Een rare bioloog & Margulis : Een zakpijp kan rare zeeëgeltjes baren



Dovnload 3.2 Mb.
Pagina18/18
Datum20.05.2018
Grootte3.2 Mb.
1   ...   10   11   12   13   14   15   16   17   18

Elke soort gebruikt bepaalde codes om het juiste zaad in de juiste eileiders te krijgen, onder meer via geur en kleur.

Dreigt er toch iets ‘misplaatst’ te worden, dan is er een reeks van natuurlijke obstakels die intersoortelijke seks moeten verhinderen.

De lichaamsbouw is een eerste obstakel.

Een olifant vrijt niet met een opossum. Niet elk model penis past bovendien in elk model vagina. Een paard, met een gemiddelde penislengte van 60 cm, kan bezwaarlijk D met succes een homo sapiens bestijgen.

Raakt het verkeerde sperma toch binnen, dan reduceert de biochemische afweer van de eicel de opdringerige vloeistof tot een stuk onbeduidende plasma.

 

Betekent dat seks tussen andere soorten nauwelijks bestaat?

Integendeel: voortplanting blijkt wel een heikele zaak – een paard met koeienkop is ondenkbaar – maar seks is een ander paar mouwen.



Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat seks met andere soorten bij bijna alle soorten voorkomt. Zelfs bij 10 tot 20 procent van hun driftige leden.

 

De menselijke geschiedenis kan dat enkel maar bevestigen. Fantasien bij de mens over seks met andere dieren zijn legio. Van zeemeerminnen en faunen tot zwanen.

De Griekse goden en koningen deden het, in het huidige tijdsgewricht bakken sommige mensen het nog bruiner. Het internet toont copulerend gedrag met zowat alles wat ademt. Wie graag eens een paard aan de onderkant wil voelen, vindt gegarandeerd zijn gading.

Evolutiebiologen hebben daar een verklaring voor. Net als andere jonge soorten flirt de homo sapiens nog steeds met de grenzen tussen de eigen en andere soorten. Vooral in moeilijke omstandigheden zoekt hij zijn seksuele partners in alle hoeken van het dierenrijk.

 Japanse vissers steken hun penis graag in de endeldarmopening van een dode stekelrog.

Sommige vrouwen smeren honing tussen de benen om kriebelende insecten aan te trekken. Het geval van de man die in bad een vlieg op zijn ontblote eikel laat rondhossen, is legendarisch.

In de jaren veertig van de vorige eeuw ontdekte McKinsey dat 8 procent van de mannelijke en 3,5 procent van de vrouwelijke Amerikanen seks hadden gehad met dieren.

Bij mannen in meer rurale milieus nam dat aantal toe tot 50 procent.

Voor jonge mannen in een streng christelijke omgeving bleek een koe de perfecte vervanging voor een meisje. Ook kalveren blijken een grote naaibaarheidsfactor te hebben bij mannen, vanwege hun zuigvermogen.

Minder hoog op het verlanglijstje staan geiten, schapen en varkens. Dat boerenmeisjes dan weer voor rammen en stieren gaan, blijkt een mythe. Geile vrouwen houden vooral van likkende honden, zo willen  sommige onderzoeken .

 

 

HUMANZEE   ? GORILSAPIENS  ?



 

kijk   eens op



http://www.circusmuseum.nl/

afdeling Freaks:

daar zul je  natuurlijk  hybride wezens vinden als de leeuwenman, de olifantsman, reuzen, lilliputters en armloze vioolspelers en schutters.

Maar ook: Jula das lebende Affenweib.



 

Dit soort  attracties  en  entertainment  hebben al   altijd de verbeelding van de mensen   gestimuleerd en zijn ook  de bron van veel  misvattingen   



 

 

 



 

Maar toch  :

 

Een kruising mens chimpansee zou theoretisch mogelijk moeten zijn gezien de 94% genetische gelijkheid. ?

 

Echter er zijn genetische obstacles:

de chimpansee heeft 48 chromosomen, de mens 46,

en zullen subtiele genetische verschillen zijn die als de (in vitro) bevruchting al lukt, tijdens de embryogenese niet-compatibele biochemische signalen de ontwikkeling stopt zet.

 

Wat er gebeurt bij dergelijke  soortoverschrijdende  bevruchting is



een menselijke eicel of sperma cel van n=23 chromosomen gaat samen met n=24 van een chimpansee, wat 2n=47 oplevert.

 

 Bij de eerste deling van de bevruchte eicel worden de chromosomen ongelijk verdeeld over de dochtercellen.



Je hebt dan al een ongebalanceerd genoom.

En dit heeft doorgaans een zeer verstorende werking op het normaal functioneren van de cel en de embryogenese.

En die verstoring wordt alleen maar groter als er meer chromosomaal ongebalanceerde cellen ontstaan.

De kans dat er een levensvatbaar embryo overblijft wordt steeds kleiner bij iedere deling en er zijn zeer veel delingen nodig.

Maar denk je eens in:

een nakomeling met de hersenen van een mens en de rest van het lichaam volledig chimpansee (dus hersenen met de aanleg voor taal maar niet de bijbehorende spraakorganen. Een afschuwelijke situatie vergelijkbaar met het locked-in syndroom)

of omgekeerd een menselijk lichaam met de hersenen van een chimpansee (dus wel spraakapparaat maar niet de hersenen om te kunnen spreken).

 

 Als zo'n wezen al levensvatbaar zou zijn dan zou het een circusattractie worden of object van wetenschappelijk onderzoek. 



 

 

Zou je een mens met een chimpansee kunnen kruisen?



Germen op 19 juli 2011

Wat zijn de mogelijkheden om het meest foute experiment (1)ooit uit te voeren?



De vooraanstaande bioloog Stephen Jay Gould noemde het het “meest potentieel interessante en ethisch onacceptabele experiment dat ik me voor kan stellen”. Het idee: een mens laten paren met een chimpansee. Gould deed onderzoek naar twee nauwverwante soorten slakken die grote verschillen in vormen van hun slakkenhuizen vertoonden. Hij dacht dat op grond van zijn onderzoek met slakken, de grote uiterlijke verschillen tussen mensen en chimpansees worden veroorzaakt door veranderingen in slechts enkele  “master” genen, die andere genen aan- of uitzetten. Mensen vertonen veel kenmerken van  jonge chimpansees, zoals een grote schedel en grote ogen. Biologen noemen dit ne0tenie. Het beroemdste voorbeeld van neotenie is de axolotl, de Mexicaanse watersalamander die zijn hele leven het larvestadium houdt.  Gould veronderstelde dat een neiging tot neotenie ons kan hebben geholpen typisch menselijke eigenschappen te verwerven.  Door de ontwikkeling van een ‘humanzee‘ (een wezen dat half  mens, half chimpansee is), zouden onderzoekers deze theorie uit de eerste hand kunnen testen.

Kruisen waarschijnlijk niet moeilijk, met een menselijke draagmoeder
Kruisen van een mens met een chimpansee is vermoedelijk angstwekkend gemakkelijk. Dezelfde technieken die bij in-vitro fertilisatie worden gebruikt, zouden waarschijnlijk ook een levensvatbaat hybride mens-chimpansee embryo opleveren. Onderzoekers hebben al een een vergelijkbare genetische kloof overbrugd door een resusaap met een baviaan te kruisen. Hoewel chimpansees 24 paren chromosomen hebben en mensen 23 paar, is dit geen absolute barrière voor een kruising. De nakomeling zal een oneven aantal chromosomen hebben, waardoor de humanzee waarschijnlijk niet in staat is zelf nakomelingen te krijgen. Chimpanseejongen zijn kleiner dan menselijke baby’s, waardoor de draagmoeder het beste menselijk kan zijn. Hopelijk zal dit het animo voor dit experiment behoorlijk laten afnemen.

Eerdere Sovjetpoging mislukt
De Sovjet-bioloog Ilya Ivanovich Ivanov had weinig last van ethische commissies of gewetensbezwaren. Hij heeft als eerste geprobeerd een mens-chimpansee hybride te fokken. Hij toog in 1926 naar de toenmalige Franse kolonie Guinee in West-Afrika en sloeg de twee jaar daarna aan het experimenteren met wijfjeschimpansees. Zonder resultaat. Toen hij ook lokale vrouwen wilde proberen te bezwangeren met chimpansee-zaad, werd het zelfs de Franse koloniale autoriteiten te gortig. Diep teleurgesteld vertrok Ivanov naar de Sovjetunie. Daar bleken de autoriteiten minder gewetensbezwaren te hebben. Hij kreeg de steun van de marxistische Vereniging voor Materialistische Biologie en ging in 1929 op zoek naar vijf vrouwelijke vrijwilligers. Helaas voor hem stierf de enige volwassen mannelijke chimpansee in het primatenstation van Suchumi. Ivanov kwam in aanvaring met de partij en overleed in 1932 in zijn ballingsoord Alma Ata aan een beroerte.

Wat maakt ons een mens?
Volgens wijlen Gould is dit het ideale experiment om voor eens en voor altijd uit te maken of neotenie inderdaad een belangrijke rol speelde in het ontstaan van de moderne mens. Neotenie als verklaring voor menselijke eigenschappen is echter controversieel. De meeste evolutiebiologen geloven niet dat neotenie verklaart waarom de mens is ontstaan; een minderheid neemt het idee nog steeds serieus. Dit verboden experiment zal in één klap duidelijk maken hoe we verschillen van de chimpansee. De vraag is: willen we dat wel weten tegen deze kostprijs

(1)


-Zoofilie en de wet  :  http://nl.wikipedia.org/wiki/Zo%C3%B6filie

-Het mag dan wel onethisch zijn om mensen met apen te kruisen. Maar er kan toch allicht geprobeerd worden om mens- apen onderling te kruisen. Chimpansees en bonobo’s moet sowieso kunnen. Maar als er verondersteld wordt dat mensen en chimpansees samen kunnen, dan moeten chimpansees op zijn minst ook met gorilla’s en wellicht oerang oetangs kunnen.

Lijkt me een stuk eenvoudiger: Even gegoogled

* niemand heeft ooit een kruising gezien van een gorilla met een orang oetang



http://scienceblogs.com/tetrapodzoology/2009/12/yaounde_zoo_mystery_ape.php

Yaounde Zoo mensaap  en het  Kooloo-Kamba mysterie

 

Koolakamba.JPG

 

 

 



 

 

 



 

 

Link

 

Evidence for interbreeding between members of the genus Homo

 

http://www.antiquityofman.com/homo_interbreeding.html#DEB

 

 

 



Quote ;

Klein, J. & Takahata, N. 2002. Where do we come from ? The molecular evidence for human descent. New York: Springer 

Pages 307-8

"The sequence, Lake Mungo 3 or LM3, was derived from a gracile individual who expired 62,000 +/- 6000 years ago..

.For those who do not read scientific reports, the journalists conveyed the message in no uncertain terms as a clear home run for the multiregionalists in their match against the uniregionalists.

 

In reality, however, the LM3 sequence does not support any such conclusions.

The position of the sequence on the phylogenetic tree depends on the choice of extant H. sapiens sequences included in the sample and on the tree drawing method used. In many trees, both the LM3 and the numt sequences position themselves within the cluster of contemporary human sequences and, as the authors themselves admit,

 

 "trees in which the LM3/Insert lineage branches before the MRCA of contemporary human sequences were not significantly more likely than trees in which this lineage diverged after the MRCA of contemporary human sequences."



 

 In other words, you can take the tree that you find most appealing and the authors obviously preferred the one showing the LM3/numt sequences to be outside the cluster of extant human sequences.

 

However, even if one were to accept this placement as genuine, it would still not provide evidence for the multiregional and against the uniregional hypotheses.



 

It could be interpreted alternatively as evidence that mtDNA lineages existed in prehistoric H. sapiens that no longer persist in contemporary humans.

 

 The extinct lineages may have been replaced by the ancestors of the currently existing lineages which spread through the human species either by random genetic drift or by selection acting on one or several of the genes borne by the nonrecombining mtDNA molecules.



 

 "Of course, the same reservations must also apply to the interpretations of the Neandertal sequences. Their position outside the cluster of modern human sequences is largely reproducible and independent both of sampling and the method used. Nevertheless, it by no means provides evidence that Neandertals did not contribute genes to the H. sapiens gene pool and hence that they were "replaced" by modern humans. The apparent absence of H. neanderthalensis mtDNA variants in the H. sapiens gene pool could reflect the possible extinction of Neandertal lineages by drift or selection following the initial mixing of the two gene pools. Moreover, in the collection of contemporary human sequences, there are pairs that differ from the Neandertal sequences: the minimum number of substitutions between Neandertal and contemporary human mtDNA is 13, whereas the maximum number of substitutions in comparisons between mtDNAs of living humans is 22. This observation is, of course, inconsistent with the conclusion that H. neanderthalensis and H. sapiens were two distinct, noninterbreeding species, because if they were, any overlap in mtDNA variation between them should have been removed by evolution subsequent to species divergence. Although the inconsistency can be explained by postulating multiple changes that obscure the phylogenetic signal at some nucleotide sites, it can be argued - as the proponents of the multiregional hypothesis indeed have done - that this explanation is an ad hoc postulate introduced to avert the downfall of the uniregional hypothesis. In all fairness, therefore, of the conclusions reached by Krings and coworkers and echoed by Ovchinnikov and his associates, only one is warranted: the sequences are most likely of Neandertal origins. Viewed objectively, neither the Neandertal nor the ancient Australian sequences resolve the controversy regarding the origin of modern H. sapiens. Indeed, it is doubtful that mtDNA studies ever will. Despite the fanfare that accompanied the publication of the sequences of Neandertal and other fossil mtDNA sequences, the actual contribution of these sequences to the resolution of scientific questions has thus far been minimal"



 

http://rafonda.com/speculation_on_speciation_prin.html http://www.amazon.com/exec/obidos/tg/detail/-/3540425640/002-3606902-6955205?v=glance 
http://www.goodrumj.com/KleinTak.html 
http://research.yale.edu/ysm/article.jsp?articleID=56 
http://www.nrc.nl/artikel/print/1039155887657.html

http://www.freethinker.nl/forum/viewtopic.php?p=6814#6814

Deel met je vrienden:
1   ...   10   11   12   13   14   15   16   17   18


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©tand.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina