De invloed van ´vruchten´- en ijsthee op de pH en buffercapaciteit van speeksel



Dovnload 321.05 Kb.
Pagina2/2
Datum07.11.2017
Grootte321.05 Kb.
1   2



Inleiding

Op grond van alleen de smaak is niet te voorspellen of levensmiddelen en frisdranken een cariogene en/of erosieve werking op het gebit hebben. Een bekend voorbeeld zijn de zogenaamde ‘light’ dranken: deze dranken smaken weliswaar zoet, maar zijn niet cariogeen omdat de suikers vervangen zijn door (kunstmatige) zoetstoffen. Aan de andere kant zijn vrijwel alle frisdranken, inclusief de ‘light’ dranken, erosief (Van Nieuw Amerongen et al, 1999). Vanwege de maskerende effecten van de toegevoegde smaak- en zoetstoffen proeft men echter niet dat deze dranken zuur zijn. Ook het omgekeerde is waar: koolzuurhoudend bronwater smaakt duidelijk zuur, maar is nauwelijks erosief. Met andere woorden de smaak van een bepaalde drank of voedsel is geen betrouwbaar meetinstrument als het gaat om het bepalen van de cariogeniteit of erosiviteit van eten en drinken.


Alleen door chemische bepaling van de zuurgraad (dit is de maat voor de concentratie van het aanwezige zuur in een vloeistof) en de buffercapaciteit (dit is de capaciteit van een vloeistof om de pH binnen bepaalde grenzen te houden als een zure of basische stof wordt toegevoegd) kan worden beoordeeld of een drank potentieel erosief is. Veel frisdranken en vruchtensappen zijn potentieel erosief vanwege het hoge gehalte aan zuur in deze dranken, dat verantwoordelijk is voor de ontkalking van tandglazuur (Van Nieuw Amerongen, 1997; 1999; 2001). Het spreekt vanzelf dat suikervrije, pH-neutrale dranken met betrekking tot de gebitsgezondheid het beste zijn. Dranken die aan deze criteria voldoen zijn de gewone theesoorten, koffie en melk (Van Nieuw Amerongen et al, 2004). De laatste drank kan in het bijzonder worden aanbevolen vanwege het hoge calcium- en fosfaatgehalte en de hoge concentratie van een pH-neutrale buffer.
Suiker bevattende zuiveldranken, die soms ook nog aangezuurd zijn, verdienen minder de voorkeur. Hierbij moet worden opgemerkt dat een excessieve consumptie van zuiveldranken, in tegenstelling tot die van frisdranken, in de praktijk niet vaak voorkomt. De afgelopen jaren is een aantal nieuwe varianten op de aloude thee op de markt gebracht, onder andere kruidenthee, diverse soorten vruchtenthee en ijsthee. Van een aantal vruchtentheesoorten die vruchtenextract of stukjes vruchten bevatten, is inmiddels bekend dat zij zuur zijn en een erosief effect op de gebitselementen hebben (Phelan en Rees, 2003). Zwartebessenthee heeft bijvoorbeeld een pH van 3,45, frambozen- en aardbeienthee van 3,15.
Daarentegen zijn er nieuwe vruchtentheesoorten die op smaak zijn gebracht met allerlei aromatische toevoegingen, waarvan het erosieve karakter echter nog niet is bepaald. In dit artikel zullen de resultaten worden beschreven van een onderzoek naar de pH en bufferende werking van diverse theesoorten met een aromatische vruchtensmaak, vergeleken met die van ijsthee, zowel in vitroals in situ. De pH en buffercapaciteit van deze dranken worden vervolgens vergeleken met die van enkele frisdranken en zuiveldranken. IJsthee is onderzocht omdat deze drank als een theevariant wordt gepresenteerd, terwijl de samenstelling meer overeenkomt met die van een frisdrank.

Materiaal en methode

Bepaling van de pH en buffercapaciteit

De pH en buffercapaciteit werden bepaald van de volgende theesoorten, frisdranken en ontbijtdranken:

• Thee (Pickwick, Douwe Egberts): Engelse melange, Groene Ginseng, Earl Grey, Groene sinaasappelmunt, Citroen*, Kamille, Bosvruchten*, Zoethout, Aardbeien*, Sterrenmunt, Sinaasappel*, Citrusvruchten, Kaneel*, Mango-perzik, Rooibos original, Relax, Rooibos honing, Digest, Rooibos melisse, Linea, Groene original; (theesoorten aangeduid met * zitten in een zakje van 4 gram; de overige in zakjes van 1,5 of 2 gram).


• IJsthee (Pickwick, Douwe Egberts): Rooibos, Groene, Citroen
• Frisdranken: Cola light (Coca Cola), Up drank (7 up), Appelsap (Goudappeltje), Mineraalwater koolzuurhoudend (Spa).
• Ontbijtdranken: Zuivelontbijt (Goedemorgen) (Douwe Egberts), Fruitontbijt (Hero).

De thee werd in 3 minuten met 200 ml of 500 ml kokend water gezet, in 250 ml bekerglazen (2 g of 1,5 g thee) of in 500 ml erlenmeyers (4 g thee). De thee werd in een waterbad afgekoeld tot kamertemperatuur (20 °C) of tot drinktemperatuur (45 oC). De andere dranken (ijsthee, frisdrank, ontbijtdrank) zijn gemeten bij kamertemperatuur (20 °C) en koelkasttemperatuur (ongeveer 10 °C). Voor elk van de onderzochte dranken is bij beide temperaturen (warme óf koude drinktemperatuur én kamertemperatuur) de pH gemeten (voor beide temperaturen is apart thee gezet). Alle metingen werden in duplo uitgevoerd. Om na te gaan in hoeverre de temperatuur invloed heeft op de zuurgraad werd van een aantal theesoorten de pH bij verschillende temperaturen gemeten: van Engelse melange, Rooibos original, Groene thee original, Citrusvruchten en Mangoperzik. Aan de koude dranken die een pH hebben lager dan 5,5 werd aan 1 ml drank hoeveelheden van 100 µl 0,05 M NaOH toegevoegd totdat de pH hoger was dan 7,0, als demonstratie van de buffercapaciteit. Dit experiment werd in enkelvoud uitgevoerd bij kamertemperatuur.




Afb. 1. De pH van de verschillende dranken bij kamertemperatuur en gebruikstemperatuur.

Invloed op de pH van ongestimuleerd totaalspeeksel

Van de zure theesoorten is de invloed gemeten op de pH van de mondvloeistof, namelijk van Rooibos ijsthee, Groene ijsthee, Citroen ijsthee en ter vergelijking ook van de bijna neutrale Mango-perzikthee. Van 6 proefpersonen werd 10 ml ongestimuleerd totaalspeeksel verzameld (Van Nieuw Amerongen en Rietmeijer, 2002). Aan 1 ml totaalspeeksel werd 1, 2, 5 of 10 ml drank toegevoegd. Na elke toevoeging werd de pH gemeten bij kamertemperatuur. Deze in vitro-metingen werden in duplo verricht. Bij dezelfde 6 proefpersonen werd tevens het effect van de bovengenoemde dranken op de pH van totaalspeeksel in situgemeten. Daartoe werd de proefpersonen gevraagd direct voorafgaande aan het experiment het in de mond aanwezige speeksel door te slikken. Vervolgens werd de proefpersoon gevraagd de mond te spoelen met 5 ml drank gedurende 1 minuut. Direct daarna werd de proefpersoon gevraagd alle mondvloeistof (het speeksel vermengd met de spoeldrank) uit te spugen. De verzamelde mondvloeistof werd gewogen en de pH werd bepaald. Om een indruk te krijgen van het herstel van de pH van de mondvloeistof, werd 2 en 5 minuten na het uitspugen van de drank het dan in de mond aanwezige mondvloeistof uitgespuugd en de pH bepaald. De 6 proefpersonen spoelden hun mond met 4 dranken achter elkaar in een willekeurige volgorde. Tussen de verschillende dranken werd de mond gespoeld met water.





Resultaten

pH en buffercapaciteit

In tabel 1 staat de pH weergegeven van de verschillende geteste dranken. Zowel de ‘gewone’ theesoorten als de theesoorten met een


vruchtensmaak hebben een ‘neutrale’ pH, variërend van 6,16 (Mango-perzikthee) tot 7,38 (Kamillethee). Bij hogere temperaturen neemt de pH iets af, dat wil zeggen de zuurgraad van de geteste theesoorten neemt gering toe (tab. 2, afb. 1 en 2). Ter bepaling van de bufferende werking van een thee werd getitreerd met 0,05 M NaOH. Toevoeging van 100 µl 0,05 M NaOH aan een ‘gewone’ thee, of aan een thee met een vruchtensmaak verhoogt de pH direct tot boven de 7,0. Dit geeft aan dat zowel gewone thee als thee met een vruchtensmaak geen bufferende werking heeft. In tabel 1 wordt ook de pH-waarde van de ijstheesoorten en van de frisdranken gegeven. De pH varieert van 2,80 (Cola light) tot 4,01 (fruitontbijt).
De pH van de vruchtensappen neemt maar weinig toe na toevoegen van een 100 µl 0,05 M NaOH (afb. 3 en 4). Dit illustreert dat de vruchtensappen een sterke buffercapaciteit hebben. Toevoeging van NaOH leidt bij de Up-drank en de ijstheesoorten tot een iets grotere toename in de pH, hetgeen erop duidt dat de buffercapaciteit van deze dranken geringer is dan die van vruchtensappen. Cola light combineert een zeer lage pH (d.w.z. hoge zuurgraad) met een relatief lage bufferende werking. Dit hangt samen met het feit dat Cola een sterk anorganisch zuur bevat, fosforzuur, dat al in lage concentraties de pH sterk doet dalen, maar tevens door kleine hoeveelheden loog kan worden geneutraliseerd.
De overige dranken zijn op smaak gebracht met organische zuren, zoals citroenzuur. Dit zijn over het algemeen zwakke zuren, waarvan een hogere concentratie nodig is om een bepaalde zuurgraad te bereiken. Ter vergelijking is mineraalwater meegenomen, dat een lage pH heeft (3,92), maar nauwelijks enige bufferende werking heeft. In afbeelding 4 is geïllustreerd hoeveel NaOH nodig is om een zure dranken op pH 7,0 te brengen. Van de geteste dranken heeft zuivelontbijt, met een pH van bijna 4, voor neutralisatie de meeste NaOH nodig.


Afb. 2. De pH van verschillende soorten thee (‘o’ = originele, d.w.z. zonder smaaktoevoeging) bij verschillende temperaturen.


Afb. 3. De pH-verandering door toevoeging van steeds 100 µl 0,05 M NaOH aan 1 ml zure drank (dat wil zeggen een drank met pH < 5,5).

Invloed op de pH van totaalspeeksel


Van een aantal dranken werd nagegaan wat de invloed is op het verloop van de pH van het speeksel (Van Nieuw Amerongen en ietmeijer, 2002). In afbeelding 5 wordt de pH weergegeven wanneer in vitroaan 1 ml mondvloeistof van 6 personen 1, 2, 5 of 10 ml thee werd toegevoegd. Een hoeveelheid van 5 ml staat ongeveer gelijk met een kleine slok; 10 ml is een normale slok. Toevoeging van 1 ml van een ijstheesoort aan speeksel verlaagde de pH tot ongeveer 4,5; na toevoeging van 5 ml is deze nog verder gedaald tot pH 4. Menging met Mango-perzikthee, die gekozen werd omdat deze theesoort de laagste pH-waarde heeft van de geteste theesoorten waaraan een aromatische smaakstof was toegevoegd (pH 6,16), gaf een geringe verlaging tot pH 6,5. In afbeelding 6 wordt het verloop van de pH weergegeven wanneer gedurende 1 minuut de mond wordt gespoeld met 1, 2 of 5 ml thee (Van Nieuw Amerongen en Rietmeijer, 2002). Na spoeling met een ijsthee daalde de pH gedurende de eerste minuut tot beneden de pH 5, daarna herstelde de pH zich snel weer. Na 2 minuten was de pH van de mondvloeistof weer gestegen tot boven de pH 6,5. Spoelen met Mango-perzikthee heeft nauwelijks invloed op de pH.

Afb. 4. De pH van dranken met pH < 5,5 en de hoeveelheid natronloog (0,05 M NaOH) die moet worden toegevoegd om de pH van 1 ml van deze dranken te laten stijgen tot pH > 7,0.


Afb. 5. Gemiddelde pHwaarden van speeksel van 6 personen na toevoeging van 1, 2, 5 en 10 ml drank aan 1 ml totaalspeeksel in vitro. De zuurste van de geteste theesoorten met een vruchtensmaak (Mango-perziksmaak) en de 3 geteste ijstheesoorten zijn hiervoor gebruikt.


Afb. 6. Gemiddelde pH van mondvloeistof in situ van 6 personen 1, 2 en 5 minuten na spoelen met 5 ml van een bepaalde theesoort.

Discussie


De laatste tien jaar is binnen het tandheelkundig onderzoek veel aandacht geschonken aan het proces van tanderosie. In de Verenigde Staten werd tanderosie aanvankelijk samen met attritie en abrasie aangeduid met de algemene term ‘wear’ (tandslijtage). Daarom is tanderosie daar waarschijnlijk niet als separate entiteit aangeduid (Litonjua et al, 2003). Dit verklaart mogelijk waarom het aantal publicaties over tanderosie in de Verenigde Staten pas de laatste jaren toeneemt. In West-Europa is het verschijnsel van tanderosie al veel langer in de literatuur als zelfstandig fenomeen beschreven.
Onderzoek geeft aan dat in Europa de mate en ernst van tanderosie nog steeds lijkt toe te nemen. In Nederland is enkele jaren geleden epidemiologisch onderzoek verricht naar tanderosie bij 12- en 16-jarigen in Den Haag door Van Rijkom et al (2002). Bij slechts 2% van de 12-jarigen werd tanderosie geconstateerd, terwijl van de 16-jarigen 11% matige tot ernstige en 20% lichte vormen van tanderosie vertoonde. Uit vervolgonderzoek is gebleken dat de prevalentie nog steeds toeneemt (Van Rijkom, 2003). Aangenomen wordt dat het nog steeds stijgend gebruik van frisdranken en alcoholische mixdranken door de jeugd hiervan de oorzaak is (Van Nieuw Amerongen en Rietmeijer, 2002).
Andere oorzaken van tanderosie zijn het keuren en proeven van wijn, zure voeding, zure geneesmiddelen, eetstoornissen en maagaandoeningen (Van Nieuw Amerongen en Veerman, 1995; Wiktorsson et al, 1997; Van Nieuw Amerongen en Vissink, 2001; Young, 2003). Ook nieuwe ontwikkelingen in het gedrag van de consument, bijvoorbeeld de toenemende consumptie van alcoholische mixdranken en het gebruik van ijsthee als vervanger van frisdrank en thee kunnen bijdragen aan het ontstaan van tanderosie (Van Nieuw Amerongen en Rietmeijer, 2002). IJstheesoorten zijn allemaal zuur (pH < 4) en bevatten citroenzuur ter verfrissing (Behrendt et al, 2002). Ook is er een toename in de beschikbaarheid van het aantal theesoorten waaraan een smaak is toegevoegd, waaronder vruchtensmaak. Onlangs heeft Van Loveren (2002) onderzocht wat de pH is van een aantal theesoorten met een smaak. Hij vond eveneens dat theesoorten met een vruchtensmaak een pH in de neutrale range hebben.
Daarentegen hebben theesoorten met een vruchtenextract een pH < 4, zoals Lemon Zinger, Wild Berry Zinger en kruidenthee met appel en kaneel van Zonnatura. In het huidige onderzoek is nagegaan wat de invloed is van een aantal theesoorten, al of niet met een smaak, op de zuurgraad en de secretiesnelheid van totaalspeeksel in vergelijking met ijsthee, frisdrank en vruchtensap. Uit de resultaten blijkt dat theesoorten met een vruchtensmaak nagenoeg neutraal zijn.
Hieruit kan worden geconcludeerd dat deze theesoorten slechts vruchtenaroma bevatten en niet of nauwelijks vruchtenextracten. Zij hebben een neutrale pH, bezitten geen bufferende werking en verlagen daarom de pH van mondvloeistof nauwelijks. Hieruit valt af te leiden dat zij nauwelijks een erosieve werking op de gebitselementen zullen hebben. De ijstheesoorten zijn daarentegen sterk zuur (pH < 4) en hebben bovendien een hoge buffercapaciteit. De ijstheesoorten worden niet gemakkelijk geneutraliseerd door de buffersystemen in speeksel. Bij toevoeging van 5 ml ijsthee aan 1 ml totaalspeeksel daalt de pH tot ongeveer 4 (afb. 6). Dit is te vergelijken met de pH-daling bij toevoeging van cola of een alcoholische mixdrank aan speeksel (Van Nieuw Amerongen en Rietmeijer, 2002).
Uit dit onderzoek blijkt dat alle hier geteste smaaktheesoorten geen aanleiding geven tot het ontwikkelen van tanderosie. IJstheesoorten zijn daarentegen sterk zuur, hebben een hoge bufferende werking en verlagen de pH van mondvloeistof, ook in situ, sterk. Het is dan ook te verwachten dat zij een erosieve werking zullen uitoefenen op de gebitselementen. Vanuit tandheelkundig oogpunt kunnen de ijstheesoorten, in tegenstelling tot bijvoorbeeld de theesoorten met een vruchtensmaak en mineraalwater, niet als gebitsveilige vervangers van frisdrank of vruchtensappen worden gezien. Nieuwe ontwikkelingen op het gebied van frisdrank geven aan dat tanderosie kan worden gereduceerd door bijvoorbeeld verhoging van de pH of door toevoeging van extra calcium (Barbour et al, 2003; West et al, 2003). Hierdoor is in Engeland inmiddels een nieuwe ‘gebitsveilige’ zwartebessen frisdrank op de markt gebracht onder de naam Ribena®.















Literatuur


  • BARBOUR ME, PARKER DM, ALLEN GC, JANDT KD. Human enamel dissolution
    in citric acid as a function of pH in the range 2.30 ≤ pH ≤ 6.30 – a nanoindentation study. Eur J Oral Sci 2003; 111: 258-262.

  • BEHRENDT A, OBERSTE V, WETZEL WE. Fluoride concentration and pH of iced tea products. Caries Res 2002; 36: 405-410.

  • LITONJUA LA, ANDREANA S, BUSH PJ, COHEN RE. Tooth wear: attrition, erosion, and abrasion. Quintessence Int 2003; 34: 435-446.

  • LOVEREN C VAN. In: K. Gosselink. Thee soms net zo zuur als frisdrank.
    Gerichte voedingsvoorlichting als middel tegen tanderosie. Ned Tandartsenblad 2002; 57: 592-593.

  • NIEUW AMERONGEN A VAN. Tanderosie en abrasie. Ned Tandartsenblad
    1997; 52: 166-169.

  • NIEUW AMERONGEN A VAN. Tanderosie bij kinderen. In: Erosie bij de jeugd. ‘t Is zuur voor het glazuur. Houten: Bohn Stafleu Van Loghum, 1999.

  • NIEUW AMERONGEN A VAN. Tanderosie bij kinderen. In: Amerongen WE van, Berendsen WJH, Martens LC. Kindertandheelkunde 1. Houten: Bohn Stafleu Van Loghum, 2001.

  • NIEUW AMERONGEN A VAN, VISSINK A, VEERMAN ECI. Speeksel,  speekselklieren en Mondgezondheid. Houten: Bohn Stafleu Van Loghum,
    2004.

  • NIEUW AMERONGEN A VAN, BELD AW VAN DE, VEERMAN ECI. Speeksel en
    gebitselementen. Bussum: Coutinho, 1999.

  • NIEUW AMERONGEN A VAN, RIETMEIJER AGM. Tanderosie en ‘alcopops’:
    de alcoholische mixdranken. Ned Tijdschr Tandheelkd 2002; 109: 264-266.

  • NIEUW AMERONGEN A VAN, VEERMAN ECI. Tanderosie en voeding. Ned
    Tijdschr Tandheelkd 1995; 102: 443-445.

  • NIEUW AMERONGEN A VAN, VISSINK A. Orale gevolgen van anorexia nervosa, boulimia nervosa en andere eetstoornissen. Ned Tijdschr Tandheelkd 2001; 108: 242-247.

  • PHELAN J, REES J. The erosive potential of some herbal teas. J Dent 2003; 31: 241-246.

  • RIJKOM HM VAN, TRUIN GJ, FRENCKEN JEFM, ET AL. Prevalence, distribution
    and background variables of smooth-bordered tooth wear in teenagers in The Hague. Caries Res 2002; 36: 147-154.

  • RIJKOM HM VAN. Persoonlijke mededeling, 2003.

  • WEST NX, HUGHES JA, PARKER DM, MOOHAN M, ADDY M. Development
    of low erosive carbonated fruit drinks 2. Evaluation of an experimental
    carbonated blackcurrant drink compared to a conventional carbonated drink. J Dent 2003; 31: 361-365.

  • WIKTORSSON AM, ZIMMERMAN M, ANGMAR-MANSSON B. Erosive tooth wear: prevalence and severity in Swedish winetasters. Eur J Oral Sci 1997; 105: 544-550.

  • YOUNG WG. The oral medicine of tooth wear. Aust Dent J 2001; 46: 236-250.



Stercollectie Scheikunde | Chemie van de mond v456 | Invloed van thee op pH van speeksel




Deel met je vrienden:
1   2


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©tand.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina