Format zorgpad Longcarcinoom



Dovnload 211.57 Kb.
Pagina6/10
Datum03.06.2018
Grootte211.57 Kb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   10


Hieronder


B



Behandeling


>B



Algemeen beleid





Actie




Betrokken hulpverleners




Specifieke Punten
















Bespreken van combinatie therapieën zoals in MDO besproken.
Regelmatig screenen op (risico) ondervoeding tijdens de behandeling (opname, dagbehandeling)




Longarts

Chirurg (long- of thorax Chirurg)

Radiotherapeut

Verpleegkundige

Diëtist (zo nodig)





Bij de behandeling van longcarcinoom is een combinatie van therapieën mogelijk
Aandachtspunt bij een combinatie therapie is regie en overdracht

tussen de betrokken medische disciplines tussen de behandelingen

Verwijs patiënt tijdig naar een andere behandelaar, ook wanneer het beleid afhankelijk is van een latere responsmeting (bijvoorbeeld profylactische hersenbestraling na chemotherapie).
Bespreek tijdens de behandeling regelmatig het onderwerp

lichaamsbeweging met de patiënt (Richtlijn Oncologische Revevalidatie)


(risico op) ondervoeding wordt gesignaleerd m.b.v. % gewichtsverlies in laatste maand en half jaar + BMI of SNAQ + BMI of MUST. Voor ouderen en COPD-patiënten is een screeningsinstrument met aangepaste afkapwaarden voor de BMI nodig.

Bij voedingsgerelateerde vragen of problemen: verwijzing diëtist






Norm / Indicator













RICHTLIJN ONCOLOGISCHE REVALIDATIE | De werkgroep adviseert om bij elke patiënt het onderwerp fysieke training tijdens de behandeling te bespreken. Er zijn geen algemene medische redenen om terughoudend te zijn met fysieke training tijdens de behandeling voor kanker. Krachttraining kan zinvol zijn als onderdeel van deze training, waarbij de training zo kan worden ingericht, dat een toename of tenminste behoud van spiermassa wordt bereikt

De werkgroep adviseert om de vorm en intensiteit van training in overleg met de patiënt vast te stellen, rekening houdend met diens huidige activiteitenpatroon, voorkeuren en mogelijkheden en de te verwachten bijwerkingen van de behandeling. Het voorgestelde programma moet bovendien door de patiënt als haalbaar worden ingeschat

Trainingsprogramma's of beweegadviezen kunnen worden aangevuld met aandacht voor klachten bij kanker, zoals kanker gerelateerde vermoeidheid en adviezen over energieverdeling

De werkgroep adviseert om in de loop van de behandeling het onderwerp lichaamsbeweging regelmatig opnieuw met de patiënt te bespreken. Indien nodig kunnen adviezen worden bijgesteld bij veranderende belastbaarheid en/of medische problemen.



RICHTLIJN SCREENING EN BEHANDELING VAN ONDERVOEDING│ Bij patiënten met ondervoeding wordt binnen 1 werkdag een verwijzing naar de diëtist gestuurd. Binnen 3-5 werkdagen wordt een behandelplan opgesteld en ingezet.

RICHTLIJN ONDERVOEDING I Men dient een patiënt met kanker met (risico op) ondervoeding te verwijzen naar de diëtist voor individueel voedingsadvies. Algemene, schriftelijke voedingsadviezen of voedingsadviezen door andere hulpverleners kunnen een waardevolle aanvulling zijn, maar vervangen niet het individuele advies door de diëtist. Men dient bij vormen van kanker, die een voedingsproblematiek met groot risico op ondervoeding met zich meebrengen een individuele voedingsadvisering door de diëtist te geven. Dit behoeft een vaste plaats vroeg in de behandeling en er wordt niet afgewacht tot er klachten optreden.

ZIZO | Percentage patiënten met een longcarcinoom dat daarvoor behandeld is en is besproken in het MDO, waarbij de behandeling (curatief of palliatief) binnen 21 kalenderdagen na afronding van de diagnostiek is gestart.




>B



Chirurgie | Preoperatieve fase





Actie




Betrokken hulpverleners




Specifieke Punten
















Patiënt bezoekt polikliniek chirurgie, bespreken van:

  • indicatie operatie

  • complicaties

  • geven van toestemming voor operatie







Chirurg (long- of thorax Chirurg)





Patiënt bezoekt Pre Operatieve Spreekuur:

  • Gesprek met anesthesist

  • De anesthesiste bepaalt of een. preoperatief consult door een cardioloog, internist of andere medische specialist geïndiceerd is

  • Indien nodig maakt de POS- assistente de afspraken bij de betreffende specialisten

  • De anesthesist geeft goedkeuring voor de OK







Anesthesist







Patiënt wordt geïnformeerd over:

  • de opnamedatum

  • de operatiedatum







Medewerker bureau opname







Patiënt bezoekt polikliniek:

  • bespreken en uitleg over verder verloop

  • afnemen en bespreken Lastmeter

  • indien nodig aanvullende signalering CES-D, VAS vermoeidheid en PSK en zn. doorverwijzen

  • screening op (risico op) ondervoeding, andere voedingsgerelateerde klachten of –hulpvraag




Verpleegkundige

Diëtist (zo nodig)






Screening op (risico op) ondervoeding (door SNAQ + BMI of %gewichtsverlies in laatste maand en half jaar + BMI of MUST) is onderdeel van POS. Voor ouderen en COPD-patiënten is een screeningsinstrument met aangepaste afkapwaarden voor de BMI nodig.

Bij voedingsgerelateerde vragen of problemen: verwijzing diëtist








Norm / Indicator













RICHTLIJN NIET-KLEINCELLIG LONGCARCINOOM | 80% van de patiënten dient binnen 2 weken na afloop van het diagnostische traject, indien geïndiceerd, te worden geopereerd of met (de voorbereidingen) van de radiotherapie en/of met de chemotherapie te beginnen.

Longchirurgie dient alleen verricht te worden in een kliniek waar tenminste 20 anatomische resecties per jaar plaatsvinden In de volgende situaties dient overleg plaats te vinden met een centrum: cT3 of cT4 of bij hoge pulmonale of cardiale morbiditeit.



In een centrum dient minimaal ondersteuning te zijn van longartsen, radiotherapeuten, (thorax)chirurgen, klinisch pathologen, radiologen, nucleair geneeskundigen en gespecialiseerde verpleegkundigen, conform de eisen die hieraan worden gesteld door de betreffende vakgroepen. In een centrum dienen per discipline minimaal twee specialisten aanwezig te zijn om de continuïteit te waarborgen. Een centrum dient consulten aan te bieden aan behandelaars in andere ziekenhuizen.

RICHTLIJN DETECTEREN PSYCHOSOCIALE ZORG | Het verdient aanbeveling om signalering de eerste keer te laten plaatsvinden in de periode vlak nadat de patiënt de diagnose kanker heeft gekregen. Het slecht nieuws gesprek zelf is daarvoor geen geschikt moment. Het eerste vervolggesprek met de behandelend arts of verpleegkundige is daarvoor geschikter.
Vervolgmomenten voor signalering kunnen zijn:
I. Tijdens de behandeling: aan het begin en het einde van elke vorm van behandeling en/of elke 3 maanden wanneer het een langdurige behandeling betreft,
II. Tijdens de controleperiode: bij elk controlebezoek maar niet vaker dan elke 2 of 3 maanden,
III. De laatste keer bij het afsluiten van de controlefase en overdracht naar de eerste lijn.   

RICHTLIJN ONDERVOEDING I Voor operatie dienen matig tot ernstig ondervoede (gewichtsverlies > 10%) gedurende tenminste 7-10 dagen volwaardig te worden gevoed. Er wordt geadviseerd bij het optimaliseren van de preoperatieve voedingstoestand uiterste aandacht te geven aan het dagelijks toedienen van de volledige hoeveelheid voorgeschreven voeding. Sondevoeding heeft daarbij de voorkeur boven parenterale voeding.


Deel met je vrienden:
1   2   3   4   5   6   7   8   9   10


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©tand.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina