Format voor onderzoeksprojecten



Dovnload 192.75 Kb.
Datum14.05.2018
Grootte192.75 Kb.




project Onderzoek & innovatie

met (mede-) financiering door ZuivelNL
ALGEMEEN
Projecttitel

Naar metabool gezonde koeien


Programmatitel

Project valt onder programma Diergezondheid/duurzaamheid.


Onderzoeks-/projectleider en trekker instituut

André Bannink, Wageningen Livestock Research



Uitvoerende instellingen

Wageningen Livestock Research; WLR (contact André Bannink)

Wageningen University; WU (contact Jan Dijkstra)
Looptijd

Fase Datum Inhoud

Lopend onderzoek binnen de PPS Breed&Feed4Food onderzoek

Fase 1 01-01-2016 Deskstudie

Fase 2 01-09-2017 Pilotstudie met verzurende infusen

(i.c.m. ander Feed4Foodure onderzoek in de klimaatkamers)



1e Beslismoment voor uitvoering van het 1e experiment

(op basis van overleg met VDN 1e experiment gepland voor 2018)

Fase 3 01-01-2018 Opzetten en uitvoeren van 1e experiment
Aanvraag mede-financiering ZuivelNL van aanvullend onderzoek

Startdatum 01-01-2019 Uitwerking en rapportage 1e experiment

Voorbereiding, literatuur onderzoek, planning 2e experiment

Fase 4 01-09-2019 Uitvoering 2e experiment

01-03-2020 Rapportage 2e experiment

Afstemming/communicatie met begeleidingsgroepen van door

ZuivelNL mede-gefinancierde projecten, VDN, en veehouders en

adviseurs

2e Beslismoment voor uitvoering 3e experiment

Fase 5 01-09-2020 Uitvoering 3e experiment

31-12-2020 Uitwerking en rapportage 3e experiment

01-01-2021 Rapportage 3e experiment

Afstemming/communicatie met begeleidingsgroepen van door

ZuivelNL mede-gefinancierde projecten, VDN, en veehouders en

adviseurs

Fase 6 01-01-2021 Vertaling van de betekenis van de resultaten naar de praktijk



Einddatum 01-05-2021 Afronding van de overdracht en communicatie naar de sector.
Het 1e beslismoment in het lopende Breed&Feed4Food project is gepasseerd, en een 1e grootschalig experiment staat gepland voor september 2018, volledig vanuit het lopende project gefinancierd.

De huidige aanvraag bevat een 2e beslismoment na het 2e experiment, waarop bekeken wordt of er voldoende aanleiding is voor een 3e experiment om vervolgvragen te beantwoorden.


BESCHRIJVING
Aanleiding/Probleemstelling

Gezond melkvee gaat samen met een duurzame melkveehouderij. Er is veel aandacht voor de behandeling van uiteenlopende ziektebeelden en problemen die zich in melkvee voordoen in de transitieperiode en de vroege lactatie (bijv. slepende melkziekte). Er is sprake van een cascade van fysiologische effecten die tegelijkertijd optreden en elkaar kunnen versterken, en die daarmee uiteindelijk hun tol eisen wat betreft gezondheid en prestaties van de melkkoe (Figuur 1). Er is relatief weinig onderzoek gedaan naar de precieze samenhang van deze fysiologische effecten in de aanloop naar deze ziektebeelden. Veelal wordt de verzamelterm “negatieve energiebalans” als hoofdoorzaak aangemerkt, echter deze is zeer globaal en bovendien lastig vast te stellen.


Verzuring (in de pens, de dikke darm of het metabolisme) lijkt de aanzet te kunnen zijn van gezondheidsproblemen en een grote impact te kunnen hebben op de voeropname, voervertering, de immuunrespons, insuline-spiegels en het metabolisme van de koe. Verzuring kan een koe tijdens de negatieve energiebalans in een nog sterkere katabole toestand brengen waarbij lichaamseiwtten worden afgebroken, de response van het immuunsysteem wordt geremd, de productie van insuline afneemt en de reeds aanwezige insuline-resistentie verergert (wat de koe in een nog diepere negatieve energiebalans brengt, en in een negatieve eiwitbalans terwijl de koe dit eiwit juist nodig heeft voor de groei (maagdarmweefsels en lever) en herstel van organen, de melkeiwitproductie en het immuunsysteem). Bovendien trekt verzuring een sterke wissel op de aanpassing van weefsels, het ion-transport in lichaamsweefsels en de mechanismen die de zuurgraad van bloed reguleren. De zuurgraad van bloed is een van de sterkst gereguleerde kenmerken waaraan hoge energetische kosten verbonden zijn. Verzuring heeft dan ook directe gevolgen voor de energie- en eiwithuishouding, en de melkproductie en de gezondheid van de koe. Hoewel niet volledig vertaalbaar naar een melkkoe, is de genoemde cascade van fysiologische effecten een bekend fenomeen bij diabetes patienten met een geremde insuline-werking, en verstoorde glucosehuishouding en vetstofwisseling.
Doorgaans worden bloedparameters bepaald in melkkoeien om te monitoren op concentratie ketonlichamen, glucose en NEFA, ter indicatie van risico op ketose, lebmaagdislocatie, en andere in de tijd gecorreleerde gezondheidsproblemen. Hiermee wordt nog geen inziucht verkregen in de aanloop naar deze ziektebeelden. De mening welk onderzoek nodig is om voortuigang te boeken bij het voorkomen van ziekte verschuift momenteel richting het achterhalen van fysiologische effecten die het functioneren van de melkkoe mogelijk systematisch ondermijnen (bijv. Bradford et al., 2016; Baumgard, 2017). Dit type informatie wordt niet verkregen door het leggen van correlaties tussen bloedparameters en de prestaties van melkvee.




Figuur 1. Overzicht van oorzakelijke verbanden voor de negatieve uitwerking van acidose op het functioneren van melkvee (Bannink, 2008; Enemark et al., 2002).
Belang voor de melkveehouderij

Het voorkomen van ziekte en metabole problemen bij nieuwmelkte koeien zou een forse besparing betekenen voor de melkveehouderij, en het duurzaamheidsimago verbeteren. Eerder door ZuivelNL mede-gefinancierd onderzoek richtte zich op de invloed van management op de gezondheid en prestaties van melkkoeien, zoals duurmelken (Why Dry & Lactatie op Maat), beweging tijdens de droogstand (Zwangerschapsgymnastiek voor melkvee), en het aanpassingsvermogen van de penswand op verschillende voerstrategieën (Met een gezonde pens vooruit).

Het huidige voorstel betreft diepgaander onderzoek naar de samenhang tussen de fysiologische processen die optreden in de melkkoe tijdens de transitie en vroege lactatie. De aanpak verschilt van eerdere onderzoeksprojecten omdat er wordt niet enkel wordt gemonitord en aan de ‘buitenkant’ van een grote groep koeien wordt gemeten; het is niet het doel om management strategieën met elkaar te vergelijken; en het onderzoek richt zich niet op een geïsoleerd probleem zoals de penswerking, het aanbod glucogene nutriënten, of de grootte van de negatieve energiebalans. Het doel van het huidige project is om informatie te verzamelen rondom de opeenstapeling van fysiologische gebeurtenissen die een mogelijke aanloop vormen naar het ontstaan van ziekte. De aanpak in het huidige project verschilt daarmee van eerdere benaderingen die tot dusver werden gekozen.
Collectieve (mede) financiering door ZuivelNL

Het scala aan ziektebeelden dat rondom de transitie en tijdens de vroege lactatie optreedt is een collectief probleem dat al vele decennia bestaat. Een (gedeeltelijke) oplossing van dit probleem is een mogelijke taakstelling voor het verduurzamen van de zuivelsector en de insteek van het huidige project is dat vooruitgang nodig is in de kennis naar de fysiologsche achtegronden van deze problemen. Zowel de mengvoerindustrie middels haar advisering van melkveehouders als de zuivelsector hebben een duidelijk belang hierbij.

De onderzoeksaanpak is uniek en aanvullend ten opzichte van eerder onderzoek (zowel nationaal als internationaal, en ook binnen veterinair onderzoek). Het strategische belang van het project is hoog omdat het een nieuwe aanpak betreft om inzicht te krijgen in hoe een cascade van fysiologische effecten de aanloop kunnen vormen naar (de anderszins moeilijk voorspelbare) tegenvallende prestaties en ziekte-incidentie bij melkvee.
Doel

Doel is het zichtbaar maken van de invloed van management- en voedingsinterventies (met als gekozen onderzoekmodel de opwekking van een acidose) op de (cascade van) fysiologische effecten die optreedt tijdens de transitie en de vroege lactatie en op de gevolgen voor de gevoeligheid van melkvee voor het ontstaan van ziekte. Voor het aanleggen van een acidose wordt aan drie locaties gedacht: de pens, de dikke darm en het metabolisme stofwisseling van de koe. Aan de hand van de meetgegevens kan worden herleid hoe een cascade aan fysiologische effecten start, dan wel onderbroken of gecompenseerd kan worden middels voeding en management.


Resultaat en afbakening

Rapportage / artikelen van de experimentele uitkomsten



  • 2e experiment, 1e kwartaal 2020

  • 3e experiment, 1e kwartaal 2021

Uitkomsten van literatuuronderzoek

Eindresultaten zijn :

  • rapportage en presentatie van uitkomsten (experimenten en bijbehorende literatuuronderzoek)

  • reflectie van de uitkomsten tegenover de huidige concepten en denkbeelden die men in de praktijk hanteert

  • overdracht van oorzaak–gevolg relaties in het metabolisme van de melkkoe die aanleiding kunnen geven tot gezondheidsproblemen tijdens de transitie en daaropvolgende lactatiestart

  • indicaties geven voor de wijze waarop via voedings- en managements-interventies deze gevoeligheid te voorkomen is.


Communicatieplan

Het project wordt inhoudelijk begeleid door de begeleidingscommissie van Breed&Feed4Food / Feed4Foodure fase 2, met vanaf 2019 deelname door ZuivelNL.

Resultaten en verkregen inzichten worden vastgelegd in rapportages of wetenschappelijke artikelen. Tevens worden de resultaten gepubliceerd in artikelen in vakbladen die toegankelijk zijn voor melkveehouders, en deze worden mede aangeboden via de website Duurzame Veehouderij. De resultaten en inzichten worden tijdens het project, en bij afronding van het project, ingebracht op workshops en bij discussies in andere door ZuivelNL mede-gefinancierde projecten die zich richten op de gezondheid melkvee.
Methode

Het huidige projectvoorstel omvat de voorbereiding en uitvoering van twee aanvullende experimenten die onder sterk gecontroleerde omstandigheden met een beperkt aantal koeien zal worden uitgevoerd in 2019 en 2020 op Carus of Dairy Campus (afhankelijk van de precieze invulling van de proefopzet). In deze experimenten worden de veranderingen in het metabolisme van de melkkoe gevolgd tijdens de transitieperiode en/of vroege lactatie, door de cascade aan fysiologische effecten te volgen nadat een acidose wordt aangelegd. Dit levert informatie op over de cascade aan fysiologische effecten die kan optreden, en wat de gevolgen daarvan zijn voor de nutrientenbenutting, de energie- en eiwithuishouding en de prestaties van de melkkoe. Keuzes rondom behandelingen en opzet van de experimenten worden altijd eerst voorgelegd en besproken met de begeleidingsgroep.

De gegevens worden gebruikt om een vertaling te maken naar de wijze waarop via voer- en managementmaatregelen tot een verbeterde gezondheid van melkkoeien te komen. Deze vertaling wordt gedeeld met andere projectteams die zich richten op de duurzaamheid en gezondheid van hoog-productief melkvee en (indien gevraagd) met andere organisaties die op dit vlak opereren.
Literatuur / huidige kennis en inzichten

Bannink, A. 2008. Presentatie PDV-Themamiddag, Wageningen.

Baumgard, L. 2017. Int. Dairy Nutrition Symposium, Wageningen.

Wageningen (https://www.wur.nl/en/activity/International-Dairy-Nutrition-Symposium-2017.htm)

Bradford, B. 2015. Int. Dairy Nutrition Symposium, Wageningen. (https://www.wur.nl/en/show/International-

Symposium-on-Dairy-Cattle-Nutrition-2015-Dairy-cow- nutrition-and-animal-health.htm)

Enemark, J.M., Jorgensen, R.J., Enemark, P.St. (2002). Rumen acidosis with special emphasis on

diagnostic aspects of subclinical rumen acidosis: a review. Veterinarija ir Zootechnika 20: 16–29.
BEHEERSASPECTEN:

Begeleidingsstructuur/tussenrapportages

Afvaardiging van ZuivelNL en VDN, mogelijk aangevuld met afvaardiging vanuit Faculteit Diergeneeskunde (Utrecht University) en de Gezondheidsdienst voor Dieren.


Samenwerking met andere organisaties en instellingen

Er zal worden afgestemd met buitenlandse onderzoekers (Barry Bradford; Kansas State University; Lance Baumgard, Iowa State University) en met onderzoek binnen lopende PPS-en (zoals Duurzame Zuivelketen, en Transition towards a longer lifespan).


KOSTEN:

Overzicht kosten en financiering

De kosten in 2018 bedragen 270 kEuro en worden gefinancierd door de PPS Breed&Feed4Food.


Kosten (2019-2021):

categorie/eenheid

Euro/uur excl. BTW

mensdagen

kEuro

excl. BTW



Personeel










Onderzoek-assistenten

105

225

189

Junior onderzoeker

134

125

134

Onderzoeker

166

75

100

personeel totaal







423

materiële lasten

incl. kosten Carus of Dairy Campus, en laboratorium analyses.









265

SUBTOTAAL







688

Kosten derden

Onderzoeker WU









28

TOTAAL







716












Financiering:







2018

2019

2020

2021

Totaal

PPS-Breed&Feed4Food

270

0

0

0

270

ZuivelNL

0

170

172

16

358

PPS-

Feed4Foodure fase 2



0

170

172

16

358




986


Deel met je vrienden:


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©tand.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina