kan ook het gevolg zijn van een spondylolisthetische wervelverschuiving. In het onderzoek van Güliz (2016) staan de volgende oorzaken beschreven van een cervicale kanaalstenose: vertebrale slagader dissectie, epidurale anesthesie en vasculitiditis. (Gass, 2016). Compressie van de cervicale disci wordt nauwelijks in de literatuur beschreven als oorzaak van kanaalstenose (Arai, 2007). Hier is dus verder weinig over te vinden en wordt vaak in one case reports beschreven.

De prevalentie van wervelkanaalstenose bij personen met een leeftijd boven de 60 jaar is 20%.

Door kanaalstenose kan claudicatio intermittens ontstaan. De incidentie hiervan op basis van een lumbale wervelkanaalstenose bedraagt ongeveer 10 per 100.000 inwoners per jaar en stijgt met de leeftijd (NHG, 2015).
Fysiotherapeutisch proces

Tijdens de anamnese zijn er symptomen die op kanaalstenose kunnen duiden, Deze symptomen zijn:



(Cleland, 2011)

Onderzoek

Er zijn geen specifieke of sensitieve testen die deze aandoening kunnen aantonen/uitsluiten. Indien er na de anamnese de volgende symptomen aanwezig zijn wordt de patiënt aangeraden om naar de huisarts te gaan voor een MRI (nvvn, 2015).
Behandeling

Bij oudere mensen waarbij er sprake is van een vernauwing/kanaalstenose vindt vaak een conservatieve behandeling plaats. De fysiotherapeut houdt zich dan bezig met houdingstherapie. De patiënt ervaart minder klachten wanneer de rug minder hol getrokken is. Het helpt dus om buikspieren te trainen. Het kan zelfs zo zijn dat de pijnklachten door de verandering van de houding helemaal weg zijn. Verder kan de fysiotherapeut tractie uitvoeren of tractie oefeningen meegeven aan de patiënt. Uit een onderzoek van Shigematsu et al (2016) blijkt dat tractie in 83,3% van de gevallen baat kan hebben. Vooraf was bij de patiënten gemeten hoeveel ruimte er rondom de uittredende wervel was en nadat er een periode van 6 maanden tractie was uitgevoerd bleek dat bij 83,3% van de patiënten de klachten minder te zijn. Ook was de ruimte rondom de uittredende wervel nu een millimeter groter. Eerst was de opening tussen de 1,4 en 5.3 mm, maar na de tractie oefeningen minimaal een millimeter groter. Mocht de patiënt bij al deze behandelmethodes geen baat hebben dan kan er gekozen worden voor een operatie. De chirurg maakt dan meer ruimte in het uittredende wervelkanaal.



Scheuermann


Bij Scheuermann is er een versterkte kyfose van de thoracale wervels te zien en een lordose van de lumbale wervels als compensatie. Scheuermann is de meest frequente oorzaak van niet houdingsafhankelijke-kyfose en een van de oorzaken van volwassene dorsalgie (Trotta, 2008). Deze aandoening kan een kyfose veroorzaken van meer dan 70% en kan zorgen voor het zogenaamde wedgen aan de voorzijde van het wervellichaam. Dit houdt in dat de voorzijde van het wervellichaam smaller wordt dan de achterzijde. Tijdens dit stadium moet er geopereerd worden (Pompeo, 2013). Dit is ook goed te zien op het plaatje hiernaast. Hiernaast zijn er typische radiografische bevindingen: onregelmatigheden van de werveleindes, verkleinde ruimte van de discus waardoor het discusmateriaal naar achter wordt gedrukt (herniatie) en verlenging van de wervellichamen (Bradford, 1977 en Zaina, 2009). Rond de tienerjaren wordt deze aandoening opgemerkt. Er kan ook een scoliose aanwezig zijn. De bolling in de bovenrug ontstaat doordat het weefsel aan de voorkant van de wervelkolom vergroeid is. De incidentie is volgens Lowe et al (1990) tussen de 0,4 en 8%. Volgens Lowe (1990), Murray (1993) en Tachbauer (2001) is de prevalentie tussen mannen en vrouwen bijna gelijk. Volgens Fisk (1982) en Poussa (2005) komt het meer voor bij jongens dan bij meisjes maar bij vrouwen is de kyfose meer prominent dan bij mannen 1.9:1 (Bradford, 1974). De prevalentie is volgens Damborg et al (2011) 2,8 %. Uit een onderzoek van Ristolainen et al (2012) bleek dat patiënten met Scheuermann een hogere kans hebben op het krijgen van rugpijn en moeizaamheden tijdens activiteiten of dagelijkse bezigheden. Echter is de mate van de thoracale kyfose niet gerelateerd aan de rugpijn, kwaliteit van leven of algemene gezondheid.
Fysiotherapeutisch proces

Tijdens de anamnese zijn er karakteristieke symptomen die op ziekte van Scheuermann kunnen duiden, Deze symptomen zijn:



  • Leeftijd. Deze aandoening wordt ontwikkeld in de tienerjaren. Als volwassenen kan je deze aandoening niet meer ontwikkelen

  • Vergrote kyfose in de rug (meestal aangegeven door de ouders)

  • Pijn in de rug (thoracaal)

  • Stijfheid

  • Spierverkortingen

Onderzoek

Er is geen specifieke -of sensitieve test die de ziekte van Scheuermann kan aantonen of uitsluiten. Er zijn tijdens het onderzoek wel herkenbare patronen. Tijdens de inspectie zal er een hyperkyfose te zien zijn. Daarnaast tijdens het mobiliteitsonderzoek zal de patiënt moeite hebben met bepaalde activiteiten zoals bukken en iets oprapen. Om diagnose te stellen dat de patiënt ziekte van Scheuermann heeft zal deze doorverwezen moeten worden naar de huisarts (Peleg et al, 2016).
Behandeling

Bij een patiënt met Scheuermann is het belangrijk om in een vroeg stadium te beginnen als fysiotherapeut. In een vroeg stadia is namelijk nog het meeste resultaat te behalen. De behandeling is gericht op preventie van verdere kromming van de wervelkolom. De behandelingen zullen grotendeels bestaan uit houdingsoefeningen, stretchoefeningen, stabiliteitstraining, krachtoefeningen en bewegingsadviezen. Het is belangrijk om een 'zo correct mogelijke houding' aan te leren. Wanneer een volwassen persoon klachten ontwikkelt als gevolg van de ziekte van Scheuermann, zal de behandeling uit dezelfde parameters bestaan als de behandeling tijdens de groeifase. Het belangrijkste verschil is dat de kromming in de wervelkolom niet meer is aan te passen na de groeifase. Na de groeifase gaat het bot namelijk in de richting van de belasting groeien. Dit kan ervoor zorgen dat een stabiele wervelkolom met deze aandoening tijdens het volwassen leven nog kan toenemen in kromming. Hierdoor kunnen klachten ontstaan. De behandeling zal dan gericht zijn op het stabiel houden van de wervelkolom en pijnverlichting (MC haaglanden, 2009). Uit het onderzoek van Lowe blijkt ook dat het mogelijk is om een brace aan te meten. Uit het onderzoek blijkt dat het een zichtbaar effect heeft. Het wordt in het onderzoek alleen niet meetbaar gemaakt hoeveel graden het bijvoorbeeld scheelt (Lowe, 2016).





Deel met je vrienden:
1   2   3   4   5


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©tand.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina