Gedragsbiologie week 3 Dag 1: practicum seven sins



Dovnload 26.75 Kb.
Datum01.12.2017
Grootte26.75 Kb.

Gedragsbiologie week 3

Dag 1: practicum seven sins


  1. Unjustified conclusions are made from observational  het wordt geaccepteerd als geobserveerde correlaties beschreven worden en er geen oorzaak-gevolg conclusie wordt getrokken. Bij deze fout wordt dus wel een oorzaak-gevolg conclusie getrokken.

    1. Voorbeeld rokers hebben een grotere kans op long kanker is goed, maar ‘rokers hebben een groteren kans op longkanker omdat ze roken’ is fout. Het kan namelijk zo zijn dat er een gen is die de voorkeur geeft voor tabak en op dat zelfde gen ligt een verhoogde kans voor longkanker.

  2. Data are not independent (pseudoreplication). Kleine dingen die gebeuren die je niet mee neemt in de data. Hierdoor kan het experiment als hij nog een keer wordt gedaan ineens een andere uitkomst hebben.

    1. Voorbeeld het aanstoten van een vissenkom tijdens het experiment

  3. Treatments are confounded by time and sequence effect. Als er verkeerd wordt gekozen wie welke groep wordt.

    1. Voorbeeld je houdt er geen rekening mee hoe je iets gevangen hebt. Dus de eerste vogels die je hebt gevangen doe je in de eerste groep en de laatste in de tweede groep. De eerste groep kan qua gedrag verschillen van de tweede en daardoor een andere uitkomst geven dan wat werkelijkheid is.

  4. No efforts are made to avoid observer bias. Als je een vermoeden hebt en je vooral hier op focust. Zo kun je te snel conclusies trekken. Dit kan opgelost worden door video’s te maken of iemand anders er naar te laten kijken (al kan deze persoon zelf ook al een conclusie hebben)

  5. Potential artifacts arise when animals are not accustomed to experimental procedures. Als er geen rekening mee wordt gehouden dat de dieren aan de omgeving moeten wennen. Dus ze reageren anders, omdat ze nog vol stress zitten.

  6. Unsuitable controls are used. Je controle groep behandel je anders, dus krijgen geen of een andere behandeling.

    1. Voorbeeld als je naar nest grootte wilt kijken en je wel aan het nestje zit van de experimentele groepen, maar niet aan die van de controle groep. Er is dan niks gebeurd met dat nestje.

  7. An attempt is made to ‘prove’ the null hypothesis with small samples. als je de nulhypothese wilt bewijzen, maar dat je sample size te klein is. Om de nulhypothese te bewijzen moet je namelijk een grootte sample size hebben.



Dag 2: hoofdstuk 8


Mating systems

Dit zijn verschillende systemen waarin dieren paren. Je hebt monogamy, polygyny, polyandry en polygynandry. Het hebben van een mating system heeft ook effect op andere aspecten van het fenotype, zoals sperma morfologie. Veel soorten hebben ander sperma.


Monogamy

Als een man en vrouw samen zijn en samen blijven tijdens het broedseizoen. Sommige paren blijven alleen tijdens het broedseizoen samen (serial monogamy) en sommigen blijven hun hele leven bij elkaar, dit is tot dat de één sterft, dan kan de overlevende wel weer met iemand anders gaan. Monogamy is bij zoogdieren relatief zeldzaam. Als ze hun hele leven bij elkaar zijn, dan is het belangrijk om een goede partner te vinden. Hierbij is het ook dat de teamband beter wordt, naarmate ze langer bij elkaar zijn.


Polygamy

Dit is als een man/vrouw met meerdere van het andere geslacht is. Je hebt hier verschillende vormen van. Moderate polygyny is als er mannen/vrouwen zijn met meerdere van het andere geslacht, maar ook als er monogamy is en er individuen zijn die geen partner hebben. Strong polygyny is als 1 man/vrouw alle vrouwen heeft. De rest doet er dus niet meer toe. Hierbij is de seksuele selectie dus ook het grootst. Bij polygamy is er een verschil in variantie in de geslachten.



Polygyny is als een man meerdere vrouwen is. Je kunt hier female defense polygyny hebben, dit is als de vrouwen maar één keer paren, dit snel doen nadat ze volwassen zijn geworden en ze in groepen leven. Voorbeeld de mannelijke epsilon wesp die de poppen van de vrouwtjes verdedigd, zodat als ze uitkomen hij meteen met ze kan paren. Maar waarom zou een vrouw kiezen om een tweede vrouw te zijn? Aangezien je als tweede vrouw veel minder aandacht krijgt. Dit moet wel zijn dat je fitness dus toch omhoog gaat als je de tweede vrouw bent. Dit hebben ze ook getest. Als de vrouw een keus had tussen een tweede vrouw worden bij een mannetje die een goed territorium had en eerste vrouw worden bij een man die een slecht territorium had, koos het vrouwtje vaak om tweede vrouw te worden. Als dit in een grafiek wordt uitgezet staat er op de y-as fitness van vrouw en op de x as kwaliteit territorium/man. Dan is het logisch dat het vrouwtje ervoor kan kiezen om tweede vrouw te worden, aangezien haar fitness in het betere territorium hoger is als tweede vrouw.

Polyandry is als een vrouw met meerdere mannen is. Hierbij gaat het vrouwtje vaak weg nadat ze haar eieren heeft gelegd. Het mannetje zorgt dus voor de eieren en jongen. Hierbij concurreren de vrouwen dus om de mannen. Dit gebeurd ook bij mensen, vaak zijn de mannen dan broers, aangezien het kind van de broer nog steeds een kwart verwant is en je dus sneller zou willen delen.
Promiscuity

Als meerdere vrouwen het doen met meerdere mannen, maar deze mannen het ook doen met meerdere vrouwen. Je hebt hier twee vormen van. In de ene vorm zijn er geen paarbanden, daar doet iedereen het met iedereen. In de tweede vorm zijn er paarbanden tussen meerdere mannen en meerdere vrouwen. Dit wordt ook wel polygynandry genoemd. In deze vorm overlappen de gebieden van meerdere vrouwen en mannen elkaar. Ze doen het dus eigenlijk gewoon met de individuelen die ook op een territorium zijn. De zorg is in deze situatie verdeeld. Het ligt eraan hoeveel tijd de man en de vrouw samen hebben doorgebracht. Als dit veel is, zal de man ook meer zorgen voor het nest.


De link van met seksuele selectie is, dat seksuele selectie afhangt van het mating system.
Sexual conflict

Dit komt voor bij paren waarvan niet alle jongen van dezelfde vader zijn. Als een vrouw niet afhankelijk is van de man bij het opvoeden van de nakomelingen, dan gaat een vrouwtje sneller vreemd. Aangezien als zij vreemd gaat en haar partner weet dit is hij minder bereidt om voor de nakomelingen te zorgen. Als het vrouwtje wel afhankelijk is, gaat het vrouwtje ook minder vreemd. Er kan mate guarding zijn. Hierdoor zorgt het mannetje dat hij de enige paarpartner is van het vrouwtje. Voorbeeld bij kikkers gaat het mannetje op de rug van het vrouwtje zitten, zodat als zij eieren gaat leggen, hij er het snelst bij is en dus de eitjes kan bevruchten. Dit gebeurd alleen als er een conflict is, anders is mate guarding ook niet nodig, want dan weet het mannetje toch dat hij de enige vader zou zijn.


Sperm competition

Als twee mannetjes hebben gecopuleerd met hetzelfde vrouwtje. Dan heeft dat vrouwtje sperma van twee mannetjes bij zich en kunnen de nakomelingen van twee mannetjes zijn. Hier zijn methodes voor bij de mannetjes, zodat zij meer kans hebben dat zij de vader worden. Het mannetje kan de sperma cellen van de vorige man uit het vrouwtje halen. Ook is het dat bij sommige dieren de duur van de copulatie belangrijk is. Degene die het langst heeft gecopuleerd met het vrouwtje, heeft de grootste kan dat hij de vader is van de meeste nakomelingen.

Dit leidt dus ook tot een sexual conflict: de belangen van de man en vrouw zijn niet identiek. Het vrouwtje kan bijvoorbeeld denken dat ze met meerdere mannen wil paren omdat ze dan diverse nakomelingen krijgt. De man wil juist dat de vrouw alleen met hem copuleert zodat hij meer nakomelingen heeft. Hier is een systeem voor, namelijk het feit dat het vrouwtje nadat ze de eieren heeft gelegd dood gaat. Als ze snel dood gaat, kan ze met niemand anders copuleren na dit nest en wil ze snel copuleren voordat het te laat is.

Dag 3: college Hemelrijk


Emergente eigenschappen

Complexe systemen komen voor bij verschillende soorten. Individuen hebben cognitieve eenvoudige regels en die individuen interacteren met elkaar en de omgeving en zo ontstaat complex sociaal gedrag. Slogan: ‘the whole is more than the sum of its parts’. De complexiteit komt dus door de interacties tussen de individuen.


Computer programma’s

Aan de hand van computer programma’s kun je zien hoe eenvoudige individuen complexe situaties maken. Dit wordt ook wel ‘understanding by building’ genoemd. Dit computer programma heeft drie regels: 1. Aangetrokken door anderen. 2. Ze bewegen dezelfde kant op. 3. Ze avoiden elkaar, zodat ze niet botsen. Voorbeeld ze hebben dit programma gemaakt met spreeuwen. Aan de hand van deze drie regels konden ze zien hoe de spreeuwen zouden zijn in zwermen. Ook hadden ze rekening gehouden met het feit dat de spreeuwen zwermen boven hun slaapplek. De zwerm zag er alleen niet uit zoals in de werkelijkheid. Ze waren namelijk iets vergeten. Het feit dat de spreeuwen in een bocht iets naar beneden zakken. Nadat ze dit in het model hebben gedaan, klopte de zwerm wel met wat ze in het wilt zagen.


Foraging by ants

Mieren hebben rond hun nest een heleboel voedselbronnen. Wat opvalt is dat ze de dichtstbijzijnde voedselbron eerst op eten. Hoe weten ze dat ze deze voedselbron moeten hebben? De mieren moeten een interactie met elkaar hebben zodat iedereen weet waar het eten is. Dit gebeurd met feromonen. Ze markeren hun weg naar het eten toe en als ze terug gaan naar het nest. Zo weten de andere mieren waar het eten is. De mieren hebben een voorkeur voor het pad dat het meest is gemarkeerd. Maar waarom kiezen mieren dan het kortste pad? Dit komt omdat op het kortste pad het vaakst wordt bewandeld, aangezien de mieren korter onderweg zijn en dus sneller terug. Dus met de tijd komen er steeds meer mieren bij de voedselbron. Op een gegeven moment stagneert het aantal mieren, dit komt omdat er een evenwicht is ontstaan tussen de mieren die komen en gaan.

Maar wat nou als de mieren een keus hebben tussen een rijke voedselbron en een minder rijke voedselbron? In een normale omgeving kiezen de mieren uiteindelijk voor de rijke voedselbron. Aangezien de mieren die hiervandaan komen, enthousiaster zijn en hun pad meer markeren. Daardoor gaan de andere mieren ook dit pad volgen. Bij gelijke voedselbronnen die even ver staan, is er vaak toch een voorkeur voor één. Dit komt doordat door toeval dat er meer naar de ene toe gaan en dus een sterkere markering geeft. Voordeel hiervan is, is dat je beter beschermd bent en je beter kunt verdedigen. Omdat je met meer bent. Als een hogere kwaliteit voedselbron later wordt neergezet dan de lage kwaliteit, dan vinden de mieren de hoge kwaliteit niet meer. Dit is dus een vorm van niet optimaal gedrag.

Bij army ants zijn er verschillende zwermen. Je zou denken dat dit komt door verschillende communicatie of regels, maar het zit anders. De voedselverdeling maakt de verschillende zwermen.


Agressie bij primaten/apen

Bij apen heb je een dominantie hiërarchie. Deze ontstaat door de kwaliteit van de apen, maar dit kan ook ontstaan door self-organisation, hierbij worden de dieren met ervaring dominant. Hierbij is dus een winner-loser effect. Het is dus meer gebaseerd op toevals effecten en zelf versterkende effecten. Je hebt verschillende vormen, namelijk despotic en egaliatrian. Bij despotic is de agressie het grootst. Hier is de attack symmetry laag, aangezien de hogere valt de lagere aan, maar de lagere niet de hogere. Hierbij migreren mannen ook uit de groep. Dit is logisch, want als de mannen laag staan in de rangorde is er voor hun weinig kans en vertrekken ze naar een nieuwe groep. De vrouwen zijn erg kieskeurig. Ze willen liever een hogere man, dan een lagere. Vandaar dat de lagere mannen ook weinig kans maken. Bij Egaliatrian is er weinig agressie. Hier is iedereen ongeveer gelijk aan elkaar, dus ook in de hoeveelheid voedsel iedereen krijgt. Hier is dus minder migratie en de vrouwen zijn minder kieskeurig. Qua agressie dreigen ze alleen.

Dit kun je ook weer testen in een computer model. Door de dominantie te berekenen moet je Domi/ (DOMi + DOMj) = RelDom. Na een gevecht veranderd hun dominantie getal weer, dit kun je berekenen door DOMi = DOMi + (wi – RelDom) * StepDom. Wi is 0 of 1, het ligt er aan of ze gewonnen (1) of verloren (0) hebben. Coëfficient van variatie (CV) kan je ook berekenen, door CV = (Sdom * 100) / DOM. Bij een lage CV is de variantie laag en dan differentieert de populatie niet. Sterke differentiatie is bij een hoge intensiteit. Als hij hoog is, gaan de individuen uit elkaar en is de frequentie van agressie lager. Hierbij is hun hiërarchie al bepaalt en hoeft niemand zich meer te bewijzen.

Met circulaire statistiek kijk je in hoeverre iedereen rondom een bepaald individu zit. Als je in het midden zit met iedereen rondom je heen, is je som factor laag. Als iedereen op 1 plek zit, is je somfactor hoog. Bij hoge intensiteit is de correlatie hoog. De dominante zitten in het midden, dan heb je een steile hiërarchie. Hierbij vluchten de lage dieren voor de hoge dieren, dus de spreiding is ook erg groot.


Inter-sexual dominance

Dit is er als er seksuele dimorfisme is. De mannen verschillen qua bouw aan de vrouwen. Bij lage intensiteit zijn de vrouwen onderdominant, maar bij een hoge intensiteit zijn er vrouwen die dominanter zijn dan de mannen. Deze vrouwtjes zijn heel kieskeurig, aangezien ze niet met laag gerangde mannen willen paren. Je kunt de dominantie berekenen. De absolutie dominantie is over hoeveel mannetjes de vrouwtjes dominant zijn. De resolute dominantie is als je kijkt over hoeveel mannetjes de vrouwtjes dominant zijn, dit deel je door het aantal mannetjes waar ze dominant over konden zijn en dat doe je keer 100%.



Voorbeeld

M1

F1 2



F2  2

M2

F3  1



M3

De absolute dominantie is dus 2 + 2 + 1 = 5. De resolute dominantie is 5/9 *100% = 55%.

Meer mannen zorgt voor meer vrouwelijke dominantie. De mannen zijn agressiever en er zijn zo meer interacties met mannen, dus hun kans is ook groter dat ze een keer verliezen.
Dus dominantie is dus niet alleen bepaald door goede genen, maar het ligt ook aan de intensiteit van de agressie en de samenstelling van de groep.

Dag 4: College verhulst


Personality

Als je naar een groep dieren kijkt, zie je verschillend gedrag bij elk individu. Het kan zijn dat eigenschappen gecorreleerd zijn met elkaar. The big 5 maken de onderscheiding tussen de gecorreleerde eigenschappen. Dus elke big 5 heeft zijn eigen eigenschappen. In de praktijk ziet het er alleen anders uit. Je kunt de verschillen per individu bekijken. Een personaliteit is er als het gedrag herhaalbaar is.



Voorbeeld grondeekhoorn die in een bak zit. Hij heeft de keus om boven de plank te zitten of er onder. Als je meet hoelang hij boven de plank zit en hoelang hij eronder zit, kun je het verschil per gedrag bekijken.
Syndroom

Als twee eigenschappen gecorreleerd zijn. Je kunt bekijken of eigenschappen gecorreleerd zijn. Dit is mogelijk als je twee eigenschappen in een grafiek. Dan zet je verschillende individuen in de grafiek. Als deze dichtbij/op de correlatielijn liggen, dan is er een correlatie tussen de eigenschappen. Vormen de individuen meer een wolk dan is er geen correlatie tussen de eigenschappen.


Spatial temporal variation

Tijd en omgeving zorgen voor selectiedruk. Dus de gene die het best aangepast is op dat moment aan de omgeving doet het het best. Dus als de ene winter het goed is om dik en groot te zijn en de volgende winter is het juist beter om klein en dun te zijn. Dan wordt elke winter een andere geselecteerd, omdat hij beter is aangepast.



Voorbeeld van spatial(ruimtelijk) variation in selectie als je kijkt naar verschil in agressie in vissen en in welke omgeving ze het beter doen. Uiteindelijk blijkt dat niet agressieve vissen in een complexe omgeving het beter doen, dit is waarschijnlijk zo omdat zij de omgeving beter verkennen, voordat ze iets doen. In een simpele omgeving doen juist de agressieve vissen het beter. Dus de ruimte bepaald op welke eigenschap de nadruk ligt.

Voorbeeld temperal(tijdelijke) variation in selectie een koolmees wordt in een gemaakte omgeving gezet en er wordt gekeken hoe vaak hij van takje wisselt. Deze koolmezen zijn in gevangenschap geboren, maar de eieren worden buiten gezet, aangezien ze daar beter opgroeien. Je kweekt de koolmezen steeds door maar met selectie. Ze selecteren steeds de snelste explorers en de langzame explorers. Als ze een aantal generaties verder kijken zien ze dat er twee lijnen ontstaan. Een lijn met snelle explorers die ook steeds sneller worden en een lijn met langzame explorers, die ook steeds langzamer worden. Hierdoor was er een vermoeden dat het genetisch bepaald was. Om hier van zeker te zijn hebben ze cross-foster gedaan en daar kwam hetzelfde uit. Dus het was genetisch bepaald. Een beperking van dit onderzoek is, is dat er meer eigenschappen zijn gaan verschillen tussen deze twee lijnen. Om te kijken of dit ook in het wild was, hebben ze zenders gegeven aan de vogels. Wat opviel is dat de snelle explorers sneller weg gingen van als de voedselbron was verdwenen dan de langzame explorers. Wat bleek is dat als er op de snelle vrouwen selectie was, er op de langzame mannen selectie was. De mannen en vrouwen staan tegenover elkaar. Dus dit gaat om tijdelijke variatie.

Voorbeeld frequency dependent selection De drie lizzards. De oranje is ultradominant, hebben grote territoria met veel vrouwtjes, maar verdedigen deze vrouwtjes niet (geen mate guarding). De blauwe zijn intermediair dominant, verdedigen kleine territoria en doen aan mate guarding. De gele hebben geen territoria en sneaken overal rond om vrouwtjes van andere territoria te stelen. De oranje heeft last van de gele, aangezien de gele geen territorium heeft en binnendringt bij de oranje, aangezien deze veel vrouwtjes hebben op hun territorium, maar die niet verdedigen. Dus de frequentie van de gele gaat omhoog. Nu komt de blauwe om de hoek kijken, aangezien de gele geen territorium heeft en er minder oranje zijn die ultradominant zijn. Dus de blauwe kunnen dominant worden over de gele. Zij pakken de vrouwtjes van de gele af. Nu de frequentie van blauw weer omhoog gaat, komt oranje weer langs, aangezien deze ultradominant is en zal gaan domineren over blauw. Als je dit in het echt meet klopt het dat er steeds een roulatie is wie de grootste frequentie heeft. Dus over het algemeen is het dat je beter voortplant als je uniek bent, waardoor je frequentie omhoog gaat.
Gedrag genetisch vastgelegd?

Een verklaring voor gedrag is dat het genetisch is vastgelegd. Voorbeeld de kauwtjes? Die we in week 1 hebben besproken. De independent vaders hebben het genotype ss en de satelliet vaders hadden Ss en SS. Als de dochters testosteron kregen, dan gingen ze na 2 dagen zich gedragen als hoe hun vader dat ook had gedaan. Bij de independent vaders, die dus alleen s doorgeven, zag je veel dochters die zich independent gingen gedragen. Bij de satelliet vaders was de spreiding veel groter, aangezien deze een S en s kunnen doorgeven. Is dit een evidence of contraints? Ze hebben gekeken naar de correlatie tussen de oogvlekken boven en onder op de vleugels van vlinders. Over het algemeen is dat als de ene vlek groot is, is de ander dat ook. Als er een genetische contraint is, dan zou je verwachten dat als je selecteert op de ene vlek groot en de ander klein dat er niks zou gebeuren. In de werkelijkheid konden ze de variatie alle kanten op laten gaan en bleek er dus geen genetische contraints te zijn. Dus er is door andere druk de correlatie ontstaan die we in het wild zien.


Presence of syndrome depends on predation regime

Hierbij kijken ze of een predator invloed heeft op het gedrag. Voorbeeld gekeken bij stekelbaarzen die geen predator in hun gebied hadden en die wel een predator in hun gebied hadden. Ze hebben deze stekelbaarzen gevangen en verschillende eigenschappen gemeten. Zo kon hij kijken of er syndromen zijn ontstaat. Wat bleek is dat er een correlatie tussen bepaalde eigenschappen bij stekelbaarzen die een predator in hun gebied hebben was. De stekelbaarzen die geen predator hadden, hadden geen/in mindere mate correlatie. Dus door de selectiedruk van de predator zijn de eigenschappen een syndroom geworden. Wat wel bekeken is, is dat de herhalingen van de gedragingen hetzelfde waren in beide groepen. Dus het waren wel personaliteiten.

Deel met je vrienden:


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©tand.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina