De huisapotheek



Dovnload 92.67 Kb.
Datum14.05.2018
Grootte92.67 Kb.

De huisapotheek
Waarom is een huisapotheek nuttig?

……………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………


Waar plaats je best je huisapotheek?

……………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………


Waar deponeren we vervallen geneesmiddelen?

……………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………


Wat zou er in een huisapotheek moeten zitten?
Zoek via internet

  • Wat er in een huisapotheek moet zitten

  • Waar je deze best bewaard

  • Hoe je de medicijnen moet bewaren

  • Welke telefoonnummers je bij je apotheek best bewaard

……………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………

…………………………………………………………………………………………………

…………………………………………………………………………………………………

…………………………………………………………………………………………………

…………………………………………………………………………………………………

…………………………………………………………………………………………………

…………………………………………………………………………………………………

…………………………………………………………………………………………………

…………………………………………………………………………………………………


Extra oefening: stel je eigen reisapotheek samen. Wat neem je best mee op vakantie?


De bijsluiter
Je hebt geen zin om de hele bijsluiter te lezen. Hoe ga je te werk?


  • Waarvoor dient dit medicijn?

  • Hoe moet je dit medicijn innemen? Hoeveel per dag?

  • Wat moet je doen bij inname van te grote hoeveelheden?

  • Mag je dit medicijn innemen als je bv. astma hebt?

  • Wat gebeurt er als je alcohol drinkt na inname van het medicijn?

  • Mag je met de auto rijden?

  • Wanneer vervalt dit medicijn?

…………………………………………………………………………………………………

…………………………………………………………………………………………………

…………………………………………………………………………………………………

…………………………………………………………………………………………………

…………………………………………………………………………………………………

…………………………………………………………………………………………………

…………………………………………………………………………………………………



…………………………………………………………………………………………………
Het rode kruis


Zoek op het internet:

  • Wat doet het rode kruis?

  • Werken zij vrijwillig of moet je hen betalen?

  • Hoe is het rode kruis ontstaan?

…………………………………………………………………………………………………

…………………………………………………………………………………………………

…………………………………………………………………………………………………

…………………………………………………………………………………………………

…………………………………………………………………………………………………

…………………………………………………………………………………………………

Met welke letsels kan je geconfronteerd worden op school of op de werkplaats?

…………………………………………………………………………………………………

…………………………………………………………………………………………………

…………………………………………………………………………………………………

…………………………………………………………………………………………………


Is er een veiligheidsreglement in de klas of op de werkplaats?

Wat staat hierop? Is het verplicht?

…………………………………………………………………………………………………

…………………………………………………………………………………………………


Woordverklaring
Zoek volgende woorden op in een woordenboek?
Antigifcentrum:

……………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………


Bijsluiter:

……………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………


Risico:

……………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………


Obstipatie:

……………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………


Diarree:

……………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………


Allergisch:

……………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………


Steriel:

……………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………


Doorligwonde:

……………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………


Zwachtel:

……………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………


Hoe ga ik om met gezondheidsklachten?








Wachten tot het overgaat

Zelf een geneesmiddel nemen

Naar de dokter gaan

Iets anders doen

hoofdpijn

Één dag of minder
















Meerdere dagen













Diarree

Één dag of minder
















Meerdere dagen













Keelpijn

Één dag of minder
















Meerdere dagen













Koorts

Één dag of minder
















Meerdere dagen













Lusteloosheid

Één dag of minder
















Meerdere dagen













Verkoudheid

Één dag of minder
















Meerdere dagen













Slapeloosheid

Één dag of minder
















Meerdere dagen













Misselijkheid

Één dag of minder
















Meerdere dagen













Vermoeidheid

Één dag of minder
















Meerdere dagen













hoesten

Één dag of minder
















Meerdere dagen













Antwoordt u overwegend:




  • wachten tot het over gaat: dit is goed, maar als gezondheidsklachten meerdere dagen aanhouden of verergeren is het aangewezen een arts te consulteren.

  • Zelf een geneesmiddel nemen: dit is niet altijd ongevaarlijk. Lees aandachtig de bijsluiter en vraag bij de minste twijfel raad aan uw arts of apotheker. Ga ook na of er geen andere manier is om uw kwaal te verhelpen.

  • De arts raadplegen:het is niet nodig om voor elke kleine kwaal een arts te raadplegen. Als een klacht meerdere dagen aanhoudt is dit wel aangewezen.

  • Iets anders doen: het is een goede reflex om in eerste instantie te zoeken naar een andere oplossing. Als de klachten na enkele dagen niet verdwijnen raadpleeg een arts.

Bent u mondig als patiënt?
In dagbladen en tijdschriften, op radio en televisie komt u steeds meer reclame voor medicatie tegen. Geneesmiddelen worden vaak als wondermiddelen voorgesteld die u onmiddellijk van uw klacht afhelpen. Wat de oorzaak kan zijn van die kwaal of de nadelige gevolgen en risico’s van het product komt niet aan de orde. In veel gevallen kunt u de veelbelovende verhalen over geneesmiddelen best wantrouwen.
De arts en de apotheker zijn de belangrijkste bron van informatie over geneesmiddelengebruik. U als patiënt bent de hoofdrolspeler. U kunt uw gezondheidsproblemen duidelijk formuleren, u kunt de juiste vragen stellen en uitleg vragen tot u het antwoord begrijpt. U kunt dus mondig zijn. Maar bent u wel een mondige patiënt?

Test uzelf!


1.u bent op consultatie bij uw huisarts. Hij zegt dat u een bijkomend onderzoek moet laten doen want dat u een maagulcus zou kunnen hebben. U begrijpt dit niet. Wat doet u?


    1. u zegt: “Ik begrijp dit niet. Kunt u dat uitleggen?”

    2. U knikt en denkt: Wat het betekent interesseert me niet, als hij het probleem maar kan oplossen.

    3. U vraagt of een ulcus ernstig is en of u er zelf iets aan kunt doen.


2. Als diabetespatiënt gebruikt u al lang dezelfde insuline. U gaat regelmatig op controle bij uw huisarts en krijgt dan een nieuw voorschrift. Op zeker moment krijgt u bij de apotheker een ander doosje dan gebruikelijk. Wat doet u?
a. U denkt: mijn huisarts schreef het voor dus is het wel goed

b. U leest in de apotheek de bijsluiter en kijkt of in dit middel dezelfde werkbare stof zit als in uw vroeger geneesmiddel. Wanneer u ziet dat het klopt bent u gerustgesteld.



c. U vraagt aan de apotheker of dit dezelfde insuline is die u vroeger heeft meegekregen. Bij twijfel vraagt u om contact op te nemen met uw huisarts.
3. U komt thuis met een nieuw geneesmiddel. U leest de bijsluiter en schrikt van de enorme lijst met bijwerkingen die vermeld staan. Wat doet u?


  1. U belt uw huisarts en zegt dat hij u wel eens had mogen inlichten over de grote hoeveelheid bijwerkingen.

  2. U belt uw huisarts en vraagt hoe groot de kans is dat u al die bijwerkingen krijgt.

  3. U denkt: morgen ga ik naar het containerpark en gooi ik al die rommel weg.


4. U bent al een jaar niet bij uw huisarts geweest. Maar nu heeft u al enkele dagen last van keelpijn. U gaat op raadpleging. U heeft verschillende vragen te stellen. Als u weer buiten komt beseft u dat u helemaal niets gevraagd heeft. Met een voorschrift voor keelpijn gaat u naar de apotheek en u denkt dat het wel in orde zal komen. Herkent u dit?


  1. Ja, helemaal.

  2. Gedeeltelijk. Ik vergeet wel eens iets te vragen.

  3. Nee, ik vraag altijd alles wat ik me heb voorgenomen.



5. U heeft al een tijdje last van diarree. U heeft bij de apotheker een geneesmiddel gekocht. Toen dit na een paar dagen niet hielp heeft u een homeopathisch middel gekocht. Maar uw toestand verbetert niet. Dus gaat u toch maar naar de dokter. Uw dokter is geen voorstander van homeopathie. Wat doet u?


  1. U zegt niets over alle middelen die u op eigen houtje heeft gebruikt. U vertelt alleen wat uw probleem precies is.

  2. U zegt dat u al van alles geprobeerd hebt ( ook een geneesmidden en een homeopathisch middel) maar dat niets u hielp

  3. U meldt uw klachten en zegt dat u reeds een geneesmiddel gebruikt heeft, maar u vertelt niets over de homeopathie.


6. De laatste tijd stond u onder hoge stres. Omdat u daardoor zeer gespannen was heeft u van uw dokter een voorschrift voor een kalmeermiddel gekregen. Dat heeft u goed geholpen. Nu is het op, maar toch vindt u het fijn zo relaxed te zijn. Wat doet u?


  1. U stopt met de medicatie en denkt: als ik nog eens last heb van stress dan haal ik wel een nieuw voorschrift.

  2. U maakt een afspraak met uw arts en vraagt of het nog zinnig is om langer kalmeermiddelen te gebruiken en of hij alternatieven kent.

  3. U belt uw huisarts en vraagt een herhaalvoorschrift



7.Voor uw bronchitis heeft u een antibiotica- kuur gekregen. Tot uw schrik leest u in de bijsluiter dat dit de werking van de anticonceptiepil die u neemt kan beïnvloeden. Wat doet u?


  1. U maakt de antibiotica-kuur af en gebruikt bijkomende contraceptiva

  2. U stopt met de kuur. De bronchitis zal vanzelf wel overgaan.

  3. U neemt contact op met de huisarts en bespreekt uw bekommernis met hem.

8. U haalt een geneesmiddel op in de apotheek. Het etiket is onduidelijk te lezen. U heeft ook niets begrepen van wat de apotheker u vertelde.




  1. U vraagt dat de apotheker het etiket opnieuw schrijft.

  2. U denkt dat u de juiste aanwijzingen over gebruik wel op de bijsluiter kan lezen.

  3. Thuis belt u uw arts op om te klagen over uw apotheek.


Punten op de test:

Vraag 1

1=10 punten

2=0 punten

3=5 punten

Vraag 2

1=0 punten

2=5 punten

3=10 punten

Vraag 3

1=5 punten

2=10 punten

3=0 punten

Vraag 4

1=0 punten

2=5 punten

3=10 punten

Vraag 5

1=0 punten

2=10 punten

3=5 punten

Vraag 6

1=5 punten

2=10 punten

3=0 punten

Vraag 7

1=5 punten

2=0 punten

3=10 punten

Vraag 8

1=10 punten

2=5 punten

3=0 punten


Zo interpreteert u uw puntentotaal:
0-30 punten
Waarom vraagt u niet gewon wat u niet begrijpt? Geneesmiddelen werken alleen goed als ze op de juiste manier worden gebruikt. Een goed contact tussen huisarts, apotheker en uzelf is daarvoor heel belangrijk. Dat begint bij een goed gesprek, maar dan moet u er wel voor openstaan. Probeer in de toekomst uw vragen op te schrijven voordat u naar de huisarts of de apotheek gaat. Neem ook de tijd en laat u niet opjagen. Lees in de apotheek rustig het etiket en kijk of alles klopt en of u alles begrijpt. Vraag bij de huisarts of het geneesmiddel noodzakelijk is en of er alternatieven zijn.
30-60 punten
U weet wat uw rechten zijn, maar u maakt er niet genoeg gebruik van. Durft u niet altijd uw vragen te stellen aan uw arts of apotheker? U heeft recht op informatie en u moet instemming geven met de behandeling die uw huisarts voorstelt. Instemming kunt u alleen geven als u goed op de hoogte bent van de gevolgen van de behandeling. Een arts kan alleen een effectieve behandeling voorstellen als u alle noodzakelijke informatie kent. Bij 0-30 vindt u wellicht tips die u kunt benutten.
60-80 punten
U bent een mondige patiënt. U begrijpt hoe belangrijk het is om open te praten met uw arts of apotheker. Zij zijn immers de deskundigen bij uitstek in uw persoonlijke situatie. Het geven van voorlichting over uw geneesmiddelen is een belangrijk onderdeel van hun werk. En u weet hoe u daar gebruik van kunt maken. Lees nog eens de antwoorden door waar u maar 0 of 5 punten heeft op gescoord en bedenk hoe u in de toekomst ook hier 10 punten van kunt maken. Stimuleer mensen in uw omgeving om gebruik te maken van hun mondigheid. Soms is dat lastig, maar met uw mondigheid kunt u zeker anderen overhalen om de informatie te vragen die nodig is om bewust en zorgvuldig met geneesmiddelen om te gaan.stellen als u alle noodzakelijke oi behandeling. ar
Rechten en plichten van de patiënt
Welke rechten heeft een patiënt?

Als patiënt heeft u een aantal belangrijke rechten die door de hulpverlener moeten worden gerespecteerd:



  • het recht op toestemming: voor ernstige onderzoeken of behandelingen moet u uw toestemming geven.

  • het recht op informatie: de arts moet zijn diagnose in een begrijpbare taal meedelen en informatie geven over onderzoek, behandeling, alternatieve behandelingen, …

  • het recht op inzage in uw medisch dossier: u kan gegevens uit uw dossier opvragen

  • het recht op geheimhouding: uw arts mag geen gegevens doorgeven aan derden

  • het recht op privacy: gesprekken met uw arts mogen niet hoorbaar zijn voor derden

  • het recht om zelf te beslissen of u akkoord gaat met een behandeling of een onderzoek (het zogenaamde ‘toestemmingsvereiste’)

  • het recht op schadevergoeding: bij een fout mag je klacht indienen tegen de hulpverlener

Welke plichten heeft een patiënt? 

  • Als patiënt moet u eerlijke en duidelijke informatie geven over uw gezondheidstoestand, zodat uw hulpverlener een goede diagnose kan stellen en een deskundige behandeling kan geven.

  • Ook wordt van u verwacht dat u actief meewerkt aan uw behandeling: binnen redelijke grenzen dient u de adviezen die u krijgt op te volgen, wat bijvoorbeeld inhoudt dat u voorgeschreven medicijnen trouw gebruikt.

  • Ten slotte heeft u de verplichting om het ziekenhuis (via uw ziektekostenverzekeraar) te betalen voor de geleverde zorg. De tarieven die het ziekenhuis in rekening brengt, zijn landelijk vastgesteld.


Deel met je vrienden:


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©tand.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina