Doelenboek vso – De Plantage



Dovnload 1.77 Mb.
Pagina4/14
Datum17.05.2018
Grootte1.77 Mb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   14

Verbale fase: Expressiefuncties

kan een behandeling met routinewoorden begeleiden (óeps', 'boem', expressief gebaar, visueel symbool) 00

kan een instemmende reactie geven op een vraag naar een fysieke toestand of gevoel
('mmmm', ja-knikken, bevestigen met een OC-middel) 00
kan een fysieke toestand of een gevoel uitdrukken ('au', 'koud', 'bah'', symbolisch gebaar, visueel symbool) 00

Verbale fase: Representatiefuncties

kan met een niet-specifiek woord de aandacht op iets vestigen ('die', 'deze', 'kijk', 'hoor', symbolisch


gebaar en visueel symbool) 00

kan een instemmende reactie geven op een informatieve vraag of opmerking ('uhuh','mmm', ja-knikken,


bevestigen met een OC-middel) 00
kan - in een situatie die je met een ander deelt - zeggen wat er waargenomen wordt
('papa', 'kapot', 'rijden', symbolisch gebaar, visueel symbool) 00
kan aangeven dat de informatie gehoord wordt ('ja', 'mmm', ja-knikken, bevestigen met OC-middel) 00

kan antwoord geven op wie-, wat-, waar vragen ( 'woef', 'bal', 'papa', 'daar'en symblisch gebaar,


visueel symbool) 00

kan inhoudelijke vragen stellen met de antwoorden wie, wat en waar ('is dat', 'is mama', 'waar-',


'wat'-gebaar, visueel symbool voor 'waar' en 'wat') 00
kan een ontkennend antwoord geven op een informatieve vraag ('niet', 'nee', nee-schudden,
ontkennen met OC-middel) 00

Verbale fase: Sociale routines

kan iemand met woorden groeten en met woorden afscheid nemen ('dag', 'hoi', 'dada', gebruik


van OC-middel) 00

Verbale fase: Wederkerigheid

kan antwoord geven op een vraag 00

kan gebaren/gezichtsuitdrukkingen/uitingen imiteren 00

kan samen een activiteit doen (beurt nemen non-verbaal of verbaal) 00



Leesvoorbereiding – (Nederlandse taal)

Fase 1: geschreven taal begrijpen
Fase 2: geschreven taal – taal ervaren
Fase 3: ontdekking van de vaste relatie tussen klank en gesproken woord
Fase 4: ontdekking van de vaste relatie tussen letter en geschreven woord



Fase 1 geschreven taal begrijpen

Interesse voor geschreven taal

heeft belangstelling voor prentenboeken 01

heeft belangstelling voor voorleestekst 02

begrijpt de begrippen verhaal/boek en lezen 03

gebruikt het begrip verhaal en boek 04

kan zelfstandig een boekje kiezen en "lezen" 04

kent begrippen als "zin" en "woord" 05

Boekoriëntatie

bekijkt prenten in boekjes, samen met de leiding 01

begrijpt dat illustraties en tekst samen een verhaal vertellen 02

wijst op kleine details van plaatjes in het boek 03

weet, dat bladzijdes van boven naar beneden worden gelezen 03

kan aan de hand van de omslag van een boek iets over de inhoud vertellen 04

stelt vragen over een boek 05

Verhaalbegrip

kan de taal van het voorleesboek begrijpen 01

kan een voorgelezen verhaal navertellen 02

kan conclusies trekken naar aanleiding van een voorgelezen verhaal 03

kan een voorspelling doen over de afloop van het verhaal 04

Fase 2 geschreven taal - taal ervaren

Functies van geschreven taal

weet dat je met briefjes, boeken etc een ander iets kan vertellen / duidelijk maken 01

handelt bij het zien van een verwijzer (picto / logo / foto's / concreet materiaal) op de juiste manier 02

kan de verwijzer benoemen 03

weet dat er onderscheid is tussen lezen en schrijven 04

Relatie tussen gesproken en geschreven taal

heeft interesse voor woorden en letters 02

herkent losse woorden (bv zijn/haar naam) in woordbeeld 03

weet wat een letter is 04

weet dat met letters een woord gemaakt kan worden 04

Fase 3 ontdekking van de vaste relatie tussen klank en gesproken woord

Taalbewustzijn

onderscheidt geluiden, klanken, en woorden 01

onthoudt 2 woorden (auditief geheugen) 03

onthoudt 3 woorden (auditief geheugen) 05

onthoudt 4 woorden (auditief geheugen) 05

kan woorden in zinnen onderscheiden 05

kan woorden in lettergrepen verdelen 05

weet, dat een klank bij een letter hoort 05

herkent rijm 05

herkent dezelfde beginklank in woorden (bv Kim - kip - kil) 06

kan woorden met dezelfde beginklank maken 07

kan rijmen 08



Fase 4 ontdekking van de vaste relatie tussen letter en geschreven woord

Interesse voor gebruik van geschreven taal

kan klanken uit woorden losmaken (analyseren) 01

onthoudt 3 plaatjes / letters (visueel geheugen) 01

onthoudt 4 plaatjes / letters (visueel geheugen) 02

kan woorden namaken / stempelen 03

kan de volgorde van letters in een woord onderscheiden (eerste, middelste, laatste letter aanwijzen) 04

kan de volgorde van letters in een woord onderscheiden (1e, middelste, laatste letter benoemen) 05

kan de positie van letters / klanken benoemen mbv de begrippen (waar staat de "s"?) 06

kan spellend woorden maken 06

kan klanken uit woorden losmaken / analyseren 07

kan klankzuivere 2-en 3-letterwoorden lezen 07

kan alle letters benoemen 07

kan klanken tot woorden samenvoegen (synthetiseren) 08

Ondersteunende methodes om tot lezen te komen (Nederlandse taal)



Klankenboek: klank – gebaar koppeling
Zeggen wat je ziet: pictolezen
Vormenboek: vormen benoemen
Lezen wat je kunt: letterkennis Trijntje de Wit
Kijken en kiezen (in ontwikkeling)

Klankenboek: klank - gebaar koppeling

maakt de juiste klank bij het gebaar; aa, au, a, b 03


maakt de juiste klank bij het gebaar; ch, d, ee, ei, eu 03

maakt de juiste klank bij het gebaar: e, f, g, h, ie 03

maakt de juiste klank bij het gebaar; i, j, k, l 03

maakt de juiste klank bij het gebaar; m, n, oo, oe 03

maakt de juiste klank bij het gebaar; ou, o, p, r, s 03

maakt de juiste klank bij het gebaar; t, uu, ui, u 03

maakt de juiste klank bij het gebaar; v, w, ij, z 03

koppelt klanken tot een woord dat hij/zij begrijpt (klanksynthese): woorden die uit 2 klanken bestaan (k-m) 04

koppelt klanken tot een woord dat hij/zij begrijpt (klanksynthese): woorden die uit 3 klanken bestaan (m-k-m) 04

koppelt klanken tot een woord dat hij/zij begrijpt (klanksynthese): woorden die uit 4 klanken bestaan 04

koppelt klanken tot een woord dat hij/zij begrijpt (klanksynthese): woorden die uit meer dan 4 klanken bestaan 04

Zeggen wat je ziet: pictolezen

herkent en benoemt alle persoonlijke voornaamwoorden als pictogrammen 03

herkent en benoemt alle werkwoorden als pictogrammen 03

maakt en leest 2-woordzinnen met pictogrammen 03

herkent en benoemt voorwerppictogrammen 03

maakt en leest 3-woordzinnen met pictogrammen (pers. vnw + ww + zelfst.nw) 04

herkent en benoemt de toekomende tijd als picto; bv ik ga zingen 04

leest en maakt 3-woordzinnen met toepassing van de toekomende tijd 04

herkent en benoemt alle voorzetsels als pictogrammen 05

maakt en leest 4-woordzinnen met gebruik van de voorzetsels naar, in, op, uit 05

herkent en benoemt het lidwoord "de" en "een" als geschreven woord 05

maakt en leest zinnen met gebruik van de lidowrrden "de" en "een" 05

maakt en leest zinnen met gebruik van pers.vnm + ww + voorzetsels + lidwoord + zelfst. Nw 05

maakt en leest verhalen in pictovorm 05



Vormenboek: vormen benoemen

herkent de vorm: rondje 02

herkent de vorm: lange stok 02

herkent de vorm: poort 02

herkent de vorm: streep 02

herkent de vorm: punt 02

herkent de vorm: open rondje 03

herkent de vorm: korte stok 03

herkent de vorm: kuiltje 03

herkent de vorm: schuine lijn 03

herkent de vorm: boogje 03

boenoemt de vorm: rondje 04

boenoemt de vorm: lange stok 04

boenoemt de vorm: poort 04

boenoemt de vorm: streep 04

boenoemt de vorm: punt 04

boenoemt de vorm: open rondje 05

boenoemt de vorm: korte stok 05

boenoemt de vorm: kuiltje 05

boenoemt de vorm: schuine lijn 05

boenoemt de vorm: boogje 05

Lezen wat je kunt: letterkennis Trijntje de Wit

deel a: benoemt de lettercombinatie vlot: aa, p, oo, m, ee 06

deel a: benoemt de lettercombinatie vlot: t, ui, l, ij, s 06

deel b: benoemt de lettercombinatie vlot: r, k, au, n 06

deel b: benoemt de lettercombinatie vlot: b, oe, g, ie 06

deel c: benoemt de lettercombinatie vlot: z, a, f, o, h 06

deel c: benoemt de lettercombinatie vlot: e, j, i, w, u 06

deel d: benoemt de lettercombinatie vlot: uu, v, ei, d 07

deel d: benoemt de lettercombinatie vlot: eu, ch, ou 07

Kijken en Kiezen (In ontwikkeling)


De Leeslijn (Nederlandse taal)


Blok a
Blok b
Blok 1 t/m 9



1 De Leeslijn: Blok a

herkent passief de letters s, j, o, k 05

herkent passief de letters d, i, r, e 05

herkent passief de letters n, p, a, m 05

herkent passief de letters t, h, l, z 05

herkent passief de letters g, w, u, b 05

herkent passief de letters v, f 05

benoemt actief de letters s, j, o, k 06

benoemt actief de letters d, i, r, e 06

benoemt actief de letters n, p, a, m 06

benoemt actief de letters t, h, l, z 06

benoemt actief de letters g, w, u, b 06

benoemt actief de letters v, f 06

leest m-woorden (korte klinker zoals op, in) 06

leest mkm-woorden (korte klinker, zoals rik, jos) 06

leest korte zinnen met lidwoord "de" 06



2 De Leeslijn: Blok b

herkent passief de letters oo, aa 06

herkent passief de letters ee, uu 06

herkent passief de letters ij, ie 06

herkent passief de letters ui, ou 06

herkent passief de letters oe, ei 06

herkent passief de letters au, eu 06

benoemt actief de letters oo, aa 07

benoemt actief de letters ee, uu 07

benoemt actief de letters ij, ie 07

benoemt actief de letters ui, ou 07

benoemt actief de letters oe, ei 07

benoemt actief de letters au, eu 07

leest km-woorden (lange klinker, zoals oog) 07

leest mkm-woorden (lange klinker, zoals maan) 07

leest korte zinnen met korte klinkers + de, + oo, + aa, + ee, zoals "op de maan" 07

leest korte zinnen met lidwoord "een" 07

leest alle klinkers en tweetekenklanken 07

leest zinnen met alle klinkers, de lidwoorden en tweetekenklanken 07

3 De Leeslijn: Blok 1

herkent passief de lettergroep eer 07

herkent passief de lettergroep oor 07

herkent passief de lettergroep eur 07

herkent passief de lettergroep aai 07

herkent passief de lettergroep ooi 07

herkent passief de lettergroep oei 07

benoemt actief de lettergroep eer 08

benoemt actief de lettergroep oor 08

benoemt actief de lettergroep eur 08

benoemt actief de lettergroep aai 08

benoemt actief de lettergroep ooi 08

benoemt actief de lettergroep oei 08

leest 2-letterwoorden (ik eet ijs) 08

leest woorden met een vaste lettergroep (dik en rik, zoals de oude structuurrijtjes)) 08

leest woorden met een vaste beginklank (pim en pom) 08


leest woorden, waarbij beginklank en lettergroep wisselen 08

leest woorden met op het eind een d of b (heb, koud) 08

leest woorden met een lange eindklank (ha, nu, zo) 08

4 De Leeslijn: Blok 2

leest hoofdletters 09

leest de lettergroep nk (Ank, Henk) 09

leest de lettergroep ng (ring) 09

leest mmkm-woorden (krat) 09

leest de lettergroep sch-ch(t) (schip, of lacht) 09

leest mkmm-woorden (kist) 09

leest "het" ('t) - hè 09

leest de lettergroep uw (duw) 09

leest de lettergroep eeuw (leeuw) 09

leest de lettergroep ieuw (kieuw) 09

leest mmkmm-woorden (krans) 09

leest mmmkm(m)-woorden (strak, stronk) 09

5 De Leeslijn: Blok 3

leest zinnen in directe rede '……..' en dubbele punt 10

leest woorden met verkleiningsuitgangen 10

leest tweelettergrepige woorden (kasten, vechten, moeder, nieuwe) 10

leest woorden met 3-4 eindmedeklinkers (koorts, herfst) 10

leest samengestelde woorden (kastdeur, vuurrood) 10

leest tweelettergrepige woorden met een lange middenklank (rover, jagen, beren, scheuren) 10

leest tweekettergrepige woorden met lange eindklank (kado, juni, opa) 10

leest tweelettergrepige woorden met i - ie (mini, rivier) 10

leest woorden met onbeklemtoonde voorvoegsels (ge- be- ver- te-) 10



6 De Leeslijn: Blok 4

leest woorden met achtervoegsel -ig (aardig, jarig) 11

leest woorden met achtervoegsel -lijk (heerlijk, lelijk) 11

leest woorden met onbeklemtoonde klinker (banaan, agent) 11

leest woorden met aan het eind -erd, -end, bv dikkerd, lachend 11

leest woorden met het weglatingsteken ('s), zoals kado's, 's avonds 11

leest drielettergrepige woorden (voetbalschoen, aardappel) 11

leest drielettergrepige woorden met i-ie (kapitein) 11



7 De Leeslijn: Blok 5

leest betekenisvolle woordgroepen binnen 1 regel 11

leest woorden met onbeklemtoonde voorvoegsels (belangrijk) 11

leest woorden met 2 onbeklemtoonde lettergrepen (verpleegster) 11

leest woorden met onbeklemtoonde klinkers (fazanten) 11

leest woorden met toonloze h (thee) en leenwoorden met sh (show) 11

leest woorden met achtervoegsel -ige (eenvoudige) 11

leest woorden met achtervoegsel -lijke (gevaarlijke) 11

leest meerlettergrepige woorden met i-ie (diamant) 11

leest woorden met de letter c (s-klank) (ceintuur) 11

leest zinnen met 3- en meerlettergrepige woorden 11

8 De Leeslijn: Blok 6

leest woordgroepen over de regel heen 11

leest de teken-klankkoppleing -t/-te (vakantie, station) 11

leest 2 onbeklemtoonde lettergrepen (hersenen) 11

leest 2 onbeklemtoonde voorvoegsels (bevelen) 11

leest 4-lettergrepige woorden (tentoonstelling) 11

leest 2 onbeklemtoonde lettergrepen (gevangenis) 11

leest 4-lettergrepige woorden met -ige of -lijke (kinderachtige) 11



9 De Leeslijn: Blok 7

benadrukt woorden 12

leest woorden met de teken-klankkoppeling ch (sj-klank) bijv. chef 12

leest woorden met de klankgroep ge-gie (zj-klank) bijv. horloge 12

leest woorden met de klankgroep - isch (logisch) 12

leest woorden met de letter y (hobby) 12

leest lastige woorden met -ige en -lijke (misdadiger) 12

leest lastige 4-lettergrepige woorden (artikelen) 12



10 De Leeslijn: Blok 8

benadrukt zinsdelen. Leest zinnen met 6-9 woorden met de juiste intonatie 12

leest woorden met de letter c (k-klank) bijv. compleet 12

leest woorden met de letter x (extra) 12

spreekt woorden met de 'ou' uit als 'oe' (couplet) 12

leest woorden met een trema (patiënt) 12

leest lastige lettervolgorden 12

leest 5-lettergrepige samengestelde woorden 12


leest 5 lettergrepige woorden 12

11 De Leeslijn: Blok 9

leest zoals je praat: let op leestekens 12

leest meerlettergrepige woorden met 'c'(k-klank) bijv. succes 12

leest engelse woorden (met vreemde uitspraak) 12

leest leenwoorden o.a. uit het Frans (bij. Merci, toilet)) 12

leest 4-lettergrepige leenwoorden 12

leest lastige 5- en 6 lettergrepige woorden 12

Rekenen en Wiskunde




1. Ordeningsbegrippen kennen
2. Ordenen van hoeveelheden
3. De telrij
4. Terugtellen
5. Getallen en cijfers
6. Handig rekenen
7. Rekensommen
8. Klokkijken
9. Meten en wegen
10. Standaardmaten
11. Eigen referentiemaat
12. Procedure van betalen
13. Prijzen van artikelen aflezen
14. Prijzen vergelijken
15. Electronisch betalen


1 Ordeningsbegrippen kennen

Neemt verschillen van voorwerpen waar (ervaart het verschil tussen lang-kort en hoog-laag) 02

Wijst het juiste voorwerp aan als groot of klein wordt gezegd (grote bal, kleine bal) 02

Neemt verschillen van voorwerpen waar (ervaart het verschil tussen vol-leeg) 03

Begrijpt de woorden groter en kleiner 03

Begrijpt de woorden grootst en kleinst 03

Begrijpt de woorden lang en kort 03

Begrijpt de woorden zwaar en licht 03

Begrijpt de woorden hoog en laag 03

Begrijpt de woorden vol en leeg is 03

Begrijpt het woord middelst(e) 03

Begrijpt de woorden zwaarder, lichter, zwaarst(e), lichtst€ 04

Begrijpt de woorden hoger, lager, hoogst(e), leegst(e ) 04

Begrijpt de woorden meer, minder, meest(e), minst(e ) 04

Begrijpt de woorden langer, korter, langst(e), kortst(e ) 04

Begrijpt het woord evenveel 05

Benoemt vier verschillen waarop je voorwerpen kunt ordenen 06

Begrijpt de woorden tweede, derde, vierde (t/m tiende) 07



2 Ordenen van hoeveelheden

Neemt verschillen van voorwerpen waar (ervaart het verschil tussen groot-klein en zwaar-licht) 01

Geeft bij geclassificeerde voorwerpen met een zichtbaar onderscheid aan of het juist is (bekers-borden) 01

Geeft bij geclassificeerde voorwerpen van groot naar klein aan of het juist wordt gedaan 02

Classificeert voorwerpen met een duidelijke zichtbaar onderscheid (bekers-borden) 02

Geeft bij geclassificeerde voorwerpen lang-kort, hoog-laag aan of het juist is 03

Classificeert voorwerpen naar groot-klein 03

Classificeert voorwerpen naar vol-leeg 03

Brengt volgorde aan in drie concrete voorwerpen van groot naar klein 03

Geeft bij geclassificeerde voorwerpen van vol naar leeg aan of het juist is 04

Classificeert voorwerpen naar lang-kort 04

Classificeert voorwerpen naar hoog-laag 04

Brengt volgorde aan in vier concrete voorwerpen van groot naar klein 04

Brengt volgorde aan in concrete voorwerpen van zwaar naar licht 04


Vergelijkt twee groepen voorwerpen en wijst aan welke groep meer of minder voorwerpen telt met een
duidelijk verschil in aantal 04

Geeft aan of de volgorde van concrete voorwerpen van hoog naar laag juist is 05

Geeft aan of de volgorde van concrete voorwerpen van lang naar kort juist is 05

Geeft aan of de volgorde van concrete voorwerpen van vol naar leeg juist is 05

Brengt volgorde aan in vijf concrete voorwerpen van groot naar klein 05

Brengt volgorde aan in concrete voorwerpen van zwaar naar licht 05

Vergelijkt twee groepen voorwerpen en benoemt welke groep meer of minder voorwerpen telt met een
duidelijk verschil in aantal 05

Brengt volgorde aan in concrete voorwerpen van hoog naar laag 06

Brengt volgorde aan in concrete voorwerpen van voller naar leger 06

Vergelijkt hoeveelheden door tellend te vergelijken t/m 5 06

Vergelijkt hoeveelheden door tellend te vergelijken t/m 10 07

Vergelijkt hoeveelheden (meer/minder) door tellend te vergelijken t/m 20 08

Schat hoeveelheden (niet tellen) en geeft aan of het er meer of minder dan 10 zijn (grote verschillen, 4 en 30) 09

Schat van twee groepen (niet tellen) welke groep meer of minder voorwerpen telt (tot 50 met een


verschil van 20) 10

Schat van twee groepen (niet tellen) welke groep meer of minder voorwerpen telt (tot 50 met een


verschil van 10 11

Schat in twee groepen (niet tellen) welke groep meer of minder voorwerpen telt (tot 100 met een


verschil van min 25) 12

3 De telrij

Ervaart het tellen en de telrij in liedjes en via andere werkvormen 01

Ervaart het tellen en de telrij in relatie tot het lichaamsschema (tellen op je vingers) 01

Zegt akoestisch de telrij op met de hele klas tot 5 (meetellen) 02

Beseft het tellen in relatie tot concrete voorwerpen (tellen met blokjes) 02

Beseft het tellen in relatie tot symbolen op papier (tellen met plaatjes en turfstreepjes) 02

Zegt akoestisch de telrij op met de hele klas tot 10 (meetellen) 03

Imiteert synchroon tellen 03

Overziet in één keer 2 voorwerpen (subiteert groepjes van twee voorwerpen) 03

Naspelen (imiteren) van synchroon tellen tot 10 04

Telt synchroon t/m 5 met tastbare voorwerpen 04

Telt synchroon t/m 5 met getekende voorwerpen 04

Overziet in één keer 3 voorwerpen (subiteert groepjes van drie voorwerpen) 04

Telt synchroon t/m 10 met tastbare voorwerpen 05

Telt synchroon t/m 10 met getekende voorwerpen 05

Telt synchroon t/m 10 met de getallenlijn 05

Herkent gestructureerde getalbeelden herkennen t/m 6 (dobbelsteen, domino, doos eieren, sixpack)
(subiteren van geordende hoeveelheden) 05
Akoestisch opzeggen van de telrij met de hele klas tot 20 06

Telt resultatief met tastbare voorwerpen t/m 5 06

Telt resultatief met getekende voorwerpen t/m 5 06

Telt mentaal (in het hoofd) t/m 5 06

Telt door met getallen onder de 10 06

Telt synchroon t/m 20 met de klassikale getallenlijn (kaartjes) 07

telt mentaal (in het hoofd) t/m 10 07

Telt door met getallen onder de 20 07

Telt resultatief met getekende voorwerpen t/m 10 07

Telt mentaal (in het hoofd) t/m 10 07

Telt synchroon t/m 30, 50, 100 met de getallenlijn 08

Telt mentaal (in het hoofd) t/m 20 08

Telt handig met sprongen van 2 met tastbare, getekende voorwerpen en met de getallenlijn onder de 20 08

Telt structurerend en telt herlaald op met gelijke hoeveelheden t/m 5 (3, 6, 9, 12) en (5, 10, 15, 20) 08

Telt handig met sprongen van 5 met de getallenlijn tot 50 09

Telt handig met sprongen van 10 met de getallenlijn tot over de 100 10

Telt handig met sprongen van 100 met de getallenlijn tot 1000 11

4 Terugtellen

Loopt akoestisch de telrij af met de hele klas van 5 tot 0 (meetellen) 03

Loopt akoestisch de telrij af met de hele klas van 10 tot 0 (meetellen) 04

Telt synchroon af vanaf 5 met tastbare voorwerpen 05

Telt synchroon af vanaf 5 met getekende voorwerpen 05

Telt synchroon af vanaf 10 met tastbare voorwerpen 06

Telt synchroon af vanaf 10 met getekende voorwerpen 06
Telt synchroon af vanaf 10 met de getallenlijn 06

Telt akoestisch de telrij af met de hale klas tot 20 07

Telt synchroon vanaf 10 met de getallenlijn 07

Telt mentaal af (in het hoofd) vanaf 5 07

Telt af naar 0 vanaf een willekeurig getal onder de 10 07

Telt synchroon af t/m 20 met de getallenlijn 08

Telt mentaal af (in het hoofd) t/m 10 08

Telt af naar 0 vanaf een willekeurig getal onder de 20 08

Telt synchroon af vanaf 100 met de getallenlijn 09

Telt mentaal af (in het hoofd) t/m 20 09

Telt verkort terug met sprongen van 2 met tastbare/ getekende voorwerpen 09

Telt verkort terug met sprongen van 2 met de getallenlijn onder de 20 09

Telt verkort terug met sprongen van 5 met tastbare en getekende voorwerpen en met de getallenlijn 10

Telt verkort terug met sprongen van 10 met tastbare en getekende voorwerpen en met de getallenlijn 11




Deel met je vrienden:
1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   14


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©tand.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina