Consumentengedrag



Dovnload 359.1 Kb.
Pagina5/9
Datum26.10.2018
Grootte359.1 Kb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9

Methoden van onderzoek




    1. Type onderzoek

      1. Inleiding


Het onderzoek dat uitgevoerd is is een enquête geweest. Een enquête is een van de belangrijkste onderdelen van een onderzoek, omdat het een meetinstrument is waarmee de onderzoeksvragen beantwoord kunnen worden. Er zijn verschillende soorten enquêtes die allemaal op allerlei soorten onderzoek toegepast kunnen worden. Hieronder een korte uitleg van de verschillende soorten enquêtes. Door de verschillende soorten enquêtes uit te leggen, wordt het helder waarom mijn keuze is gevallen op de gewone enquête. Dit heb ik gedaan omdat ik op deze manier de helderste informatie kreeg en zo dus tot de duidelijkste conclusie kon komen.

        1. Gewone enquête


Hiervan wordt gebruik gemaakt bij kwantitatief onderzoek (telefonisch, schriftelijk, online of face-to-face). De vragen en de volgorde waarin ze worden gesteld staat van tevoren vast. De resultaten van een gewone enquête zijn cijfermatige gegevens.


        1. Semigestructureerde enquête


Hierbij wordt gebruik gemaakt van semikwantitatief onderzoek (telefonisch, of face-to-face). De vragen en de volgorde waarin zij worden gesteld staan in grote lijnen vast. De enquêteur heeft echter in beperkte mate de ruimte om door te vragen op de antwoorden van de respondent en om te variëren in de volgorde van de vragen, als dat beter is voor het verloop van het gesprek en de uiteindelijke resultaten. De resultaten zijn zowel cijfermatige gegevens als gegevens met een meer kwalitatief karakter die meer inhoudelijke informatie geven over het onderwerp dat centraal staat in het onderzoek.

        1. Gespreksrichtlijn of checklist


Deze vorm van vragenlijst wordt gebruikt bij kwalitatief onderzoek, zoals interviews of groepsdiscussies. De lijst bestaat uit onderwerpen die in het gesprek aan de orde moeten komen. In de meeste gevallen worden deze onderwerpen door de onderzoeker op papier uitgewerkt in de vorm van mogelijke vragen die relevant zijn. De gespreksleider of interviewer heeft zelf de mogelijkheid om de formulering van de vragen aan te passen aan de respondenten en het verloop van het gesprek. Ook de volgorde waarin de vragen kunnen worden gesteld staat niet vast. Bovendien kunnen tijdens het gesprek of de discussie nog vragen worden toegevoegd om meer informatie over een bepaald onderwerp te verkrijgen.

      1. De opbouw van de vragenlijst


Voor alle soorten vragenlijsten is het belangrijk hoe deze is opgebouwd. Over het algemeen geldt dat het onderzoeksonderwerp meestal in eerste instantie zo breed mogelijk wordt benaderd, om vervolgens meer specifieke vragen te stellen.

In de vragenlijst dient ook in te worden gegaan op achtergrondkenmerken, zoals geslacht, leeftijd, woonplaats, inkomen. Op basis van achtergrondkenmerken kunnen respondenten vooraf worden geselecteerd en/of kunnen de antwoorden van de respondenten achteraf worden gecategoriseerd. In het eerste geval begint de vragenlijst met de achtergrondkenmerken van de respondent, in het tweede geval maakt het in principe niet uit of de achtergrondkenmerken aan het begin of aan het eind van de vragenlijst worden gesteld. Bij kwantitatief onderzoek worden de achtergrondkenmerken meestal aan het eind gevraagd. Welke achtergrondkenmerken worden gevraagd, is afhankelijk van het onderwerp van het onderzoek. Overigens is het natuurlijk belangrijk dat de vragen in een logische volgorde worden gesteld. Het is daarom zinvol om de vragenlijst voor het onderzoek te testen door deze bij een proefpersoon af te nemen of te laten in vullen. Als dat niet kan, is het belangrijk om jezelf als proefpersoon op te stellen en de vragenlijst in te vullen als test.


Er is gekozen voor de gewone enquête in dit onderzoek omdat dit de beste resultaten opleverde. De gewone enquête is een vorm van een beschrijvend onderzoek. Dit omdat er niet gevraagd wordt naar het waarom maar er slechts feiten genoteerd worden. Een van de voordelen van een beschrijvend onderzoek is het feit dat het objectief is. (Nederstigt en Poeiesz, 2006)

    1. Beschrijving steekproef


De steekproef is gehouden op verschillende plaatsen, dit om het zo breed mogelijk te houden. Ik heb hiervoor enquêtes afgenomen bij de Aldi, de Albert Heijn en de C1000, ook heb ik dit op verschillende dagdelen gedaan zodat ik zoveel mogelijk mensen zou kunnen aanspreken.

Ik heb onderzoek gedaan door middel van een vragenlijst. Ik heb 120 mensen aangesproken, hiervan wilde er 100 personen meewerken. Er was dus een non-respons van 20 personen.



    1. Totstandkoming meetinstrument

Ik heb de enquête opgesteld door eerst naar een voorbeeld van een enquête te kijken. Hieruit heb ik een logische volgorde kunnen halen voor mijn eigen enquête. Aangezien ik wilde weten hoe mensen het product Glorix dikke bleek beoordeelde heb ik mijn enquête daarop toegespitst. Eerst heb ik een aantal algemene vragen opgesteld zoals het geslacht en de leeftijd van de respondenten. Daarna heb ik de vraag gesteld of ze het product Glorix kennen. Als dit niet het geval is is de enquête daar afgelopen voor de personen. Als ze het product Glorix wel kennen volgt de vraag of ze het product gebruiken. Als dit het geval is kunnen ze verder met de overige vragen, is dit niet het geval, dan is daar de enquête afgelopen. Als laatste hebben de respondenten de mogelijkheid om het product Glorix Dikke Bleek een rapportcijfer te geven.



    1. Wijze van dataverzamelen

Om aan de benodigde gegevens te komen zijn er 100enquêtes afgenomen. Dit heb ik gedaan bij de Albert Heijn, de Aldi, en de C1000. Dit is allemaal in Eindhoven gebeurd, zowel in de binnenstad als in de buitenwijken van Eindhoven. Er is gekozen voor supermarkten in verschillende prijsklassen, dit om zoveel mogelijk dekking te hebben. Ook heb ik het op verschillende dagdelen gedaan, dit wederom om zoveel mogelijk dekking te hebben. Ik heb 120 mensen aangesproken, hiervan werkte 100 personen mee aan de enquête.


    1. Validiteit en betrouwbaarheid


Bij het onderzoeken van de validiteit wordt gekeken naar de mate waarin de resultaten van de enquête en werkelijkheid met elkaar overeen komen. Hierdoor wordt de vraag ‘Meet deze enquête wat hij moet meten’’ beantwoord. De validiteit van een enquête is een gradatie, je kunt dus niet zeggen dat de ene test valide is en de andere enquête niet. Je kunt hoogstens zeggend at enquête A meer valide is dan enquête B. Aangezien mijn enquête meet wat hij moet meten, namelijk de tevredenheid van de consument van Glorix Dikke Bleek over de 4 marketinginstrumenten, is mijn enquête valide.

Ook is mijn enquête redelijk betrouwbaar, dit omdat het een anonieme enquête is. Buiten de vragen over het geslacht en de leeftijd kom je vrij weinig persoonlijks van de respondent te weten. Hierdoor zullen mensen hem waarheidsgetrouw invullen. Al is er natuurlijk altijd een kans dat een aantal mensen sociaal wenselijke antwoorden geven. Hierdoor wordt mijn enquête redelijk betrouwbaar.


  1. Resultaten

    1. Algemene informatie


Ik heb aan 120 mensen gevraagd of zij mee wilden werken aan de enquête. Honderd van deze mensen waren daartoe bereid, wat betekent dat de steekproef onder 100 personen is. Twintig mensen wilden niet meewerken, wat betekent dat de non-response twintig is.

Uit de enquête kwamen de volgende algemene gegevens naar boven:


    1. Wijze van data analyse


Om de resultaten die uit de enquête naar voren kwamen te verwerken heb ik gebruik gemaakt van taartdiagrammen, staafdiagrammen en tabellen om op deze manier een duidelijk en overzichtelijk resultaat te krijgen. Ik heb dit gedaan door voor de bestaande marketinginstrumenten een overzicht te geven met antwoorden die voor dat marketinginstrument (Product, Prijs, Promotie en Plaats) van belang zijn.
    1. Product


Slechts twee procent van de respondenten kende het product niet. Van de overige 98% gebruikte 61% het product Glorix Dikke Bleek. Van deze 61% was 63% altijd tevreden over het product en de overige 37% was meestal tevreden over het product.

Op de vraag waarom iemand wel Glorix Dikke Bleek gebruikt werden de volgende redenen genoemd:



  • Ik gebruik het omdat ik het tevreden ben. Geen reden om iets anders te gebruiken (gewoonte) (45%)

  • Ik gebruik het omdat de kwaliteit beter is dan van andere producten (kwaliteit) (19%)

  • Ik gebruik het omdat de prijs-kwaliteit verhouding me goed bevalt (prijs) (26%)

  • Ik gebruik het omdat iemand anders in mijn huishouden een andere voorkeur heeft (10%)

Op de vraag waarom iemand geen Glorix Dikke Bleek gebruikt werden de volgende redenen genoemd:



  • Ik vind Glorix geen goed product (17%)

  • Het is niet in mijn vaste supermarkt te koop (25%)

  • Ik vind het te duur (47%)

  • Ik gebruik het niet omdat iemand anders in mijn huishouden een andere voorkeur heeft (11%)


Merk op dat respondenten die het product niet kennen bij de laatste twee vragen buiten beschouwing zijn gelaten.



    1. Deel met je vrienden:
1   2   3   4   5   6   7   8   9


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©tand.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina