Examen Havo 003 Tijdvlak Verdelgingsmiddel



Dovnload 263.28 Kb.
Pagina1/2
Datum07.11.2017
Grootte263.28 Kb.
  1   2

Havo 2003 tijdvak 1

Examen Havo 2003


Tijdvlak 1

Verdelgingsmiddel

Op de website van een chemisch bedrijf staat de volgende informatie over het

insectenverdelgingsmiddel ’Celphos’.


Tekst-

Fragment 1



CELPHOS

Celphos is een ontsmettingsmiddel dat 1 bestaat uit aluminiumfosfide,

2 ammoniumzouten en speciale bindmiddelen zoals paraffinewas.

3 Door reactie van aluminiumfosfide met waterdamp uit de lucht vallen, afhankelijk

4 van temperatuur en vochtigheid, Celphostabletten binnen 0,5 tot 4 uur uiteen.

5 Hierbij ontstaan fosfinegas en aluminiumhydroxide. Fosfinegas (PH3) is een

6 uitstekend insectenverdelgingsmiddel. Het is vluchtig, verspreidt zich snel in alle

7 richtingen en dringt gemakkelijk door verpakkingsmiddelen zoals papier en karton.


De werkzame stof in Celphos is het aluminiumfosfide (AIP). Deze stof bestaat uit Al3+ ionen en P3– ionen


2p 1 Geef het aantal protonen en het aantal elektronen in een P3– ion.

Noteer je antwoord als volgt:

aantal protonen: ...

aantal elektronen: ...


3p 2 Geef de vergelijking van de reactie die optreedt als Celphostabletten aan vochtige lucht

worden blootgesteld.


Uit tekstfragment 1 (de regels 3 en 4) valt op te maken dat de tijd van het uiteenvallen van

Celphostabletten onder andere afhankelijk is van de temperatuur.

2p 3 Duurt, bij gelijke vochtigheid, het uiteenvallen van de Celphostabletten bij 25 C langer of

korter dan bij 10 C? Geef een verklaring voor je antwoord.




Tabel 1

CELPHOS

Fysische en chemische eigenschappen






Samenstelling:

aluminiumfosfide

overige stoffen

56 massaprocent

44 massaprocent





Vorm

Grote tabletten (3,0 g) of kleine

Tabletten (0,6 g)






In contact met water(damp)

Komt van de massa van Celphos

aan fosfinegas vrij






Kleur

Grijs




Geur

Ruikt naar knoflook

In tabel 1 staat dat de massa van het fosfinegas (PH3) dat ontstaat, eenderde deel bedraagt

van de massa van de gebruikte hoeveelheid Celphos.
3p 4 Laat dit met behulp van een berekening zien, uitgaande van een Celphostablet van 3,0 gram.

Gebruik bij je berekening onder andere nog een gegeven uit tabel 1 en neem bij de

berekening aan dat één mol fosfinegas ontstaat per mol aluminiumfosfide.

Tijdens het ontsmetten van een graanschuur met behulp van Celphostabletten werd in een

aanliggende woning de concentratie van fosfinegas gemeten. Deze was 3,5·10–8 mol dm–3.

De MAC-waarde van fosfine is 0,4 mg m–3.


3p 5 Ga met behulp van een berekening na of de MAC-waarde is overschreden.
In de zomer van 1998 spoelden op het strand tussen Egmond aan Zee en Den Helder zakjes

aan. Op de zakjes stond onder andere de formule AlP vermeld. Het strand werd afgezet in

verband met gevaar voor de gezondheid door vorming van fosfinegas. Bij nader onderzoek

bleek dit gevaar toch niet aanwezig te zijn. In een krant schreef een journalist dat het gevaar

op fosfinevorming niet aanwezig was "omdat de aluminiumfosfide al was uitgewerkt". Het

taalgebruik van de journalist is chemisch niet correct


1p 6 Vervang het cursief gedrukte deel van de zin door een zinsnede die op een chemisch

correcte wijze weergeeft waarom er geen gevaar meer was voor de gezondheid.


1p 7 Geef de naam van de vaste stof die, behalve bindmiddelen en restanten van

ammoniumzouten, voornamelijk in de zakjes aanwezig was op het moment dat de zakjes op

het strand werden gevonden.


Ananas

Bij het kraken van aardolie ontstaan onder andere stoffen met de formule C2H4 en C4H8. Er is maar één stof met de formule C2H4. Er zijn meerdere isomeren met de formule C4H8.


3p 8 Geef de structuurformules van drie isomeren met de molecuulformule C4H8
Wanneer men C2H4 onder de juiste omstandigheden met water laat reageren, ontstaat ethanol (C2H5OH)
1p 9 Geef de structuurformules van etheen en van ethanol
2p 10 Is de reactie van etheen met water een additiereactie? Geef een verklaring van de antwoord.
Op soortgelijke wijze kan uit één van de isomeren met molecuulformule C4H8 de stof

1-butanol (C4H9OH) worden gemaakt. Door oxidatie kan 1-butanol worden omgezet tot butaanzuur.

Ethanol en butaanzuur zijn de grondstoffen voor de bereiding van ethylbutanoaat, een ester die naar ananas ruikt.

2p 11 Geef de structuurformule van ethylbutanoaat.



Mestverwerking
In verschillende bladen is melding gemaakt van een methode om het overschot aan mest te

verwerken door er algen in te laten groeien. Hieronder zijn tekstfragmenten uit twee bladen

weergegeven. In de berichtgeving blijken nogal wat verschillen voor te komen.

Lees beide tekstfragmenten.



Tekst-

Fragment 2



1 Boeren proberen op allerlei manieren

2 van hun mest af te komen, bijvoorbeeld

3 door indampen tot droge mest die

4 eenvoudiger vervoerd kan worden om

5 elders te worden gebruikt. Maar het

6 verplaatsen van een probleem is nu niet

7 bepaald een fundamentele oplossing.

8 Sinds afgelopen maand proberen negen

9 varkenshouders uit de Achterhoek het

10 nuttige met het aangename te verenigen

11 door in hun drijfmest algen te

12 verbouwen.

13 Op de mest wordt een kleine

14 hoeveelheid groene alg losgelaten die

15 het in de mest aanwezige kooldioxide

16 omzet in zuurstof. Die zuurstof activeert

17 de bacteriën in de mest weer tot

18 omzetting van organische meststoffen in

19 ammoniak, fosfaat, nitraat en

20 kooldioxide, waar de algen dan weer blij

21 mee zijn. Door regelmatig algen uit het

22 bassin te halen en drijfmest toe te

23 voegen, ontstaat een continu proces dat

24 drijfmest omzet in algen, water en (op

25 de bodem van de vijver) een koek van

26 mineralen waaruit uitstekend compost

27 voor de (glas)tuinbouw valt te maken.

28 De algen groeien bijna twintig keer

29 sneller dan hogere plantensoorten. Maar

30 die groei stopt abrupt zodra ze niet over

31 voldoende licht kunnen beschikken. En

32 dus moet een schoepenrad de

33 algenmassa voortdurend in beweging

34 houden.


Tekst-

Fragment 3



35 Negen varkenshouders uit de

36 Achterhoek beginnen deze maand aan

37 de kweek van algen op basis van

38 drijfmest.

39 Tot voor kort hanteerde de sector

40 voornamelijk methodes voor indamping

41 om uit de vloeibare fractie nieuwe

42 mestproducten te halen.

43 Het bedrijf Algensystemen BV sloeg een

44 andere richting in. Hier is men al enkele

45 jaren bezig om drijfmest biologisch te

46 zuiveren. Via fotosynthese ontstaat een

47 overmaat aan zuurstof waarmee

48 bacteriën de organische stof omzetten in

49 ammonium, fosfaten en koolstof, die de

50 algen weer tot voedsel dienen.

51 Aan de kweek kleeft slechts één nadeel:

52 de explosieve groei stopt wanneer de

53 algen niet over voldoende zonlicht

54 beschikken. Daarom heeft de kwekerij

55 een schoepenrad geplaatst dat de

56 vloeistof met zo’n twintig centimeter per

57 seconde rondpompt. De algen worden

58 daarmee niet alleen van licht voorzien

59 maar blijven ook los van de bodem,

60 klaar om afgezogen, gezuiverd en

61 gedroogd te worden.

62 Het resterende water kan later voor

63 beregening worden gebruikt terwijl de

64 kleine dikke fractie uitstekende compost

65 oplevert.





naar: Intermediair




naar: Technisch Weekblad

1p 12 Leg uit waarom het indampen van de mest (tekstfragment 2, de regels 3 tot en met 5) maakt

dat de “droge mest” gemakkelijker vervoerd kan worden.
1p 13 Noem een nadeel van het indampen van mest.
In tekstfragment 3 wordt de fotosynthese genoemd als het proces waarbij zuurstof ontstaat

(de regels 46 en 47). Behalve zuurstof ontstaat bij de fotosynthese glucose (C6H12O6).


3p 14 Geef de vergelijking van de reactie die bij de fotosynthese plaatsvindt.
In tekstfragment 2 staat een zin waarin de reactie wordt aangeduid die bij de fotosynthese

plaatsvindt.


3p 15 Geef het regelnummer van het begin en het regelnummer van het eind van deze zin. Noteer

je antwoord als volgt:

begin regel: …

eind regel: …


In beide tekstfragmenten is vermeld dat een schoepenrad wordt gebruikt.
2p 16 Leg uit waarom het gebruik van een schoepenrad noodzakelijk is voor een snelle groei van

de algen.


De tekstfragmenten geven verschillende informatie over de stoffen die ontstaan als de

bacteriën de organische stoffen omzetten. In tekstfragment 2 (regel 19) staat bijvoorbeeld

dat er ammoniak ontstaat, in tekstfragment 3 (regel 49) staat dat er ammonium gevormd

wordt.


Geertje en Juultje willen onderzoeken of de vloeistof in de mestverwerkingsinstallatie

ammoniakmoleculen (NH3) of ammoniumionen (NH4+) bevat. Zij bedenken dat ze dit

kunnen doen door het elektrisch geleidingsvermogen van deze vloeistof te meten.

Bij meting blijkt de oplossing elektrische stroom te geleiden. Geertje en Juultje trekken

hieruit de conclusie dat de vloeistof ammoniumionen moet bevatten.
2p 17 Is dit een juiste conclusie? Geef een verklaring voor je antwoord.
Omdat een oplossing van ammoniak een andere pH heeft dan een oplossing die

ammoniumionen bevat, zoals bijvoorbeeld een oplossing van ammoniumchloride, denken

Geertje en Juultje dat ze ook door het meten van de pH kunnen onderzoeken of de vloeistof

ammoniakmoleculen of ammoniumionen bevat.


2p 18 Leg uit aan de hand van eigenschappen van ammoniakmoleculen en van ammoniumionen

dat een oplossing van ammoniak een andere pH heeft dan een oplossing van

ammoniumchloride.
De koek van mineralen die volgens tekstfragment 2 op de bodem ontstaat, is een mengsel

van neergeslagen zouten (mineralen).

Aan de hand van de eigenschappen van de stof ammoniak en van stoffen die fosfaationen

bevatten en van stoffen die nitraationen bevatten, kun je afleiden of de koek van mineralen

ammoniakmoleculen en/of fosfaationen en/of nitraationen kan bevatten.
3p 19 Geef aan of de koek van mineralen ammoniakmoleculen en/of fosfaationen en/of

nitraationen kan bevatten en geef de betreffende eigenschap van de genoemde stoffen.

Noteer je antwoord als volgt:

(Maak hierbij in elk van onderstaande zinnen een keuze voor ”wel” of voor ”geen” en

maak de zinnen af.)

De koek kan wel / geen ammoniakmoleculen bevatten, omdat ammoniak ……

De koek kan wel / geen fosfaationen bevatten, omdat stoffen die fosfaationen bevatten ……

De koek kan wel / geen nitraationen bevatten, omdat stoffen die nitraationen bevatten ……


In de twee tekstfragmenten zijn de chemische processen verschillend beschreven.
2p 20 In welk van de twee tekstfragmenten worden volgens jou de chemische processen het beste

beschreven? Onderbouw je keus met twee argumenten; verwijs daarbij naar stukjes uit de

tekstfragmenten door regelnummers aan te geven.
Vullingen
Aan voedingsmiddelen wordt vaak suiker (sacharose) toegevoegd. Wanneer opgeloste

suiker lang in de mond blijft, kan het door bacteriën gehydrolyseerd worden tot glucose

C6H12O6) en fructose. Fructose is een isomeer van glucose. De glucose wordt vervolgens

omgezet in melkzuur. De formule van melkzuur is:



3p 21 Geef de reactievergelijking voor de hydrolyse van sacharose tot glucose en fructose. Schrijf hierbij de stoffen in molecuulformules

2p 22 Geef de reactievergelijking voor de omzetting van glucose (C6H12O6) in melkzuur. Schrijf

hierbij de stoffen in molecuulformules.
Het ontstane melkzuur kan het tandglazuur aantasten. Tandglazuur bestaat grotendeels uit

hydroxyapatiet. Hydroxyapatiet is een zout en kan worden weergegeven met de formule

Ca5(PO4)3OH. Hydroxyapatiet bevat deeltjes die met een zuur kunnen reageren.
2p 23 Geef de formule van zo’n deeltje dat voorkomt in hydroxyapatiet en dat met een zuur kan

reageren.


Door de tandarts wordt het aangetaste gedeelte van een tand of kies uitgeboord en het

ontstane gaatje opgevuld. Voor de vulling werd vroeger gebruik gemaakt van amalgaam.

Een amalgaam is een mengsel van kwik en één of meer andere metalen.

Een bepaalde amalgaamvulling bestaat uit kwik, zilver en tin. In deze amalgaamvulling

komen deze metalen in een bepaalde verhouding voor:

het aantal mol kwikatomen : het aantal mol zilveratomen : het aantal mol tinatomen

= 25 : 32 : 11
4p 24 Bereken het massapercentage kwik in deze amalgaamvulling. Geef je antwoord in twee

significante cijfers.


Hydroxyapatiet (tandglazuur) en amalgaam zijn beide erg sterke materialen. Dit kan worden

toegeschreven aan de sterke bindingen die aanwezig zijn tussen deeltjes die voorkomen in

deze stoffen.
2p 25 Geef voor elk van de genoemde stoffen de naam van de sterke binding tussen de deeltjes in

die stof die maakt dat het zulke sterke materialen zijn.

Noteer je antwoord als volgt:

bindingstype in hydroxyapatiet: ...

bindingstype in amalgaam: ...
In een aantal Europese landen is het gebruik van amalgaam als vulmateriaal voor tanden en kiezen vanwege milieu- en gezondheidsredenen verboden.
2p 26 Noem de reden waarom amalgaam slecht is voor de gezondheid en voor het milieu.

Ondersteun je antwoord met een verwijzing naar een tabel in Binas.


Als alternatief voor de amalgaamvulling wordt gebruik gemaakt van verschillende

kunststoffen.

Een voorbeeld van een monomeer waarmee kunststofvullingen gemaakt worden, is stof A.

Stof A kan worden weergegeven met de volgende structuurformule:



3p 27 Geef de systematische naam van stof A


Door bestraling met UV-licht gaat stof A polymeriseren. Na enige tij is de

kunststofvulling ontstaan.


3p 28 Geef een stukje uit het midden van de structuurformule van het polymeer dat uit stof A

gevormd wordt. In dit stukje moeten drie monomeer-eenheden zijn verwerkt.


Azijn
Hieronder is een gedeelte weergegeven van het etiket op een fles Loda schoonmaakazijn.


Gebruiksaanwijzing: Loda schoonmaakazijn ontkalkt veilig

koffiezetapparaten, theepotten, pannen, aardewerk en serviesgoed.

(Niet voor aluminium gebruiken.)
Koffiezetapparaten

• Raadpleeg eerst de gebruiksaanwijzing van het apparaat.

• Altijd goed naspoelen met schoon water.

• Verdun 250 mL (¼ liter) schoonmaakazijn met 750 mL (¾ liter)

water.

• Vul hiermee het koffiezetapparaat en zet het aan. Schakel het



apparaat uit zodra de helft is doorgelopen.

• Zet het apparaat na 15 minuten weer aan.


• Laat 2x een geheel gevuld reservoir met schoon water doorlopen,

voordat er weer koffie wordt gezet.


Loda schoonmaakazijn bevat 8 gram azijnzuur per 100 mL.

De kalkaanslag die met behulp van schoonmaakazijn kan worden verwijderd, heeft vrijwel

dezelfde samenstelling als de stof met de triviale naam kalksteen
2p 29 Geef de rationele (scheikundige) naam en de formule van het hoofdbestanddeel van

kalksteen. Noteer je antwoord als volgt:

naam : …

formule: …


Voor gebruik van Loda schoonmaakazijn in koffiezetapparaten wordt op het etiket een

voorschrift gegeven om de schoonmaakazijn te verdunnen.


2p 30 Bereken de azijnzuurconcentratie (in g per 100 mL) in de verdunde schoonmaakazijn die, volgens de voorschriften op het etiket, in het koffiezetapparaat moet geschonken.
Gebruik van schoonmaakazijn op aluminiumoppervlakken wordt ontraden, omdat het

aluminium wordt aangetast door zure oplossingen. Bij de reactie die daarbij plaatsvindt,

ontstaat waterstof.

Frouke wil dit onderzoeken. Zij voegt een paar stukjes aluminium toe aan schoonmaakazijn

en vangt het gas op dat uit het mengsel ontstaat.
2p 31 Beschrijf een proef waarmee je kunt aantonen dat het gas dat is opgevangen, waterstof is.

Beschrijf de handelingen en de mogelijke waarneming(en).


Joris krijgt de opdracht om te onderzoeken of de concentratie van het azijnzuur in de

schoonmaakazijn voldoet aan de op het etiket opgegeven waarde. Hij voert daartoe het

volgende experiment uit.

Aan 10 mL schoonmaakazijn (temperatuur 18 °C) voegt hij met constante snelheid druppels

2,0 M natronloog (temperatuur 18 °C) toe. Daarbij treedt de volgende reactie op:
CH3COOH + OH →CH3COO + H2O
Na iedere toevoeging van 1,0 mL leest hij de temperatuur af. Van de resultaten maakt hij

onderstaand diagram.




2p 32 Leg uit aan de hand van een temperatuurverandering in het diagram of de reactie van azijn

met natronloog exotherm of endotherm is.
Wanneer de reactie is afgelopen, blijft het mengsel niet op de bereikte temperatuur.

De temperatuur gaat dalen.


1p 33 Leg uit waarom de temperatuur na afloop van de reactie daalt.
Met behulp van het diagram kan Joris vaststellen hoeveel mL 2,0 M natronloog heeft

gereageerd met 10 mL schoonmaakazijn. Vervolgens kan hij berekenen hoeveel gram

azijnzuur aanwezig is in 100 mL schoonmaakazijn.
4p 34 Geef deze berekening.
Magnesium
Bij een bepaalde productiemethode van magnesium worden zeewater en de vaste stof

dolomiet gebruikt. De formule van dolomiet is CaMg(CO3)2.



Hieronder is het blokschema van deze magnesiumproductie weergegeven.

In ruimte 1 vindt een ontledingsreactie plaats, waarbij onder andere stof X ontstaat.


2p 35 Geef de formule van stof X.

Door aan het mengsel van magnesiumoxide en calciumoxide water toe te voegen, wordt in

ruimte 2 een suspensie verkregen. De vergelijking van de reactie die optreedt, is:
CaO + MgO + 2H2O → Ca2+ + 2OH + Mg(OH)2
Aan de verkregen suspensie wordt in ruimte 3 zeewater toegevoegd. De hydroxide-ionen

die nog in de oplossing aanwezig zijn, slaan neer met de in het zeewater aanwezige

magnesiumionen.
2p 36 Geef de vergelijking van de reactie van hydroxide-ionen met magnesiumionen.
Door het toepassen van een scheidingsmethode wordt in ruimte 4 vast magnesiumhydroxide

verkregen.


2p 37 Welke scheidingsmethode is geschikt om in ruimte 4 vast magnesiumhydroxide te

verkrijgen? Geef een verklaring voor je antwoord.


Het vaste magnesiumhydroxide wordt in ruimte 5 verhit, waarbij zuiver magnesiumoxide

ontstaat. In ruimte 6 reageert magnesiumoxide met zoutzuur.


3p 38 Geef de vergelijking van de reactie die plaatsvindt in ruimte 6.
De verkregen magnesiumchloride-oplossing wordt ingedampt in ruimte 7. Vervolgens wordt

het magnesiumchloride in ruimte 8 in gesmolten toestand geëlektrolyseerd. Bij de

elektrolyse ontstaan magnesium en chloor.

De grondstoffen dolomiet en zeewater zijn goedkoop. Toch is magnesium niet goedkoop.


2p 39 Noem twee stappen in het productieproces die duur zijn en geef bij elk van deze stappen

aan waarom de stap duur is.





Deel met je vrienden:
  1   2


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©tand.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina