Examen Havo 003 Tijdvlak Verdelgingsmiddel



Dovnload 263.28 Kb.
Pagina2/2
Datum07.11.2017
Grootte263.28 Kb.
1   2

Einde


Uitwerkingen Examen Havo 2003

Tijdvak 1
Verdelgingsmiddel
1 aantal protonen : 15 (atoomnummer)

aantal elektronen : 15 + 3 = 18


2 AlP + 3 H2O → PH3 + Al(OH)3
3 Bij hogere temperatuur verlopen reacties sneller dus zal het uiteenvallen van de tabletten sneller gaan

bij 25 ºC


4 tablet = 3,0 g 56 % AlP

dus 0,56 . 3 = 1,68 g AlP

M(AlP) = 26,98 + 30,97 = 57,95

1,68 g AlP ≙ = 0,029 mol AlP

AlP : PH3 = 1 : 1

Dus ook 0,029 mol PH3 M(PH3) = 30,97 + 3 . 1,008 = 33,99

0,029 mol PH3 ≙ 0,029 . 33,99 = 0,99 g dus ongeveer van het gewicht van het tablet
5 3,5 . 10–8 mol dm–3 ≙ 3,5 . 10–5 mol m–3 ≙ 3,5 . 10–5 . 33,99 = 0,0012 g m–3 = 1,2 mg m–3 > 0,4 mg m–3

dus Mac waarde is overschreden


6 omdat het aluminiumfosfide al gereageerd heeft met water.
7 aluminiumhydroxide
Ananas
8

9

10 Additie want de dubbelbinding verdwijnt en hiervoor komen twee nieuwe groepen.


11

Mestverwerking
12 Door het indampen neemt het volume(of massa) van de mest sterk af waardoor er per transport meer

kan worden vervoerd.


13 Indampen kost veel energie of bij het indampen van de mest komen stoffen vrij die niet lekker ruiken.
14 6 CO2 + 6 H2O → C6H12O6 + 6 O2
15 begin regel : 13 (op de mest )

eind regel : 16 (in zuurstof)


16 Het gebruik van het schoepenrad is noodzakelijk om de algen van voldoende licht te voorzien.
17 Het is geen juiste conclusie want je kunt alleen concluderen dat er ionen in de oplossing zitten. Dit hoeven niet perse ammonium-ionen te zijn, maar kunnen ook andere ionen zijn.
18 Ammoniakmoleculen zijn een basen en het ammoniumionen zijn een zuren dus hebben zorgen beide voor een verschillende pH

19 De koek kan geen ammoniakmoleculen bevatten omdat ammoniak een gas is (of goed oplosbaar is in water)

De koek kan wel fosfaationen bevatten omdat veel zouten met fosfaat erin slecht oplosbaar zijn.

De koek kan geen nitraationen bevatten omdat zouten die nitraationen bevatten goed oplosbaar zijn.


20 Voorbeelden van juiste argumenten bij een keuze voor tekstfragment 2 zijn:

• Er worden meer stoffen genoemd die ontstaan. / Er wordt beter uitgelegd welke stoffen

ontstaan (regels 19 en 20).

• Er staat niet de fout in dat er koolstof ontstaat (tekstfragment 3 regel 49).

• De fotosynthese wordt beter omschreven (regels 15 en 16).

• Er staat duidelijk dat kooldioxide wordt omgezet in zuurstof (regels 15 en 16).

• Er wordt beter beschreven hoe (die overmaat aan) zuurstof ontstaat (regels 15 en 16).

• Er staat dat het overblijfsel een koek van mineralen is (regels 25 en 26).

• Het continue proces dat drijfmest omzet in algen wordt beschreven (regels 13 tot en

met 27).


• Er wordt beter uitgelegd wat de algen precies doen (regels 14 tot en met 16).
Voorbeelden van juiste argumenten bij een keuze voor tekstfragment 3 zijn:

• Hierin wordt de term fotosynthese genoemd (regel 46).

• Er wordt aangegeven dat de ontstane stoffen als voedsel voor de algen dienen (regels 49

en 50), in tekstfragment 2 staat alleen dat de algen er blij mee zijn (regels 20 en 21).

• Bij tekstfragment 2 krijg je het onjuiste idee dat alle mineralen op de bodem terechtkomen

(regel 25).

• In tekstfragment 2 staat de fout dat drijfmest wordt omgezet in algen en water (regel 24).

(Er kunnen geen (levende) algen ontstaan uit dode materie en het water ontstaat niet, maar

is er al.)
Vullingen
21. C12H22O11 + H2O → C6H12O6 + C6H12O6
22 C6H12O6 → 2 C3H6O3
23 PO43– en OH zijn beide basen die dus met zuur kunnen reageren.
24 Hg M = 200,6

Ag M = 107,9

Sn M = 118,7

Massa percentage = . 100 = 51 %


25 bindingstype in hydroxyapatiet : ionbinding

bindingstype in amalgaam: metaalbinding


26 In amalgaam komt kwik voor en kwik is giftig blijkt uit tabel 101A (MAC waarde) of tabel 102A (ADI waarde)
27 (2)methyl (2) propeenzuur (nummers hoeven niet)
28

Azijn
29 naam : Calciumcarbonaat

formule : CaCO3


30 in 250 ml zit 2,5 . 8 = 20 g azijnzuur na verdunning 20 g in 1000 ml dus per 100 ml 2 g
31 het gas met een vlammetje aansteken. Als het knalt dan was het gas waterstof
32 De temperatuur stijgt dus er komt warmte vrij dus de reactie is exotherm
33 De temperatuur van de omgeving en de temperatuur (en van de toegevoegde natronloog) is lager dan de temperatuur van de oplossing dus zal de temperatuur gaan dalen.
34 Uit het diagram kun je aflezen dat de reactie afgelopen is bij het toevoegen van 6,8 ml natronloog

toegevoegde OH = 6,8 . 2 = 13,6 mmol

azijnzuur : OH = 1 : 1

dus aanwezig zuur = 13,6 mmol

M (azijnzuur) = 60,05

13,6 mmol ≙ 13,6 . 60,05 = 817 mg

dus 0,82 g per 10 ml

dus 8,2 g per 100 ml


Magnesium
35 CO2
36 Mg2+ + 2OH → Mg(OH)2

37 De suspensie is een mengsel van vaste stof en een oplossing. Deze kun je scheiden door filtratie (of centrifugeren)


38 MgO + 2H+ → Mg2+ + H2O
39 Twee van de volgende antwoorden

  • in stap 1 wordt dolomiet door verhitting ontleedt wat veel energie kost

  • In stap 5 kost het verhitten van magnesiumhydroxide veel energie

  • In stap 7 wordt de oplossing ingedampt

  • In stap 8 wordt magnesiumchloride gesmolten

  • In stap 8 kost de elektrolyse van magnesiumchloride veel energie


Einde

Deel met je vrienden:
1   2


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©tand.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina