Erfelijkheid en Evolutie



Dovnload 1.43 Mb.
Pagina4/11
Datum20.05.2018
Grootte1.43 Mb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   11




  • 80% van de leerlingen zegt veel te hebben geleerd van de opdrachten die gemaakt moesten worden via de elektronische leeromgeving.

  • 70% van de leerlingen wil vaker werken met de elektronische leeromgeving tijdens de biologielessen.

  • 70% van de leerlingen vond het leuk om op deze manier de onderwerpen erfelijkheid en evolutie te behandelen.

  • Leerlingen gaven aan dat ze zelf meer aandacht hadden moeten besteden aan het goed doorlezen van de opdrachten, het maken van aantekeningen, het leren van de aantekeningen en tot slot het eerder stellen van vragen aan de docent.

  • 95% van de leerlingen zegt voldoende tijd te hebben gestoken in het maken van de opdrachten. De tijd die in totaal nodig was voor het maken van het huiswerk varieerde van 1,5 uur tot 5 uur, wat niet als erg afwijkend ten opzichte van de hoeveelheid huiswerk van normale lessen kan worden gezien.

Discussie

Naar aanleiding van bovenstaande resultaten hebben de twee docenten de volgende punten van discussie naar voren gebracht:




  • De grens van 75% goed beantwoorde vragen bij een bepaald leerdoel, die gesteld is om te kunnen concluderen dat een leerdoel is behaald, is zoals iedere gestelde grens arbitrair.

  • Er is voorafgaand aan de lessenserie geen nulmeting gedaan, waardoor niet kan worden geconcludeerd dat de lessenserie een bepaald effect heeft veroorzaakt.

  • Niet alle leerlingen hebben de enquête, die betrekking had op het toetsen van de motivatie van de leerlingen, binnen de gestelde deadline ingevuld. Hierdoor zijn deze resultaten mogelijk niet een juiste weergave van de motivatie van de leerlingen voor deze lessenserie. Wellicht was dit deel van de leerlingen juist minder gemotiveerd.

Verder zijn de volgende punten van discussie mogelijk relevant bij dit onderzoek:



  • Het artikel van Dissel over de effectiviteit van een elektronische leeromgeving gaat over zijn onderzoek binnen de context van het Nieuwe Leren. Aangezien het in dit artikel beschreven onderzoek een ‘gewone’ middelbare school betreft, mogen deze resultaten niet rechtstreeks doorvertaald worden. Wel is het zo dat de leerlingen tijdens de lessenserie in belangrijke mate zelfstandig werken en dat de rol van de docent voornamelijk begeleidend is, wat binnen de context van het Nieuwe Leren normaal is.

  • In het literatuuronderzoek is gebruik gemaakt van een beperkt aantal artikelen (en ervaringen van vaksectie collega’s). Hierdoor kan niet geconcludeerd worden dat bij dit onderzoek alle leerproblemen bij de onderwerpen erfelijkheid en evolutie naar voren zijn gekomen. Wel is gebleken dat met deze lessenserie een groot deel van de naar voren gekomen leerproblemen op een effectieve manier zijn aangepakt (van de 21 leerdoelen zijn er 16 behaald).

  • In dit onderzoek is alleen gebruik gemaakt van de directe instructiestrategie van Ebbens. In de literatuur zijn meer methodes bekend om leerlingen effectief te laten leren. Wellicht dat een andere methode het leergedrag van leerlingen verder kan optimaliseren.


Conclusies

De twee docenten hebben, naar aanleiding van de resultaten die zijn verkregen uit het onderzoek, de volgende antwoorden geformuleerd op de drie deelvragen van het onderzoek:




    1. Welke bijdrage kunnen een elektronische leeromgeving en ict leveren bij erfelijkheids- en evolutieleer?

De elektronische leeromgeving en ict kunnen een nuttige bijdrage leveren bij het aanbieden van erfelijkheids- en evolutieleer. Het merendeel van de leerlingen was positief over het gebruik van de elektronische leeromgeving bij de aangeboden lessenserie. Dankzij het gebruik van een elektronische leeromgeving en ict was het mogelijk om de lesstof op een gestructureerde en aantrekkelijke manier aan te bieden. Een bijkomend nadeel van het gebruik van de elektronische leeromgeving bleek te worden veroorzaakt door de hoge mate van vrijheid en zelfstandig werken. De leerlingen gaven duidelijk aan meer behoefte te hebben aan klassikale uitleg. De oorzaak hiervan is vermoedelijk dat de leerlingen op het Linde College relatief weinig ervaring hebben met deze mate van vrijheid en zelfstandig werken tijdens de les.
2. Welke leerproblemen kunnen er ontstaan bij de onderwerpen erfelijkheid en evolutie?

In tabel 1 zijn belangrijke leerproblemen te zien die naar voren kunnen komen bij de onderwerpen erfelijkheid en evolutie. In bijlage I is de lijst te zien met 21 leerdoelen, die zijn opgesteld aan de hand van de naar voren gekomen leerproblemen. Met de ontworpen lessenserie zijn 16 van de 21 leerdoelen effectief en aantoonbaar aangepakt en behaald.


3. Hoe kun je leerlingen zo effectief mogelijk laten leren? (om goede opdrachten te ontwikkelen moet je weten hoe je leerlingen zo effectief mogelijk laat leren)

Om leerlingen zo effectief mogelijk te laten leren is er gekozen voor een vakdidactische aanpak en een aanpak op het gebied van leerpsychologie (de directe instructie).

De vakdidactische aanpak gaf alle naar voren gekomen leerproblemen aandacht. Bij elk leerprobleem zijn een of meerdere opdrachten ontwikkeld. De opdracht waarbij leerlingen heen en weer moesten denken tussen de verschillende organisatieniveaus heeft erg goed gewerkt, aangezien meer dan 75% van de leerlingen hiertoe in staat was bij de gemaakte toetsen. Bij vijf leerdoelen blijkt dat de ontwikkelde opdrachten niet het gewenste effect hebben gehad (zie resultaten).

Een belangrijke parameter van de directe instructiestrategie is de motivatie van de leerlingen. De ontworpen lessenserie heeft motiverend gewerkt voor de leerlingen, aangezien 70% van de leerlingen, middels de enquête omtrent de motivatie, aangaf de lessenserie als leuk te hebben ervaren. Dit komt ook goed overeen met wat de betrokken docenten hebben waargenomen, namelijk dat heel veel leerlingen geënthousiasmeerd aan de slag gingen en op een leuke manier aan het werk zijn geweest tijdens de lessenserie. In het algemeen kan ten aanzien van de directe instructiestrategie worden geconcludeerd dat de strategie goed heeft gewerkt. Leerlingen waren goed geïnstrueerd en wisten wat er wanneer van hen werd verwacht. Desondanks bleken de leerlingen moeite te hebben met de relatief hoge mate van vrijheid en zelfstandig werken.
Om antwoord te kunnen geven op de onderzoeksvraag:
Hoe kan een biologiedocent erfelijkheid en evolutie op een uniforme, reproduceerbare en motiverende manier aanbieden?’
zal er verder onderzoek gedaan moeten worden om de vijf leerdoelen, die nog niet behaald zijn, te behalen.
Aanbevelingen

Naar aanleiding van de conclusies die konden worden gesteld, doen de twee docenten de volgende aanbevelingen voor vervolgonderzoek en daarnaast een aantal praktische tips voor de volgende keer dat er gebruik wordt gemaakt van de lessenserie.


Vervolg-onderzoek:

  • Er zal voorafgaand aan het vervolgonderzoek een nulmeting moeten worden gedaan om te kijken in hoeverre leerlingen al bekend zijn met bepaalde leerdoelen.

  • Er zullen opdrachten van de lessenserie moeten worden verbeterd of eraan worden toegevoegd om de resultaten van de niet behaalde leerdoelen te verbeteren.

  • Er zal moeten worden onderzocht wat het effect is wanneer bij een aantal lessen een klassikale uitleg wordt gegeven aan de hand van de opgestelde leerdoelen (aangezien leerlingen hebben aangegeven hier behoefte aan te hebben). Dit is in te passen door iedere les, via een beamer, te starten met het klassikaal behandelen van een aantal dia’s met theoretische kennis.

  • Er zal moeten worden onderzocht of er andere strategieën zijn om effectief leergedrag bij leerlingen te veroorzaken.

  • Er zal moeten worden onderzocht welke rol een elektronische leeromgeving kan spelen bij het optimaliseren van het leerproces van leerlingen.


Praktische tips:

  • Om de leerlingen te laten wennen aan de aan de nieuwe leermethode, is het belangrijk om voorafgaand aan het opnieuw aanbieden van de lessenserie, een oefenles te draaien.

  • Start iedere les met een klassikale introductie met de aandachtspunten van de betreffende les, waarin er extra nadruk zou moeten liggen op de niet behaalde leerdoelen.

  • Geef iedere les heel duidelijk aan dat de powerpoint-presentaties aandachtig doorgenomen moeten worden en dat het slim is om aantekeningen te maken.


Tot slot

Wanneer u nieuwsgierig bent geworden naar de achtergrondinformatie of meer wilt weten over de lessenserie, neemt u dan gerust contact op met de auteur van dit artikel Klaske Munniksma, een van de twee docenten die dit onderzoek heeft uitgevoerd.


Bronnen

Droste, J., (2003). Het kiezen van een elektronische leeromgeving. Den Bosch: Cinop
Ebbens, S., Ettekoven, S., Van Rooijen, J., (1996). Effectief leren in de les: basisvaardigheden voor docenten. Groningen: Wolters-Noordhoff.
Gommer L., Geloven, M., Jansen, P., en Zeelenberg, T., (2000). De digitalere leeromgeving. Enschede: SLO.

Janssen, F., Boersma, K., Geradts, C., De Hullu, E., De Jonge, C., (2007). Evolutie in het voortgezet onderwijs. Groningen: NVON.

Knippels, M-C., (2002). Heen en weer, op en neer. Niche, bulletin voor het onderwijs in de biologie, nr. 5/2002 blz. 5.

Ponte, P., (2002). Onderwijs van eigen Makelij: procesboek actieonderzoek in scholen en opleidingen. Soest: Uitgeverij Nelissen.Janssen en Voogt; evolutietheorie in het V.O.

  • Wagenaars; Genetica op het vmbo

  • Knippels; De jojo-onderwijsleerstrategie voor genetica


Wagenaars, F., (2003). Genetica op het vmbo. Niche, bulletin voor het onderwijs in de biologie, nr. 5/2003 blz. 29.
Jolanda van Dijk is werkzaam als docente Biologie op het Linde College in Wolvega. Ze zal in juli ’07 haar tweede graads bevoegdheid halen aan de Noordelijke Hogeschool in Leeuwarden).

Klaske Munniksma is werkzaam als docente Biologie op het Linde College in Wolvega en op het RSG-Tromp Meesters in Steenwijk. Ze zal in september ’07 haar eerste graads bevoegdheid halen aan het IVLOS, de lerarenopleiding van de Universiteit Utrecht.

Bijlage I: Leerdoelen

Kerndoelen:


Komt aan de orde in:

1. De leerlingen kunnen wat betreft erfelijkheid toelichten dat erfelijke eigenschappen via eicel of spermacel aan nakomelingen overgedragen worden.

Les 3

2. De leerlingen kunnen wat betreft evolutie toelichten dat nieuwe rassen en soorten in de loop van de tijd zijn ontstaan.

Les 6

Leerdoelen:




1. Leerlingen zijn in staat begrippen uit de erfelijkheid (fenotype, genotype, DNA, chromosomen en genen) uit te leggen aan de hand van de verschillende organisatieniveaus (organisme, cel en moleculair -niveau).

Les 1

2. De leerling is in staat heen en weer te denken op de verschillende organisatieniveaus in de erfelijkheidsleer.

Les 1, 2, 4

3. De leerling is in staat te omschrijven wat een genotype, wat een fenotype en wat een gen is.

Les 1, 2

4. Leerlingen zijn in staat te beschrijven dat alle cellen dezelfde kern hebben en dus dezelfde 46 verschillende chromosomen.

Les 2

5. De leerling is in staat de kenmerken van chromosomen te noemen.

Les 2, 4

6. Leerlingen kunnen omschrijven dat het fenotype tot stand komt door invloeden uit het milieu en het genotype.

Les 2

7. De leerling is in staat te beschrijven wat genen, genenparen, gelijke en ongelijke genen zijn.

Les 2, 3

8. De leerlingen is in staat te beschrijven wat kinderen erven van hun ouders.

Les 3, 4

9. De leerling is in staat de kenmerken van geslachtelijke voortplanting te noemen.

Les 3

10. De leerling is in staat te beschrijven wat geslachtschromosomen zijn.

Les 3

11. De leerling is in staat te beschrijven dat een vrouw twee X-chromosomen heeft, een man een X en een Y-chromosoom en dat een man het geslacht van een kindje bepaalt.

Les 3

12. De leerling is in staat te beschrijven hoe een twee-eiige tweeling ontstaan en hoe een eeneiige tweeling ontstaan.

Les 3

13. De leerling is in staat te beschrijven dat twee-eiige tweelingen net zo goed gewoon broer en zus hadden kunnen zijn en dat eeneiige tweelingen precies identiek zijn.

Les 3

14. De leerling is in staat een stamboom van organismen af te lezen.

Les 3

15. De leerling is in staat te omschrijven wat een dominante en een recessieve eigenschap is.

Les 3, 4

16. De leerling is in staat te beschrijven wat de evolutietheorie inhoudt

Les 6

17. De leerling is in staat te beschrijven wat fossielen hebben bijgedragen aan de evolutietheorie

Les 6

18. De leerling is in staat verbanden tussen erfelijkheid en evolutie te zien.

Les 6

19. De leerling is in staat te beschrijven dat de mens en de aap een gemeenschappelijke voorouder hebben.

Les 6

20. De leerling is in staat een geologische tijdschaal af te lezen.

Les 7

21. De leerling is in staat te beschrijven hoe oud de aarde is en hoe het leven op aarde is ontwikkeld over een heel lange tijd.

Les 7


Deel met je vrienden:
1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   11


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©tand.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina