Elsevier, 26 mrt 2006 Vergrijzing: Struisvogelpolitiek Nieuwe sommen over de vergrijzing schetsen een somberder beeld voor de schatkist en de kleinkinderen. Maar Den Haag durft harde ingrepen niet aan



Dovnload 12.79 Kb.
Datum20.05.2018
Grootte12.79 Kb.

Elsevier, 26 mrt 2006
Vergrijzing: Struisvogelpolitiek
Nieuwe sommen over de vergrijzing schetsen een somberder beeld voor de schatkist en de kleinkinderen. Maar Den Haag durft harde ingrepen niet aan
Als een volgend kabinet de vergrijzing serieus neemt, zal het moeten beginnen met bezuinigen. En fors. Die boodschap klonk vorige week luid door bij de publicatie van de nieuwste cijfers van het Centraal Planbureau (CPB) over de gevolgen van de vergrijzing voor de overheidsfinanciën.
De vooruitzichten zijn een stuk somberder dan in 2000, toen het CPB een soortgelijke studie deed. En ze laten aan duidelijkheid niets te wensen over. ‘De voorzieningen zoals we die nu kennen, zijn op de lange termijn niet houdbaar,’ zegt CPB-onderdirecteur Casper van Ewijk. Omdat de kosten voor zorg en AOW door de vergrijzing verder zullen stijgen, zal zonder maatregelen de Nederlandse staatsschuld uiteindelijk exploderen. Dat er ingegrepen moet worden, staat vast. ‘De vraag is niet óf, maar wanneer,’ aldus Van Ewijk.
Voor de duidelijkheid: Nederland staat er minder slecht voor dan veel andere landen. Dat komt doordat Nederlanders de afgelopen decennia zelf ongeveer de helft van hun oudedagvoorziening bijeenspaarden via pensioenfondsen. De andere helft, de AOW, wordt opgebracht door werkende generaties. In landen als Duitsland, Italië en Frankrijk is het AOW-deel in de oudedagsvoorziening veel groter, en dat pakt slecht uit nu het aantal ouderen snel groeit en het aantal jongeren daalt.
Dat de buurman zieker is, betekent echter niet dat Nederland achterover kan leunen. Om het feest van de vergrijzing – we worden ouder en zijn langer gezond – niet op een financiële ramp te laten uitdraaien, moet het financieringstekort van de overheid een overschot worden, zo stelt het CPB. In 2011 is een structureel overschot – dat wil zeggen geschoond van conjunctuureffecten – nodig van 3 procent. Dat betekent dat het Rijk tegen die tijd zo’n 15 miljard euro minder moet uitgeven. Of, dat kan ook, de belastingopbrengsten moeten met 15 miljard euro omhoog.
Een pijnlijke boodschap voor politici. ‘Ik vraag me af of het probleem zo groot is als het CPB doet voorkomen,’ zei CDA-woordvoerder in de Tweede Kamer Frans de Nerée tot Babberich in de Volkskrant. Hij ziet geen redenen voor extra maatregelen, omdat de kabinetsingrepen van de afgelopen jaren tot meer werkgelegenheid zouden leiden.
Dat is erg optimistisch. De Nerée tot Babberich gaat er blijkbaar van uit dat de kabinetsmaatregelen de komende jaren ‘vanzelf’ de genoemde 15 miljard euro opleveren. Een fors bedrag. In het rapport van het CPB is al enigzins rekening gehouden met het kabinetsbeleid – de gedetailleerde sommen worden de komende maanden gemaakt – en daaruit blijkt volgens Van Ewijk dat de ingrepen van het kabinet-Balkenende nog onvoldoende zijn.
De nieuwe berekeningen van het CPB pakken minder gunstig uit dan die in 2000. Dat komt doordat het CPB inmiddels met een lagere rente rekent: 3 in plaats van 4 procent. Daardoor vallen de veronderstelde rendementen van pensioenfondsen lager uit, en dus ook de belastinginkomsten over de toekomstige uitkeringen door die fondsen. Ook steeg de arbeidsparticipatie onder vrouwen minder dan het CPB in 2000 nog voorzag, en loopt de fiscus de komende jaren geld mis doordat de – aftrekbare – pensioenpremies de afgelopen jaren fors zijn gestegen als gevolg van de dalende beurskoersen. Het CPB verwacht dat die premies hoog blijven.
Een optimist zal zeggen: de rente is historisch laag, die gaat wel weer stijgen. Als dat zo is, zijn alle bezuinigingen en maatregelen inderdaad minder prangend. Maar daarop rekenen is gokken. Van Ewijk: ‘Ook internationale organisaties als de OESO rekenen met een rente van 3 procent. Bovendien zullen we, juist vanwege de vergrijzing, de komende decennia veel blijven sparen. Dat houdt de rente laag.’
Het CPB biedt meer oplossingen dan bezuinigen of belasting verhogen. Zo helpt het om mensen langer aan het werk te houden. Als de AOW-leeftijd de komende 20 jaar in kleine stapjes wordt verhoogd naar 67 jaar, dan is volgens het CPB een overschot van 2,25 procent genoeg. En als daarbij ook nog de vrijstelling voor AOW-premie voor ouderen helemaal vervalt, zodat zij zelf gaan meebetalen aan de AOW, dan is een overschot van 1,5 procent al genoeg. Zie hier de speelruimte voor een volgend kabinet dat de vergrijzing serieus neemt.
De analyse is oud, en de oplossingen zijn ook al jaren bekend. Maar het is geen leuke boodschap. Politici willen er dan ook niet aan. De Nerée tot Babberich niet, VVD-kamerlid Stef Blok evenmin. Zij zoeken de oplossing in een hogere arbeidsparticipatie van ouderen, vrouwen en allochtonen. Eerst moet iedereen maar eens tot zijn 65ste werken, vindt ook premier Jan Peter Balkenende.
Op zich een goed punt, aangezien slechts iets meer dan vier van de tien mensen tussen de 55 en 65 werken. Maar het is geen reden om niet nu al aan te kondigen dat, bijvoorbeeld, vanaf 2010 de AOW-leeftijd jaarlijks met een maand wordt verlengd, zoals in Duitsland en in de Verenigde Staten. Bo–vendien, stelt Van Ewijk: ‘Een hogere arbeidsparticipatie lost niet het hele probleem op.’ VVD’er Blok erkent dat en zegt bereid te zijn tot aanvullende bezuinigingen.
De PvdA ziet daar niets in. Ook wil die partij niet aan de AOW-leeftijd tornen. De PvdA is wel bereid tot fiscalisering van de AOW. Rijkere ouderen zouden dan moeten meebetalen aan het staatspensioen. Dat vindt ook D66, die de vergrijzing van alle politieke partijen nog het meest serieus neemt en tevens bereid is de AOW-leeftijd te verhogen.
Wachten met het nemen van maatregelen kan natuurlijk ook. Maar dat is onverstandig en de vraag is: waarop dan? Want met elk jaar uitstel wordt de rekening voor de (klein)kinderen groter. Het CPB becijferde dat, als er wordt gewacht tot 2040, de dan levende generaties jaarlijks 5 procent van het bruto binnenlands product – anno 2006 al zo’n 25 miljard euro – kwijt zijn om de schuld die hun voorouders nalieten in 35 jaar tijd af te betalen.
Economische groei biedt niet in alle gevallen soelaas. ‘Alleen als die het gevolg is van een hogere arbeidsparticipatie,’ zegt Van Ewijk. Zonder een hogere participatie betekent meer groei hogere lonen. Aangezien het niveau van uitkeringen, AOW en andere overheidsuitgaven gekoppeld is aan lonen en prijzen, loopt met de hogere groei ook het financieringstekort op. ‘Groei doet dan precies het omgekeerde van wat je zou verwachten,’ aldus Van Ewijk.
Het kabinet-Balkenende heeft de afgelopen jaren veel gedaan om de arbeidsparticipatie te bevorderen. Desondanks en ondanks bezuinigingen is van bestendige overheidsfinanciën nog lang geen sprake.
Dat blijkt onder meer ook uit de manier waarop met de huidige meevallers wordt omgesprongen. Die zijn vooral te danken aan incidentele zaken als de hoge aardgasbaten (met dank aan de hoge olieprijs) en de lage rente. Dat laatste zorgt op de lange termijn voor problemen, maar betekent nu dat VVD-minister Gerrit Zalm van Financiën goedkoop kan lenen. ‘Als duurzame overheidsfinanciën het uitgangspunt zijn, moet je die tijdelijke meevallers niet uitgeven, maar gebruiken om schuld af te lossen,’ zegt Van Ewijk.
Maar Zalm heeft al een wensenlijstje van 4 miljard euro liggen en minimaal 1,5 miljard toegezegd voor cadeautjes aan de kiezer. Voor het kabinet is het immers oogstjaar.
Kader bij artikel:
FEEST OP DE ARBEIDSMARKT?
Esther van Rijswijk De gevolgen van de vergrijzing zullen leiden tot krapte op de arbeidsmarkt. Uit een vorige week verschenen studie van Wim Derks van de Universiteit Maastricht blijkt dat in delen van Nederland de beroepsbevolking al daalt. Door deze krimp zal de werkloosheid vanzelf oplossen, stelt Derks.Het Centraal Planbureau verwacht echter niet dat de vergrijzing op de lange termijn tot een hogere werkgelegenheid leidt. Door de krapte zullen de lonen stijgen. Maar die hogere lonen zijn alleen houdbaar als mensen hun geld waard zijn. Ofwel: als de arbeidsproductiviteit ook stijgt. Zo niet, dan kunnen bedrijven niet concurreren en gaan ze failliet. Op de arbeidsmarkt is de vergrijzing daarom alleen een feestje voor hogeropgeleiden en mensen die met hun vaardigheden en kennis een fors loon waard zijn.

Deel met je vrienden:


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©tand.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina