Een rare bioloog & Margulis : Een zakpijp kan rare zeeëgeltjes baren



Dovnload 3.2 Mb.
Pagina3/18
Datum20.05.2018
Grootte3.2 Mb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   18

‘Zeldzaam lenteplezier van een gapenkwartet’. Op 22 maart bracht de Volkskrant prominent een foto van vier gapen die uitbundig de lente vieren. Een losgebroken geitenbok zou een schaap van een boer uit Beneden-Leeuwen hebben gedekt. De krant legt uit hoe zeldzaam het is dat de vier nakomelingen van zo’n interspecifiek avontuurtje levend worden geboren, en dat ze onvruchtbaar zijn. Het klinkt allemaal vrij overtuigend. Er bestaan toch ook muildieren en muilezels?

Erik Schuiling, schaap- en geitexpert bij de Animal Sciences Group in Lelystad, schiet in de lach als hem om commentaar wordt gevraagd. ‘Het zijn vrijwel zeker gewoon schaapjes. Je hebt bijna jaarlijks wel zo’n claim als een schaap lammeren werpt met een afwijkende vachtkleur of vlekjes. Het is ook altijd de bok van de buurman die de schuld krijgt. Maar een kruising tussen een schaap en geit is heel onwaarschijnlijk, zo niet onmogelijk. Paringen tussen deze twee soorten komen wel voor en bevruchting vindt soms plaats, maar levensvatbare nakomelingen levert het bijna nooit op. Meestal sterft zo’n vrucht af in een embryonaal stadium’, aldus Schuiling. Problemen tijdens de celdelingen lijken de belangrijkste boosdoener te zijn. Het schaap (Ovis aries, 2n = 54) heeft immers 27 chromosoomparen, terwijl de geit (Capra hircus, 2n = 60) er 30 heeft. Het kruisingsproduct zit dus opgescheept met een onbalans in chromosomen waarmee het lastig wordt goed functionerende chromosoomparen te vormen en delingen spaak lopen. 

Ook Marcel Taverne, emeritus hoogleraar Foetale en perinatale biologie van de Utrechtse faculteit Diergeneeskunde, wijst op chromosoomproblemen. Hij was zelf betrokken bij onderzoek naar het zogenoemde wonder van Winssen. In 2005 beweerde een veehandelaar in dit Gelderse dorp dat een ooi in één worp een normaal wit lammetje en een merkwaardig kortharig bokje met bruingrijze vacht had gebaard. De boer vermoedde dat het moederschaap dubbel gedekt was, door een schapenram en een geitenbok. Het miraculeuze wezen werd scheitje gedoopt en de ‘wereldprimeur’ groeide uit tot een kleine mediahype. 

In samenwerking met de Gezondheiddienst voor Dieren liet Taverne het dna van de tweeling en hun moeder analyseren. Daaruit bleek dat het scheitje een gewoon lammetje was. De afwijkende vacht was te verklaren door het tot uiting komen van genetische kenmerken die een generatie overslaan. In het genetisch materiaal van witte schapen kunnen erfelijke restanten van een gekleurde voorouder soms fenotypisch weer aan het daglicht komen. 

Uit experimenten blijkt volgens Taverne dat alleen het kruisen van een vaderschaap met moedergeit nog enige kansen heeft op levensvatbare nakomelingen. Andersom is eigenlijk helemaal uit te sluiten. Een van de weinige wetenschappelijk onderbouwde voorbeelden is dat van een levend geboren schaap-geitkruising in Botswana. Het betrof een geit die onder natuurlijke omstandigheden door een ram was gedekt. Het kruisingsproduct groeide opmerkelijk snel en had een extreme libido. Het dier besteeg zo fanatiek vrouwtjesschapen en -geiten dat hij lokaal de bijnaam Bemya – verkrachter – kreeg en vroegtijdig werd gecastreerd. In 2000 publiceerden Botswaanse dierenartsen in Veterinary Record chromosoomanalyses van de toen vijf jaar oude hybride. Het dier beschikte inderdaad over 57 chromosomen, een aantal dat precies tussen de aantallen van beide ouderlijke soorten in ligt.

Versmelting
Hybridisatie mag voor schapen en geiten een excentriek karakter hebben, opmerkelijk is wel dat minimale hybridisatie überhaupt mogelijk is tussen twee soorten uit verschillende genussen. Binnen het genus Equus, de paardachtigen, zijn de onderlinge kruisbaarheid, genetische verwantschap en immunologische respons tijdens exogene zwangerschappen uitvoerig onderzocht. Bekende kruisingsmogelijkheden zijn het muildier (2n = 63), de kruising tussen een paardenmerrie (Equus caballus, 2n = 64) en een ezelhengst (E. assinus, 2n = 62), en het reciproke kruisingsproduct de muilezel (2n = 63). Maar met wat hulp blijken eigenlijk alle kruisingen tussen paardachtigen mogelijk, tot de zebrezel aan toe. Dit is opmerkelijk, omdat de genetische opmaak van de betrokken soorten aanzienlijk uiteenloopt. Van het przewalskipaard (E. ferus przewalski, 2n = 66), tot aan de zeldzame bergzebra (E. zebra, 2n = 32). Hybride nakomelingen zijn lang niet altijd volledig steriel, wat formeel de doorsteek betekent voor het biologisch soortbegrip.

Een belangrijke verklaring hiervoor ligt in de ingrijpende chromosomale herschikkingen die in hybriden kunnen plaatsvinden, zoals Robertsoniaanse translocatie. Hierbij vindt een versmelting plaats tussen de centromeren van twee chromosomen. De korte armen gaan verloren en de lange armen van de twee chromosomen vormen samen een nieuw chromosoom. Ook polypoïdisatie – het vermeerderen van het complete genoom – kan een hybride helpen overleven.

Voor botanici is het bestaan van hybriden een fact of life. Kenners van orchideeën vinden in het veld soms meer hybriden dan vertegenwoordigers van de oorspronkelijke soorten. Een aantal belangrijke landbouwgewassen hebben ook te danken aan hybridisatie tussen soorten, vaak gevolgd door polyploïdisatie, al dan niet geholpen door de kweker. ‘Als je de genoomstructuur vergelijkt van de huidige gewassen met verwante soorten, dan verbaas ik me over de grove herschikkingen, duplicaties en deleties’, zegt de Wageningse plantenveredelaar Herman van Eck. ‘Dna is het meest promiscuë molecuul dat je je kunt voorstellen. Het slaat zich al manipulerend een weg door het leven. Daarbij vergeleken zijn de huidige technieken om in het laboratorium gewassen te veranderingen maar speldenprikjes. In dat licht zijn de stringente GMO-regels tamelijk onzinnig’.

Hybride padden
In een overzichtsartikel in het tijdschrift Trends in Ecology & Evolution van april 2008 stelt de Zwitserse ecoloog Heinz-Ulrich Reyer dat er steeds meer experimenteel bewijs komt voor adaptieve hybridisatie. Onder specifieke omstandigheden kan het voor soorten gunstig zijn om een partner van een andere soort te kiezen. Zo ontdekten Amerikaanse onderzoekers dat vrouwtjes van de woelpad Spea bombifrons hun partnerkeuze laten afhangen van de poeldiepte. In diepe poelen kiezen ze voor mannetjes van hun eigen soort, maar in een ondiepe plas paren ze in 20 procent van de gevallen met mannetjes van de verwante soort Spea multiplicada. In uitdrogende poelen doen de hybride larven het dan ook veel beter dan soorteigen exemplaren. De mannelijke hybride nakomelingen zijn weliswaar steriel en hybride vrouwtjes leggen minder eitjes, maar netto levert een gemengd huwelijk toch meer nakomelingen op.

Het verklaart wellicht waarom 12 procent van de Europese vlindersoorten en 9 procent van alle vogelsoorten wel eens aan hybridisatie doet. Volgens de Leidse evolutiebioloog Bas Zwaan is hybridisatie een mooi instrument om te zien in welk stadium soortsvorming zich bevindt. ‘Soortvorming is compleet als er helemaal geen hybridisatie meer optreedt en er echt sprake is van reproductieve isolatie. Meestal hebben hybriden een lagere fitness en vermijden soorten zulke paringen dus. Dat noemen we reinforcement. Er zijn echter ook voorbeelden van hybrid vigour, waarbij hybriden juist een hogere fitness hebben. Als verwante soorten na isolatie weer met elkaar in contact komen of als de omgeving sterk verandert, is niet altijd te voorspelen welk effect de overhand krijgt’, aldus Zwaan. Het is volgens hem welhaast onvermijdelijk dat evolutie in actie spot met zoiets bedachts als het biologische soortconcept. Zwaan: ‘Hybridisatie blijft wel fascineren. Mij intrigeert bijvoorbeeld dat zelf in de recente evolutie van de mens nog aardig wat menging heeft plaatsgevonden.’

Kader: Hybridisatie in het veld
Heliconiusvlinder
De Zuid-Amerikaanse vlinder Heliconius heurippa is ontstaan door hybridisatie van twee verwante vlindersoorten: H. melpomene en H. cydno. In de hybride soort staan de oranje en witte vleugelbanden van de vooroudersoorten netjes als twee banden naast elkaar. 

Bastaardkikker


In Nederland levende kikkers van het geslacht Pelophylax onderhouden complexe driehoeksverhoudingen. Simpel gezegd bestaan er drie soorten: de grote groene kikker of meerkikker (P. ridibundus), de kleine groene of poelkikker (P. lessonae) en de middelste groene of bastaardkikker (P. klepton esculentus). De laatste, vaak talrijk voorkomende variant is niet veel meer dan een hybride van de eerste twee.

Claresse®


Sinds kort is in Nederland de kweekvis Claresse op de markt als een duurzaam alternatief voor overbeviste witvissoorten. De Claresse (Heteroclarias spp.) is een natuurlijke kruising tussen twee meervalsoorten: Clarias gariepinus en Heterobranchus longifilis. De kweekvis wordt in de praktijk verkregen door hom en kuit kunstmatig bij elkaar te brengen. De Claresse zelf is steriel.

Walfijn
Een sterattractie van het Sea Life Park op Hawaii is de hybride wholphin Kekaimalu, een kruising tussen een tuimelaar (Tursiops truncatus) en de zwarte (valse) zwaardwalvis (Pseudorca crassidens), die elkaar op hun werk hadden ontmoet. In de vrije natuur zijn ook zeezoogdierhybriden bekend van de blauwe vinvis (Balaenoptera musculus) en de gewone vinvis (Balaenoptera physalus).

Schijnrat
In de zoute woestijnen van West-Argentinië leeft de schijnrat Tympanoctomys barrerae (4n = 102), waarschijnlijk ontstaan door hybridisatie van twee soorten vizcacharatten: Pipanacoctomys aureus en Octomys mimax. Tympanoctomys en Pipanacoctomys zijn voor zover bekend de enige tetraploïde 
zoogdieren. 

Leylandcypres


Een van de snelst groeiende coniferen is de leylandcypres, een hybride die is ontstaan door de kruising van de montereycypres (Cupressus macrocarpa) en de alaskacypres (Callitropsis nootkatensis). De hybride wordt veel toegepast in heggen en groeit zo snel dat de aanplant ervan in Engeland regelmatig tot burenruzies leidt. 

Kama
Lama’s, alpaca’s, guanaco’s en vicuna’s kunnen na onderling kruisen fertiele nakomelingen krijgen. In de jaren tachtig lukte het ook om deze kameelachtigen van de Nieuwe Wereld via kunstmatige inseminatie te bevruchten met zaad van de kameel van de Oude Wereld. Zo zijn onder meer levende 


kama’s verkregen.

Meeuwenring


Een klassiek voorbeeld van hybridisatie was jarenlang de soortenring van meeuwen rond het Noordpoolgebied, waar de groep soorten via een soort geografisch continuüm is gehybridiseerd. Door genetisch onderzoek aan de mitochondriaal dna is in 2004 vastgesteld dat de situatie de ring van hybridisatie zich in de toekomst mogelijk zal sluiten, maar in een andere richting dan tot dan toe 
voorspeld.

Intertaxale seks


De bejaarde Engelse mariene bioloog Donald Williamson gaat het verst met hybridisatietheorieën. Hij stelt dat nieuwe taxonomische groepen zijn ontstaan doordat er bevruchting is opgetreden tussen sperma en eitjes van zeer verschillende diergroepen. Zo zouden zee-egellarven uit eitjes van zakpijpen kruipen. Zijn recentste theorie is dat vlinders zijn ontstaan doordat een voorouderinsect per ongeluk werd bevrucht door sperma van fluweelwormen.

 

Waarom kan een muilezel zich meestal  niet ( ?) voortplanten?

 

 

Bepaling van  het " biologisch"   soort concept ;


Elk mens heeft een eigen  soort DNA( net zoals een duimafdruk of de

kleur van het regenboosvlies is dat een individueel paspoort) , dat een heel klein beetje anders is dan het DNA van een ander mens.

 

Maar het DNA van alle mensen is wel in zoverre hetzelfde dat we ons met elkaar kunnen voortplanten, dat wil zeggen samen één soort vormen.



 

Alle soorten hebben dus een eigen DNA, waardoor de individuen van die soort zich onderling met elkaar kunnen voortplanten.

 

Dat betekent dat als eicel en zaadcel elkaar ontmoeten er geen afstotingsreactie  of onverenigbaarheid  optreedt die de samensmelting  van moeder en vader  voortplantoingscellen verhinderd  .



 

 

Een mens kan een met een hond of een paard geen nakomelingen verwekken.



 

---> Een paard paart wel eens met een ezel en daar komt dan een muilezel van, maar die is zelf  ( meestal ) onvruchtbaar.

We zeggen dus dat paard en ezel verschillende soorten zijn, al staan ze wel heel erg dicht bij elkaar: ze hebben bijna hetzelfde DNA.

Ook de wolf en de huishond  staan zeer dicht bij elkaar ; men vermoed  zelfs dat de verschillen binnen de hondenrassen zelf  , groter zijn dan die tussen  grijze wolf en   sommige herdershonden ...



 

Who is This?



Steenezel

Muildier of steenezel                  Muilezel

  




Een muildier is een kruising tussen een paardenmerrie en een ezelshengst.

Een muilezel is het jong van een ezelin en een paardenhengst. Beide combinaties geven een iets ander dier en beide combinaties zijn onvruchtbaar.Muildieren en muilezels zijn geschikt als lastdier omdat ze de goede eigenschappen van paarden en ezels combineren. Ze zijn echter spreekwoordelijk koppig.

 






Deel met je vrienden:
1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   18


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©tand.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina