Doelenboek vso – De Plantage



Dovnload 1.77 Mb.
Pagina3/14
Datum17.05.2018
Grootte1.77 Mb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   14

4 Aardig zijn voor en rekening houden met de ander

Troost iemand of stelt iemand op zijn gemak (een aai of kus) 03

Biedt een ander materiaal aan in opdracht van een volwassene 03

Houdt zich aan regels rond boeren, niezen en hoesten die thuis en in de klas gelden 04

Is beleefd (bedankt als hij iets krijgt, maakt excuses) 04

Helpt op de juiste manier een andere leerling 04

Gaat bij ruzie naar volwassene en gebruikt geen verbaal of lichamelijk geweld 05

Biedt zijn excuses aan 05

Troost op eigen initiatief een verdrietige medeleerling 05

Helpt op eigen initiatief een medeleerling waar dit wenselijk is 06

Vertelt wat liegen en eerlijk zijn is 07

Stoort anderen niet 07

Komt voor een ander op 07

Wacht op iemand 07


Geeft een compliment 07

Neemt een boodschap aan en geeft deze duidelijk over in een rustige situatie, (zoals tijdens een les) 07

Toont interesse voor de ander 09

Luistert naar de ander als deze zijn gevoelens kenbaar maakt 09

Houdt rekening met de gevoelens van de ander 09

Biedt de ander zijn luisterend oor aan 09

Houdt rekening met eigenschappen en wensen van bekenden 09

Heeft respect voor de gevoelens van een ander 12

Vertelt over enkele gebruiken, gewoonten en feesten van andere religies en volken 12

Accepteert dat ieder andere gewoonten heeft (bijvoorbeeld geen varkensvlees eten, bidden,


bepaalde kleding dragen) 12

5 Positieve relaties

Herkent en kent de naam van bekenden (wijst de juiste persoon aan) 01

Noemt ouders (papa, mama) broers, zussen en vriendjes bij de naam 02

Beeldt uit of vertelt of wat ruzie is 04

Vraagt bij spel of hij mee mag doen 04

Blijft rustig bij een conflict 05

Heeft positief contact met medeleerlingen 05

Vertelt dat en waarom hij ruzie heeft of wanneer anderen ruzie hebben 05

Vraagt bij ruzie advies aan een volwassene en voert dit uit 05

Noemt de naam van een bekende in een functionele situatie (“van wie is dat?”) 06

Geeft aan of hij een persoon wel of niet kent 06

Doet een voorstel aan een medeleerling voor een gezamenlijke activiteit 06

Onderneemt iets met een medeleerling en heeft daarbij weinig sturing nodig 06

Zoekt en kiest een oplossing voor een (dreigend) conflict 08

Voert een oplossing uit bij (dreigende) conflicten 08

Bekijkt of de ruzie goed is opgelost of is voorkomen 08

Maakt onderscheid tussen wat iemand als grapje bedoelt of echt meent 08

Kent bepaalde eigenschappen en wensen van bekenden 08

Maakt onderscheid tussen de werkelijkheid en een verzonnen wereld 08

Maakt een grapje of heeft plezier met anderen 09

Doet een voorstel om samen iets te ondernemen 10

Overlegt met een ander 11

Zegt een afspraak tijdig af of verzet deze 11

Maakt afspraken over wie wat doet (in het huishouden) en houdt zich hieraan 11

Praat met iemand over iets dat ze samen hebben meegemaakt 11

Praat met een vertrouwd iemand over zijn seksuele gevoelens 11

Gedraagt zich in situaties waarin geen expliciete regels zijn genoemd 11

Spreekt een ander er op aan als deze zich niet aan de afspraak houdt zonder ruzie te maken 12

Praat met een vertrouwd iemand over zijn (positieve en negatieve) seksuele ervaringen 12

Maakt samen met een ander een plan 12



6 Omgaan met de taak

Vraagt op eigen initiatief hulp van de leerkracht 02

Gaat zorgvuldig met materiaal om 02

Deelt materiaal met een ander 04

Wacht op zijn beurt in een spelsituatie 04

Luistert en kijkt naar de uitleg van een opdracht 04

Voert een opdracht uit als dit wordt gevraagd 04

Doet wat de leerkracht hem persoonlijk of in een klein groepje vraagt 04

Ruimt zijn spullen netjes op na een werkje 04

Begint op tijd aan een taak 04

Begint zelfstandig aan een bekende taak 04

Maakt kenbaar dat hij hulp nodig heeft 04

Wacht uit zichzelf enkele minuten om hulp wanneer de leerkracht in gesprek is 05

Zet op eigen initiatief door wanneer een taak niet meteen lukt (probeert de taak nogmaals uit te voeren) 06

Wacht rustig totdat de leerkracht aangeeft dat hij aan de beurt is 06

Wacht met hulp vragen tot een geschikt moment 06

Maakt een taak af binnen de beschikbare tijd 08

Controleert zijn taak 08


Voert een taak zelfstandig uit met visuele ondersteuning bij de handelingen (picto’s of geschreven) 08

Voert op eigen initiatief een taak nogmaals uit 08

Luistert naar een voorstel of een idee van de ander 08

Vertelt wat een afspraak is 09

Houdt zich aan afspraken (Doet wat hij belooft, komt op tijd wanneer dit van toepassing is) 09

Is beleefd en toont respect voor gezaghebbende 09

Vertelt dat er meerdere manieren zijn om met dingen om te gaan/zaken aan te pakken 10

Maakt een afspraak 10

Reageert adequaat op een opdracht of correctie van een gezaghebbende 10

Vertelt wanneer regels gelden 11

Maakt bewust keuzes in vrijetijdsbesteding en in werk 12

7 Gesprek- en luistervaardigheden

Loopt niet weg als er tegen hem gesproken wordt 01

Imiteert geluiden of gebaren 01

Zit of staat een minuut stevig in een één-op-één-situatie 02

Spreekt duidelijk 02

Kijkt de ander aan als die spreekt 03

Ziet en begrijpt opvallende bewegingen bij simpele uitdrukkingen zoals ‘hallo’ en ‘lekker’ 04

Praat niet door het verhaal van een ander heen 04

Steekt zijn vinger in de lucht en wacht tot hij de beurt krijgt om antwoord te geven 04

Maakt contact met de ander en vraagt of hij iets mag vertellen 04

Brengt duidelijk onder woorden wat hij wil weten 04

Wacht een minuut tot de leerkracht vrij is om een vraag te stellen 05

Onthoudt een enkelvoudige boodschap en geeft deze door 05

Geeft een boodschap aan de juiste persoon door 05

Schat tijdens een kringgesprek in op welk moment hij kan antwoorden 06

Zegt “Ik weet het niet” wanneer hij een antwoord niet weet 06

Geeft aan wanneer er een onduidelijkheid is door een vraag uit te spreken 06

Schat in op welk moment hij een boodschap kan doorgeven 08

Stelt een vraag op het juiste moment tijdens een kringgesprek 08

Geeft adequaat aan dat hij iets wil vertellen en schat het moment in waar-op dit kan (tijdens een kringgesprek) 08

Kijkt de ander aan en laat de ander uitspreken tijdens een kringgesprek 08

Spreekt duidelijk tijdens het kringgesprek 08

Antwoordt op een vraag en laat op adequate wijze weten dat hij het antwoord weet 08

Bekijkt of de ruzie goed is opgelost of is voorkomen 08

Wijkt niet van het gespreksonderwerp af 10

Houdt de lijn van zijn verhaal vast 12



Leren leren: Werkhouding en aanpak gedrag

1. Taakaanpak
2. Reflectie op werk
3. Hulp vragen
4. Zelfstandig (door)werken
5. Samenwerken



1 Taakaanpak

Pakt een voorwerp in opdracht van de leerkracht 01

Zet een voorwerp terug in opdracht van de leerkracht 01

Volgt de betekenis op van een verwijzer na een aanwijzing van de leerkracht (voorwerp, picto, foto) 02

Zet een voorwerp terug op de juiste plek 02

Gaat zorgvuldig met materiaal om 03

Luistert en kijkt naar de uitleg van een werkopdracht 03

Wijst aan waar hij moet beginnen 03

Geeft aan dat hij klaar is met een taak (puzzel, werkblad) 03

Begint zelfstandig te werken aan een bekende taak 04

Begint direct na de uitleg met zijn taak 04

Herhaalt de opdracht die hem is gegeven (wat ga je nu doen?) 04

Pakt zijn spullen in opdracht van de leerkracht 05

Ruimt zijn spullen op de juiste plek op in opdracht van de leerkracht 05

Begint aan een taak pas na de gehele instructie van de leerkracht 05

Werkt van links naar rechts en van boven naar onder 05

Durft een onbekende taak te beginnen 05

Herhaalt een eenvoudig 3-stappenplan 05


Bedenkt welke spullen nodig zijn voor een taak en verzamelt deze 06

Kijkt hoe de leerkracht een taak aanpakt, en neemt deze aanpak over 06

Voert alle delen van een taak volgens een eenvoudig stappenplan uit (slaat niets over) 06

Maakt een korte opdracht af 06

Voert twee taken achter elkaar uit 07

Plant met hulp van de leerkracht, twee verschillende taken vanuit 1 vakgebied 07

Controleert na een verwijzer aan het einde van de taak of alles is uitgevoerd (of ingevuld) 07

Voert drie taken achter elkaar uit 08

Bedenkt en vertelt hoe hij de taak gaat aanpakken (maakt een eigen stappenplan) 08

Controleert aan het einde van de taak of alles is uitgevoerd (of ingevuld) 08

Controleert of zijn werk aan één vooraf gestelde concrete eis voldoet (aantal, grootte) 08

Plant met hulp van de leerkracht het eigen werk voor twee uur voor verschillende taken 09

Verzamelt en ruimt tussendoor spullen (op) voor meerdere taken 09

Controleert tijdens de taak of alles wordt uitgevoerd (of ingevuld) 09

Kiest uit twee manieren om een taak aan te pakken de beste manier 09

Kijkt hoe medeleerlingen de taak aan-pakken en neemt de strategie over 09

Verbetert de manier waarop hij een taak uitvoert nadat hem getoond of verteld is hoe dat moet 09

Plant met hulp van de leerkracht, het eigen werk voor een dagdeel voor verschillende taken (taal, techniek) 10

Maakt een eigen stappenplan over hoe hij een grote taak uitvoert 10

Zet aan de hand van een taakbeschrijving alle benodigde spullen voor de hele taak klaar


(recept, schoonmaakwerk) 10

Zoekt bij een fout naar een oorzaak (cake is mislukt, oven te hoog) 10

Controleert of zijn werk aan één vooraf gestelde kwaliteitseis voldoet (helemaal glad) 10

Stelt zichzelf een doel qua tijd van een bekende taak (hoeveel werk in een uur) 11

Houdt bij meerdere taken het overzicht van wat wanneer moet gebeuren (agenda, actielijstje) 11

Kijkt na een taak of hij alles goed heeft gedaan en herstelt fouten 11

Loopt naar begeleider toe voor nieuwe taak wanneer taak is afgerond 11

Controleert of zijn werk aan meerdere vooraf gestelde eisen voldoet 11

Geeft aan wat hij wel en niet verwacht te kunnen 11

Stelt zichzelf een doel qua tijd (hoeveel werk in een uur) 12

Stelt prioriteiten wanneer er meerdere dingen tegelijk moeten gebeuren 12

Bedenkt zelf hoe een echte werktaak moet worden voorbereid en uitgevoerd 12

Stelt zijn vooraf gemaakte stappenplan bij tijdens het werk 12

Vertrouwt zichzelf om alle onbekende taken na uitleg zelfstandig en met succes uit te voeren 12



2 Reflectie op werk

Vertelt aan de hand van een foto wat hij eerder heeft gedaan 04

Is trots op een taak die hij heeft afgerond 04

Geeft aan wat voor taak hij leuk vindt om te doen 05

Geeft aan wanneer een taak voor hem te moeilijk is 05

Geeft aan welke onderdelen van een taak hij leuk vond om te doen 06

Geeft aan wat hij kan en moeilijk vindt bij een bekende taak 06

Is betrokken bij het nabespreken van eigen werk 07

Zoekt een fout op als de leerkracht vraagt nog eens goed te kijken 07

Vertelt na afloop van een taak wat hij heeft gedaan 08

Beoordeelt achteraf met hulp van stappenplannen, alle deelstappen van de gemaakte taak 08

Beoordeelt de kwaliteit van de gemaakte taak (goed, bijna goed, niet goed) 08

Beoordeelt achteraf alle deelstappen van de gemaakte taak 09

Vertelt waarom de taken die hij uitvoert belangrijk zijn om te leren 09

Onderbouwt zijn mening over de kwaliteit van de gemaakte taak (goed, omdat) 09

Vertelt in een paar stappen hoe hij zijn taak heeft aangepakt 09

Reageert zonder boos te worden op kritiek op zijn werk 10

Kijkt naar en praat over overeenkomsten en verschillen tussen eigen en andermans werk 10

Vertelt wat er beter ging dan de vorige keer (stelt vorderingen bij zichzelf vast) 10

Vertelt waarom iets fout is gegaan 10

Achterhaalt verschillende oorzaken voor succes of falen 11

Beoordeelt de kwaliteit van zijn eigen werk schriftelijk (portfolio) 11

Vertelt of hij zijn eigen gehanteerde planning moet bijstellen of niet (sneller, beter) 12

3 Hulp vragen

Vraagt de leerkracht om hulp als hij niet verder kan 03


Vraagt hulp aan verschillende bekende volwassenen in een bekende omgeving (overblijfkracht,
andere leerkracht) 04

Hanteert de afgesproken regel om hulp te vragen (vinger opsteken, naar tafel van leerkracht lopen) 04

Wacht rustig enkele minuten op hulp wanneer de leerkracht heeft aangegeven dat hij zo komt 05

Wacht rustig totdat de leerkracht aangeeft dat hij aan de beurt is 05

Brengt duidelijk onder woorden wat hij wil weten 06

Wacht rustig enkele minuten om hulp te vragen wanneer de leerkracht in gesprek is 06

Vraagt een medeleerling om hulp als hij niet verder kan 07

Schat in wanneer iemand om hulp gevraagd kan worden en wanneer je moet wachten 07

Vraagt van te voren uitleg wanneer de taak niet duidelijk is 08

Geeft aan dat hij een uitleg niet begrijpt 08

Vraagt onbekende volwassenen om hulp in een bekende situatie 08

Vraagt onbekende volwassenen om hulp in een onbekende situatie 09

Geeft aan wat hij in een uitleg niet begrijpt 10

4 Zelfstandig (door)werken

Werkt 2 tot 3 minuten zelfstandig aan een taak 03

Beseft tijdens een taak dat hij een probleem heeft (blad is vol) 03

Zet door nadat hij een fout heeft gemaakt na aansporing van een volwassene 04

Maakt een bekende taak zelfstandig af (puzzel, kleurplaat) 04

Praat niet tijdens uitvoeren van een taak als dit hem gevraagd wordt 04

Werkt 5 minuten zelfstandig aan een taak 04

Maakt een korte, voorgestructureerde opdracht af zonder te stoppen 05

Werkt 10 minuten zelfstandig aan een bekende taak 05

Voert een bekende, steeds terugkerende taak zelfstandig uit 06

Vertelt in welke tijd een taak af moet zijn (kleurenklok, time-timer) 06

Maakt taken af die hij niet leuk vindt 06

Zoekt een oplossing of ander werk als hij vastloopt (wachtwerkje, stuk over slaan) 06

Maakt voorgestructureerde opdrachten zonder te stoppen af (alles ligt klaar) 07

Probeert de taak nog een keer wanneer deze de eerste keer niet lukt 07

Wil een taak afmaken tot het helemaal klaar is 07

Lost een klein materiaalprobleem op zonder anderen te storen (potlood, slijpen, achterkant van vel) 07

Werkt harder door om een taak af te krijgen als de leerkracht dit aangeeft 08

Maakt een langdurige opdracht af als daar af en toe aanwijzingen voor worden gegeven 08

Werkt een half uur zelfstandig aan een taak 08

Beoordeelt een oplossing die hij of een klasgenoot vindt op bruikbaarheid 08

Kiest een andere oplossing wanneer de gekozen manier niet werkt 09

Volgt een stappenplan (in picto’s of geschreven) om een grotere taak uit te voeren 09

Geeft aan op welk gebied een probleem zich voordeed en welke oplossing gekozen is (bij materiaal, taak of samenwerking) 09

Schakelt soepel wanneer een ander onverwacht zijn taak wijzigt 10

Voert nieuwe werkzaamheden uit zonder tegensputteren 10

Blijft vriendelijk als hij lang achter elkaar moet werken 10

Zet zich langere tijd in voor werk dat hij niet leuk vindt / dat niet lukt (houdt stage vol) 10

Kiest uit diverse oplossingen de beste 10

Houdt zelf de tijd in de gaten om op tijd het werk af te krijgen 11

Werkt netjes en / of snel afhankelijk van de eisen die aan de taakuitvoering gesteld worden 11

Slaat een deel van het werk over als ze niet verder kunnen en gaat vervolgens verder (indien mogelijk) 11

Kiest een andere oplossingsstrategie als de bedachte strategie niet werkt 11

Begint aan een volgende taak waarvan hij weet dat hij deze zelfstandig mag en kan doen 12



5 Samenwerken

Voert met een medeleerling een opdracht uit 06

Helpt uit eigen initiatief anderen bij het uitvoeren van een taak (even helpen tillen) 07

Werkt langere tijd samen met medeleerlingen bij het uitvoeren van een gezamenlijke opdracht 08

Accepteert dat hij een minder leuk deel van een grote groepsopdracht moet doen (tafels schoonmaken
bij het opruimen van de klas) 09

Voert zonder aansporing zijn deel van de taken uit bij het samenwerken met een medeleerling/collega 09

Maakt met medeleerlingen een taakverdeling en neemt hierbij ook minder leuke taken op zich 10

Doet aan een ander voor hoe de taak gedaan moet worden 10

Luistert naar een ervaren collega wanneer samen een taak moet worden uitgevoerd 11

Helpt uit zichzelf een ander die hulp nodig heeft bij het uitvoeren van een taak 11

Maakt afspraken over wie wat doet en houdt zich hier aan 12
Vertelt een collega waarmee hij samenwerkt dat deze een taak nog moet doen 12

Geeft aanwijzingen aan iemand die het niet goed doet 12



Omgaan met media

2. Televisie en video/DVD
4. Relevantie informatie zoeken en gebruiken
5. Alfabet gebruiken



2 Televisie en video / DVD

Zet de school tv aan en uit 02

Wisselt op de tv van kanaal (met of zonder afstandsbediening) 03

Zet een televisie harder of zachter 04

Herkent de verschillende zenders 05

Benoemt zijn favoriete dvd/video 05

Benoemt zijn favoriete tv-programma’s 06

Zet een video/dvd recorder aan en uit 07

Kiest één programma om naar te kijken 07

Zet een videoband/dvd aan en stopt deze weer met een afstandsbediening 08

Herkent de zendersymbolen op de tv en de tv-gids 08

Wisselt een videoband/dvd 09

Kent verschillen tussen programma’s (kinderprogramma’s en programmá voor volwassen) 09

Leert de kijkwijzersymbolen 10

Spoelt een videoband/dvd verder of terug 10

Neemt een programma op met de recordknop 11

Stelt de video in om een programma dat nog moet komen op te nemen (datum, tijd en net) 12

Drukt juiste cijfercombinaties in om pagina’s te wisselen op teletekst 12



4 Relevante informatie zoeken en gebruiken

Herkent logo’s van bekende bedrijven/merken (Mac Donalds, Albert Heijn) 03

Volgt de picto’s en signaalwoorden in de school 04

Herkent pijlen en veelvoorkomende logo’s (wc, uitgang) in openbare gelegenheden 05

Herkent wegwijsborden langs de weg en straatnaamborden in een straat 06

Zoekt in tijdschriften en kranten plaatjes voor een werkstuk of voor vrije tijd 07

Zoekt in folders de prijs op bij speelgoed/ artikelen die hij leuk vindt 07

Herkent een genoemde plaats- of straatnaam op een wegwijsbord 07

Leest in zijn agenda welke activiteiten er bij een datum staan 08

Zoekt een passende kaart uit bij een gebeurtenis (geboorte, beterschap, verjaardag) 08

Vindt in een simpele index (rond 10 woorden) een onderwerp 09

Bekijkt nieuwtjes op een favoriete internet- of krantenpagina (voetbalpagina, kinderpagina) 09

Maakt in de bibliotheek onderscheid tussen informatieve en strip/leesboeken 09

Leest een aangepast tijdschrift (TOF, Okee-krant) 09

Vindt een onderwerp in een uitgebreidere index (vanaf 10 woorden) 10

Zoekt voor een werkstuk of spreekbeurt in de bibliotheek informatie over een bepaald onderwerp 10

Zoekt in een tv-gids op wat voor programma’s er komen 11

Vindt de juiste pagina na het lezen van een inhoudsopgave 11

Zoekt via een vast ingestelde zoeksite meer informatie over een onderwerp 11

Zoekt informatie over een onderwerp door op een gegeven website links aan te klikken 11


Belt een informatienummer dat in de krant/ op een poster of op tv genoemd wordt 11

Leest in de krant voor hem interessante stukjes 11

Zoekt in een tv-gids op hoe laat een programma komt 12

Zoekt via zoeksites informatie voor een werkstuk of vrije tijd 12

Zoekt op de site van de spoorwegen op hoe laat treinen vertrekken 12

Zoekt op hoe laat de trein vertrekt in een treintijdentabel 12

Gebruikt teletekst om informatie op te zoeken (nieuws/ sportuitslagen) 12

Maakt onderscheid tussen een informerende en wervende folder (informatie over de wijk/ school of


een advertentie) 12

5 Alfabet gebruiken

Vertelt wat het alfabet is en dat de letters een vaste volgorde hebben 08

Weet bij opzoeken van een woord op alfabet dat de ‘a’ vooraan te vinden is en de ‘z’ achteraan 09

Weet bij opzoeken van een woord op alfabet ongeveer de plaats van de letters (zoekt de ‘b’ niet aan


het eind, de ‘m’ in het midden) 10

Zoekt bij de juiste beginletter bij het zoeken van een naam in een adressenboekje 11

Zoekt een woord op in het woordenboek als dat op de juiste pagina ligt opengeslagen 11

Zoekt gericht op alfabetische volgorde woorden op (telefoongids, bibliotheek, woordenboek) 12

Archiveert boeken of documenten op alfabetische volgorde 12

Communicatie (Nederlandse Taal)



Pre-verbale fase
Verbale fase



Pre-verbale fase: Interactiefuncties (hoe leg je contact met de ander)

kan reageren op het starten van een bekend spelletje 00

kan zonder woorden de aandacht op zichzelf vestigen 00

kan een geef- en neemspelletje spelen 00



Pre-verbale fase: Controlefuncties ( hoe druk je uit wat je wel/niet wilt)

kan zonder woorden iets weigeren / protesteren 00

kan zonder woorden om een activiteit vragen 00

kan zonder woorden om een voorwerp vragen 00



Pre-verbale fase: Expressiefuncties (hoe druk je je gevoelens uit)

kan zonder woorden uiting geven aan plezier of verrassing 00

kan zonder woorden ongenoegen uiten 00

kan een uitroep gebruiken om verbazing uit te drukken 00



Pre-verbale fase: Representatiefunctie (hoe geef je iets aan over de wereld om je heen)

kan zonder woorden de aandacht op iets vestigen 00

kan zonder woorden vragen waar iets is 00

kan zonder woorden informatie geven 00



Pre-verbale fase: Sociale routines (hoe geef je uitdrukking aan begroeting en afscheid)

kan zwaaien bij begroeting en afscheid 00



Pre-verbale fase: Wederkerigheid (hoe geef je uiting aan gedeelde aandacht)

kan op verzoek een voorwerp of persoon volgen 00

kan gebaren / gezichtsuitdrukkingen imiteren 00

luistert naar / herkent een bepaald geluid 00

kan een vertrouwde stem herkennen 00

kan verschillen in intonatie herkennen (boos, vriendelijk) 00

kan beurtnemen 00

Verbale fase: Interactiefuncties

kan iemand roepen of aanspreken 00

kan iets herhalen als je dat vraagt 00

kan aangeven dat hij/zij gehoord heeft dat je roept of aanspreekt 00


kan vragen om herhaling als er iets niet verstaan of begrepen is 00

Verbale fase: Controlefuncties

kan een niet-specifiek woord gebruiken als hij/zij iets wil, zonder te zeggen wat (deze, die etc) 00

kan een instemmende reactie geven op een vraag om een actie of voorwerp (mmm, ja, jaknikken, of met een Ondersteunend Communicatiemidden 'OC' etc) 00
kan iets met woorden weigeren (neeschudden, OC-middel, of nee zeggen) 00

kan aangeven dat hij/zij een opmerking over iets dat gebeuren moet, gehoord heeft


(ja, ok, mmm, jaknikken, OC-middel) 00

kan een specifiek woord gebruiken om te vragen naar een voorwerp of activiteit (open, koekje, drinken,


symbolische gebaren, visueel symbool) 00
kan iemand iets verbieden ('nee', nee-schudden en verbieden met OC-middel) 00

kan aangeven wat hij/zij van plan is te gaan doen ('poes', 'pannenkoek', 'buiten', symbolische gebaren


en visueel symbool) 00


Deel met je vrienden:
1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   14


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©tand.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina