Een rare bioloog & Margulis : Een zakpijp kan rare zeeëgeltjes baren



Dovnload 3.2 Mb.
Pagina8/18
Datum20.05.2018
Grootte3.2 Mb.
1   ...   4   5   6   7   8   9   10   11   ...   18
Video

Bekijk hoe Spea multiplicata het doet, al drijvend in het midden van de plas. Bron: Science.



Links

  • Lees ook: 'Padden met rugpijn', Noorderlog, 15 oktober 2007

  • Lees ook: 'Liefde gaat door de muil - Vis leert zijn soort herkennen in moeders bek', Noorderlicht nieuws, 7 februari 2007




Seks hebben met een dier van een andere soort is meestal niet slim: het levert minder nakomelingen op. Maar dat geldt niet voor woelpadden in ondiepe poeltjes. Die kunnen juist baat hebben bij een affaire met een andersoortige man.

Genoeg eten en een veilig thuis. Als moeder wil je het beste voor je kinderen en bij woelpadden werkt dat niet anders. Sommige paddenmoeders gaan zelfs nog een stapje verder in hun pogingen om het beste voor hun kroost te regelen: in het belang van hun kind zijn ze bereid om het met een mannetjespad van een andere soort te doen.

Dat is nogal wat. Een vrouwtjespad kan zich namelijk het beste voortplanten met een mannetje van haar eigen soort als ze veel nakomelingen wil. Als er al kinderen voortkomen uit een moeder van de ene soort en een vader van de andere, zijn die over het algemeen minder talrijk en vaak onvruchtbaar.

Toch laten de vrouwelijke exemplaren van de woelpad 'Spea bombifrons' zich regelmatig verleiden door een mannetje van de verwante soort 'Spea multiplicata'. Ze negeren de typische lokroep van de mannetjes van hun eigen soort, die ze vanaf de kant van de poel tegemoet kwaken. In plaats daarvan kiezen ze voor een avontuurtje met een multiplicata-mannetje, dat al drijvend in het midden van de plas naar ze kwaakt. Waarom doen deze vrouwtjes dat, vroeg Karin Pfennig van Universiteit van North Carolina zich af. Ze besloot het uit te zoeken.

Waarschijnlijk heeft het te maken met de omstandigheden waarin de padden leven, schrijft de biologe in het tijdschrift Science. De beide soorten slijten hun dagen in diepere en minder diepe plassen en het waterniveau van hun woonomgeving kan per jaar behoorlijk verschillen. Het gebeurt dan ook regelmatig dat zo'n plas opdroogt.

Voor nieuwbakken paddenmoeders betekent zo'n opgedroogde poel een regelrechte ramp. Hun pasgeboren kroost is poot- en longloos en zonder water ten dode opgeschreven. Het is in het belang van mamas die hun kinderen willen zien opgroeien, om nakomelingen voort te brengen die zo snel mogelijk volwassen worden. Zodat ze ook buiten de plas kunnen overleven.

Helaas voor de moeders van de bombifrons-kindertjes, zijn hun nakomelingen langzame groeiers. Ze ontwikkelen zich trager dan de jongeren van de multiplicata, een andere paddensoort. En zelfs de nazaten die ontstaan na een sekspartij van bombifrons-moeders met multiplicata-vaders groeien sneller.

Dat stelt de bombifrons-moeder voor een lastige keuze. Als ze kiest voor nakomelingen met een mannetje van hun eigen soort levert ze dat meer nakomelingen op, maar die groeien dan wel langzamer. De kinderen die ze krijgt met een mannetje van de andere soort zijn minder talrijk, maar ontwikkelen zich sneller.

Wat mama kiest laat ze afhangen van de diepte van de poel, ontdekte Pfenning in haar onderzoek. Een diepe poel droogt minder snel op, dus daar kan de paddenmoeder het zich permitteren om veel - welliswaar sloom groeiende - kinderen voort te brengen met een mannetje van haar eigen soort. Maar in een ondiepe plas kiest ze liever voor een paar snel groeiende kinderen van een multiplicata-vader. De kans dat zo'n plasje opdroogt is immers een stuk groter en dan heb je niks aan heel veel larven die nog geen poten hebben.

Maar de diepte van de poel is niet de enige factor waar de woelpadmoeder haar keuze van af laat hangen. Haar eigen lichamelijke conditie speelt ook een rol. In een ondiepe poel kiezen fitte vrouwtjes minder vaak voor een vader van de andere soort, dan hun zwakkere seksegenoten. Waarschijnlijk omdat de kinderen van zwakke moeders langzamer volwassen worden, waardoor zij de meeste baat hebben bij de sneller groeiende kinderen van een andersoortige vader.



Dit trucje om de partnerkeuze af te laten hangen van de diepte van de poel wordt overigens niet door alle paddenmoeders toegepast. Vrouwtjes die zijn opgegroeid in een omgeving waar geen andere paddensoorten voorkomen, switchen in een ondiepe plas niet van partner als ze de kans krijgen. Ook multiplicata-moeders houden het in een waterarme poel toch liever bij hun eigen soort. Wat dat betreft zijn bombifrons-moeders dus eigenlijk heel open-minded als het op de partnerkeuze aankomt: alles kan, zolang de kinders er maar beter van worden.

 

 

De padden leven in diepe en minder diepe poeltjes. Vooral de ondiepe drogen gemakkelijk op. 



 

Alleen de larven die zich snel genoeg ontwikkelen kunnen ontsnappen uit een opdrogende poel. Op deze foto is een larf te zien die uit zo'n opgedroogde poel kruipt. De overge larven - die eruit zien als keien - zullen het hoogstwaarschijnlijk niet overleven. Foto: Science 



 

Arianne Hinz



Karin S. Pfennig, 'Facultative Male Choice Drives Adaptive Hybridization', Science, 9 november 2007.

 

 



Eenzelfde verschijnsel constateerde Veen bij  Vliegenvangers op Gotland.

Daar paren vrouwelijke withalsvliegenvangers (Ficedula albicollis  Collared Flycatcher) soms met mannelijke bonte vliegenvangers (F. hypoleuca  European Pied FlycatcherFicedula hypoleuca ), ook al zijn die op het eiland veruit in de minderheid.

Op zoek naar een verklaring stuitte Veen op een opvallend gegeven. Tegen het einde van het broedseizoen vliegen in territoria van bonte vliegenvangers meer jongen uit dan in territoria van withalsvliegenvangers. “Dat suggereert dat er later in het seizoen een verschil is in territoriumkwaliteit”, aldus Veen. “Mannelijke bonte vliegenvangers bezitten dan blijkbaar de betere territoria.”



Deel met je vrienden:
1   ...   4   5   6   7   8   9   10   11   ...   18


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©tand.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina