De Bijbel Open 013 (19-01)



Dovnload 12.57 Kb.
Datum31.01.2018
Grootte12.57 Kb.


De Bijbel Open 2013 3 (19-01)

We bespreken vandaag een vraag die misschien ook bij u wel eens opgekomen is. Het gaat over de zalving van Saul en van David tot koning over Israel. Ze worden allebei door Samuel gezalfd met zalfolie. Maar er is een verschil. Saul wordt met olie uit een kruik gezalfd en David met olie uit een hoorn. Een kruik is breekbaar, maar een hoorn niet. De vraag die ik kreeg is of dat iets over het koningschap van beiden zegt. Het koningschap van Saul breekt al heel gauw af, maar het koningschap van David niet. Graag ga ik vanmorgen op die vraag in. Ik kan nu al zeggen dat we het dan vooral zullen hebben over de hoorn en niet over de kruik. De hoorn heeft namelijk in de bijbel een belangrijke symbolische betekenis. Dat kun je van de kruik niet zeggen.

We kijken eerst naar de zalving van Saul, de eerste koning van Israel. Daarover lezen we in 1 Samuel 10. Die zalving vindt onverwacht plaats. Dat heeft te maken met de bijzondere omstandigheden waarin die zalving gebeurt. Saul is met een knecht van zijn vader op zoek naar ezelinnen die weggelopen zijn. Ze komen bij de ziener of profeet Samuel terecht, die hen vertelt dat de ezelinnen gevonden zijn. De volgende morgen neemt Samuel Saul apart en hij zalft hem in het verborgen tot koning over Israel. Hij haalt een kruik of een fles met zalfolie te voorschijn en giet die leeg over het hoofd van Saul.

Tot zover in het kort over Saul. Nu naar David. Zijn zalving wordt beschreven in 1 Samuel 16. U kent de geschiedenis waarschijnlijk wel. Samuel krijgt opnieuw een opdracht. Deze keer om naar Bethlehem te gaan, naar het gezin van Isai. Daar zit hij met het gezin aan bij een offermaaltijd. Op een gegeven moment gaat hij een van de zonen van Isai tot koning zalven. Niet de grootste en de aanzienlijkste, maar de kleinste, David, die er helemaal niet voor in aanmerking komt. Als David wordt opgehaald uit het veld en als hij voor Samuel staat, zegt God tegen hem: deze is het. Dan neemt Samuel een hoorn met zalfolie en giet die leeg over het hoofd van David. Tot zover de zalving van David.

We kijken nu eerst naar de overeenkomst tussen beide. Ze worden beiden gezalfd met zalfolie, zoals dat ook met priesters en profeten gebeurt in Israel. Die zalfolie verspreidt een lekkere geur en is een symbool van de gave van de Heilige Geest. Door die gave worden Saul en David bekwaam gemaakt om het ambt van koning uit te oefenen. We lezen dan ook bij beiden, zowel Saul als David, dat ze vervuld worden met de Heilige Geest. Saul gaat profeteren door de Geest van God en de Geest van God wordt vaardig over David staat er, van nu en voortaan, lezen we er nog bij.

Maar nu het verschil. Saul wordt met olie uit een kruik of een fles gezalfd en David met olie uit een hoorn. Moet je dit inderdaad zo uitleggen dat de kruik of de fles een profetie is van de breekbaarheid van het koningschap van Saul en dat de hoorn een profetie is van de onbreekbaarheid van het koningschap van David. Ik denk zelf dat we de geschiedenis overvragen als we dit verschil zo uitleggen. We krijgen niet de indruk dat Samuel geweten heeft dat Saul maar zo kort zou regeren en David zo lang. En dat hij daarom de ene keer een kruik en de andere keer een hoor neemt. Ook is er geen aanleiding voor om te denken dat wanneer iemand met zalfolie uit een kruik of een fles gezalfd wordt, hij is dan minder is dan wanneer iemand met een hoorn gezalfd wordt. Naar we aannemen werden priesters, zoals Aaron en profeten, zoals Elisa, ook gezalfd met olie in een kruik of fles. We krijgen dan niet de indruk dat daardoor iets breekbaars van hun priesterschap wordt afgebeeld. Hoogstens kunnen we achteraf zeggen, met de kennis van nu, dat het opvallend is dat Saul met olie uit een breekbare kruik wordt gezalfd en David met olie uit een onbreekbare hoorn. Zoals dat ook met zijn zoon Salomo is gebeurd.

En dat brengt me bij een ander aspect van de zalving en dat is de betekenis niet van de kruik of het verschil tussen kruik en hoorn, maar de symboliek van de hoorn als zodanig. Het gaat hier om een hoorn van een ram of een stier. Zo’n hoorn werd in Israel voor verschillende doelen gebruikt. Bijvoorbeeld om er als op een muziekinstrument mee te blazen, zoals dat met de ramshoorn gebeurt. Maar hier gaat het om het bewaren van zalfolie in een hoorn. Omdat zo’n hoorn van zulk sterk en hecht materiaal bestaat, leent hij zich daar uitstekend voor. Die hoorn, ja daar hechtte men in Israel toch wel een bijzondere betekenis aan. Die is het beeld van kracht en van macht. In de visioenen van Daniel komen bijvoorbeeld dieren voor met hoornen. Beeld van hun macht. Vandaar de gedachte van onbreekbaarheid. We vinden daar allerlei mooie voorbeelden van in de Bijbel. Ik noem er enkele. Moeder Hanna zingt in 1 Samuel 2: mijn hoorn is opgeheven in de Here. In hetzelfde lied klinkt het over de Here, dat Hij de hoorn van zijn gezalfde zal opheffen. Ook in de psalmen komen we het beeld van de hoorn verschillende keren tegen. In Psalm 75 staat negatief, dat alle hoornen van de goddelozen afgebroken worden en positief dat de hoornen van de rechtvaardigen omhoog geheven worden. En in Psalm 92 zegt de dichter tegen de Here: U zult mijn hoorn opheffen. Ik ben met verse zalfolie overgoten. En in Psalm 89: Door uw welbehagen zal onze hoorn opgeheven worden.

Wat me opvalt is dat het beeld van de hoorn vooral met het koningschap van David verbonden wordt. Dan gaat het er om dat God zelf door middel van David regeert. Gods regering zelf wordt dan bezongen als onverbrekelijk. Heel mooi vinden we dat in Psalm 132, waar staat dat God zegt: Daar zal Ik voor David een hoorn doen opkomen. Die verbinding van de hoorn met het koningschap van David krijgt nog een bijzondere toespitsing. Namelijk in de lijn naar de Messias. De naam Messias betekent immers ‘gezalfde’. De zalving van David krijgt daardoor een messiaanse profetie en glans. De Messias zal op de troon van David zitten. Zo lezen we het in de aankondiging van de geboorte van Jezus door de engel Gabriel aan Maria in Lukas 1. Uiteindelijk gaat het in de hoorn van David om de hoorn van de Messias, van Jezus, om zijn koningschap, dat onbreekbaar is. Heel bijzonder horen we Zacharias daarvan zingen in zijn lofzang na de geboorte van Johannes in Luk. 1: 69: En Hij heeft een hoorn van zaligheid voor ons opgericht in het huis van David, zijn Knecht. Jezus is de ware Koning op Davids troon, die ver boven aardse machten uit rijst. Hij is de Koning der koningen. Hanna zingt daarvan profetisch in haar lied in 1 Sam. 2. En als de Hanna van het NT zingt Maria daar ook van als zij zegt: Hij heeft machtigen van de troon gestoten en nederigen heeft Hij verhoogd. Dan gaat het om diezelfde gedachte, de onbreekbare macht van Koning Jezus, de Messias, op de troon van David.



Maar dan zijn we er nog niet. Er is nog meer te zeggen over deze Davidische Koning, de Messias Jezus. Hij heeft alle macht in hemel en op aarde. De vraag is dan op welke manier Hij die macht heeft en die macht uitoefent. Dan openen we de bijbel bij Openbaring 5. Daar lezen we van Koning Jezus als het Lam dat staat als geslacht en dat dat Lam zeven horens heeft. Zeven horens, dat is een volheid van macht. Zo machtig is Koning Jezus. Maar tegelijk wordt gezegd dat Hij daar staat als een Lam dat geslacht is. Dat is toch wel een wonderlijke verbinding. Zevens horens en een Lam als geslacht. En dat geeft nu precies aan op welke wijze Jezus Koning is en alle macht heeft. Een lam is het beeld van het kwetsbare en als er dan ook nog staat dat het lam daar staat als geslacht, dan is het helemaal een beeld van het zwakke. Daarmee wordt precies de aard van Jezus koningschap uitgebeeld. Hoe is Hij de onbreekbare Koning? Door zijn breekbaarheid, door zijn lijden en sterven. Daarin is Hij de gans Andere Koning. Totaal anders dan aardse machthebbers. Wilt u zijn macht zien, dan moet u naar het kruis. Daar waar zijn lichaam wordt gebroken en zijn bloed wordt vergoten, daar ziet u de onbreekbaarheid van zijn koningschap, zijn hoorn om zo te zeggen. Je kunt het ook anders zeggen. Jezus als de koning uit het huis van David is tegelijk de priester. Hij is als Melchizedek, uit de oude geschiedenis van Abraham, die ook koning en priester tegelijk was. Zijn macht is de macht die machtelozen helpt. Ten koste van zichzelf. Deze machtige koning offert zichzelf op voor anderen. Zijn kracht is de kracht van de verzoening van de zonden. Ik zie ineens ook een lijn oplichten naar de vier horens aan het brandofferaltaar in de tempel. U weet wel die horens aan de hoeken, waaraan iemand die schuldig was, zich mocht vastklampen om verzoening te vinden voor zijn zonden. Die horens wijzen ook al op de bijzondere kracht, de kracht van het bloed van het offerdier dat geslacht wordt, als een heenwijzing naar de kracht van het kruis van Jezus. Zijn kracht is daarmee reddende kracht. Te typeren als draagkracht. En wat heeft Hij een draagkracht. Hij draagt zelfs de zonden van de wereld weg. Het is de kracht van Gods liefde voor verloren mensen. Dat is het bijzondere van de hoorn, de messiaanse hoorn van Jezus. En dat de hoorn van het Lam uiteindelijk de overwinning behaalt zien we op Pasen. Dan staat de Koning op uit het graf en overwint de macht van de duivel en zelfs van de dood. Dan zien we ook dat we ons niet moeten verkijken op de zwakheid van het kruis. Die zwakheid is precies de sterkste hoorn die er bestaat.

Ooit werd David gezalfd met olie uit een hoorn. Nu we gezien hebben dat daarmee het koningschap van Jezus wordt uitgebeeld, begrijpen we pas hoeveel betekenis die hoorn heeft, die Samuel neemt om David te zalven. Het koningschap van Saul is maar kort. Dat van David is lang, maar ook daar komt een eind aan. Maar aan het koningschap van Jezus, zal geen einde komen? Hoe zingen we dat ook al weer in Psalm 132? Maar eeuwig bloeit de gloriekroon op ’t hoofd van Davids grote Zoon.

Deel met je vrienden:


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©tand.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina