Denkfouten In de derde opdracht van de interventie: ‘Hoe gedachten je gevoelens beïnvloeden’, ga je belemmerende gedachten omzetten naar steunende gedachten.



Dovnload 13.27 Kb.
Datum13.06.2018
Grootte13.27 Kb.

Denkfouten

In de derde opdracht van de interventie: ‘Hoe gedachten je gevoelens beïnvloeden’, ga je belemmerende gedachten omzetten naar steunende gedachten. Voordat je dit doet analyseer je eerst of de belemmerende gedachte een juiste of onjuiste gedachte is; m.a.w. bevat de belemmerende gedachte denkfouten of niet?


Om je te helpen denkfouten in kaart te brengen volgen hieronder een aantal veel gemaakte denkfouten.


  1. Zwart-wit denken
    Er zijn maar 2 mogelijkheden: iets is goed of iets is slecht. Je bent slim of je bent dom, je bent geslaagd of je bent mislukt. De werkelijkheid is natuurlijk veel genuanceerder en daarmee ook veel minder pijnlijk. Bijvoorbeeld: de studie Psychologie bestaat uit veel verschillende facetten: sociale psychologie, functieleer, cognitieve psychologie en statistiek. Statistiek vind je moeilijk en moet je vaak herkansen. Je denkt: “zie je wel, ik zal nooit mijn studie afmaken, ik kan er niks van, ik ben gewoon dom”. Maar het is natuurlijk nog niet zo dat je dom bent als je je tentamen (of zelfs diploma) niet haalt.

  2. Over-generaliseren
    Generaliseren doet iedereen, en is meestal een normale en nuttige manier van informatie verwerken. Je kunt hier echter ook in doorslaan. Als iets mislukt, en je concludeert dat je ‘ook nergens goed in bent’, ben je duidelijk aan het over-generaliseren. Gedachten met de woorden ‘altijd’ of ‘nooit’ zijn ook vaak over generalisaties (en/of vormen van zwart-witdenken).




  1. Gedachten lezen

Het is gezond en normaal om je geregeld in te leven in andere mensen. Wanneer je echter zeker meent te weten wat een ander denkt, doe je er goed aan je te realiseren dat je (zeer waarschijnlijk?) geen gedachten kunt lezen. Zeker wanneer je er snel vanuit gaat dat mensen negatief over je denken, of kritiek op je hebben, is het belangrijk je af te vragen of dit idee wel klopt. Uiteindelijk komen deze gedachten natuurlijk uit je eigen brein, en is het maar de vraag of de ander echt denkt wat jij denkt dat hij denkt!



  1. Onjuiste conclusies trekken
    Iets wordt als negatief geïnterpreteerd (negatieve conclusie), terwijl daarvoor geen bewijzen zijn. Bijvoorbeeld: Je loopt de collegezaal binnen en je ziet een bekende zitten. Deze bekende groet jou niet en is druk in gesprek met iemand anders. Je denkt: “Zie je wel, die persoon negeert mij, hij vindt mij niet aardig”.

  2. Toekomst voorspellen

Als je op basis van iets wat gebeurd is, zeker meent te weten wat er in de toekomst zal gebeuren, ben je aan het ‘toekomst voorspellen’. Voor jou mag het heel logisch lijken, dat je dag is verpest als je ’s ochtends nat bent geregend, of dat je je tentamen niet zal halen als je ziek bent in de dagen dat je had willen studeren – zeker weet je het nooit. En intussen bederft deze voorspelling je stemming, of geeft hij je stress.

  1. Moetens’
    Denken in termen van ‘moeten’ en ‘niet mogen’:” Mensen hebben nogal eens de neiging om wensen die ze hebben in hun hoofd om te zetten in absolute MOETENS. Je WILT bijvoorbeeld erg graag je tentamen halen, maar je formuleert het als "ik MOET het halen!". Of je wilt iets graag goed doen en je denkt: "Het MOET 100% goed gaan!" Je kunt jezelf met deze 'moetens' flink dwarsbomen. Dergelijke 'moetens' komen niet overeen met de werkelijkheid: jouw wil is (helaas?) geen wet. Bovendien geven deze 'moetens' een extra emotionele lading aan je wensen; je houdt er geen rekening mee dat sommige dingen niet gaan zoals jij dat graag zou willen. Deze manier van denken is te absoluut of rigide. Gevolgen: wanneer niet gebeurt wat zou Moeten gebeuren, ervaar je veel spanning.

  2. Rampdenken
    Sommige mensen zien, wanneer ze nadenken over toekomstige gebeurtenissen, veel 'beren op de weg'. Ze zien bijvoorbeeld allerlei (denkbeeldige) gevaren op zich af komen, en evalueren deze (mogelijke) gebeurtenissen ook nog buiten proporties: "Als ik mijn diploma niet haal, is dat een Ramp". Als je maar vaak genoeg tegen jezelf zegt dat sommige dingen die je zouden kunnen overkomen 'Absolute Rampen' zijn, ga je daar vanzelf in geloven. Terwijl ‘je diploma niet halen’ bijzonder vervelend zal zijn, je daar wellicht een behoorlijke tijd van onder de indruk zult zijn, maar meer dan dat is het niet! Na verloop van tijd leer je hoogstwaarschijnlijk je leven prettig in te richten, ook zonder diploma. Het niet halen van je diploma staat niet in verhouding tot een echte Ramp; die term reserveren we voor aardbevingen, oorlogen, en dergelijke.




  1. Iets persoonlijk aantrekken (personaliseren)
    Het zit in onze cultuur ingebakken (en niet alleen in de onze!): dat wanneer iemand geweldige dingen doet, hij of zij als persoon geweldig is. En omgekeerd: wanneer je minder fraaie dingen doet, ben je als persoon minder (bv.: Je hebt in het weekend wat onaardig gereageerd op een vriendin. En je denkt nu “ik ben onaardig”). Een dergelijke filosofie kan je behoorlijk in de weg zitten en veel spanning en minderwaardigheidsgevoelens creëren. Bovendien komt deze filosofie niet overeen met de werkelijkheid, het is een te eenvoudige manier van denken. Mensen ondernemen zoveel verschillende dingen, zitten zo complex in elkaar, dat het niemand recht doet om op basis van een aantal gedragsaspecten iemand als persoon te beoordelen. Je bent veel meer dan wat je (op dat moment) doet. Alleen gedrag kun je beoordelen, dat kun je proberen te veranderen. Verder doe je er goed aan, voor jezelf en voor anderen, om geen 'waardemeter' te hanteren.




  1. Perfectionisme

Ook deze manier van denken zal velen bekend voorkomen; met perfectionisme wordt hier het idee bedoeld, dat er een ‘juiste’ en ‘perfecte’ oplossing zou zijn voor ieder menselijk probleem, en dat het rampzalig is als je er niet in slaagt die te vinden. Onnodig te zeggen hoeveel stress deze manier van denken oplevert.


  1. Dubbele standaard

Ofwel meten met twee maten. Voor jezelf een andere standaard hanteren dan voor de rest van de wereld. Bijvoorbeeld menen, dat je mislukt bent als je een jaar langer over je studie doet, terwijl je dat van een ander niet zou vinden.


  1. Lage Frustratie Tolerantie (LFT)

Wanneer je last hebt van Lage Frustratie Tolerantie, zie je vaak op tegen dingen, en denk je dat veel dingen te moeilijk en te zwaar voor je zijn: "Hier kan ik niet tegen", "Het zou niet zo vervelend mogen zijn" of " Het is niet eerlijk dat dit mij moet overkomen". Dergelijke gedachten werken zondermeer verlammend. Wanneer je ervoor kiest om bepaalde doelen in je leven na te streven, zul je met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid ook tegenslagen moeten incasseren.


  1. Love junk

Met deze term wordt het idee bedoeld, dat iedereen(of in ieder geval iedere belangrijke persoon in onze omgeving) ons leuk moet vinden. Heel veel mensen hebben deze gedachte, maar in werkelijkheid is het natuurlijk een onhaalbare wens dat iedereen je leuk vindt. Zelf vind je ook niet iedereen leuk, en aan ieders (tegenstrijdige) eisen moeten voldoen laat weinig ruimte om zelf nog ‘iemand te zijn’.

Deel met je vrienden:


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©tand.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina