Elsevier 29 april 2006 Vergrijzing: Een emotioneel debat Door: Esther van Rijswijk Ouderen voelen zich persoonlijk aangevallen als het over de financiering van de vergrijzing gaat. Vandaar dat politici alleen maar sussen en geen stelling



Dovnload 15.26 Kb.
Datum20.05.2018
Grootte15.26 Kb.


Elsevier 29 april 2006
Vergrijzing: Een emotioneel debat
Door: Esther van Rijswijk
Ouderen voelen zich persoonlijk aangevallen als het over de financiering van de vergrijzing gaat. Vandaar dat politici alleen maar sussen en geen stelling nemen
Sommige Elsevier-lezers zijn boos. Zoals een 82-jarige meneer uit Limburg. Wie zijn in één ruk met de hand geschreven brief onder ogen krijgt, ziet dat meteen. Menig passage is krachtig doorgehaald, elders zijn stelligheden, inclusief uitroeptekens, toegevoegd. De brief verhaalt over de Tweede Wereldoorlog, bombardementen, tewerkstellingen in Duitsland en over de moeilijke jaren van de wederopbouw. In een begeleidend, wel rustig geschreven briefje licht hij toe waarom hij zijn epistel niet kon en wilde overschrijven. ‘Daarvoor is mijn woede te groot.’
Waarover? Over twee recent in Elsevier verschenen artikelen over de vergrijzing. Die werden geschreven naar aanleiding van een nieuwe studie van het Centraal Planbureau (CPB) die aantoont dat zonder harde maatregelen de financiering van de vergrijzing op termijn onhoudbaar is. Economen, jonge politici en journalisten die zich wagen aan de vraag hoe de kosten van de vergrijzing moeten worden gedekt, roepen steevast heftige emoties op. Ook het CPB krijgt veel reacties op publicaties over dit onderwerp. ‘Ouderen voelen zich aangevallen door discussies over de vergrijzing,’ zegt Jacqueline Timmerhuis, woordvoerder van het CPB.
De brieven die Frank Kalshoven, columnist van de Volkskrant krijgt, zijn ook lang niet altijd vriendelijk. ‘Die heftige reacties zijn bijna een reden om niet meer over het onderwerp te willen schrijven,’ zegt hij. Ouderen en gepensioneerden voelen zich de zondebok en vragen zich af waaraan hun generatie ‘schuldig’ is. Nergens aan, luidt het antwoord. Kalshoven: ‘Mensen van die leeftijd stuur ik altijd hetzelfde antwoord: “Beste meneer of mevrouw, dit gaat niet over u. Ik heb het over de babyboomers.”’
Niet dat dat veel uitmaakt, want ook dan blijft de discussie op scherp staan. De generatie die grofweg voor 1935 is geboren, mag zijn vrijgepleit, de groep die erna komt, voelt zich evenzeer aangevallen. In de ene na de andere studie wordt deze generatie opgeroepen haar deel van de rekening van de vergrijzing op zich te nemen.
Vooralsnog voelen weinigen daarvoor. ‘Jongeren van nu gaan drie keer per jaar op vakantie!’ is een veelgehoorde reactie. Rijke jongeren misschien, maar rijke gepensioneerden ook, zegt econoom Bas Jacobs van de Universiteit van Amsterdam. En van hen komen er, met de aanstaande pensionering van veel babyboomers, steeds meer.
Veel van de voorstellen die worden gedaan om de vergrijzing betaalbaar te houden, worden gezien als een aantasting van de solidariteit tussen oud en jong. Dan gaat het bijvoorbeeld over langer doorwerken. Maar zeker voor de babyboomgeneratie geldt dat oud allang niet meer synoniem is met hulpbehoevend. Menige babyboomer stapt de komende jaren superfit zijn pensioen in en heeft vijftien gezonde jaren voor de boeg. Hij zou zonder probleem langer kunnen werken.
Niemand is schuldig aan de vergrijzing, stelt Jacobs. ‘Ouderen kunnen er niets aan doen, jongeren ook niet. Juist daarom moeten jong en oud het probleem samen oplossen.’ De rekening doorschuiven naar de kleinkinderen vindt hij weinig solidair. Genoeg brievenschrijvers en optimisten menen echter dat dat best kan, want toekomstige generaties zullen immers rijker zijn. ‘Dat weet je niet zeker,’ zegt Jacobs. Oorlog, terreur, maar ook een vastlopende economie kunnen roet in het eten gooien.
De vergrijzing is natuurlijk vooral goed nieuws. Nooit eerder leefden we zo lang en in zulke goede gezondheid. Maar de bijbehorende kille sommen van de economen richten zich vooral op de rekening van het feest. De simpele vaststelling dat er nu vier à vijf werkenden nodig zijn om één AOW-uitkering te betalen en dat er bij onveranderd beleid straks in 2040 nog maar twee werkenden per AOW’er beschikbaar zijn, is voldoende om te concluderen dat er een probleem is.
Dat die sommetjes soms als een rode lap op een stier werken, is duidelijk. ‘Het is een lastig probleem, en het is aan de elite, de politiek, om het probleem uit te leggen,’ zegt Lans Bovenberg, de Tilburgse hoogleraar economie en tevens directeur van onderzoeksinstituut Netspar, dat zich specialiseert in onderzoek naar vergrijzing en pensioenen.
In de hoop het debat op gang te brengen, nemen jongere politici steeds provocerender stelling. Zoals Jan Paternotte van de Jonge Democraten en Ronald van Bruchem van de CDA-jongeren. Zij hekelen de slappe knieën van het kabinet-Balkenende, dat eind 2004 zwichtte voor de demonstraties op het Amsterdamse Museumplein tegen het afschaffen van de subsidies op het vervroegd pensioen. Volgens hen dreigen de belangen van jongeren te sneuvelen, omdat de politiek, vakbonden en adviesorganen als de Sociaal-Economische Raad worden gedomineerd door ouderen.
Politici die het financieringsprobleem van de vergrijzing willen uitleggen, zijn er vooralsnog niet. Misschien wel juist vanwege de heftige emoties en het gevaar dat ze stemmen verliezen. De meeste politici reageerden sussend toen het CPB afgelopen maart toch overduidelijk vaststelde dat impopulaire maatregelen onvermijdelijk zijn. Het viel allemaal wel mee, zeiden ze.
De vaststelling dat de financiering van de vergrijzing een probleem wordt, ervaren veel ouderen als een persoonlijk aanval: zij zijn het probleem. ‘Dat komt door de toon van het debat,’ zegt CDA-coryfee en oud-minister van Sociale Zaken Bert de Vries.
De Vries wierp zich afgelopen jaar op als de grote optimist in het vergrijzingsdebat. Draconische maatregelen zouden niet nodig zijn, zo stelde hij vast in zijn boek Overmoed en onbehagen. Hij erkende dat de kosten van de AOW door de vergrijzing oplopen. Maar omdat toekomstige 65-plussers belasting betalen over de grote pot met pensioengelden die ze de afgelopen decennia opbouwden, zouden ook de inkomsten van de schatkist toenemen. Per saldo zou de boel wel glad lopen, aldus De Vries.
Hij baseerde zijn berekeningen op onderdelen uit een oudere studie van het CPB, uit 2000. Sommige elementen, zoals de zorgkosten, liet hij buiten beschouwing. De jongste studie van het CPB is somberder. Dat komt vooral door de sterk gedaalde rente, die zorgt voor lagere pensioenuitkeringen in de toekomst, en dus ook voor lagere belasting–inkomsten over die uitkeringen. De Vries: ‘Er zijn inderdaad meer maatregelen nodig dan ik ten tijde van het schrijven van mijn boek voorzag.’
Sterker, hij pleit voor ongeveer dezelfde maatregelen als het CPB (zie ‘Wat zegt het Planbureau?’ op pagina 62). ‘Alleen presenteer ik die niet vanuit een doemscenario,’ aldus De Vries.
Zijn lijstje van ingrepen is inderdaad allesbehalve bescheiden. Het financieringstekort moet verder worden beperkt, evenals de hypotheekrenteaftrek. Ouderen moeten naar draagkracht gaan bijdragen aan zorgkosten als verpleging en aan de AOW. Ook moet, als het aan De Vries ligt, de AOW-leeftijd omhoog. ‘Maar stapsgewijs en naar draagkracht,’ benadrukt hij. ‘Anders gaan de hakken in het zand.’
Dat betekent de aftrek van de hypotheekrente niet afschaffen, maar in kleine stapjes beperken. De AOW-leeftijd niet in één keer verhogen naar 67 jaar, maar, bijvoorbeeld, vanaf 2010 jaarlijks met twee maanden. En als het om de zogeheten fiscalisering van de AOW gaat, waarbij gepensioneerden via de belastingen meebetalen aan hun AOW, dan moet het rijke ouderen betreffen. Mensen die alleen van de AOW met een klein pensioen moeten rondkomen, worden ontzien.
Volgens Ferd Crone, kamerlid voor de PvdA, kan dat best: ‘Als ik goed uitleg dat het fiscaliseren van de AOW nodig is om te voorkomen dat de koopkracht van de uitkering de komende jaren verder wordt uitgehold, zeggen mensen: “O, bedoel je dat.” Dat begrijpen ze heus wel.’ Maar Crone wil nog niet denken aan een verhoging van de AOW-leeftijd. En een verlaging van het financieringstekort om de vergrijzingskosten op te vangen, ligt ook niet echt in de PvdA-lijn.
Of toch wel? ‘De PvdA zegt het nog niet hardop, maar vindt ook dat de AOW-leeftijd omhoog moet,’ zegt Bovenberg. ‘Achter de schermen zijn de politici het eigenlijk wel met elkaar eens, maar niemand durft het op termijn hardop te zeggen.’ Dus zijn het voorlopig vooral jongeren, economen en een enkele columnist of journalist die het voortouw nemen in het emotionele debat.
Kader bij artikel:
WAT ZEGT HET PLANBUREAU?
Volgens het Centraal Planbureau (CBP) dreigen de overheidsfinanciën door oplopende zorg- en AOW-kosten de komende jaren uit het lood te slaan. Een gezin noch een land kan jaar in jaar uit geld blijven lenen zonder in de problemen te komen. ‘Italië heeft het weleens geprobeerd en mensen die kettingbrieven schrijven pogen het, maar het kan niet,’ aldus Casper van Ewijk, onderdirecteur van het CPB.Om de vergrijzing betaalbaar te houden, kan de overheid een aantal dingen doen: bezuinigen, meer belasting heffen of de belastinggrondslag verbreden. Dat laatste betekent dat meer mensen in stapjes belasting betalen, bijvoorbeeld doordat zij tot hun 67ste doorwerken in plaats van tot hun 65ste. Of dat er meer mensen gaan werken. Vooral ouderen tussen 55 en 65 jaar, vrouwen en allochtonen werken nu relatief weinig. Ook oppert het CPB de mogelijkheid om een veel groter deel van de AOW uit de belastingmiddelen te financieren. Het grootste deel wordt nu opgebracht door premie te heffen bij mensen die werken. Als de AOW uit de belastingmiddelen wordt betaald, betekent dit dat ook – rijkere – ouderen eraan gaan meebetalen.

Deel met je vrienden:


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©tand.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina