De Basisberoepscode voor psychomotorisch therapeuten



Dovnload 21.75 Kb.
Datum30.04.2018
Grootte21.75 Kb.

Beroepscode
Steeds meer professies in de gezondheidszorg zijn ertoe over gegaan de uitoefening van het beroep te binden aan bepaalde normen en waarden, die worden geformaliseerd in een zogenaamde beroepscode. De door een beroepsorganisatie geformuleerde gedragsregels gelden als toetsingsnorm voor het handelen van bij de beroepsorganisatie aangesloten beroepsbeoefenaren.

Bij de totstandkoming van deze basisberoepscode voor psychomotorisch therapeuten, is gebruik gemaakt van diverse reeds bestaande regelingen van zusterverenigingen aangesloten bij de F.H.Z. (N.I.P., N.V.O., L.V.F.D.) en uiteraard van de nota: ‘ Bouwstenen beroepscodes en gedragsregels’ uitgegeven door de Nationale Raad voor de Volksgezondheid, uitgebracht aan de Staatsecretaris voor W.V.C., september 1988.


De Basisberoepscode voor psychomotorisch therapeuten
Preambule

Deze beroepscode wordt aanbevolen aan allen, die op het terrein van de Psychomotorische hulpverlening werkzaam zijn. Daar werksituaties en vormen van elkaar verschillen zullen bepaalde artikelen voor de een van meer betekenis zijn dan andere. Van ieder wordt gevraagd de eigen situatie te vertalen, zodat naar de aard en in de geest van deze code gehandeld zal worden. Overal waar in deze beroepscode gesproken worden over:

de ‘psychomotorisch therapeut’ wordt eveneens bedoeld de Bewegingsagoog, Bewegingstherapeut, conform de lidmaatschapsbepalingen van de vereniging.

‘professionele relatie’ wordt verstaan een behandeling, onderzoeks, begeleidingsrelatie

‘patiënt’ wordt bedoeld, de persoon op wie de behandeling, de begeleiding en het onderzoek is gericht, dus ook cliënt, bewoner, pupil.



  1. Fundamentele uitgangspunten met betrekking tot de aard van de beroepsuitoefening

Deskundigheid



    1. De psychomotorisch therapeut oefent zijn beroep uit op het niveau van zijn eigen deskundigheid en dient de grenzen van zijn deskundigheid in acht te nemen. Hij is gehouden slechts die methoden en technieken toe te passen, waarin hij zich voldoende heeft bekwaamd.

    2. Hij behoort kennis en vaardigheden op peil te houden, rekening houdend met de recente ontwikkelingen op zijn vakgebied.

    3. Hij streeft ernaar opgenomen te worden in het register van de Nederlandse Vereniging voor Psychomotorische Therapie.

Geschiktheid



    1. De psychomotorisch therapeut dient zijn beperkingen met betrekking tot lichamelijke en geestelijke geschiktheid in acht te nemen.

    2. Hij dient op grond van eigen deskundigheid en geschiktheid te beslissen of hij een professionele relatie aan zal gaan. Indien nodig, dient hij de patiënt te verwijzen naar een andere deskundige dan wel deze te consulteren, of zich te verzekeren van een adequate begeleiding op supervisie.

Verantwoordelijkheid



    1. De psychomotorisch therapeut is persoonlijk verantwoordelijk voor de manier waarop hij zijn taak en functie uitoefent.

    2. Hij dient de keuze voor zijn gedrag en interventies te kunnen verantwoorden.

    3. Hij moet van zijn professionele activiteiten zodanig aantekeningen houden, dat hij in staat is rekenschap af te leggen, niet alleen aan beroepsgenoten, maar ook aan andere leden van interdisciplinair samengestelde teams, waarbinnen hij eventueel werkzaam is.

Doeltreffendheid en indicatiestelling



    1. De psychomotorisch therapeut zal elke patiënt, waarmee een professionele relatie wordt aangegaan, de meest adequate zorg verlenen. Door observatie en

    2. Hij houdt rekening met de mogelijkheden en onmogelijkheden van de patiënt, uitgaande van de hulpvraag van de patiënt en eventueel na consult van andere hulpverleners.

Veiligheid en zorgvuldigheid



    1. De psychomotorisch therapeut draagt er zorg voor dat onnodige risico’s vermeden worden en onthoudt zich van activiteiten die de patiënt psychisch en/of fysiek kunnen schaden.

    2. Hij draagt er zorg voor dat hij beschikt over een veilige outillage en veilige therapeutische middelen. Bovendien neemt hij in deze maatregelen ter bescherming van de patiënt.

    3. Hij erkent het recht van de patiënt om op elk tijdstip de professionele relatie te verbreken of te weigeren mee te werken aan bepaalde methoden die de psychomotorisch therapeut hanteert.



  1. Aspecten in relatie tot de patiënt

Respectvolle bejegening



    1. De psychomotorisch therapeut dient te handelen met respect voor de zelfstandigheid, zelfverantwoordelijkheid en gelijkwaardigheid van de patiënt.

    2. Hij ziet erop toe dat patiënten in gelijke gevallen een gelijke behandeling krijgen.

    3. Hij onthoudt zich van elke vorm van machtsmisbruik.

    4. Hij hanteert in zijn handelen geen methoden die de patiënt aantasten in zijn waardigheid en zal niet verder doordringen in het privéleven van de betrokkene dan nodig is voor het gestelde doel.

    5. Hij lokt geen seksuele toenaderingspogingen uit of onderneemt deze. Evenmin mag hij ingaan op seksuele toenaderingspogingen van de patiënt, ook niet wanneer de patiënt dat verlangt.

Informatiebereidheid



    1. De psychomotorisch therapeut informeert gevraagd of ongevraagd de patiënt op een voor hem duidelijke wijze over de aard, de werkwijze en het doel van zijn handelen en activiteiten.

    2. Hij behoort een zodanige situatie te scheppen, dat de patiënt de beslissing om een professionele relatie aan te gaan verantwoord en in vrijheid kan nemen.

    3. Hij onthoudt zich van het wekken van bovenmatige of onrechtvaardige verwachtingen ten aanzien van het effect van zijn hulpverlening.

Vertrouwensrelatie



    1. De psychomotorisch therapeut eerbiedigt de persoonlijke levenssfeer van de patiënt en bevordert een professionele situatie, waarin beiden op elkaar aan kunnen.

    2. Hij houdt geheim wat de patiënt hem in vertrouwen heeft verteld of alles waarvan hij het vertrouwelijke karakter begrijpt.

    3. Hij informeert de patiënt , wanneer een vertrouwelijke informatie in voorkomende gevallen overgedragen dient te worden aan collega-hulpverleners.



  1. Aspecten met betrekking tot collega-beroepsgenoten en andere hulpverleners.

Samenwerking



    1. de psychomotorisch therapeut streeft naar het instand houden van een goede samenwerking met collega’s en andere disciplines, werkzaam op het terrein van de hulpverlening, onder andere door het verstrekken van relevante, verantwoorde informatie.

    2. Hij respecteert de opvatting en de deskundigheid van collega’s en andere hulpverleners. Hij onthoudt zich van het geven van kritiek in het openbaar of ten overstaan van de patiënt.

    3. Hij biedt collega’s alle hulp, die hij krachtens zijn deskundigheid en ervaring kan bieden. Nieuwe methoden en technieken behoudt hij niet voor zichzelf.

    4. Hij is mede verantwoordelijk voor een goede afstemming van de verleende hulp met andere disciplines.

    5. Bij doorverwijzing van de patiënt naar een collega voorziet hij deze van alle relevante informatie.

    6. Hij behoort, voor zover mogelijk, bereid te zijn gedurende bepaalde tijd voor een collega waar te nemen.



  1. Aspecten in relatie met de samenleving




    1. De psychomotorisch therapeut onthoudt zich van gedragingen, waarvan hij weet of redelijkerwijs kan weten, dat die het aanzien van beroepsgenoten of het beroep zullen schaden.

    2. Hij ondersteunt de activiteiten van de eigen beroepsgroep en andere disciplines om voorwaarden te scheppen voor een optimale beroepsuitoefening.

    3. Hij draagt ertoe bij dat de ter beschikking staande gelden, outillages en middelen op verantwoorde wijze gebruikt worden.

    4. Hij draagt bij aan de ontwikkeling van zijn eigen professie in het kader van de verbetering van de volksgezondheid.

    5. Hij blijft bij werkonderbrekingen, stiptheidsacties en stakingen altijd die hulp verlenen, die nodig is om blijvende schade voor de patiënt te voorkomen.

    6. De psychomotorisch therapeut, die namens de beroepsgroep aan enig overleg betreffende de volksgezondheid deelneemt, zorgt ervoor dat recht wordt gedaan aan al de bepalingen in deze beroepscode.



  1. Klachtenbehandeling

Bij een basisberoepscode voor Psychomotorisch Therapeuten behoort een paragraaf, waarin de behandeling wordt geregeld m.b.t. klachten inzake de naleving van deze beroepscode.



Deze regeling is niet opgenomen in deze Bijlage opgenomen. De NVPMT kent een Toetsingscommissie die aan de hand van een Toetsingsreglement klachten over het handelen van leden van de NVPMT toetst aan de beroepscode.

Deel met je vrienden:


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©tand.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina