Hillenius (van Hille)



Dovnload 0.83 Mb.
Pagina1/4
Datum30.09.2018
Grootte0.83 Mb.
  1   2   3   4

Hillenius (van Hille)

Ook de vader, van Petrus, Daniel Mees, was predikant. Hij werd geboren in 1623 in Groningen, Hij schreef zich op 1 oktober 1640 in aan de Hoogeschool in Groningen en was van 1646-1647 predikant in Jipsinghuizen en van 1647-1678 in Slochteren. Van hem verscheen ‘Dankpredikatie tot Ispingehuyzen’. Hij trouwde (1) op 28-11-1647 te Groningen met Eetien Brongersma, die overleed aan de pest en (2) met Foske Hommes. De zus van Eetien, Margaretha, was getrouwd met Essias Hillenius, predikant te Usquert en Bellingeweer.

Adriaen van Hille
Rond 1500 woonde in Ieper een Adriaen van Hille. Een Adriaen van den Hille was op 9 september 1505 borg voor Pieter Poyt (Poot), koopman in Brugge en getrouwd met jonckvrouwe Katheline Boreels.

Ic Jan Minnaert als procureur ende ontfanghere van edelen ende weerden heere Wouter, heere van der Gracht van Huele ende van Axele, etc. Ghefundeert bij levene van procuratie omme te doene dat hier naer volcht. Doen te wetene dat ic hebbe ghestelt, ghecommiteert ende gheordonneert. Stelle, ordonnere ende committere bij desen mijnen lettren Adriaen van Hille fs Simoens omme te zijne mijne voors. heeren generael clercq van Axelambacht. Hem ghevende in den name alsboven vulle macht, autoriteyt ende speciael bevel tzelve officie ende clercscip te bedienene, bezurghen ende in recht thoudene ende alle te doene datter toebehoort. Ende dat zulck clercq behoort ende ghecostumeert es van doene, niet uutghesteken de baten, profficten ende emolumenten daertoe behoorende, tontfaene ende heffene. Ende ditte den termijn ende pacht van tweemael drie jaeren, die beghinnen ende inghaen zullen den eersten dach van octobre 1540 lestleden ende vallen telcken voornoemde eersten daghe van octobre den voornoemde pacht ende termijn ghedurende. Ende datte voor de somme van twaelf ponden grooten tjaers, die de voornoemde Adriaen ghehouden zal zijn jaerlicx daervooren te betaelene den voornoemde zijnen pacht gheduerende, altoes betaelt zijnde binnen drie maenden naer dat den pacht ghevallen ende verschenen wesen zal. Voorts consenterende den zelven Adriaen in den name alsboven tvoornoemde officie ende clercscip in zijne absentie ende andere te moghen bedienen bij substituyt, daertoe nut ende ydone wesende. Biddende ende versouckende aen den bailliu ende scepenen van Axelambacht ende allen anderen dat zij den voornoemden Adriaen metgaders zijnen substituut eedt ghedaen hebbende alsoot behoort.


DSC9238
tVoors. clercscip ende officie doen ende laeten ghebruycken paisivelic.
Ghegheven onder mijnen zeghele ende handteecken desen 29e van octobre 1540
Ondergheteeckent J. Minnaert
Ende op den dors stont ghescreven:
Ic Wautere heere van der Gracht van Huele, Axele etc. kenne dat ic verlanct hebbe den pacht van Michiel van Hille fs Adriaen van mijn clercscip van Axelambacht tot mijnen wederroupene. Voor alzulcke somme met alzulcke conditien ende bespreken als in twitte van dese commissie verclaerst staet. Welck wederroupen ic sal moghen doen tallen tijden alst mij believen zal.
Actum den 18e van septembre 1546. Ondergheteeckent Wautere van der Grachte.

(in de kantlijn)


Ende ghezeghelt met eenen groene zeghele uuthanghende in simplen steerte (http://geneaknowhow.net/script/dewit/axel-losse-stukken-d-ennetieres.htm)
Joost (Jodocus) Adriaensz van Hille
Joost, geboren rond 1520 in Ieper en overleden in 1571, trouwde op 24 augustus 1540 in Ieper met Catharina van Comines, dochter van Willem van Comines. Mogelijk was Joost predikant.

Catharina trouwde later met Ynghel Marselis, weduwnaar uit Brussel; de acta van den Kerkeraad der Hollandsche gemeente te Londen vermelden namelijk, dat deze en ‘Catherine, weduwe van Joos van Hille’ de ‘uutroupinghe’ van hun voorgenomen huwelijk verzochten, wat hun toegestaan is.




Cornelis Hillenius (van Hille)

Zijn grootvader Cornelis van Hille sr. werd op 20 februari 1540 te Ieper geboren. Hij stierf ergens tussen 11 en 18 september 1600 in Rotterdam. Hij was de zoon van Joost Adriaansz van Hille en Catharina van Comines. Hij trouwde eerst met een zekere Jehenne, van wie gezegd wordt dat zij kreupel was. Op 24 augustus 1540 trouwde hij met Digna van Dongen, geboren in Breda en dochter van Francois van Dongen. Hij had zeven kinderen.

Beeldenstorm in Ieper: http://lutherzevenbergen.nl/2015/03/de-beeldenstorm-in-ieper/

[ Ieper ligt zo’n 30 kilometer van Steenvoorde, waar de Beeldenstorm begon)

Reeds in 1566 had hij de kant van de Reformatie gekozen, zoals blijkt uit zijn ondertekening (samen met 167 anderen, H.Q. Janssen, De Hervormde vluchtingen van Yperen in Engeland.) van het op 20 september 1566 met de magistraat gesloten godsdienstverdag omtrent het houden van godsdienstoefeningen; in verband hiermee werd hij op 4 februari 1568 in Brussel, samen met zijn vrouw, voor de Inquisitie gedaagd. Hij was toen al uitgeweken naar Norwich in Engeland.

Ongeveer 300 inwoners van Vlaanderen trokken vanaf 1565 naar Norwich waar zij, als wevers, zeer welkom waren om de textielindustire daar te versterekn. Zij werden Elizabethan Strangers ook kortweg Strangers genoemd. Uiteindelijk vormden zij een derde van de bevolking(http://www.heritagecity.org/research-centre/social-innovation/the-strangers.htm) .

https://hilleniusblog.wordpress.com/

Alva kwam op 22 augustus 1567 in Brussel aan. Op 20 september zetelt de Raad van Beroerte in Brussel voor het eerst.

In een brief van 20 september 1566 beveelt Egmond de Calvinisten (te Ieper) dat niemand van de nieuwe religie de goddelijke dienst, predikingen en andere rituelen van de katholieke religie mag beletten, op boete van lijfelijke straf en confiscatie van bezittingen.

Zij mogen er ook geen kerken gebruiken voor hun ere dienst, een plaats zal hen aangeduid worden te Wytschate (de Zieckebilck toegewezen op 23 september 1566). Om de maatschappelijke orde niet te verstoren mogen de preken alleen op zondag doorgaan. Men

moet elkaar met rust laten anders wordt men gestraft. Men houdt zich echter niet aan deze richtlijnen en Egmond vraagt een strenge toepassing van de wetten
De tijd van de Raad van Beroerte levert dan ook heel wat slachtoffers, waarvan de meeste in Vlaanderen vielen, waar gedurende de voorgaande maanden duizenden de preken gehoord hadden in de omgeving van Gent, Brugge, Oudenaarde en Menen. Alva gaf de plaatselijke overheden het bevel, met d e hulp van soldaten en officieren van justitie, een razzia te houden over het gehele land om de overtreders te vatten. In de nacht van 2 tot 3 maart 1568 werden honderden aangehouden en moesten voor de commissarissen verschijnen, met het bevel van Alva dat deze processen moesten afgehandeld zijn vóór 28 maart. Een onbegonnen werk, vooral omdat ze voor elke beslissing zich tot de Raad van Beroerte moesten wenden. De spanning tussen plaatselijke overheid en Raad va

n Beroerte werd voelbaar. Vanaf eind 1569 werden de vonnissen meer overgelaten aan de plaatse

lijke overheden. Nav deze maatregelen sloegen velen op de vlucht vb.op de zitting van de Raad van Beroerte van 16 januari 1568 waren 19 Menenaars ingedaagd, niemand daagde op. Hetzelfde deed zich voor op de andere processen. Het vonnis werd dan ook 'bij verstek' uitgesproken. Degenen die wel aan de oproep gevolg gaven betaalden dit meestal met hun leven.

In de motivering vormden hun steun aan het Eedverbond der Edelen en de bouwtoelating voor een calvinistisch gebedshuis buiten de muren van Doornik de hoofdpunten. - De doodvonnissen waren opgesteld door Jacob Hessels, procureur-generaal in de Raad van Vlaanderen, die tien jaar later zelf, tijdens de Gentse Republiek ook terechtgesteld werd (door ophanging).

Ze waren niet alleen, op 23 mei 1568 vond de slag bij Heiligerlee plaats, waarbij de koningsgezinde st

adhouder graaf Jan van Ligne verslagen werd. Alva liet als represaille meteen 18 edelen onthoofden op de Grote Markt van Brussel.

De executie van deze twee vooraanstaande edellieden wordt vaak beschouwd als het definitieve sein voor de gewapende Opstand.

Begin januari 1568 werd besloten dat allen die het land verlaten hadden veroordeeld werden tot

eeuwige verbanning en in beslagname van hun goederen. Tot dan waren de straffen meestal beperkt

tot de lijfelijke straffen die in de plakkaten vermeld werden, of een boete en banning. Op 8 januari 1568 kwam ook te Menen het bevel binnen het geheel van de goederen van de veroordeelden, verbannen personen, vluchtelingen en betrokkenen in de gebeurtenissen te inventariseren en volgens het vonnis te verkopen of "te gebruiken voor het grootste profijt van de koning". Alleen bij duidelijke noodlijdendheid van de echtgenote en directe erfgenamen mocht met hen gedeeld worden. Schuldeisers kregen, via een schrijven van de Raad van Vlaanderen van 16 februari, na een bevel van Alva, de raad zo vlug mogelijk in beroep te gaan om hun rechten op de in beslag genomen

goederen te laten gelden. Wie de mogelijkheid had om hun goederen in veiligheid te brengen of te verkopen vóór de ontvangers van de Raad van Beroerte er aan kwamen, of zich geviseerd wisten, gingen hiertoe over. Zo konden de ontvangers minder in beslag nemen
(http://www.protestantse-kerk-wevelgem.be/index_html_files/terug%20in%20de%20tijd%20-%20website.pdf) .

Wordt op 22 oktober 1570 te Genève student.

Op 24 juni 1571 was hij daar lid van de kerkenraad. Na ouderling te zijn geweest werd hij In 1575 predikant van de Hollandse vluchtelingengemeente in Yarmouth, maar hij stak spoedig daarna (1577) de Noordzee over om predikant te worden in Haamstede en Burgh. Na nog in Oudenaarde en in Gent werkzaam te zijn geweest, vertrok hij in verband met de inneming van Gent (1584) door Parma naar het noorden en wel naar Rotterdam, waar hij tot zijn overlijden in 1600 predikant bleef voor een traktement van 300 ponden per jaar.

Cornelis van Hille was de auteur van “Den Siecken-Troost twelck is een onderwijsinge, van den rechte gheloove, in den wech der salicheyt, om gewillichlyck te sterven. Midtsgaders sommige christelicke gebeden: als ooc een christelick sermoen tot dien propooste dienende. Ghemaekt door Cornelis van Hille, dienaer des Goddelicken woorts. Tot Leyden, voor J. Adriaenz, 1599”. De 'Siecken-Troost' was voor het eerst verschenen in 1571 in Norwich. Hierin was een eerder document onder de titel Den Sieckentroost opgenomen (vanaf de eerste editie in 1572 in Leiden) achter de psalmen en formulieren der Gereformeerde Kerken in ons land opgenomen.



Een oom van Cornelis, Barthelemy van Hille, werd in 1570 aangehouden als beeldenstormer (Ph. van Hille, 'De familie Van Hille in Nederland', in: Vlaamse Stam 1967, 17 -20).



Cornelius Hillenius (van Hille)

Den 30 September 1568 werd hij te Norwich door Theophilus Ryckwaert, predikant bij de Nederlandsche Hervormde gemeente aldaar, gedoopt.

De vader van Esaias, Cornelis Hillenius jr., werd gedoopt in Norwich op 30 september 1568. Hij stierf op 13 januari 1632 in Groningen. Hij trouwde op 30 april 1606 met Baeiken de Coninck, die in het huis van Bartholomeus van de Corput, in de St. Jaconsstraat in Alkmaar woonde.

Hij was predikant in Uitgeest en Akkerwoude (1589-1591), Hillegersberg (1591-1596), Alkmaar (1596-1610) en Groningen (1612-1632).

In Alkmaar werden de kerkelijke verhoudingen bepaald door geschillen tussen de professoren Arminius en Gomarus, respectievelijk de Remonstranten en Contra-Remonstranten. De stedelijke overheid, op de hand van de Arminianen, ontsloeg, de Gomarist Hillenius in 1610 (16 juli). Hij ging in hoger beroep, maar dat werd op 22 december afgewezen.

Als Contra-Remonstrant preekte hij daarna in de dorpen in de omgeving van Alkmaar, o,a, in Koedijk, waar gewoonlijk zo’n 300 personen uit Alkmaar onder zijn gehoor waren. Vervolgens preekte hij in Amsterdam, totdat hij in 1612 in Groningen werd beroepen. Op 31 mei hield hij in Egmond-Binnen zijn afscheidspreek van de Alkmaarse gemeente. Daar bleef hij tot zijn dood in 1632 werkzaam.

Als vertegenwoordiger van Groningen was hij op de synode van Dordrecht in 1618 en 1619. Hier speelde hij een niet onbelangrijke rol; hij behoorde tot de deputaten die voor het in orde maken der acta als hen die voor het revideeren der liturgie en het hooger beroep der hoornsche oredikanten hebben moeten zorgen.

Hij was aanwezig op de Contra-remonstrantse vergadering van 1612 en 1615 en op de vergadering van 1616 was hij scriba van de voor-synode van de Contra-Remonstranten. Lodewijk Willem van Nassau achtte hem hoog en gaf hem het oppertoezicht over kerkelijke zaken in Drente. Dit is het enige voorbeeld van een kerkelijk super-intendantschap in ons land.

(klik hier voor zijn intrede preek: https://books.google.nl/books?id=ShliAAAAcAAJ&pg=PA134&lpg=PA134&dq=esaias+hillenius&source=bl&ots=H5fSSNKPhi&sig=LQnj7JsQhUEc5XFEparaVbP1F9s&hl=nl&sa=X&ved=0ahUKEwjgqoHejs7PAhVJvRoKHdkIDOs4FBDoAQghMAE#v=onepage&q=esaias%20hillenius&f=false) .


Tijdens de Tachtigjarige oorlog woedde de fanatieke strijd tussen Remonstranten en Contra-Remonstranten,
De remonstranten waren (en zijn) tegen door mensen opgestelde bindende belijdenisgeschriften, die vastlegden hoe je de Bijbel moet interpreteren en een status kregen vergelijkbaar met de Bijbel. Ook stelden deze predikanten de predestinatieleer ter discussie. De volgelingen van Arminius werden Arminianen genoemd, ook wel de rekkelijken of remonstranten. Franciscus Gomarus werd de leider van de Contra-Remonstranten, de gomaristen ofwel preciezen.
De remonstranten vonden hun medestanders met name onder de regentenklasse, de Contra-Remonstranten vooral onder het gewone volk, de 'kleyne luyden'. Omdat het geschil de prille Republiek in tweeën dreigde te splitsen, organiseerde van Oldenbarnevelt in 1611 een conferentie in Den Haag.
Maurits koos om politieke redenen partij in deze twisten en liet Johan van Oldenbarneveldt na een aanvechtbaar proces onthoofden.

De predikant Cornelis van Hille speelde een actieve rol in die twisten.


Daardoor moest hij zelfs naar Engeland vluchten. En na het verbod van de Staten Generaal om nog langer in zijn gemeente Alkmaar te mogen preken hield hij toen hagepreken in Koedijk voor de "slijkgeuzen".

Hij is gedoopt op 30 september 1568 in Norwich (Eng).


Hij is overleden op 13 januari 1632 en begraven in GRONINGEN.
PREDIKANT te Uitgeest en Akkerwoude (1589-1591), Hillegersberg (1591-1596), Alkmaar (1596-1610) en Groningen (1612-1632).
Hij is getrouwd met Baieken de Conyncks 1606 te ALKMAAR. Kind(eren): Esaias Hillenius  1622-1698. Cornelis Hillenius

Cornelis van Hille werd in 1540 in Ieper, Zuidwest-Vlaanderen, geboren. In deze streek tussen Duinkerken en Ieper, die in de 16de eeuw het 'Westkwartier' werd genoemd, vond vanaf de late jaren '50 van de 16e eeuw een doorbraak van het protestantisme plaats. De protestanten werden streng vervolgd door Karel V en zijn opvolger Filips II. Dit leidde ertoe dat veel protestanten naar Engeland vluchtten.


Vanaf 1566 worden er onder massale belangstellling tal van hagenpreken gehouden en in de zomer van 1566 keerden veel ballingen en predikanten vanuit Engeland naar huis terug. De taal van de predikanten was scherper geworden en ze eisten een bestaansrecht op voor het calvinisme, naast of in de plaats van het katholiek geloof. De opzwepende hagenpreek die Sebastiaan Matte hield op 10 augustus 1566 in het plaatsje Steenvoorde luidde het begin in van de Beeldenstorm, die zich snel in het hele Westkwartier en vervolgens in noordelijke richting verspreidde.


Eind november 1566 stelde Filips II Alva aan om orde op zaken te stellen in de Nederlanden. Alva richt de Raad van Beroerten op met als bedoeling de onruststokers van 1566 op te sporen en te berechten. Een ware vloedgolf van vonnissen en executies volgt.


http://www.dbnl.org/tekst/aa__001biog10_01/aa__001biog10_01_0024.php
Ook Cornelis van Hille, die in 1566 één van de ondertekenaars van het godsdienstverdrag met de magistraat in Ieper was, werd in 1568 gedaagd voor de Raad van Beroerten (Conseil des Troubles) in Brussel. Cornelis vluchtte naar Norwich waar hij zich voorbereidde op het ambt van predikant. Een oom van Cornelis, Barthelemy van Hille, werd in 1570 aangehouden als beeldenstormer (Ph. van Hille, 'De familie Van Hille in Nederland', in: Vlaamse Stam 1967, 17 -20).
In 1575 werd Cornelis predikant van de vluchtelingenkerk in Yarmouth. In 1577 keerde hij terug naar de Nederlanden en werd predikant in Haamstede en Burgh (Zeeland, 1577 - 1578) en vervolgens weer in Vlaanderen: Oudenaerde (1578) en Gent (1578 - 1584). Tenslottte stond hij dertien jaar in Rotterdam (1585 - 1598).

Cornelis van Hille was de auteur van “Den Siecken-Troost twelck is een onderwijsinge, van den rechte gheloove, in den wech der salicheyt, om gewillichlyck te sterven. Midtsgaders sommige christelicke gebeden: als ooc een christelick sermoen tot dien propooste dienende. Ghemaekt door Cornelis van Hille, dienaer des Goddelicken woorts. Tot Leyden, voor J. Adriaenz, 1599”. (zie de Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren. De 'Siecken-Troost' was voor het eerst verschenen in 1571 in Norwich.



Cornelius van Hille kocht samen met schepen Rabbi boeken uit een nalatenschap van Daniel van der meulen in Leiden voor de Librije van Alkmaar (http://cf.hum.uva.nl/bookmaster/librije/nota/maayke.htm).

"Bij het instellen door Alva van de Bloedraad vluchtte hij naar Engeland, om ter dood veroordeling te ontlopen. GA Alkmaar, notarieel


inv.nr.48,f.212v-213r,not.J.vd.Geest: "Cornelis van Hille, dienaer des heyligen Evangelii binnen Alkmaar, geeft aan Andries van en ieder
afsonderlijk,volmacht om namens hem te verkopen de landerijen te Yperen die hem toekomen door het overlijden van zijnvader Cornelis van Hille Joostzoon, in leven predikant te Rotterdam,en van zijn bestemoeder(=oma) Catheline van Cunminus die te Alkmaar is overleden. Met alle bepalingen die tot een volledige procuratie behoren. Te Alkmaar ten huize van Bartholomeus van der Corput in de St.Jacobsstraat, 4 Juli 1610."He settled in Norwich where he prepared for becoming a preacher.As such he was connected with therefugee church inYarmouth (1575-1577).In Gent he receives as "minister of Ste Jans" per half year 24 guildres, 6 stuivers and 8 plakken for "gaige, augmentacie ende huyshuere." (http://www.genealogy.com/ftm/w/o/l/Hindrik-Wolda/GENE7-0326.html)
Cornelis had een zus, Marijken, die trouwt in september 1592 te Rotterdam met de 27-jarige Johan Lamot(ius). Hij was predikant te Giessen-Nieuwerkerk(1592-1593),'s-Gravenhage(1593-1595),Kampen(1595-1604)en 's-Gravenhage(1604-1627)

Publicaties Cornelis junior.



Corte ende waeracht. verantw. over de proceduren ende resol., die de vroedsch. van Alckmar gelyck teghen andere, als insonderheyt over ende teghen C. Hillenium op den 17 Jul. 1610 hebben ghenomen, enz. Enckhuysen 1610, 4o.

Provisionele ontdeckinge eeniger misslaghen, dewelcke A. Venetor .... teghen het lasterboeck C. Hillenii ende syner voorstanders .... heeft begaen ende voortgebracht enz. Franeker 1611, 4o.

Sermoen waarin bewesen wort, dat de mensche geensins door de wercken voor God wort gherechtveerdicht. Ghedaen door C. Hillenium, den 13 Mart .... binnen Amsterdam. 't Amst. 1612.

Sermoen ofte predicatie waarmede C. Hillenius, na Groeninghen verreysende .... van syn oude .... gemeynte .. afscheyt heeft genomen, enz. t' Amst. 1614.

Cornelis junior

Darüber verlor er 1610 sein Amt und wurde aus der Stadt verbannt. Einige Zeit hielt er sich noch im Dorfe Koedyk in der Nähe Alkmaars auf, wo er vor seinen Anhängern predigte. Ein scharfer Befehl der hohen Regierung untersagte ihm aber schon 1611 dieses Verfahren, weshalb er sich nach Amsterdam zurückzog. Als tüchtiger contra-remonstrantischer Theolog wohnte er den Versammlungen dieser Partei 1612 im Haag und 1615 und 1616 zu Amsterdam bei. Damals war er schon seit 1612 Prediger zu Gröningen und stieg beim Grafen Wilhelm Ludwig von Nassau zu hohem Ansehen empor. Von diesem erhielt er 1613 den Auftrag, die Kirchenverfassung in der Provinz Drenthe anzuordnen, und stand ihr bis zum Tode dieses Fürsten (1620) als Superintendent vor. Diese neue Kirchenverfassung, welche ohne Nachfolge in der niederländischen Kirche geblieben ist, war aber den Predigern der Provinz durchaus zuwider. Sie fügten sich nur widerwillig unter die Oberaufsicht eines Superintendenten, welcher nicht zu den Predigern ihrer eigenen Provinz gehörte. Dennoch darf man dem H. das Lob nicht absprechen, daß er die ihm übertragene Gewalt sanftmüthig und ohne Herrschsucht ausübte und der Kirche der Provinz Drenthe manches Gute brachte. Der Tod des Grafen Wilhelm Ludwig hatte aber die Aufhebung der Superintendentstelle für Drenthe zur Folge. Gröningen schickte ihn 1618 zur Nationalsynode nach Dordrecht, doch trat er in dieser Kirchenversammlung nicht besonders hervor. Er starb 1632 zu Gröningen.

Glasius, Gesch. der Ned. Synode. I. 164. II. 49. Glasius, Godgel. Nederl. Van der Aa.[WS 1] Biogr. Woordenb. und die dort erwähnten Quellen.

https://de.wikisource.org/wiki/ADB:Hillenius,_Cornelius



Deel met je vrienden:
  1   2   3   4


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©tand.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina