Gnathologie



Dovnload 92.84 Kb.
Datum07.11.2017
Grootte92.84 Kb.



Wat moet u als tandarts weten van antitrombotica?


IQual-studiepakket

Antitrombotica

Colofon

Dit studiepakket is samengesteld door de afdeling Kwaliteit van de NMT met medewerking van mw dr. Denise van Diermen, mw drs. Marjo Albers-Akkers en mw drs. Barbara Ponsteen


© NMT november 2013
NMT

Postbus 2000

3430 CA Nieuwegein
Niets uit dit studiepakket mag verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van kopiëring van tekst en/of beeld of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de NMT.




Inhoudsopgave


1

1

Inleiding 4

Module 1: Antitrombotica 6

1.1 Inleiding 6

1.2 Voorbereiding op de eerste bijeenkomst 6

1.3 Gebruik van antitrombotica 9

1.4 Richtlijnen 10

1.5 Het werken in de eigen praktijk 13

1.6 Regionale afstemming 14

Evaluatie 16

Gebruikte literatuur 18

Bijlage 1. ACTA Richtlijn Antistolling 19

Bijlage 2. Leeswijzer 21




Inleiding


Hoe behandelt u een patiënt die een invasieve ingreep nodig heeft en antitrombotische medicatie slikt? Welke behandelstrategieën past u toe op deze patiëntengroep?

Veel tandartsen zoeken contact met medische collega’s over trombotica. Een grote groep tandartsen is terughoudend in het behandelen van patiënten zonder de orale antitrombotica te staken. Ook verwijzen veel tandartsen patiënten door naar de kaakchirurg.


In dit studiepakket wordt ingegaan op deze materie. U vindt er achtergrondinformatie en aanbevelingen voor de tandheelkundige behandeling van patiënten die orale antitrombotica gebruiken.
Terminologie

Antitrombotica zijn alle medicijnen die trombose behandelen of voorkomen. Daaronder vallen verschillende soorten medicijnen zoals de trombocyten aggregatieremmers (TAR), vitamine K antagonisten (VKA), laagmoleculaire heparinen (low molecular weight heparine; LMWH) en de directe orale anti coagulantia (DOAC, voorheen nieuwe orale anti coagulantia; NOAC). LMWH wordt intraveneus toegediend, de overige medicijnen zijn voor oraal gebruik.

De termen bloedverdunners en antistollingsmedicatie worden vaak gebruikt voor de middelen die van invloed zijn op de stollingseiwitten. Het gaat dan om de medicijnengroepen VKA en DOAC.



Doel van dit

studiepakket



  • Het bevorderen van bewustwording, kennis en (praktische) vaardigheden bij tandartsen algemeen practici ten aanzien van de behandeling van patiënten die orale antitrombotica gebruiken en het maken van werkafspraken met huisartsen, trombosediensten en apothekers.

  • Resultaat: tandartsen hebben meer kennis over orale antitrombotica, kunnen zelf meer patiënten met orale antitrombotica behandelen, weten welke maatregelen nodig zijn bij de diverse medicatie (voorzorg en nazorg) en hebben stappen gezet richting werkafspraken met huisartsen, trombosediensten en apothekers.




Opbouw IQual- Het studiepakket bestaat uit een webinar en een korte module. Het webinar is uitgezonden

Programma op 18 november 2013 en is terug te zien via de website van de NMT. Het webinar duurt circa 1 uur. De module neemt een bijeenkomst van twee tot drie uur in beslag. In de module wordt gewerkt aan praktische (groeps)opdrachten. Daarbij wordt verwezen naar relevante literatuur.
Leeswijzer In bijlage 2 vindt u een leeswijzer met daarin uitleg over de opbouw van dit pakket.
Handleiding voor de Voor de gespreksleider is er een korte handleiding beschikbaar waarin suggesties worden

gespreksleider gegeven voor het uitwerken van de module. Ook zijn in de handleiding antwoordsuggesties op de gestelde vragen en opdrachten te vinden.


Praktische regelingen Spreek vooraf per module af wie gespreksleider is. Alle deelnemers brengen het eigen studiepakket mee naar de bijeenkomst. De gespreksleider bereidt zich aan de hand van de handleiding goed voor op de bijeenkomst en zorgt ervoor dat de benodigde materialen aanwezig zijn. Een vergaderaccommodatie met white-board en/of flipover en beamer is wenselijk.

Literatuur In dit studiepakket is een literatuurlijst opgenomen. Voor vragen over literatuur kunt u terecht bij het NMT-Mediacentrum, mediacentrum@nmt.nl of tel. 030 607 63 84.



Module 1: Antitrombotica

1.1 Inleiding

Tandheelkundige behandelingen kunnen beïnvloed worden door de algehele gezondheidssituatie van uw patiënt. Dit betekent dat u bij het plannen van een behandeling rekening dient te houden met de gezondheid van uw patiënt. Ziekte en medicijngebruik – zoals antitrombotica – kunnen consequenties hebben voor de planning en prognose van uw behandeling.


In het IQual studiepakket Medisch Tandheelkundige Interactie (september 2009) is ingegaan op de thema’s antistolling, antibiotica en orale bijwerkingen van geneesmiddelen. Onlangs zijn er echter nieuwe geneesmiddelen (directe orale anticoagulantia (DOAC) voorheen orale anticoagulantia; NOAC) ontwikkeld en bestudeerd in klinische onderzoeken. U kunt dus binnenkort geconfronteerd worden met patiënten die deze nieuwe middelen gebruiken. Vandaar een nieuw studiepakket over antitrombotica.

In dit studiepakket wordt aandacht besteed aan de orale antitrombotica die patiënten gebruiken en hoe u als tandarts hier mee om moet gaan.


In deze bijeenkomst werkt u aan de volgende doelen:

U:


  • heeft kennis van gangbare en nieuwe antitrombotische medicatie;

  • bent bekend met INR waarden;

  • weet bij welke medicatie welke behandelstrategie nodig is;

  • kunt een juiste afweging maken van de maatregelen die nodig zijn bij invasieve tandheelkundige behandeling bij patiënten die orale antitrombotica gebruiken;

  • durft patiënten die orale antitrombotica gebruiken vaker zelf te behandelen;

  • heeft u inzicht in welke werkafspraken gemaakt moeten worden met huisartsen, apothekers en trombosediensten;

  • beschikt u over contactgegevens van huisartsen, apothekers en trombosediensten in uw regio.


1.2 Voorbereiding op de eerste bijeenkomst

Ter voorbereiding op de eerste bijeenkomst oriënteert u uzelf op het thema door onderstaande activiteiten uit te voeren.


 Individuele Bekijk het webinar over antitrombotica die u kunt vinden op de IQual-pagina op de NMT website

opdracht 1.1 (www.nmt.nl/iqual). Beantwoord daarna onderstaande vragen.


1. Welk informatie uit het webinar is u opgevallen?

2. Wat was nieuw voor u?


3. Welke leervragen kunt u voor uzelf formuleren als het gaat om het behandelen van patiënten met orale antitrombotica? Wat zou u willen leren?

 Individuele Ter voorbereiding op de bijeenkomst is het handig dat u zicht krijgt op de patiënten in uw

opdracht 1.2 praktijk die antitrombotica gebruiken. Welke medicatie? Bij welke groep patiënten? En behandelt u zelf of verwijst u door?


Beantwoord onderstaande vragen om hierop zicht te krijgen. Waarschijnlijk kunt u deze gegevens niet zomaar uit uw dossiers halen, maar u kunt wel een schatting maken. In groepsopdracht 1.6 gaat u specifiek met de verzamelde gegevens aan de slag.


  1. In Nederland worden grofweg 4 groepen geneesmiddelen voorgeschreven als antitrombotica. Welke komt u tegen in uw praktijk? Geef een schatting van het aantal patiënten per groep en vul dit in de 2e kolom van onderstaande tabel in. Vul in de 3e kolom in welke behandelstrategie u per groep geneesmiddelen toepast. Geef aan of u zelf behandelt of doorverwijst of u de medicatie interrumpeert of niet en of u contact opneemt met de huisarts of trombosedienst.

Groepen geneesmiddelen:

1. Trombocyten aggregatieremmers (TAR)
2. Vitamine K antagonisten (VKA)

3. directe orale anti coagulantia (DOAC) voorheen nieuwe orale anti coagulantia (NOAC)

4. Laagmoleculaire heparinen (low molecular weight heparine; LMWH)
Verdieping Wilt u meer weten over de verschillende antitrombotica? Lees dan de informatie op de website http://thrombopedia.org/wiki/Antistolling of zoek in het farmacotherapeutisch kompas de medicatie op (http://www.fk.cvz.nl).






Aantal patiënten

Behandelstrategie

Trombocyten aggregatieremmers

Ascal®, Aspirine®, Plavix®, Persantin®


Hartpatienten, CVA patienten








Vitamine K antagonisten
Acenocoumarol, Fenprocoumon (Marcoumar®)
Trombosebeen, longembolie, boezemfibrilleren, kunsthartkleppen








DOAC
Dabigatran (Pradaxa®), Rivaroxaban (Xarelto®), Apixaban (Eliquis®)
Boezemfibrilleren








LMWH

Enoxaparine (Dexane®), Nadroparine (Fraxiparine® en Fraxodi®), Dalteparine (Fragmin®)









2. Bekijk de ingevulde tabel. Wat valt u op? Welke groepen geneesmiddelen komen het meeste/minste voor in uw praktijk? Hoe komt dat? Welke behandelstrategieën past u toe en wat is uw gevoel daarbij?

 Tip Op de website van de trombosestichting vindt u naast achtergrondinformatie over trombose ook patiënteninformatie (www.trombosestichting.nl). Zoekt u protocollen of adressen van trombosediensten bij u in de buurt , bezoek dan de website van de Federatie van Nederlandse Trombosediensten (www.fnt.nl). Voor meer patiënteninformatie, kijk op de pagina’s van de Nederlandse hartstichting (www.hartstichting.nl) en de Hart & Vaatgroep (www.hartenvaatgroep.nl).


1.3 Gebruik van antitrombotica


Bij trombose ontstaat er in een bloedvat een bloedstolsel, zonder dat er sprake is van een bloeding. Dit bloedstolsel sluit het bloedvat (ader of slagader) geheel of gedeeltelijk af. Dit kan grote gevolgen hebben zoals een hersenembolie of zelfs een herseninfarct waarbij hersenweefsel afsterft.

In Nederland gebruikt meer dan 1 miljoen mensen medicatie ter preventie en/of behandeling van een trombotische aandoening.


 Groeps- Bespreek in tweetallen onderstaande vragen.

opdracht 1.1

1. Wanneer krijgen mensen antitrombotica voorgeschreven? Bij welke ziektes?

2. Welke arts schrijft antitrombotica voor?


3. Met welke hulpverleners heeft de patiënt met antitrombotica te maken?

1e lijn:

2e lijn:

4. Wat is een goede therapeutische range voor de INR waarde?


5. Wat is het gevaar van tijdelijk stoppen of verlagen van antitrombotica?

1.4 Richtlijnen

Op het gebied van antistolling zijn er diverse richtlijnen ontwikkeld. Op de website van de NMT vindt u de volgende richtlijnen:



  • ACTA Richtlijn Antistolling (zie ook bijlage 1)

  • LESA Antistolling (Landelijke Eerstelijns Samenwerkings Afspraak)

  • LSKA Antistolling (Landelijke Standaard Keten Antistolling)

  • Richtlijn Medicatieoverdracht in de keten

  • Richtlijn Medicatieoverdracht in de 1e lijn

  • LESA Actueel medicatie overzicht eerste lijn

  • Stappenplan ter implementatie van de Richtlijn Overdracht medicatiegegevens in de keten en de LESA Actueel medicatieoverzicht eerste lijn

U kunt de tekst van de richtlijnen nalezen op de website van de NMT: www.nmt.nl/richtlijnen. De ACTA richtlijn is tevens opgenomen in bijlage 1.

 Groeps- In drietallen bestudeert u de ACTA richtlijn Antistolling uit bijlage 1. Kies vervolgens 2 casus uit

opdracht 1.2 onderstaand aanbod en bespreek deze.


Casus 1

Mijnheer Albers gebruikt het geneesmiddel Ascal® vanwege een doorgemaakte TIA. U bent van plan een initiële parobehandeling met scalen en rootplanen uit te voeren bij mijnheer Albers. Wat is uw aanpak? Gaat u meteen de parobehandeling uitvoeren? Waarom wel/niet? Wat geeft de ACTA richtlijn Antistolling aan?


Casus 2


Mijnheer Gieten gebruikt sinds kort het geneesmiddel Marcoumar®. Ter voorbereiding op een implantaat moet u een extractie doen in de bovenkaak. Wat is uw aanpak? Gaat u meteen de extractie uitvoeren? Waarom wel/niet? Wat geeft de ACTA richtlijn Antistolling aan?

Casus 3


Mevrouw Mulder heeft een kunsthartklep en gebruikt orale antitrombotica (Acenocoumarol®) waarvoor ze bij de trombosedienst onder controle is. Mevrouw heeft al langer pijnklachten aan element 16. U besluit samen dat het element geëxtraheerd moet worden. Wat is uw aanpak? Gaat u meteen de extractie uitvoeren? Waarom wel/niet? Wat geeft de ACTA richtlijn Antistolling aan?

Casus 4


Mevrouw Wijer gebruikt de geneesmiddelen Ascal® en Plavix®. U wilt een periodieke controle en eenvoudige restauratie uitvoeren bij de patiënte. Wat is uw aanpak? Gaat u meteen over tot actie? Waarom wel/niet? Wat geeft de ACTA richtlijn Antistolling aan?

Casus 5


Mijnheer Van der Wielen gebruikt het middel Sintrom®. Mijnheer is bij de trombosedienst onder controle. De INR waarde van mijnheer Van der Wielen is net gemeten, de waarde is 3,3. U heeft een afspraak met mijnheer ter voorbereiding van het plaatsen van een implantaat. Er blijkt botopbouw nodig te zijn. U heeft hier veel ervaring mee. Wat is uw aanpak? Gaat u meteen over tot actie? Waarom wel/niet? Wat geeft de ACTA richtlijn Antistolling aan?

Casus 6


Mevrouw Smit gebruikt antitrombotica, zij volgt een combinatietherapie van TAR met een VKA. U wilt bij haar een extractie uitvoeren. Wat is uw aanpak? Gaat u meteen over tot actie? Waarom wel/niet? Wat geeft de ACTA richtlijn Antistolling aan?
 Groeps- In 2 subgroepen gaat u aan de slag met de richtlijnen. Groep 1 gaat aan de slag met de LESA en

opdracht 1.3 groep 2 met de LSKA aan de hand van onderstaande vragen. Elke groep noteert de belangrijkste uitkomsten op een flip-overvel en presenteert deze na afloop aan de plenaire groep.


Vragen bij de LESA

1. Wat zijn de kernpunten van de LESA?


2. Wat beschrijft de LESA?


3. Wat is de taak en verantwoordelijkheid van de tandarts bij een patiënt die een cumarine gebruikt?


4. Wat is de taak en verantwoordelijkheid van de tandarts bij een patiënt die een TAR of LMWH gebruikt?


5. In de richtlijn is een aantal onderwerpen aangegeven waarover het goed is om in de regio afspraken te maken. Over welke onderwerpen gaat het?

6. In hoeverre is de inhoud van de LESA bekend bij u? Nu u de richtlijn nader bekeken heeft, tot welke conclusies en acties komt u?


Vragen bij de LSKA

1. Wat beschrijft de LSKA?


2. Wat zijn voor de tandarts twee kritische momenten voor het verlenen van veilige zorg voor patiënten met antitrombotica?


3. Wat is de taak en verantwoordelijkheid van de tandarts bij een patiënt die nieuw is en orale antitrombotica gebruikt?


4. Wat is de taak en verantwoordelijkheid van de tandarts bij een patiënt die orale antitrombotica gebruikt en een interventie krijgt?

5. Welke communicatie en afstemming vindt er plaats als een patiënt met orale antitrombotica een interventie krijgt? Naar wie communiceert u als tandarts en waarover precies?

6. In hoeverre is de inhoud van de LSKA bekend bij u? Nu u de LSKA nader bekeken heeft, tot welke conclusies en acties komt u?



1.5 Het werken in de eigen praktijk


 Groeps- Bespreek in tweetallen hoe het in uw praktijk staat met de behandeling van patiënten met

Opdracht 1.4 antitrombotica en welke activiteiten u kunt ontwikkelen om dit te verbeteren. Als voorbereiding op deze module heeft u in individuele opdracht 1.2 gegevens verzameld, gebruik deze gegevens bij het bespreken van de vragen.


1. Was u zich ervan bewust dat u relatief veel (of juist weinig) patiënten met antitrombotica heeft in uw praktijk?

2. Behandelt u de patiënten uit de drie groepen veelal zelf of verwijst u ze juist door?


3. Waarin verschilt uw aanpak met die van uw collega? Hoe komt dit?

 Groeps- Bespreek met elkaar de ervaringen die u heeft opgedaan tijdens overleg met huisartsen,

Opdracht 1.5 medisch specialisten, apothekers en trombosediensten als u informatie wilde inwinnen of overleg wilde over wel of niet stoppen met antitrombotica. Gebruik daarbij onderstaande vragen:



  1. Waar liep u tegenaan?

  2. Was uw kennis over antitrombotica voldoende voor zinvol overleg?

  3. Kreeg u eensluidende adviezen van de verschillende medische collega’s?

  4. Zou u het op prijs stellen als u als tandarts automatisch op de hoogte gesteld zou worden dat uw patiënt bij de trombosedienst loopt?

  5. Hoe verloopt het overleg met apothekers?



1.6 Regionale afstemming


Deze module wordt afgesloten met een opdracht waarin u reflecteert met uw collega’s op het behandelen van patiënten met antitrombotica in uw regio. Welke afspraken kunt u maken met de betrokken zorgverleners om de kwaliteit van zorg te optimaliseren en problemen te voorkomen?

 Groeps- Bespreek plenair met elkaar wat er in uw regio/kring/afdeling al geregeld is. Welke afspraken

Opdracht 1.6 zijn er in de keten gemaakt?


  • Is er al een en ander geregeld? Vraag dan de afspraken op en bespreek dit met elkaar. Zijn de gemaakte afspraken helder?

  • Is er nog niets geregeld? Zoek contact met de trombosedienst in uw regio met de vraag of zij als casemanager 1e lijn hierin initiatief zullen nemen door bijvoorbeeld het organiseren van een regiotafel. Zo niet, verzamel contactgegevens van huisartsen, apothekers en trombosediensten in uw regio neem dan zelf het initiatief om afspraken te maken.


Evaluatie


Wij verzoeken u vriendelijk dit evaluatieformulier na afronding van het studiepakket Antitrombotica in te vullen en aan ons te retourneren (NMT, Antwoordnummer 2500, 3430 VB Nieuwegein).

Op alle vragen zijn meerdere antwoorden mogelijk. Bij voorbaat dank voor uw inspanning. Bij een aantal vragen kunt u een rapportcijfer invullen, van 1-10.

U kunt dit evaluatieformulier ook online via onze IQual-pagina’s invullen.
Studiepakket

1. Wat vond u van het studiepakket in het algemeen?

Rapportcijfer:
2. Hoe beoordeelt u de afwisseling tussen verschillende opdrachten?

Rapportcijfer:


3. Vindt u de opdrachten duidelijk?

Rapportcijfer:


4. Wat vond u van de inhoud/leesbaarheid van in het studiepakket opgenomen literatuur?

Rapportcijfer:


5. Wat vond u van de hoeveelheid in het studiepakket opgenomen literatuur?

  • te veel

  • te weinig

  • goed

6. Heeft u met uw groep het hele studiepakket behandeld?



  • Ja

  • Nee

Indien nee, wat heeft u niet behandeld?

7. Wat vond u de leukste opdracht uit het studiepakket?

8. Wat vond u de minst leuke opdracht uit het studiepakket?



Huiswerk

9. Heeft u de voorbereidingsopdrachten gemaakt?



  • Ja

  • Nee

10. Hoeveel tijd heeft u aan de voorbereidingsopdrachten besteed?


Resultaat

Met het IQual-programma Antitrombotica wordt het volgende doel beoogd:



  • Het bevorderen van bewustwording, kennis en (praktische) vaardigheden bij tandartsen algemeen practici ten aanzien van de behandeling van patiënten die orale antitrombotica gebruiken en het maken van werkafspraken met huisartsen, trombosediensten en apothekers.

  • Resultaat: tandartsen hebben meer kennis over orale antitrombotica, kunnen zelf meer patiënten met orale antitrombotica behandelen, weten welke maatregelen nodig zijn bij de diverse medicatie (voorzorg en nazorg) en hebben stappen gezet richting werkafspraken met huisartsen, trombosediensten en apothekers.

Met het studiepakket willen wij hieraan een stimulerende bijdrage voor u leveren.


11. Vindt u dat het programma heeft bijgedragen aan de beschreven doelstelling?

Rapportcijfer:


12. Gaat u naar aanleiding van dit IQual-programma wijzigingen aanbrengen bij de behandeling van patiënten die orale antitrombotica gebruiken?

  • Ja

  • Nee

Indien nee, kunt u kort aangeven waarom niet?

Indien ja, kunt u kort aangeven waaruit deze wijziging bestaat?

­­­­­­­­­­­­­­­­­­­



Aansluiting met het webinar

13. Heeft u het webinar gevolgd?



  • Ja, ga door naar vraag 15

  • Nee, ga door naar vraag 14

14. Wat is uw belangrijkste reden om het webinar niet te volgen?


15. Vond u de informatie op het webinar aansluiten bij de inhoud van de syllabus?



  • Voldoende

  • Onvoldoende

  • Teveel overlap

  • Anders:

Hartelijk dank voor uw reactie.



Gebruikte literatuur


http://thrombopedia.org/wiki/Antistolling
IQualprogramma Medisch Tandheelkundige Interactie, NMT, september 2009
www.fk.cvz.nl
www.fnt.nl
www.fnt.nl/behandeling/de-kunst-van-het-doseren.html
www.hartenvaatgroep.nl
www.hartstichting.nl
www.nmt.nl
www.trombosestichting.nl/

Bijlage 1. ACTA Richtlijn Antistolling



Academisch Centrum Tandheelkunde Amsterdam
Mondziekten en Kaakchirurgie/Ziekteleer en Medisch Tandheelkundige Interactie Gustav Mahlerlaan 3004
1081 LA Amsterdam
Telefoon: 020-5980 888
E-mail: d.v.diermen@acta.nl



ACTA-richtlijn: Beleid bij tandheelkundige ingrepen tijdens antitrombotische behandeling.

Bij het gebruik van één trombocytenaggregatieremmer (Ascal®, Persantin®, Plavix® en Asasantin®) hoeven deze NIET gestaakt te worden voor een invasieve tandheelkundige ingreep*. Bij gelijktijdig gebruik van Ascal® en Plavix® of Persantin® moet één van beide in overleg met de voorschrijvend specialist tijdelijk gestaakt worden. Is staken van één van beide niet toegestaan dan volgt verwijzing naar een kaakchirurg.

Bij het gebruik van anticoagulantia zoals acenocoumarol (Sintrom®) of fenprocoumon (Marcoumar®) behoeven deze NIET routinematig gestopt te worden voor tandheelkundige ingrepen* MITS


  • De INR maximaal 24-72 uur voor de ingreep is bepaald en niet hoger is dan 3.5

  • De ingreep zo atraumatisch mogelijk verricht wordt

  • Na extractie de wond gehecht wordt

  • De patiënt de praktijk pas verlaat als de bloeding gestelpt is

  • De patiënt de mond zachtjes spoelt met 10 ml 5% tranexaminezuur mondspoeling 4 dd 
gedurende 5 dagen.

  • De patiënt mondelinge en schriftelijke instructies krijgt over postoperatieve beloop en 
te nemen maatregelen bij een nabloeding.

  • De patiënt zich telefonisch bij de tandarts meldt indien een nabloeding toch optreedt 
en niet zelf te stoppen is.

  • De tandarts of zijn vervanger voor de patiënt bereikbaar is buiten kantooruren.

Is de INR >3.5 en mag deze niet naar een lagere waarde worden bijgesteld dan volgt verwijzing naar een kaakchirurg. Zijn er grotere of meer invasieve ingrepen gepland dan volgt verwijzing naar een kaakchirurg.

* Dit geldt voor de volgende tandheelkundige ingrepen:
extractie van 1-3 tanden of kiezen, operatieve verstandskies verwijdering, parodontale behandelingen, operatieve wortelkanaalbehandelingen, abcesincisie, plaatsen van max. 3 implantaten.

Deze richtlijn is samengesteld op basis van een systematische search naar bestaande Evidence-based richtlijnen en gebaseerd op bestaande richtlijnen uit de UK en de VS. Een Nederlandse multidisciplinaire evidence-based richtlijn is in ontwikkeling.. Hoewel de aanbevelingen geacht worden juist te zijn, kan ACTA niet verantwoordelijk gesteld worden voor nadelige gevolgen die ontstaan bij naleving van deze richtlijn.

Literatuur:



Brennan MT, Wynn RL, Miller CS. Aspirin and bleeding in dentistry: an update and recommendations. Oral Surg Oral Med Oral Pathol Oral Radiol Endod 2007;104:316-323.

Diermen, D.E. van, Hoogstraten, J, Waal, I van der. Bloedige ingrepen bij patiënten met antitrombotica: nieuwe inzichten. Ned Tijdschr Tandheelkd 2008:115: 225-229.

Diermen DE van, Aartman IHA, Baart JA, et al. Dental management of patients using antithrombotic drugs. Critical appraisal of existing guidelines. Oral Surg Oral Med Oral Pathol Oral Radiol Endod 2009; 107: 616-624.
Douketis JD, Berger PB, Dunn AS, et al. The Perioperative Management of Antithrombotic Therapy: American College of Chest Physicians Evidence–based Clinical Practice Guideline. Chest 2008; 133; 299-339.

Perry DJ, Noakes, TJC, Helliwell PS. Guidelines for the management of patients on oral anticoagulants requiring dental surgery. Br Dent J 2007; 203:389-393.

Datum: Juni 2012

Bijlage 2. Leeswijzer

De module in dit studiepakket bestaat uit verschillende elementen. Met iconen wordt aangegeven om welke onderdelen het gaat:

 Individuele Dit zijn individueel uit te voeren opdrachten die voorafgaand aan (ter voorbereiding) of tijdens

opdracht de bijeenkomst worden uitgevoerd.


 Groeps- Deze groepsopdrachten worden gezamenlijk tijdens de bijeenkomsten uitgevoerd. De opdrachten

opdracht worden in subgroepen van 2-3 personen uitgevoerd of plenair.


Verdieping Hiermee wordt aangegeven dat er informatie ter verdieping beschikbaar is. De verdiepingsstof

is facultatief en kan vooraf, tijdens of achteraf individueel of met elkaar worden doorgenomen. De informatie is opgenomen in de bijlagen.

 Lezen Dit is een leesadvies voor meer informatie over het onderwerp en ter voorbereiding op de bijeenkomst.

 Tip Hiermee wordt aangegeven dat er een tip beschikbaar is.




IQual-programma Anti stolling  november 2013 van


Deel met je vrienden:


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©tand.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina