Certificaat : verzorgen omgeving veehouderijbedrijf(cbi6)



Dovnload 0.6 Mb.
Pagina3/5
Datum20.05.2018
Grootte0.6 Mb.
1   2   3   4   5

INLEIDING UITVOEREN GEWASBESCHERMING

Het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen staat vandaag de dag volop ter discussie. Het Meerjarenplan Gewasbe­scherming, het M.J.P.-G, geeft onder andere aan dat het gebruik van bestrij­dings­middelen in het jaar 2000 gehal­veerd moet zijn in verge­lijking met het gebruik in de periode 1984-1988. De bedoeling is dat er minder midde­len in het milieu terechtkomen.


Om de einddoelstellingen uit het M.J.P.-G te kunnen bereiken moeten de gebruiker, de bedrijfs­voerder en de dis­tribuant van gewasbeschermings­middelen over de nodige kennis beschikken.

Deze kennis kan men opdoen binnen het agrarische dagon­derwijs of binnen het cursusonderwijs. Als men bepaalde cursussen met goed gevolg heeft doorlopen of bepaalde certificaten heeft behaald, kan men in het bezit komen van de wettelijk vereiste licenties.


Het gaat om de volgende licenties:
* Uitvoeren gewasbescherming

Deze licentie heeft iedereen nodig die gewasbescher­mings­middelen toepast.



Met de kwalificatie Verzorgen gewasbescherming A kun de Licentie 1 aanvragen.
* Bedrijfsvoeren gewasbescherming

Deze licentie is bestemd voor de bedrijfsvoerder van een loon­werkbedrijf of bedrijf in de groenvoor­ziening die in opdracht van anderen gewasbe­scher­mingsmiddelen toepast.


* Distribueren bestrijdingsmiddelen

Iedere beheerder van een verkooppunt van gewasbescher­mingsmidde­len moet deze licentie in zijn bezit hebben.


Voor u ligt het basismateriaal voor de cursus Uitvoeren gewas­bescher­ming.

Het basismateriaal bevat de leerstof, die voor alle sectoren, dus voor open en gesloten teelten, hetzelfde is. Naast deze basisbundel komt er per tak een supple­ment, waarin de specifie­ke kennis per bedrijfstak is opgenomen.



Voorkennis
Speciale voorkennis voor de cursus Uitvoeren gewasbe­scher­ming is niet nodig. Men zal er bij het uitvoeren van de cursus van uitgaan, dat u in de sector werkzaam bent en daardoor al enige kennis heeft van onkruiden, ziekten en plagen en hun bestrijding.

Beoordeling:

Moduul teelt: 50 % (theorie toets 30 %, praktijktoets onkruiden/ziekten 20 %)

Moduul techniek: 50 %

HOOFDSTUK 1 HET ETIKET

lesstof: http://arrangeren.wikiwijs.nl/25734#sub8342
Aan de uitvoering van een chemische bestrijdingsmaatre­gel gaan de nodige voorbereidingen vooraf. Deze voorbe­reidingen beginnen met de keuze van een middel en een methode. Als het middel is aangeschaft worden een aantal voorbereidende handelingen uitgevoerd. Een van deze handelingen is het lezen van het etiket op het mid­del. Hierop staan immers allerlei gegevens die belang­rijk zijn voor de toepassing.
Dit hoofdstuk is een handleiding voor het lezen van een etiket. Bij de uitleg komen allerlei kanten van chemi­sche bestrijding naar voren. Hoofdstuk 1 is daardoor tevens ge­schikt als eerste oriëntatie op het gebied van de chemische bestrijding.
Op het etiket staan:

A Gegevens over de aard van het middel:

‑ de merknaam,

‑ de werkzame stof,

‑ het gehalte.
B Gegevens over het wettelijk gebruik van het middel:

‑ het toelatingsnummer,

‑ het wettelijk gebruiksvoorschrift.
C Gegevens over het veilig gebruik van het middel:

‑ de toxicologische groep,

‑ gevaarsymbolen,

‑ bijzondere gevaren,

‑ veiligheidsaanbevelingen.
D Gegevens over een doeltreffend gebruik van het middel:

‑ de gebruiksaanwijzing.


Deze gegevens moeten op het etiket van een chemisch bestrij­dingsmiddel vermeld worden. Dit is in de Bestrij­dingsmiddelen­wet bepaald. Hierin staat tevens dat de toepasser verplicht is de voorschrif­ten die op het etiket staan in acht te nemen.
We zullen de gegevens van A, B, C, en D achtereenvolgens behandelen. We maken daarbij gebruik van voor­beeldeti­ketten. Deze worden door de docent verstrekt.

A Gegevens over de aard van het middel
Lees de volgende toelichting en verbeter zonodig de ant­woorden. Lees ter controle ook de Gewasbescherminggids.
Op het etiket staat niet de volledige naam van de werk­zame stof vermeld, maar een afkorting of korte aandui­ding daarvan. Deze naam is internationaal afgespro­ken en wordt standaardnaam (of codenaam) genoemd. Chemische namen zijn vaak erg lang en daardoor moeilijk uit te spreken en te onthouden. Daarom is de werkzame stof verwerkt tot een formulering. Voorbeelden van formule­rin­gen zijn: vloeibaar middel, spuit­poe­der, granu­laat.
De werkzame stof is als bestanddeel in een bepaald gehalte aanwezig. Dit gehalte wordt uitgedrukt als percentage (gewichtsprocenten) of als aantal grammen per liter.

De merknaam van een bestrijdingsmiddel is de naam die door de verkoop­firma aan het middel gegeven is. Vaak is de naam van de formulering in de merknaam verwerkt. Ook de naam van de verkoopfirma is er soms, al dan niet afgekort, in terug te vinden.


Om geen verwarring te krijgen tussen namen van werkzame stof­fen en merkna­men zijn de volgende afspraken gemaakt:

- de naam van een werkzame stof begint met een kleine letter,

- de merknaam begint met een hoofdletter.

B Gegevens over het wettelijk gebruik van het middel
Als een verkoopfirma een nieuw bestrijdingsmiddel in de handel wil brengen, vraagt deze aan de overheid om toelating.

Het principe van het toelatingsbeleid van de overheid is een beoorde­ling vooraf: een middel mag pas in de handel komen en gebruikt worden als het officieel is toegela­ten.

Met behulp van het toelatingsnummer op het etiket kan gecon­troleerd worden of een middel officieel is toegela­ten. Dit is een getal van vier of vijf cijfers, gevolgd door de hoofdlet­ter N. De betekenis van zo'n nummer is: Toegelaten in Neder­land onder nummer.....

Een toelatingsnummer hoort bij het verkoopproduct zoals dat door een bepaalde firma in de handel gebracht wordt. Elk nieuw merk van een bepaalde stof moet dus opnieuw aangevraagd wor­den.


Een toelating wordt afgegeven voor een periode van één tot vijf jaar. Daarna volgt een nieuwe beoordeling. Het is mogelijk dat de toelating van een middel op grond van nieuwe gegevens wordt ingetrokken.

Het toegelaten zijn van een middel betekent niet dat het in alle teelt‑ of verzor­gingssituaties toegepast mag worden. Er zijn altijd beperkingen. De situaties waarin gebruik is toege­staan worden op het etiket vermeld in het wettelijk gebruiks­voor­schrift.

Het wettelijk gebruiksvoorschrift begint als volgt:

`Toegestaan is uitsluitend het gebruik als........'.

Vervol­gens wordt precies aangegeven in welke situaties het middel gebruikt mag worden. Op deze toegestane situaties kunnen uitzonderin­gen zijn.
De nadere aanduiding van het toegestaan gebruik kan betrekking hebben op:

- Het soort schadelijk organisme (insecten, bladluis, schim­mels, meeldauw, onkruiden).

- Het soort gewas of gewasgroep (rozen, vruchtbomen, weiland, consump­tiege­wassen).

- Teelt‑ of verzorgingssituatie (teelt van rozen, sier­planten in de tuin)

- De omgeving waarin de teelt of verzorging plaatsvindt (kas, open grond, water­wingebied).

- Het tijdstip van bestrijden.


Op het etiket van bestrijdingsmiddelen die een toelating hebben voor consump­tiegewassen wordt het wettelijk gebruiks­voorschrift altijd afgesloten met een opgave van de veilig­heidstermijn(en).

Onder een veiligheidstermijn verstaan we de tijd tussen de laatst toegestane toepassing en de oogst. De veilig­heidster­mij­nen zijn ingesteld om te voorkomen dat res­tanten van het middel op of in het product, gevaar opleveren voor de consumenten van dat product.

De veiligheidstermijn op zich zegt niets over de giftig­heid van een middel. Er zijn zeer giftige middelen met een korte veiligheidstermijn en minder giftige middelen met een lange veiligheidster­mijn. De termijn hangt onder meer samen met de afbraaksnelheid van het middel.

C Gegevens over het veilig gebruik van het middel
Op een etiket kunnen gevaarsymbolen (gevarentekens) voorkomen. Dit zijn opvallende zwarte tekens op een oranje vierkant. Ze waarschuwen de toepasser voor de acute gevaren van het mid­del.

In de eerste plaats zijn er gevaarsymbolen die te maken hebben met de acute giftigheid van het middel. Hiermee wordt de giftigheid op korte termijn bedoeld, dus direct nadat men

met het middel in aanraking is gekomen. Kennis van de acute giftigheid is belangrijk voor de toepasser.


Gevarenklassen giftigheid
De mate van giftigheid neemt af in de reeks:

- zeer vergiftig,

- vergiftig,

- schadelijk,

- weinig giftig.
Een chemisch bestrijdingsmiddel wordt in een van deze gevarenklassen geplaatst op grond van de LD 50 van dat middel. Dit is een maat voor de giftigheid en geeft aan welke hoeveelheid dodelijk is voor proef­dieren (LD: letale = dode­lijke dosis). De exacte definitie luidt: de hoeveelheid bestrijdingsmiddel in mg per kg li­chaamsgewicht van een proefdier waarbij vijftig van de proefdie­ren binnen veertien dagen sterft.

Bij een zeer giftig middel met het doodshoofd als ge­vaarsymbool, hoort een lage LD 50. Enkele zeer giftige vloeibare insectenbestrij­dingsmid­delen hebben bijvoor­beeld een LD 50 die in de buurt van tien 10 ligt.

Het andreaskruis behoeft nog enige toelichting. Het onderschrift `schadelijk' daarbij is een afkorting van `schadelijk voor de gezond­heid'. Bij een aantal middelen is het onderschrift van het andreas­kruis niet `schade­lijk' maar `irrite­rend'. Hiermee wordt bedoeld dat het ontstekingen kan veroorza­ken aan huid en slijmvliezen.
Onder `bijzondere gevaren' op het etiket worden de mogelijke gevaren van het middel nader omschreven. Het gaat daarbij met name om de manier waarop vergiftiging zou kunnen plaatsvin­den.
Naast het doodshoofd en het andreaskruis kunnen er ook nog an­dere gevaar­symbolen op het etiket voorkomen. Het gaat om de gevaarsymbolen:

- bijtend,

- oxiderend,

- licht ontvlambaar,

- ontplofbaar.
Met `bijtend' wordt bedoeld dat het middel bij aanraking een vernieti­gende werking op levende weefsels kan uitoe­fenen.

Aansluitend op `bijzondere gevaren' worden op een etiket de `veilig­heidsaan­be­velingen' genoemd. Hierin staan de maatrege­len die genomen moeten wor­den uit voorzorg voor de eigen veiligheid of als er iets mis gaat.


De aanbevolen voorzorgsmaatregelen zijn niet vrijblij­vend. In de wet staat dat: `degene die bestrijdingsmid­delen gebruikt moet weten welk gevaar deze opleve­ren. Hij is verplicht ervoor te zorgen dat doelmati­ge hand­schoe­nen, laarzen, kle­ding, hoofd‑ en gelaatsbedekking, maskers of ademtoestellen beschikbaar zijn en gedurende het verrichten van de betrokken werkzaamheden worden gedra­gen.' De opdrachtgever moet ervoor zorgen dat persoonlijke beschermings­middelen aanwezig zijn.

Etiketten met een andreaskruis worden als volgt afgeslo­ten: `Indien men zich onwel voelt een arts raadplegen en indien mogelijk hem dit etiket tonen.' Bij doodshoofd­midde­len luidt deze tekst: `Bij ongeval of als men zich onwel voelt onmiddellijk een arts raad­plegen en indien mogelijk hem dit etiket tonen.'

Belangrijke gegevens voor een arts die te maken krijgt met een geval van vergiftiging zijn de werkzame stof en de zogeheten toxicologische groep. Deze laatste is te vinden onder de naam van de werkzame stof. Een toxicolo­gische groep is een groep bestrijdingsmiddelen die dezelf­de vergiftigingsverschijnselen bij de mens teweeg­brengen.


D Gegevens over een doeltreffend gebruik van het middel
In de gebruiksaanwijzing staan de gegevens voor een doeltref­fend gebruik. We onderscheiden:
De toepassingen
Met `toepassing' bedoelen we in welk gewas en waartegen het middel wordt gebruikt.

Toepassingen zijn in het wettelijk gebruiksvoorschrift ook al genoemd, maar vaak vrij algemeen. Het gaat hier dus om een verdere invulling van het wettelijk gebruiks­voorschrift.


De wijze van toediening
De wijze van toediening staat vaak vermeld in combinatie met de toepassin­gen. Er staat aangegeven hoe het middel moet worden toege­diend. Zeer belangrijk daarbij is de dosering. Dit is de hoeveelheid be­strij­dingsmiddel per eenheid te behandelen oppervlakte (soms volu­me), bij­voorbeeld kg of liter per ha.

Veel middelen worden met water verdund, waarna een bespuiting wordt uitge­voerd. De benodigde concentratie van de spuitvloeistof kan vermeld staan in de gebruiks­aanwijzing. Deze concentratie wordt uitgedrukt in hoe­veelheid (gr of ml) per honderd liter, of als percen­ta­ge.


Formulering en toediening
Bij het toepassen van een chemisch bestrijdingsmiddel in een praktijk­situatie kun je de volgende stappen onder­scheiden:
- het etiket lezen,

- hoeveelheid middel berekenen,

- persoonlijke beschermingsmiddelen aandoen/aanbrengen,

- spuitapparatuur/toedieningapparatuur klaarmaken,

- middel klaarmaken voor gebruik,

- fustreinigen,

- toedienen middel,

- spuitrestant verantwoord afvoeren,

- schoonmaken van apparatuur en beschermingsmiddelen.
Veel informatie over gewasbeschermingsmiddelen voor open teelten akkerbouw en veehouderij kan men halen uit de spuit­handleiding die elk jaar weer ver­schijnt. De vol­gende op­dracht geeft een beeld van wat allemaal aan kennis uit de spuithandleiding te halen is.


Vragen bij hoofdstuk 1

1 Welke gegevens moeten op het etiket van een chemisch bestrij­dingsmid­del vermeld staan?

2 Noem 3 voorbeelden van formuleringen.
1

2

3


3 Hoe kun je het verschil tussen de merknaam en de naam van de werkza­me stof herkennen?

4 Als er een nieuw middel in de handel wordt genomen voor hoelang wordt er dan een toelating afgegeven?

Waarom krijgt een middel maar voor een bepaalde tijd een toela­ting?

5 Wat is een veiligheidstermijn?

Waarom is er een veiligheidstermijn?

Leg uit wat de giftigheid van een middel met de veiligheidster­mijn te maken heeft.

6 Waarom staan er gevarensymbolen op het etiket?
7 Wat betekent LD50?

8 Welk middel is giftiger, een middel met een hoge LD50 of een middel met een lage LD50? Leg uit.


9 Wat betekent toxiciteit?

10 Wat wordt er bedoelt met de toepassing?

11 Leg uit wat de dosering inhoud.

12 Wat moet je allemaal doen voordat je een chemisch bestrijdings­middel

toedient?

13 Wat is een

herbicide:

fungicide:

insecticide:

nematicide:

14 Wat is het verschil tussen een middel met een doodshoofd en een middel met een andreaskruis?

Bronnen: http://gewasbescherming.startpagina.nl/ : overzichtspagina

http://www.fytostat.nl/ZoekArtikelen.aspx : voorbeelden etiketten


OPDRACHT: ETIKET/VERPAKKING LEZEN

Vul voor elk etiket de onder­staan­de opdracht in:

Naam middel:
Werkzame stof(fen):
Concentratie in gr per kg/l:
Chemische groep of toxicologische groep:
niet vermeld/ (naam van de groep)
Belangrijkste gewassen waarin toegelaten:

speciale informatie ten aanzien van werking/toepassing:

(bijvoorbeeld temperatuur, luchtvochtigheid, regenvast­heid, groeista­dium gewas of onkruid enzovoort)
Gevarenaanduiding: doodshoofd/andreas­kruis/anders name­lijk:

Beperkingen voor waterwingebieden:


Veiligheidstermijn: dagen/weken/niet vermeld.


Soort middel:

0 herbicide

0 fungicide

0 insecticide

0 nematicide

0 anders, namelijk:


OPDRACHT: ETIKET/VERPAKKING LEZEN

Vul de onder­staan­de opdracht in:

Naam middel:
Werkzame stof(fen):
Concentratie in gr per kg/l:
Chemische groep of toxicologische groep:
niet vermeld/ (naam van de groep)
Belangrijkste gewassen waarin toegelaten:

speciale informatie ten aanzien van werking/toepassing:

(bijvoorbeeld temperatuur, luchtvochtigheid, regenvast­heid, groeista­dium gewas of onkruid enzovoort)
Gevarenaanduiding: doodshoofd/andreas­kruis/anders name­lijk:

Beperkingen voor waterwingebieden:


Veiligheidstermijn: dagen/weken/niet vermeld.


Soort middel:

0 herbicide

0 fungicide

0 insecticide

0 nematicide

0 anders, namelijk:



OPDRACHT: ETIKET/VERPAKKING LEZEN

Vul de onder­staan­de opdracht in:

Naam middel:
Werkzame stof(fen):
Concentratie in gr per kg/l:
Chemische groep of toxicologische groep:
niet vermeld/ (naam van de groep)
Belangrijkste gewassen waarin toegelaten:

speciale informatie ten aanzien van werking/toepassing:

(bijvoorbeeld temperatuur, luchtvochtigheid, regenvast­heid, groeista­dium gewas of onkruid enzovoort)
Gevarenaanduiding: doodshoofd/andreas­kruis/anders name­lijk:

Beperkingen voor waterwingebieden:


Veiligheidstermijn: dagen/weken/niet vermeld.


Soort middel:

0 herbicide

0 fungicide

0 insecticide

0 nematicide

0 anders, namelijk:


Je hebt een aantal etiketten van gewasbeschermingsmidde­len bekeken. Vul nu het volgende blad in.
Gewasbeschermingsmiddelen kan men indelen naar gebruiks­doel (organisme dat bestreden wordt) in de volgende groepen:
*
*
*
*
Op het etiket is de volgende informatie te vinden:
*
*
*
De acute giftigheid (= giftigheid op zeer korte termijn, giftigheid voor de gebruiker) kan aangege­ven worden met de volgende aanduidin­gen op de verpak­king:
*
*
Met veiligheidstermijn bedoelt men:
*

Bij het wettelijk gebruiksvoorschrift staat vermeld:


*


OPDRACHT: Handleiding gewasbescherming (vraag je docent voor een exemplaar)

Bron: http://gewasbescherming.startpagina.nl/

http://www.ctb.agro.nl/portal/page?_pageid=33,46731&_dad=portal&_schema=PORTAL

1 Kijk naar de index van het boekje.

Beantwoord de volgende vragen:

Informatie over prijzen en merken kan men vinden op blz. . . .

Veilig werken met middelen op blz. . . . .


Spuitdoppen blz. . . . .
Het middelen­ge­bruik in waterwingebieden blz. . . . .
Onkruidbe­strijding grasland op blz. . . . .
Bestrijding van ritnaalden in maïs op blz. . . . .
Schimmelziek­tes in granen op blz. . . . .

Conclusie: als je snel wilt weten waar bepaalde infor­ma­tie te vinden is, gebruik dan de index van het boekje.


2 Zoek van de genoemde middelen de prijzen en de werkza­me stoffen op:
Naam middel Werkzame stof(fen) Prijs per kg/l middel
Round Up . . . . . . . . . . . . . . . . H
Starane . . . . . . . . . . . . . . . . H
mecoprop . . . . . . . . . . . . . . . . H
Karate Zeon . . . . . . . . . . . . . . . . I
Temik . . . . . . . . . . . . . . . . N
Corbel . . . . . . . . . . . . . . . . F
H = herbicide, I = insecticide, F = fungicide, N = nematicide.
3 Zoek op onkruidbestrijding koolzaad.

a Wat betekent het schildje achter het middel Butisan?


b Achter de bespuiting met Butisan staat de code 4M. Zoek op wat deze code betekent.

c Welk type dop moet men gebruiken bij een spuit­ma­chine van het merk Hardi bij code 4M uit het boekje?

d Met hoeveel liter water moet het middel met werkzame stof isoxaflutool in maïs worden verspo­ten?................liter.


f Welke middelen noemt het boekje voor de kweekgrasbe­strij­ding in maïs?

4 Vul de volgende tabel in.

(Als er meerdere middelen mogelijk zijn; kies er dan een.)




ziekte/plaag

middel

dose­ring/ha

prijs kg/l

tota­le kos­ten per ha

emelt grasland













muur grasland













bladluis aardap­pe­len













meeldauw tarwe













phytopthora aardap­pe­len













Bietenvlieg bij suikerbieten













Bladvlekkenziekte bij uien














Deel met je vrienden:
1   2   3   4   5


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©tand.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina