Doelenboek vso – De Plantage



Dovnload 1.77 Mb.
Pagina7/14
Datum17.05.2018
Grootte1.77 Mb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   ...   14

10 Gevolgen van het weer

Benoemt dat door sneeuw en ijzel de straat heel glad kan zijn 09

Benoemt dat mist het zicht vermindert 09

Kent een probleem bij een overstroming voor mens, dier en plant 10

Benoemt verschillen in kleding van mensen uit andere landen 10

Benoemt welke kleding mensen in koude landen dragen (eskimo’s) 11

Benoemt welke kleding mensen in warme landen dragen (Afrikaanse landen) 11

Herkent aanpassingen van planten en bomen op het weer (verlies van bladeren, cactus, lange wortels) 12


11 Invloed van een seizoen

Benoemt dat in de herfst de bomen hun bladeren verliezen en in de lente ze weer uitgroeien 05

Benoemt dat dieren in de lente jongen krijgen 05

Benoemt het huidige seizoen 06

Benoemt de vier seizoenen op volgorde 06

Benoemt de duidelijke kenmerken van de vier seizoenen 07

Benoemt de activiteiten die bij een bepaald seizoen horen (schaatsen, zwemmen, bladeren zoeken,
bloemen plukken) 08

Weet dat planten in de lente weer beginnen te groeien 09

Weet dat de dagen in de zomer langer duren (langer licht) dan in de winter 10

Begrijpt het principe van winter en zomertijd 11

Geeft aan wat noodzakelijk is in de tuin bij een bepaald seizoen (snoeien in het voorjaar, bollen planten

in het najaar, oogsten in de zomer, zaaien in het voorjaar) 12



12 Natuurkundige verschijnselen

Benoemt dat sommige apparaten elektriciteit nodig hebben 06

Benoemt dat elektriciteit gevaarlijk is 06

Komt niet met water of drinken in de buurt van stopcontacten 06

Ervaart met kleine experimenten het effect van zwaartekracht 06

Maakt schaduwen met voorwerpen en lichtbronnen 07

Toetst eigen ideeën en veronderstellingen over het effect van zinken en drijven met kleine experimenten 07

Benoemt voorwerpen die drijven en voorwerpen die zinken (hout- baksteen) 07

Toetst eigen ideeën en aannames over het effect van zweven met kleine experimenten (vliegtuigje) 08

Toetst eigen ideeën en aannames over de werking van vergrootglas met kleine experimenten 08

Toetst eigen ideeën en aannames over het effect van een magneet met kleine experimenten 08

Toetst eigen ideeën en aannames over het effect van warmtegeleiding met kleine experimenten 09

Benoemt voorwerpen die goed warmte geleiden (ijzeren handvat) 09

Benoemt voorwerpen die geen warmte begeleiden (plastic handvaten, ovenwanten) 09

Toetst eigen ideeën en veronderstellingen over het effect van lenzen (bril) 10

Toetst eigen ideeën en veronderstellingen over het proces van stollen, smelten en verdampen 10

Toetst eigen ideeën en aannames over effect van spiegelende oppervlakken: hol, bol en vlak (symmetrie) 11

Benoemt de functie van gas, water en licht 11

Toetst eigen ideeën en aannames over het mengen van vloeistoffen (door elkaar, drijft het op elkaar) 11

Benoemt de vormen waarin water kan voorkomen, vast, vloeibaar en gas 11

Voorspelt de uitkomst bij verschillende spiegelende oppervlakten hol, bol en vlak 12

Benoemt drie verschillende energievormen (elektriciteit, gas, olie, wind, water, benzine, kernenergie) 12

Benoemt bij enkele energievormen voorbeelden waar ze gebruikt worden (benzine, olie in de auto, gas bij
het gasfornuis) 12
13 Knutselen en bouwen

Herkent en gebruikt kleurpotloden en stiften 01

Herkent veel gebruikte knutselmaterialen (schaar, prikpen, kwast) 01

Gebruikt veel gebruikte knutselmaterialen (schaar, prikpen, kwast) 02

Stapelt met duplo of blokken 02

Bouwt met duplo of blokken een simpel gebouw/figuur 03

Toont dat voorwerpen uit zijn omgeving bestaan uit verschillende onderdelen 03

Slijpt zijn eigen potloden met een puntenslijper 04

Bouwt met duplo of blokken een simpel voorbeeld na 04

Tekent eenvoudige vormen van mensen, heuvels, bomen 05

Tekent herkenbare figuren (figuren mogen nog zeer abstract zijn) 06

Plakt met een kwastje 06

Prikt een figuur uit langs een lijn 06

Maakt gerichte knipbewegingen 06

Tekent details in figuren (vingers bij handen, vogels/ appels in de boom) 07
Knipt eenvoudige figuren uit 07

Vouwt papier netjes diagonaal en dubbel 07

Bouwt en knutselt voorwerpen met verbeeldingskracht 07

Plakt zonder (al te veel) te knoeien 08

Plakt netjes en gericht op een vooraf bepaalde plek 08

Bouwt lego in elkaar met behulp van instructie afbeeldingen 08

Knipt figuren met moeilijke rondingen 08

Bouwt simpele figuren van technisch lego in elkaar met behulp van instructie afbeeldingen 09

Knipt figuren met moeilijke scherpe hoeken in de tekening 10

Verft een stuk hout egaal 11

Zet een meubel of een plank waterpas 11

Voert kleine reparaties en werkzaamheden uit in het huis (vastzetten, ophangen, rechtzetten, in elkaar zetten) 12

Benoemt de functie van losse onderdelen 12

14 Veiligheid

14.1 Veiligheid: ARBO

houdt bij het verwijderen van een stekker uit het stopcontact de stekker vast en trekt niet aan het snoer. 06

zorgt voor een opgeruimde werkplek en houdt deze zo 07

als de leerling met elektra bezig is, haal hij de stroom eraf 07

tilt zoveel mogelijk met 2 handen 08

zet machines uit wanneer ze er niet meer mee werken 08

haalt de stekkers uit het stopcontact als ze het gereedschap niet gebruiken 08

is tijdens het werken gericht op zijn werk 08

zorgt ervoor dat hij zijn werk kan zien 08

zorgt ervoor dat er geen loshangende of losliggende snoeren zijn 08

bergt materialen veilig op 08

stapelt materialen veilig op 08

wanneer de leerling laag bij de grond moet zijn, zakt hij door zijn knieën 09

legt een veiligheidsbril niet op de glazen 09

zorgt voor voldoende licht bij zijn werkplek 09

kan gereedschap veilig transporteren 09

draagt goed passende kleding, aangepast aan het seizoen 09

weet wat signaalkleding is en past dit zo nodig toe 09

weet wat de betekenis is van CE-marketing (het product voldoet aan de Europese wet) 10

controleert de machine voor het werk begint 10

beseft dat fout tillen slecht is voor je rug, ivm klachten op lange termijn 10

legt materialen en gereedschappen op verhogingen en voorkomt zo dat hij veel moet bukken 10

houdt het bovenlichaam rechtop bij het tillen 10

zorgt ervoor dat de werkplek (indien mogelijk) op navelhoogte is 10

werkt zo min mogelijk boven zijn macht 10

zorgt dat BPM schoon zijn 10

weet dat BPM persoonlijk zijn 10

weet dat het maximale gewicht dat hij mag tillen 23 kg is 10

rijken zo min mogelijk, maar werken juist dicht bij het lichaam 10

passen hun werkzaamheden aan, aan hun lichamelijke mogelijkheden 10

geeft het bij de leidinggevende aan wanneer een opdracht of activiteit onveilig is om uit te voeren 10

vraagt om hulp bij opdrachten of activiteiten die veiliger uit te voeren zijn in tweetallen 10

weet dat men geluid uitdrukt in decibel en kent de afkorting Db 10

is bekend met de gevolgen van langdurig geluid boven de 80 Db 10

gaat bij een defect van een elektrische machine (en bij twijfel) niet zelf aan de gang maar zal een
leidinggevende of deskundige raadplegen 10
voordat de leerling met een elektrisch -of brandstofaangedreven machine gaat werken zal hij eerst de veiligheidsvoorschriften raadplegen 10
weet dat bij het dragen van de last, je de last zo dicht mogelijk bij je lichaam draagt 11

is zich bewust van zijn lichaamshouding bij de activiteit en zorgt er tijdens de activiteit voor dat hij zijn


lichaam zo verantwoord mogelijk belast 11
is bekend met de gevolgen van langdurige trillingen aan je handen 11

gebruikt bij het werken met elektra deugdelijk en goed geïsoleerd materiaal 11

weet dat bij het werken op hoogte van 2 meter of hoger, hij een valbescherming moet gebruiken(hekwerk/
lijnen/etc) 12

onderhoudt machines conform de aanwijzingen in de gebruikershandleiding 12

heeft besef van ergonomisch werken: dat wil zeggen dat hij de omgeving indien mogelijk zodanig aanpast
waardoor ze zijn lichaam zo verantwoord mogelijk wordt belast. 12

14.2 Veiligheid:Veilig werken met een ladder

gebruikt bij het beklimmen en afdalen van de ladder beide handen en houdt het gezicht naar de ladder gekeerd 07

voorkomt inklappen van de trap door te controleren voordat ze en trap beklimmen of het bordes volledig is
uitgeklapt en geborgd 07

staat niet op de beugel van een trap maar beseft dat de maximale stahoogte het bordes of een aagegeven


gekleurde sport is 07

beseft dat een trap maar aan één kant te beklimmen is en staat niet op het achterrek van een trap 07

houdt bij het beklimmen de sporten vast en niet de ladderbomen 07

beseft dat hij niet met meer dan één persoon op een ladder mag (max. 150 kg) 07

werken met twee personen (laat één persoon de ladder tegenhouden) 08

zorgt ervoor dat wanneer hij alleen met een ladder moet werken de ladder niet kan wegschuiven 08

zorgt ervoor dat hij stevig staat op de ladder (zet je hak goed tegen de sport) 08

houdt een ladder of trap schoon en vrij beklimbaar (verwijder vuil, vet e.d.. Plaats geen gereedschappen onder


de ladder) 09

maakt gebruik van caddy's om gereedschap mee te nemen 09

reikt nooit te ver opzij (een ladder of trap verliest balans wanneer je je gewicht opzij brengt. Verplaats de
ladder liever wat vaker) 09

zorgt ervoor dat het boveneinde van de ladder met beide bomen kan steunen of gebruik een


muurafstandhouder 10

zet de ladder nooit voor een deur, indien mogelijk sluit de leerling de deur dan af 10

draagt zorg voor de goede staat van de laddervoet bij metalen ladders 10

zet een ladder altijd onder een hoek van 75º. Hierdoor is het stavlak van de sporten horizontaal 11

gebruikt opsteekladders met een schuivend deel aan de voorkant en zorgt voor een overlap van minimaal
5 treden 12

14.3 Veiligheid: Pictogrammen 1

kent het veiligheidspictogram: 'je moet een veiligheidsbril dragen" en past toe indien nodig 07

kent het veiligheidspictogram:'je moet gehoorsbescherming dragen' en past toe indien nodig 07

kent het veiligheidspictogram:'je moet een veiligheidshelm dragen' en past toe indien nodig 07

kent het veiligheidspictogram:'je moet veiligheidsschoenen dragen' en past toe indien nodig 07

kent het veiligheidspictogram:'je moet veiligheidshandschoenen dragen' en past toe indien nodig 07

kent het veiligheidspictogram:'je moet een veiligheidsoverall dragen' en past toe indien nodig 08

kent het veiligheidspictogram:'je moet luchtwegbescherming dragen' en past toe indien nodig 08

kent het veiligheidspictogram:'je moet gelaatsbescherming dragen' en past toe indien nodig 08

kent het veiligheidspictogram:'raadpleeg voor gebruik de gebruiksaanwijzing' en past toe indien nodig 08

kent het gevarenpictogram:'roken verboden' 08

kent het gevarenpictogram:'open vuur verboden' 08

kent het gevarenpictogram:'brandbaar' 09

kent het gevarenpictogram:'elektriciteit' 09

kent het gevarenpictogram:'schadelijk voor het milieu' 10

kent het gevarenpictogram:'niet mengen' 10

kent het gevarenpictogram:'ontplofbaar' 10

kent het gevarenpictogram:'gevaar' 10

kent het gevarenpictogram:'bijtende stoffen' 11

kent het gevarenpictogram:'giftig 11

kent het gevarenpictogram:'schadelijk irriterend' 12

kent het gevarenpictogram:'oxiderend' 12



14.4 Veiligheid: Pictogrammen 2

kent het reddingsbord:'te volgen richting' en volgt deze instructie op 07

kent het reddingsbord:'vluchtweg links/vluchtweg rechts) en volgt deze instructie op 07

kent het reddingsbord:'nooduitgang' en volgt deze instructie op 08

kent het reddingsbord:'richting nooduitgang' en volgt deze instructie op 08

kent het reddingsbord:'verzamelplaats bij calamiteit' en volgt deze instructie op 09

kent het reddingsbord:'telefoon voor redding en eerste hulp' en volgt deze instructie op 09

kent het reddingsbord:'arts' en volgt deze instructie op 09

kent het reddingsbord:'eerste hulp' en volgt deze instructie op 09

kent het brandbestrijdingsbord:'alarmeringslicht' 09

kent het reddingsbord:'brancard' en volgt deze instructie op 10

kent het reddingsbord:'vluchtweg via de trap' en volgt deze instructie op 10



Wonen en Vrije tijd



1. Eten en drinken
5. Kleding aantrekken en verzorgen
6. Kleding kopen
7. Schoonmaken en inrichten
8. Inrichten van een eigen kamer
9. Ziektes en ongelukken
10. Burgerschap Wonen
11. Burgerschap Bestuur en Besluit
12. Omgaan met vrije tijd
13. Omgaan met TV-kijken

1 Eten en drinken

Eet zijn mond eerst leeg en neemt vervolgens een nieuwe hap 01

Eet en drinkt zonder hoesten of verslikken 01

Geeft aan honger of dorst te hebben 01

Drinkt zelf uit een tuitbeker 01

Pakt zijn eigen brooddoosje en beker uit zijn tas/kast 01

Begrijpt de begrippen happen, drinken, heet, mmm, koek, eten, op (eten) 01

Eet doorgaans met een gesloten mond 02

Eet met een lepel 02

Drinkt uit een gewone beker zonder te knoeien 02

Geeft aan (wijzend) wat hij op brood wil of wil drinken bij een keuzemogelijkheid 02

Eet een boterham-uit-het-vuistje 02

Drinkt met een rietje 02

Maakt onderscheid tussen eetbaar en niet eetbaar, schoon en vies voedsel 02

Zit vijf minuten stil en recht aan tafel tijdens de maaltijd 03

Gebruikt het mes aan de dominante kant (nog niet snijden) 03

Eet met een vork stukjes brood 03

Eet zijn mond leeg voordat hij praat 03

Blijft aan tafel zitten tijdens de maaltijd 03

Gebruikt woorden om aan te geven wat hij wil eten en drinken (kaas, pasta, jam, boter(ham), melk) 03

Pakt of vraagt eerst om een hartige boterham en vervolgens een zoet 04

Vraagt hulp tijdens het eten bij een handeling waarbij hij hulp nodig heeft 04

Smeert brood met boter of iets anders smeerbaars (gelijk verdeeld en normale hoeveelheid) 04

Gebruikt normale hoeveelheid beleg op zijn boterham (strooien van hagelslag, plakken worst) 04

Snijdt een banaan in stukjes 04

Vraagt aan tafel aan een ander om iets aan te geven 05

Snijdt met een mes, met zaagbeweging 05

Gaat zijn handen wassen voor het aan tafel gaan 05

Schenkt zonder te knoeien uit een pak of fles in een glas of beker 06

Laat hete dranken eerst voldoende afkoelen voor ze te drinken 06

Pelt een mandarijn en een banaan met de hand 06

Ziet eten en drinken als gezellige aangelegenheid 06

Eet met een vork en een mes in de hand 07

Geeft aan hoeveel hij wil eten 07

Durft onbekend eten te proeven 07

Herkent hetzelfde product in verschillende vormen (omelet en een hard ei, gesneden stukjes) 07

Schilt fruit met een fruitmesje 07

Snijdt kaas met een kaasschaaf 08

Schenkt hete koffie en thee in een kopje 08

Schept een juiste hoeveelheid eten voor zichzelf uit de pan 09

Gebruikt een servet en begrijpt waarom 09

Schilt met een dunschiller (appel, komkommer) en kan ontpitten 10

Let met opscheppen op of er voor andere genoeg over blijft 10

bereidt 3 warme dranken (soep maken, koffie / thee zetten) 10

ruimt de werkplek elke keer weer netjes op 11

5 Kleding aantrekken en verzorgen

Werkt mee als zijn jas of ander kledingstuk wordt aangetrokken 01

Vindt zijn eigen jas op de kapstok 02

Hangt zijn jas op de juiste plek op de kapstok 02

Trekt op eigen initiatief een jas aan als hij naar buiten gaat 03

Doet een ritssluiting dicht 04

Trekt klittenbandschoenen aan en uit 04

Trekt een hemd, T-shirt of trui aan 04

Maakt bij morsen met een doekje de kleding schoon 05

Maakt zijn voorkeur voor kleding kenbaar 05

Trekt iedere dag een schone onderbroek aan (vertelt dat dat nodig is) 06

Trekt iedere dag schone sokken aan (vertelt dat dat nodig is) 06

Hangt uitgetrokken kleren uit over een stoel of op een hanger 06

Trekt veterschoenen aan en uit (strikt zelf de veters) 07

Controleert of kleding goed zit (kleding fatsoeneren waar nodig) 07

Doet zijn knoop van zijn broek open en dicht 07

Trekt regelmatig schone kleren aan, als dit wenselijk is en doet vuile kleren in een wasmand 08

Kiest een acceptabele kleren combinatie uit 08

Hangt gewassen kleren op aan een wasrek of waslijn 09

Haalt een schoon laken en dekbed af en gooit het in de wasmand 09

Haalt het kussensloop van het kussen en gooit het in de wasmand 09

Lucht zijn bed na het slapen (dekbed openslaan) 09

Controleert de zakken van kleding of ze leeg zijn 09

Zoekt kleding uit passend bij een (feestelijke) gelegenheid 10

Poetst zijn schoenen (en uitwrijven) 10

Vult de wasmachine/droger (met was en wasmiddel) en stelt de genoemde temperatuur in 10

Weet welke van zijn kleren niet in de wasmachine/droger mogen 10

Vertelt welke kleren er naar de stomerij moeten worden gebracht 10

Doet een eenvoudige handwas 11

Dekt een schoon laken, dekbed op en vervangt zijn kussensloop 11

Sorteert de was (donker, lichte en bonte was) 11

Kent de instellingen van de wasmachine/droger bij de verschillende typen was (donker, lichte en bonte was) 11

Weet welke kleren na het wassen eerst gestreken moeten worden 11

Hangt de was op en af en vouwt het netjes op (met wasknijpers) 11

Strijkt eigen was zonder instellen van strijkijzer (handdoek, broek, etc) 12

Weet welke kleren afgeven en legt deze apart (nieuwe kleren) 12

Stelt de wasmachine in op de temperatuur van het kledinglabel 12

6 Kleding kopen

Bekijkt of de gekozen kleding past 09

Ziet het verschil tussen jongens en meisjes kleding 09

Benoemt vier winkels waar je kleding kan kopen 09


Vertelt waar de kledingwinkels zijn en hoe je er komt 09

Weet wat en waarvoor een paskamer is 09

Bekijkt of de gekozen kleding staat 09

Zoekt kleding passend bij verschillende gelegenheden 10

Kiest naast het uiterlijk van kleding ook uit op functionaliteit 10

Neemt de beslissing om de kleding wel of niet te kopen 10

Bewaart de bon van gekochte kleding 10

Kiest kleren uit een brochure (Wehkamp, Otto) 10

Bekijkt welke kleding hij heeft en of hij nieuwe kleren nodig heeft 11

Ontwikkelt voorkeur in bepaalde kledingstijlen en kleurcombinaties 11

Beseft dat met een bon kleding nog geruild kan worden 11

Schat in hoeveel de kleding kost en mag kosten) 12

Rekent de kleren af (met pinpas) 12

Vindt verschillende afdelingen in een warenhuis 12



7 Schoonmaken en inrichten

Legt gebruikt materiaal bij elkaar 01

Ruimt de eigen tafel op 01

Legt veel gebruikte (knutsel)spullen terug op hun plek (kwasten, kleurpotloden, placemat) 02

Legt speel- en knutselspullen op de juiste plek terug 03

Brengt orde in een beperkte ruimte (een speelhoek opruimen door spullen bij elkaar te leggen) 04

Gooit oud papierwerk apart weg (tv-gids, krant etc.) 05

Zet de stoelen op de tafel (klaslokaal) 05

Kiest geschikte spullen om een schoonmaakklus meer uit te voeren (lokaal vegen met stoffer of bezem, vloer
dweilen met
een lapje of mop) 06
Ziet wanneer een vuilniszak vol zit 06

Veegt een hoopje afval weg met stoffer en blik 07

Zet de container of de vuilniszak aan de straat 07

Vertelt wanneer er ergens opgeruimd moet worden 07

Vervangt de wc-rol 07

Neemt een groot plat oppervlak af met een vochtig doekje (poetst vlekken weg, vangt kruimels op) 07

Stofzuigt een leeg oppervlak (lokaal zonder stoelen en tafels) 08

Vervangt volle pedaalemmer/ vuilniszakken (ook dichtbinden) 08

Veegt een lege ruimte met een bezem 08

Maakt een sopje (adequate hoeveelheid sop en juiste temperatuur) 08

Benoemt verschillende schoonmaak- middelen en het doel waarvoor ze gebruikt worden (afwas en
schuur- middel,
allesreiniger, wc-eend) 09
Neemt de vensterbank af met een natte doek of stofdoek 09

Stofzuigt het lokaal met stoelen en tafels 09

Weet wanneer de vuilniszak naar de straat toe moet en denkt eraan 09

Verwisselt de stofzak van een stofzuiger 10

Ziet wanneer er ergens schoongemaakt moet worden 10

Maakt de wc schoon (pot borstelen, bril afnemen) 10

Weet met behulp van een rooster welke schoonmaaktaken er gedaan moeten worden en voert ze uit 10

Gebruikt een systeem in het schoonmaken (van voor naar achter, van links naar rechts) 10

Zeemt ramen en spiegels 11

Dweilt de vloer (nat) 11

Maakt samen met een ander een ruimte schoon en houdt zich aan de taakverdeling 11

Maakt de badkamer schoon (douche, bad, wc, wasbak) 11

Herkent gevaar symbolen op schoonmaakartikelen 11

Doseert onbekende schoonmaak- middelen volgens voorschrift 12

Gebruikt en bergt schoonmaak- middelen veilig 12

Begrijpt met welke regelmaat verschillende ruimtes schoongemaakt moeten worden 12



8 Inrichten van een eigen kamer

Helpt lokalen te versieren met slingers en tekeningen 06

Heeft voorkeur voor bepaalde versiering en plaatsen van versiering 06

Vertelt welke inrichtingselementen er in zijn kamer zijn (tafel, bed, maar ook vloerbedekking, behang, etc) 07

Kiest wandversiering uit in zijn kamer zoals schilderijtjes, foto’s en posters 07

Geeft spullen in de kamer een eigen plek 08


Zet planten in de kamer 08

Kiest extra accessoires uit om de kamer op te vrolijken (posters, stoeltjes, kussentjes, potten en planten,


vaasjes, fotolijstjes) 08

Beslist welke spullen er in de kamer komen te staan 09

Benoemt 4 winkels waar je leuke spullen kan kopen voor je kamer (HEMA, Blokker, V&D, plantenwinkel) 09

Herkent logisch en onlogische plaatsing van meubels 09

Uit zijn mening over de indeling van een leefruimte 10

Houdt rekening met wensen van andere in gezamenlijke vertrekken 10

Herkent spullen die oud en kapot zijn 10

Schakelt hulp voor reparaties die uitgevoerd moeten worden 11

Vervangt een batterij van een apparaat in de kamer 11

Snapt wat er aan de hand is als een lamp stuk gaat en is in staat deze te vervangen 11

Vervangt op eigen initiatief spullen en/of meubilair dat kapot of oud is 12

Kiest een (logische) indeling van de meubels in zijn eigen kamer 12

Koopt op eigen initiatief de benodigde spullen voor zijn eigen kamer (wekker, kast, bed, lamp, tv) 12

Geeft spullen een plek in zijn kamer (wekker, kast, bed, lamp, tv) 12



9 Ziektes en ongelukken

geeft bij ziekte aan waar hij pijn heeft 03

geeft bij ziekte aan wat hij voelt 03

roept om hulp bij een ongeluk 05

blijft rustig bij kleine ongelukjes 05

vraagt uit zichzelf om een pleister of een andere medische handeling 05

vraagt uit zichzelf om een pleister of een andere medische handeling voor een medeleerling 06

weet dat je met een wond naar de dokter moet 07

weet dat sommige leerlingen medicijnen moeten slikken om gezond te blijven 07

houdt rekening met eigen medicijnen 08

let zelf op, om op tijd zijn medicijnen te nemen 08

benoemt de functie van de koortsthermometer 10

legt een klacht uit aan de huisarts 11

vertelt de noodzaak en de gevaren van (verkeerd) medicijngebruik 12

maakt een telefonische afspraak met een huisarts en zet dit in een agenda 12



Deel met je vrienden:
1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   ...   14


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©tand.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina