Brandnetels hebben brandharen aan de stengel en aan



Dovnload 137.12 Kb.
Pagina1/2
Datum05.02.2018
Grootte137.12 Kb.
  1   2

Madeliefje (Bellis perennis L.) of het meizoentje is een kleine overblijvende plant met een hoogte van 5 tot 15 cm. De stengel is dun en meestal zonder bladeren. De lichtgroene bladeren staan allemaal in een wortelrozet en zijn spatelvormig. De rand van het blad is gekarteld.

 

Aan het einde van de lange dunne bloemstengel staat één bloemhoofdje. Deze is maximaal 2,5 cm groot en bestaat uit een hart van gele buisbloemen, met een krans van witte straalbloemen. Zolang het niet vriest, zijn ze het hele jaar in bloei aan te treffen.



 

De madelief groeit op zonnige plaatsen op vochtige grond en is o.a. te vinden in weilanden, bermen, en langs dijken, uiterwaarden en duinvalleien.

 

Toepassingen



De bladeren kunnen aan salades worden toegevoegd of gebruikt als een tuinkruid. De bloemenknoppen en -bladeren kunnen worden toegevoegd aan salades en soepen. Van de bloemen kan siroop worden gemaakt.

 

Geneeskrachtige toepassingen



De bloemen en bladeren zijn rijk aan vitaminen en heeft een gunstige effect op de spijsvertering. Ze werken ook prima tegen verstoppingen.

     


De gewone margriet (Leucanthemum vulgare) is een overblijvende plant en wordt 30 tot 60 cm hoog. De rechtopstaande stengels zijn meestal niet of weinig vertakt. De plant heeft een 3 tot 6 cm grootte bloemhoofdje met een geel hart bestaande uit buisbloemen, dat wordt omkranst door witte straalbloemen. De bloeitijd is van mei tot en met september.

 

De bladeren zijn donkergroen gekleurd. De onderste bladeren zijn spatelvormig en gekarteld. De middelste bladeren meestal liervormig gespleten met een langwerpige, gezaagde eindlob. De scheve wortelstok is meestal gedrongen en vertakt met taaie en vrij lange wortels.


De gewone margrietgroeit op zonnige, vrij open plaatsen op matig droge tot vochtige grond en is meestal te vinden in hooiland struikgewas, bermen, langs dijken, spoorwegen en op grasvelden.

 

Toepassingen



De jonge lentescheuten moeten fijn worden gehakt en kunnen dan aan salades worden toegevoegd. De smaak is scherp en moet daarom ook spaarzaam worden gebruikt. De wortel kan in de lente worden verzameld en rauw worden gegeten.
Melganzenvoet (Chenopodium album) kan tussen de 15 en 150 cm hoog worden. De gegroefde stengel is vaak roodbewaasd en kan op latere leeftijd enigszins verhouten. De bladeren staan verspreid langs de stengel. De melganzenvoet is heldergroen, maar de bladeren maken vooral aan de
onderkant door witachtige kristallen een meelachtig indruk. Het blad is zeer variabel van vorm. De bladeren zijn gaafrandig of sterk bochtig getand en langwerpig, ei- of ruitvormig.

 

De melganzenvoet bloeit in schijnaren die een tros vormen. De bloeitijd is van juli tot de herfst. De bloem is groenachtig en vrij onbeduidend.



 

De vrucht is een eenzadig nootje. De vruchtwand is vliezig en makkelijk van het nootje los te maken. Het tot 1,6 mm brede, platte bruine of zwarte zaad is glanzend en heeft een fijn gestreepte zaadhuid.

 

Melganzenvoet komt voor op vochtige, stikstofrijke grond in drooggevallen plaatsen, bermen en op akkerland en in moestuinen.



 

Toepassingen

Melganzenvoet behoort tot dezelfde familie als spinazie. De jonge lentescheuten (en later de jonge toppen) kunnen worden gekookt en hebben een hoog vitamine A-, C- en mineralengehalte. De zaden kunnen tot meel worden gemalen. De zaden moeten voor het gebruik een avond van te voren in water worden gezet en worden omgespoeld, zodat eventuele saponine wordt verwijderd.

 

 De gewone melkdistel (Sonchus oleraceus) is een eenjarige planten wordt 30 tot 130 cm hoog. De plant heeft een penwortel. De blauwgroene stengels zijn vrij sterk vertakt en niet of alleen in de bloeiwijze behaard.



 

De langwerpig-eironde bladeren hebben een vrijwel vlakke rand met breed-driehoekige tanden en zijn meestal met zeer zwakke stekeltjes bedekt. Ze zijn diep gedeeld met een grote driehoekige tot spiesvormige eindlob of ze zijn ongedeeld, met spitse, afstaande oortjes.

 

De bloemkorfjes zijn 1 tot 2 cm groot en zijn 's middags gesloten. De lintbloemen zijn vaak bleekgeel, de buitenste zijn van onderen zilverig tot iets paarsrood. De gewone melkdistel bloeit van juli tot en met oktober.



 

De vruchtjes hebben overlangse ribben en zijn bovendien dwars gerimpeld. De rijpe, ruim 3 mm lange zaden zijn roodbruin met afgeronde hoogteribben en dicht bij elkaar staande dwarsricheltjes. De zaden hebben geen vleugels. De tandjes van het vruchtpluis staan naar de top gericht.

 

De gewone melkdistel groeit op zonnige, open plaatsen op voedselrijke, vochtige grond.



 

Toepassingen

De jonge bladeren kunnen rauw of gekookt worden gegeten en hebben met name in de lente een milde smaak. De bladeren kunnen aan salades worden toegevoegd. De stengels kunnen als asperges worden gekookt. De buitenste schil moet dan wel worden verwijderd.

   


Mierikswortel (Armoracia rusticana) is een overblijvende, kruidachtige, grove, vaste plant met dikke, scherpsmakende wit-gele wortel die tot 60 cm lang kan worden.

De bladeren komen direct vanaf de wortel en zijn ovaal en lang gesteeld en kunnen tot 1 m lang worden en zijn glanzend en licht getand. De bladeren op de stengel zijn veerspletig. Mierikswortel bloeit in talrijke trossen met kleine witte bloemetjes. De bloeitijd is in juni tot juli.

 

Toepassingen



Alleen de jonge wortels zijn bruikbaar. Ze moeten worden gewassen en geschild tot op het witte binnenste. Dit kan dan geraspt worden. De jonge bladeren hebben een milde tot een sterke geur en smaak en kunnen in kleine hoeveelheden worden toegevoegd aan een salade.

 

Geneeskrachtige toepassingen



Een puree van de wortels kan worden gebruikt bij stofwisselingsstoornissen, trage darmbewegingen en om bij kinderen wormen te verdrijven. Een HYPERLINK "http://www.2fit.nl/pr/subpage.php/customercode=mersie/pagecode=Subpage_p01_bereidingplanten" \t "displayframe" kompres van vers geraspte en gepureerde wortel helpt bij ontstoken zenuwen, hoofdpijn, spierpijn, kiespijn en duizeligheid. Een kompres mag niet langer dan 10 minuten worden gebruikt. Bij hoestbuien als gevolg van verkoudheid kan 3x daags een theelepel geraspte wortel en een even zoveel honing of suiker innemen. Het sap van verse bladeren werkt verzachtend op snijwonden, brandwonden en winterhanden en -voeten. De wortel wordt tegen het eind van de herfst verzameld en met droog zand of droge grond bedekt op een koele, donkere en vorstvrije plek.

 

Let op!



Gebruik mierikswortel in beperkte hoeveelheden. Het eten van een te grote hoeveelheid kan pijnlijke gevolgen bij het plassen opleveren. Bij bijzonder grote hoeveelheden kan bloederige diarree en overgeven optreden.

 

Watermunt (Mentha aquatica) is een overblijvende plant. De 30 tot 90 cm lange stengels staan rechtop, zijn vierkantig en dragen gesteelde, eivormige tot gezaagde, langwerpige tot gekartelde bladeren.



 

De kleine buisvormige, roodachtig lila bloemen groeien in de bovenste bladoksels en in een dichte aar aan het eind van de stengel. Elke bloempje heeft gelobde kroonbladeren en vier meeldraden. De bloeitijd is van juni tot eind oktober. De plant heeft zowel bovengrondse als ondergrondse uitlopers.

 

De plant groeit op drassige plekken en in moerassen, langs rivieren en op andere natte plekken.



 Akkermunt (Mentha arvensis) is een overblijvende plant en wordt 15 tot 45 cm hoog. De zwak

geurende plant wordt en heeft een vierkante, holle stengel. De gesteelde, behaarde bladeren

zijn eivormig tot elliptisch, 2 tot 6 cm lang en 1 tot 2 cm breed en hebben een getande bladrand.

 

Akkermunt heeft paarse bloemen. De 2 tot 3 mm lange kelk is van binnen spaarzaam behaard.



De bloeitijd is van juli tot de herfst. Het is een plant van vochtige tot natte, voedselrijke grond is

te vinden op bouwland, aan waterkanten, in moerassige graslanden, langs vennen en in loofbossen. 

De plant vormt zowel ondergrondse als bovengrondse uitlopers.

 

Toepassingen



De bladeren hebben een sterke muntsmaak en zijn licht bitter. Ze worden gebruikt als kruid voor

salades of gekookte voedsel. Een HYPERLINK "http://www.2fit.nl/pr/subpage.php/customercode=mersie/pagecode=Subpage_subpageinfo8a01" \t "displayframe" thee wordt gemaakt van verse of gedroogde bladeren.

 

Geneeskrachtige toepassingen



Gebruik een HYPERLINK "http://www.2fit.nl/pr/subpage.php/customercode=mersie/pagecode=Subpage_p01_bereidingplanten" \t "displayframe" aftreksel van de bladeren tegen diarree, ter bevordering van de spijsvertering en in verwarmde vorm om bij koorts transpiratie op te wekken.
Muur, vogelmuur (Stellaria media) is een lage eenjarige plant en wordt 5 tot 40 cm hoog. De stengels zijn groen of rood. Een enkele rij haren loopt langs de stengel van knop tot knop. De bladeren zijn groen, eirond met een spitse top, en vaak gesteeld. De bladeren staan in overstaande paren. De plant is vaak wijdvertakt, maar heeft slecht één wortelstelsel.

 

De vijf kroonbladen zijn wit en zeer diep ingesneden, waardoor het lijkt of er tien kroonbladen zijn. De kelkbladen zijn even lang en de helmknoppen zijn paars. Zolang er geen langere vorstperiode is bloeit muur in alle seizoenen. De bloemknop is sterk behaard.



 

Vogelmuur groeit op zonnige tot licht beschaduwde, open plaatsen op droge tot vochtige grond en is te vinden in akkers, tuinen, bermen en ruigten.

 

Toepassingen



Vogelmuur is het hele jaar op veel plaatsen te vinden. De jonge planten groeien vanaf de herfst en zijn erg voedzaam. De jonge planten zijn rijk aan vitamine C en enigszins bitter. De bladeren kunnen als groente worden gekookt, maar wel heel kort. Ook kunnen ze aan soepen worden toegevoegd.
De muurpeper (Sedum acre) is een overblijvende plant en wordt 5 tot 25 cm hoog. De sterk vertakte, liggende stengels zijn kaal en alleen de uiteinden richten zich omhoog.

 

De lichtgroene, 3-6 millimeter kleine bladeren zitten dicht opeen gepropt langs de stengels. Ze zijn afgeplat-eirond van vorm. De naam peper is afgeleid van de scherpe smaak van de bladeren. De plant vormt vaak kleine tapijten.



 

De meer dan 1 cm grote, felgele bloemen hebben 5 kroon- en vijf kelkbladen. De bloeitijd is van mei tot en met augustus.

 

Muurpeper groeit op zonnige, open plaatsen op droge zandgrond en stenige plaatsen. Hij verdraagt enig zout en komt o.a. voor in duinen, rivierduintjes, hellingen, muren, steenglooiingen van dijken en rotsachtige plaatsen. 


 

Toepassingen

De bladeren zijn rijk aan vitamine C, maar hebben een bitter bijtende smaak. Grote hoeveelheden veroorzaken buikpijn. Het beste is om de bladeren te drogen, te vermalen tot poeder en dan te gebruiken om aan voedsel een peperachtige smaak te geven.
De paardebloem (Taraxacum officinale) is een overblijvende plant en wordt 10 tot 50 cm hoog. De 10 tot 30 cm lange grondbladeren staan in een rozet bij elkaar. Ze zijn diep ingesneden en bochtig getand.

 

De tot 5 cm brede, heldergele bloemhoofden staan op lange, holle en bladloze stengels. Bij kneuzing vloeit uit de plant een witte vloeistof (paardebloemenmelk) wordt genoemd. Deze laat bruine vlekken achter. De wortel is een lange, dunne penwortel die decimeters diep de grond in kan dringen. Wanneer hij op behoorlijke diepte afbreekt kan deze zich herstellen en meerdere rozetten geven. 



Paardebloemen zijn heel algemeen en o.a. te vinden langs wegen en paden en op plekken waar gras groeit.

 

In de vruchttijd verschijnen pluisbollen die bestaan uit zaden met een soort parapluutje, het vruchtpluis. Het vruchtpluis zit vast op een steeltje. De zaden worden door de wind verspreid.



 

Toepassingen

De jonge bladeren en de gebleekte onderkant van het blad kan door salades of worden gekookt als groente. Wanneer ze rauw worden gebruikt zijn de bladeren erg bitter, maar in de winter een stuk minder. Jonge bladeren zijn veel minder bitter dan oudere bladeren. De bladeren worden vaak HYPERLINK "http://www.2fit.nl/pr/subpage.php/customercode=mersie/pagecode=Subpage_a4b_koken" \t "displayframe" geblancheerd, zodat ze minder bitter zijn. De wortels kunnen in de winter, nadat ze zijn

geschild en gekookt, als groente worden gegeten. De wortels kunnen ook, na twee dagen drogen, worden geroosterd en gemalen om HYPERLINK "http://www.2fit.nl/pr/subpage.php/customercode=mersie/pagecode=Subpage_subpageinfo8a01" \t "displayframe" paardenbloemkoffie te maken. De bladeren en de wortels kunnen gebruikt worden om HYPERLINK "http://www.2fit.nl/pr/subpage.php/customercode=mersie/pagecode=Subpage_subpageinfo8a01" \t "displayframe" thee van te zetten. Van de bloemen kan jam en HYPERLINK "http://www.2fit.nl/pr/subpage.php/customercode=mersie/pagecode=Subpage_subpageinfo8a01" \t "displayframe" siroop worden gemaakt. Van de stengel kan een eenvoudige HYPERLINK "http://www.2fit.nl/pr/subpage.php/customercode=mersie/pagecode=Subpage_a6a" \t "displayframe" fluit worden gemaakt.

 

Geneeskrachtige toepassingen



Bij verstopping kan een HYPERLINK "http://www.2fit.nl/pr/subpage.php/customercode=mersie/pagecode=Subpage_p01_bereidingplanten" \t "displayframe" extract van de gehele plant worden gebruikt.

 

Pastinaak (Pastinaca sativa)wordt vaak niet hoger dan ongeveer 50 cm. Het is een tweejarige plant met een rozet van oneven geveerde bladeren, waarvan de onderkant is voorzien van kleine haartjes, en een rechte bloemstengel. Het heeft kleine, gele bloemen met vijf naar binnengerolde kroonblaadjes, welke in schermen aan het eind van de stengel zitten. De schermvorm kan variëren van boven ongeveer plat tot helemaal bol. Aan de voet van de zij-assen zit meestal nog een krans met schutblaadjes. De pastinaak bloeit van juli tot oktober. De pastinaak vormt het eerste jaar een circa



20 cm lange, crème-witte kleurige penwortel.

 

De pastinaak komt voor in bermen, op grasgronden en vooral op kalkrijke grond.



 

Toepassingen

De pastinaak bevat vrij veel suiker. De pastinaakwortel kan zowel rauw als gekookt of gestoofd worden gegeten. De wortel wordt nog zoeter door ze te HYPERLINK "http://www.2fit.nl/pr/subpage.php/customercode=mersie/pagecode=Subpage_a4a_bakken" \t "displayframe" bakken of teroosteren. Zout versterkt dat effect. Het beste is om wortels voor het bakken even enkele minuten voor te HYPERLINK "http://www.2fit.nl/pr/subpage.php/customercode=mersie/pagecode=Subpage_a4b_koken" \t "displayframe" koken. Na de oogst wordt de wortel gauw slap. Daarom kan de pastinaak niet langer dan 3 à 4 dagen worden bewaard. 

Ook kan van de wortel koffie worden gezet. De wortelen beginnen vanaf november aan te dikken en kunnen tot in maart worden verzameld, omdat ze wintervast zijn. Indien vers geschild laat de schil makkelijk los. Bij grote penen moet het verharde middenstuk worden verwijderd. 


Wilde peen (Daucus carota) is een tweejarige plant en wordt 30 tot 90 cm hoog. In het eerste jaar vormt hij een rozet van langgesteelde, veervormig samengestelde, donkergroene bladeren. In het tweede jaar schiet uit het midden van de rozet een rechtopstaande, bebladerde stengel op, die bekleed is met ruwe haartjes.

De bloeitijd is in juni tot de herfst. Het scherm bestaat uit vele stralen, waarvan de buitenste bij rijping vogelnestjesachtig naar binnen zijn gebogen. De witte of roze bloemen groeien in een scherm, waarbij de bloemen in het midden vaak zwart-purperachtig gekleurd zijn. Bij aanraking verspreidt de plant een specifieke geur. De 1-zadige vruchtjes zijn voorzien van haakjes. Wilde peen bevat een witte,


vetakte en een wat vlezige penwortel.

 

Wilde peen komt voor in droge graslanden, bermen, dijken en duinen.



 

Toepassingen

De dunne en vezelige wortel kan worden gekookt. De aromatische zaden kunnen als HYPERLINK "http://www.2fit.nl/pr/subpage.php/customercode=mersie/pagecode=Subpage_subpageinfo8a04" \t "displayframe" smaakversterker in stoofpotten worden gebruikt. Gedroogde en daarna geroosterde wortels kunnen vermalen worden om HYPERLINK "http://www.2fit.nl/pr/subpage.php/customercode=mersie/pagecode=Subpage_subpageinfo8a01" \t "displayframe" koffie te maken. De plant is rijk aan vitamine A en B.

Wilde peterselie (Petroselinum segetum ) is een tweejarige, soms eenjarige, plant en wordt

30 tot 80 cm hoog. De massieve stengels zijn kaal en fijn gegroefd. De onderste bladeren zijn

enkel geveerd. De vaak veerlobbige blaadjes hebben een fijn gezaagde rand. De bovenste bladeren

bestaan uit lijnvormige slippen.

 

Wilde peterselie bloeit van juli tot september met wit tot roze, tot 2 mm grote bloemen, die in



3 tot 10 ongelijk lang gesteelde schermpjes zitten met 3 tot 5 omwindselbladen en -blaadjes,

maar de kelkbladen ontbreken.

 

De 2,5 tot 3 mm lange, eivormige vrucht heeft vrij brede, uitspringende ribben.



 

Peterselie groeit op zonnige, open plaatsen op vochtige grond.

 

Toepassingen


Peterselie is rijk aan vitamine C en de blaadjes kunnen als smaakmaker worden toegevoegd aan

soepen, vleesgerechten en sauzen. Peterselie wordt niet meegekookt, maar dient pas te worden

toegevoegd vlak voor het eten van de maaltijden, omdat het anders te veel van zijn smaak verliest. Van de bladeren en bloemen kan een HYPERLINK "http://www.2fit.nl/pr/subpage.php/customercode=mersie/pagecode=Subpage_subpageinfo8a01" \t "displayframe" kruidenthee worden gemaakt.

Kleine pimpernel (Sanguisorba minor) is een overblijvende plant en wordt 15 tot 60 cm hoog. De onderste bladeren groeien in een rozet en bestaan uit 9 tot soms 31 eivormige deelblaadjes met aan

beide kanten 4 tot 8 spitse tanden. De hogere bladeren zijn 0,5 tot 2 cm groot en rond tot eivormig. De bladeren zijn blauw- tot grijsgroen gekleurd. De plant heeft een diepe penwortel.

 

De bolvormige bloem heeft een witte, donkerrode of groenrode kleur. De bloemen zijn tweeslachtig. De bovenste bloemen zijn vrouwelijk en de lagere mannelijke bloemen. De bloeistengel staat rechtop. De bloeitijd is van mei tot september.



 

De kleine pimpernel groeit op zonnige plaatsen op min of meer droge grond en is o.a. te vinden in duinen, hoge delen van uiterwaarden, bermen, laagblijvend duinstruikgewas en struikgewas, op schraal grasland en rotsachtige plaatsen en langs dijken.


Toepassingen

De jonge bladeren en scheuten kunnen het beste gebruikt worden voordat de kleine pimpernel gaat bloeien. De bladeren en de scheuten hebben een komkommerachtige smaak en kunnen worden toegevoegd aan salades en soepen. Tijdens hete, droge zomers worden de bladeren soms bitter. Van gedroogde bladeren kan een HYPERLINK "http://www.2fit.nl/pr/subpage.php/customercode=mersie/pagecode=Subpage_subpageinfo8a01" \t "displayframe" thee worden gezet.


De grote pimpernel (Sanguisorba officinalis) is een overblijvende plant en wordt 30 tot 100 cm en soms tot 150 hoog. De rechtopstaande stengel is gegroefd en vertakt, en alleen aan de basis behaard. De geveerde bladeren groeien in een rozet en hebben aan beide kanten ongeveer 12
tanden. De eivormige bladeren zijn grijsgroen, 2 tot 4 cm groot en bestaan uit 7 tot 15 deelblaadjes.

 

De tweeslachtige, donkerrode bloemen zijn eivormig en 1 tot 3 cm groot. De bovenste bloemen zijn vrouwelijk en de lagere mannelijke bloemen. De bloeitijd is van juni tot en met september.


De grote pimpernel groeit op zonnige plaatsen op natte tot vochtige grond en is o.a. te vinden langs waterkanten, rivierdijken, spoordijken en –wegen en in bergweiden en bermen.

 

Toepassingen



De jonge bladeren en bloemknoppen kunnen rauw of gekookt worden gegeten. Verzamel de bladeren en bloemknoppen in de lente voordat de plant gaat bloeien. De bladeren hebben een komkommerachtige smaak en kunnen aan salades worden toegevoegd of worden gebruikt als een tuinkruid. Van gedroogde of verse bladeren kan HYPERLINK "http://www.2fit.nl/pr/subpage.php/customercode=mersie/pagecode=Subpage_subpageinfo8a01" \t "displayframe" thee worden gezet.

 

De pinksterbloem (Cardamine pratensis) is een overblijvende plant die tot een halve meter hoog kan worden. De plant bloeit met lila tot roze bloemen. De kroonbladen zijn maximaal 18 mm lang. De plant heeft een wortelrozet.



 

De bladeren zijn samengesteld. De deelblaadjes van het wortelrozet zijn kort en breed en vaak bochtig getand. De stengelbladeren zijn smal en lang. De kale stengel is hol, rond en soms iets kantig. De vrucht is een droge doosvrucht. Deze zijn bij de pinksterbloem smal en maximaal 5,5 cm lang.

 

De plant bloeit van april tot en met juni, maar meestal is eind april het hoogtepunt. De plant komt voor op zonnige tot licht beschaduwde plaatsen op vochtige tot natte grond.De plant bloeit in grasvelden, bossen en moerassen.



 

In een omgeving die heel nat is komt een bijzondere aanpassing voor aan dit milieu. De deelblaadjes zijn dan kortgesteeld en beginnen al, terwijl ze nog aan de plant zitten, worteltjes te vormen. Wanneer ze van de plant afvallen kunnen ze uitgroeien tot nieuwe planten. Het zaad komt in een dergelijk permanent nat milieu slecht tot ontkieming en op deze wijze kan de soort zich toch nog voortplanten.

 

Toepassingen



De bladeren en de jonge scheuten kunnen rauw of gekookt worden gegeten. Ze zijn rijk aan vitaminen en mineralen; vooral aan vitamine C. De bladeren kunnen zowel mild als scherp smaken en kunnen aan een salade worden toegevoegd. De bladeren en scheuten worden in de lente verzameld. Bloemen en bloemknoppen kunnen ook rauw worden gegeten en geven een goede smaak aan salades.
Riet (Phragmites australis) kan 1 tot 3 m hoog worden. De stengel staat stijf rechtop en het 1 tot 3 cm brede blad met spits toelopende top is grijsgroen. De plant bloeit van juli tot oktober met een 15 tot

40 cm lange, sterk vertakte, purperkleurige of bruinachtige pluim, die rechtop staat of later aan de top kan gaan overhangen. De aartjes zijn tot 15 mm lang, bevatten twee tot acht bloempjes en zijn erg

harig. De vrucht is een graanvrucht.

 

Riet breidt zich uit door zaad, door holle ver kruipende of diepgaande wortelstokken en door horizontale stengels waarbij op de knopen een nieuwe plant ontstaat. De wortels van het riet verspreiden zich over een groot gebied. De plant groeit in het water of aan de waterkant op natte, zoete tot brakke grond. Riet komt in overvloed voor aan de rand van rivieren en ondiepe wateren.



 

Toepassingen

De wortel kan zowel rauw als gekookt worden gegeten. De smaak is het beste als de wortel jong is en nog steeds groeit. Het kan worden gedroogd, grof worden vermalen en als een pap worden gebruikt. De jonge scheuten zijn rauw of gekookt te eten. Ze kunnen het beste gebruikt worden voordat de bladeren uitkomen. Gedeeltelijk ontvouwde bladeren kunnen als kruid worden gebruikt. Jonge

bladeren kunnen worden gedroogd, vermalen tot poeder en dan vermengd worden met meel.

 

Zaden kunnen tot poeder worden vermalen en als bloem worden gebruikt. De zaden zijn vrij klein en moeilijk uit de vlies te verwijderen. Een suikerachtige substantie kan uit de stengel worden verkregen wanneer ze worden gebroken of doorboord. Deze substantie kan in een bol worden gedraaid en als snoep worden gegeten. De stengels kunnen ook in water worden gekookt, waarbij het water kan



worden ingekookt om de suiker te verkrijgen. Een poeder verkregen uit gedroogde stengels kan vochtig worden gemaakt en tot een bal worden gemaakt om boven een vuur te roosteren.

 

Riet kan gebruikt worden als dakbedekking of voor het maken van rietmatten en -schermen. Overjarig riet is hiervoor minder geschikt. Van de bladeren (en stengels) kan ook  HYPERLINK "http://www.2fit.nl/pr/subpage.php/customercode=mersie/pagecode=Subpage_subpageinfo8a11" \t "displayframe" touw worden gemaakt. Tevens kan van een gedroogde rietstengel een eenvoudige HYPERLINK "http://www.2fit.nl/pr/subpage.php/customercode=mersie/pagecode=Subpage_subpageinfo8a06" \t "displayframe" fluit worden gemaakt.



 

Gewone smeerwortel (Symphytum officinale) is een overblijvende plant en wordt 30 tot 100 cm hoog. De rechtopstaande stengels hebben brede vleugels en zijn borstelig behaard. De holle bloeistengels zijn dik, vlezig en naar boven toe vertakt. De penwortel is van buiten zwart en van binnen wit. Het wortelblad is het grootst en kan 25 cm lang zijn. De stengelbladen worden geleidelijk smaller. De onderste bladeren zijn eirond tot langwerpig. De bovenste bladeren zijn langwerpig en niet getand. Alleen de onderste bladeren hebben een steel.

 

De witte, roze of paarse gegroepeerde bloemen groeien dicht opeen in een hangende tros. De bloemen zijn klokvormig, 2-4 cm groot. De kelkbladen zijn spits, en 1/3 van de buisvormige, vergroeide kroonbladen. De bloeitijd is van mei tot augustus



 

De zwarte nootjes zijn glad, glanzend en voorzien van een vlezig aanhangsel.

 

Smeerwortel groeit op zonnige tot licht beschaduwde plaatsen op natte tot vochtige, voedselrijke grond en komt o.a. voor bij oeverruigten en uiterwaarden, in struikgewas en loofbossen.



 

Toepassingen

De jonge bladeren kunnen rauw of gekookt worden gegeten. Omdat de bladeren harig zijn moeten ze eerst goed fijn worden gehakt voordat het aan een salade worden toegevoegd. Jonge scheuten kunnen als asperges worden klaargemaakt. Alleen de gebleekte stengels worden gebruikt. Oudere bladeren kunnen worden gedroogd en worden gebruikt als HYPERLINK "http://www.2fit.nl/pr/subpage.php/customercode=mersie/pagecode=Subpage_subpageinfo8a01" \t "displayframe" thee. Gepelde wortels kunnen in stukken worden gesneden en aan soepen worden toegevoegd. Een combinatie van gedroogde bladeren en wortels kan worden gebruikt om thee van te zetten. Geroosterde wortels kunnen samen met de wortels van HYPERLINK "http://www.2fit.nl/pr/subpage.php/customercode=mersie/pagecode=Subpage_p66_paardebloem" \t "displayframe" paardebloem en HYPERLINK "http://www.2fit.nl/pr/subpage.php/customercode=mersie/pagecode=Subpage_p25_cichorei" \t "displayframe" cichorei worden gebruikt om koffie te maken.

 

Geneeskrachtige toepassingen



Smeerwortel staat al lang bekend voor zijn helende werking bij kneuzingen, verstuikingen en breuken. Leg gekneusde bladeren op een wond. Doordat de wortels veel zetmeel bevatten kunnen ze worden gebruikt als een vorm van gips. Door ze te koken komt het zetmeel vrij die erg hard wordt en nadat het wat is afgekoeld kan dit rond een gewricht, arm of been worden gedaan. Het werkt ook goed om bij het op het plaats houden van HYPERLINK "http://www.2fit.nl/pr/subpage.php/customercode=mersie/pagecode=Subpage_p01_bereidingplanten" \t "displayframe" kompressen. Door de wortel tot poeder te vermalen kan dit op verse

wonden worden gestrooid. Bij verkoudheid, keelpijn en ademhalingsproblemen kan een HYPERLINK "http://www.2fit.nl/pr/subpage.php/customercode=mersie/pagecode=Subpage_p01_bereidingplanten" \t "displayframe" aftreksel van de gehele plant worden gebruikt. Een heet HYPERLINK "http://www.2fit.nl/pr/subpage.php/customercode=mersie/pagecode=Subpage_p01_bereidingplanten" \t "displayframe" kompres kan gebruikt worden bij ontstekingen.


Gewoon speenkruid (Ranunculus ficaria subsp. bulbilifer) is een overblijvende plant en wordt tot 30 cm hoog. De wortels zijn voor een deel spoel- of knotsvormig verdikt. Gewoon speenkruid vormt vaak ronde knolletjes in de bladoksels. De vertakte stengels zijn sappig en richten zich halverwege op.

 

De hartvormige bladeren zitten aan het uiteinde van een lange, wijde bladsteel. De glimmende bladeren zijn niet gedeeld. Ze zijn rond of de bovenste zijn hoekig. Vaak hebben ze een gave rand, maar soms zijn ze bochtig gekarteld. De planten vormen als het ware een "tapijt", het geheel is niet hoger dan 10 cm.



 

De gele bloemen zijn 2 tot 3 cm groot, hebben acht tot twaalf kroonbladeren en drie groene kelkbladeren. Bij slecht weer blijven de bloemen gesloten, bij zon spreidt de bloem zich wijd open. Gewoon speenkruid bloeit van maart tot mei. Na de bloei sterft het bovengrondse deel van de plant af, maar de ondergrondse knolletjes van enkele millimeters lengte blijven in leven voor het volgende

jaar. Het bijzondere van speenkruid is dat het alleen van maart tot mei groeit en niet in andere jaargetijden.

 

Gewoon speenkruid groeit op zonnige tot licht beschaduwde plaatsen op vochtige grond en is te vinden aan o.a. bosranden, beekoevers en rivieroevers.



 
Toepassingen

De eerste, jonge bladeren bevatten veel vitamine C en kunnen in de lente worden gegeten of als kruid worden gebruikt bij het koken. De bladeren en stengels kunnen als spinazie worden klaargemaakt. Het is van belang de blaadjes vòòr de bloei te verzamelen omdat tijdens de bloei in de plant een proces plaatsvindt waardoor er veel saponine en protoanemonine ontstaat, dat bitter en brandend

smaakt en bovendien giftig is. Het sap kan op de huid blaren veroorzaken. Het plantensap werd vroeger als pijlgif gebruikt. De knoppen en bloesems kunnen echter wel worden gebruikt.

 

Geneeskrachtige toepassingen



Gebruik het uitgeperste sap uitwendig tegen aambeien.

 

Gewone struisgras,  (Agrostis capillaris) is een overblijvende plant en wordt 10 tot 70 cm



hoog. De gladde stengels kunnen aan de onderste knopen wortels vormen. De vlakke bladeren

zijn ruw en 2 tot 5 mm breed.

 

De bloeiwijze is een 5 tot 15 cm lange bruine soms paarsige pluim. De aartjes zijn eenbloemig



en 2 tot 4 mm lang. Eerst zijn ze groen, maar na verloop van tijd worden ze purperachtig bruin.

De aartjes zijn allemaal gelijk. Gewoon struisgras bloeit van juni tot augustus.

 

De plant vormt een dichte zode en vormt soms korte bovengrondse uitlopers. De plant heeft lange



ondergrondse uitlopers.

 

Gewoon struisgras groeit op zonnige tot licht beschaduwde plaatsen op droge tot vochtige grond



en is o.a te vinden op heide- en veengebieden, maar ook in weilanden, in wegbermen en in het bos.

Tijdens droogte blijft Gewoon struisgras lang groen.

 

Toepassingen



De vruchten kunnen van juli tot en met oktober tot HYPERLINK "http://www.2fit.nl/pr/subpage.php/customercode=mersie/pagecode=Subpage_subpageinfo8a04" \t "displayframe" meel worden gemalen.
Veenpluis (Eriophorum angustifolium) is een plant uit cypergrassenfamilie. De bladeren zijn donkergroen. Geleidelijk worden ze bruin en tegen bloeitijd sterven de bladeren af. Als het bloeiseizoen is afgelopen tegen het eind van de zomer, ontstaan er nieuwe bladeren.

 

De bloempjes vormen aren, die van juni tot augustus in bloei staan. De bloemen zijn erg klein en vallen daarom niet op. Ze zijn tweeslachtig en in plaats van een kelk en kroon is er een krans van borstelharen, die later uitgroeien tot lange witte haren.



 

Veenpluis bevat een driehoekig nootje, dat omringd wordt door langewitte haren (de pluis).

 

De plant groeit op vochtige, zure grond, zoals zeggenmoerassen, heide en veen. Het vormt daar zoden met behulp van uitlopers. Opvallend is het lange, witte vruchtpluis, waaraan de naam ontleend is.



 
Toepassingen

De basis van jonge stengels moeten worden gekookt. De zwarte bedekking van de wortels moet worden verwijderd waarna de wortel kan worden gekookt. De katoenachtige zaadharen kunnen gebruikt worden om HYPERLINK "http://www.2fit.nl/pr/subpage.php/customercode=mersie/pagecode=Subpage_a2b_verlichting" \t "displayframe" kaarspitten of als HYPERLINK "http://www.2fit.nl/pr/subpage.php/customercode=mersie/pagecode=Subpage_a9a_brandstof" \t "displayframe" tondel.


De Kleine veldkers (Cardamine hirsuta) is een 7 tot 30 cm hoge, eenjarige plant. De planten zijn meestal groen, maar kunnen ook paars gekleurd zijn. De stengel groeit vrij recht omhoog. De plant is grotendeels kaal. De plant heeft een wortelrozet van geveerde bladeren, evenals 2-4 stengel bladeren. De 2-3 mm kleine kroonblaadjes zijn wit op een groene stengel, en elliptisch gevormd.

 

De tweeslachtige bloemen kennen zelfbestuiving. De bloeitijd loopt meestal van maart tot mei, soms is er een nabloei in de herfst. De plantjes blijven gedurende de winter groen en bloeien al weer vroeg in het voorjaar.



 

Toepassingen

Zowel de bladeren als de bloemen worden gebruikt als garnering of HYPERLINK "http://www.2fit.nl/pr/subpage.php/customercode=mersie/pagecode=Subpage_subpageinfo8a04" \t "displayframe" smaakversterker in o.a. salades of als kruid. De bladeren ontkiemen ook in de herfst, waardoor ze ook in de winter te gebruiken zijn.
Gewone veldsla (Valerianella locusta) is een eenjarige plant en wordt 7 tot 25 cm hoog. De stengels zijn niet behaard. De plant heeft aan de voet spatelvormige bladeren. De bovenste bladeren zijn lancetvormig tot langwerpig.

 

De vijfslippige bloemen zijn bleeklila, maar soms wit of rozerood. De meeldraden staan op de bloemkroon ingeplant. Het driehokkige vruchtbeginsel is onderstandig, waarbij maar één hokje vruchtbaar is. De bloeitijd is in april en mei en soms ook in juli en augustus.



 

De vrij grote en zeer lichte vrucht is een nootje en heeft de vorm van een platte ui of tulpenbol. Pas geoogst zaad kiemt slecht door de nog aanwezige kiemrust.

 

De plant groeit op zonnige, open plaatsen op vochtige, matig voedselrijke tot voedselrijke, grond en is te vinden in bermen en op dijken.



 

Toepassingen

De jonge bladeren hebben een vrij milde, enigszins nootachtige smaak en kunnen in grote hoeveelheden aan een salade worden toegevoegd of gestoofd worden gegeten. De bloemen en bloemstengels zijn rauw te eten.
Maarts viooltje (Viola odorata) is een overblijvende plant en wordt 5 tot cm hoog. De bladeren vormen een rozet. Het blad is hartvormig, rond of aan de top spits toelopend en verspreid behaard. De bladrand is gekarteld.

 

De geurige bloem groeit in de bladoksels en is diep paars-blauw met in het midden wit. De bloemen zijn alleenstaand en staan op een lange steel. Het Maarts viooltje bloeit van begin maart tot eind mei, soms ook in augustus en september. Het maarts viooltje draagt een behaarde bolvormige doosvrucht. De plant heeft een wortelstok met kruipende uitlopers.



 

Het maarts viooltje groeit meestal op licht beschaduwde plaatsen op vochtige, matig voedselrijke tot voedselrijke grond o.a. in bermen, bossen en struikgewas, langs bosranden en aan de voet van hellingen en rivierduinbosjes.

 

Toepassingen



Maarts viooltje is tijdens de hele winter aanwezig. De jonge bladeren en bloemknoppen kunnen rauw of gekookt worden gegeten. De bladeren hebben een vrij milde smaak, maar worden wat taaier als ze ouder worden. De bladeren vormen een goede salade. Ook kunnen ze als verdikker in soepen worden gebruikt. Van de bladeren en de bloemen kan HYPERLINK "http://www.2fit.nl/pr/subpage.php/customercode=mersie/pagecode=Subpage_subpageinfo8a01" \t "displayframe" thee worden gezet. Bij het bakken van voedsel kan een aftreksel van de bladeren wordt gebruikt als HYPERLINK "http://www.2fit.nl/pr/subpage.php/customercode=mersie/pagecode=Subpage_subpageinfo8a04" \t "displayframe" smaakmaker.
Gewone vogelmelk (Ornithogalum umbellatum) is een 10 tot 30 cm hoge, giftige plant. De plant vormt een bloembol. De kroonbladeren zijn aan de buitenkant groen met een witte rand die tot aan het einde van het kroonblad loopt. De gewone bladeren zijn 2 tot 8 mm breed en hebben aan de binnenzijde een witte middenstreep. Vaak beginnen de bladen al tijdens de bloei te verdorren.

 

De bloeiwijze is een schermvormige tros met tien tot twintig witte, stervormige bloemen, waarbij de onderste bloemstelen sterk verlengd zijn en zo een scherm vormen. De bloem bestaat uit twee trio's van binnen witte kroonbladen. De bloem heeft een doorsnede van 30 tot 50 mm. De bloem sluit zich bij slecht weer, en ook bij zon in de loop van de middag. De bloeitijd is in mei en juni.



 

De voortplanting gebeurt doordat de bol nieuwe bolletjes voortbrengt. Zaden worden maar

zelden gevormd en zijn dan meestal niet levenskrachtig.

 

De plant groeit op zonnige tot licht beschaduwde en vaak vrij open plaatsen met een vochtige ondergrond en komt o.a. voor in loofbossen, aan bosranden en rivier- en beekoeverwallen. (De plant is in Nederland beschermd.)



 

Toepassingen

De bol kan worden gedroogd en tot poeder worden vermalen. De bloemen kunnen aan brood worden toegevoegd.

 

Witte waterkers (Rorippa nasturtium-aquaticum) is een slappe plant, die onbehaard is en 10 tot 60 cm groot wordt. De holle, vierkantige, vlezige stengel is aan de onderkant kruipend. Witte waterkersen hebben geveerde bladeren met ovale deelblaadjes.



 

De witte waterkers heeft witte bloemen met 4 tot 6 mm lange kroonblaadjes. De kroonblaadjes zijn ongeveer tweemaal zolang als de kelkblaadjes. De plant bloeit als tros van mei tot de herfst.

 

De vrucht is een onbehaarde hauw met een lengte van 1,3 tot 1,8 mm lang. De zaden liggen in ieder hokje in twee rijen en hebben aan beide zijden ongeveer twintig tot vijfentwintig mazen.



 

De plant groeit aan en in het water van beken, sloten, plassen en moerassen.

 

Slanke waterkers (Rorippa microphylla) is een vaste plant en groeit in en aan het water van beken, sloten en poelen. Het is een slappe plant, die onbehaard is en 10 tot 90 cm hoog wordt. De holle, vierkantige, vlezige stengel is aan de onderkant kruipend en wortelend. De geveerde bladen hebben ovale deelblaadjes.



 

De plant bloeit met een tros van mei tot de herfst. De witte bloempjes hebben 6 mm lange kroonblaadjes, die ongeveer tweemaal zolang zijn als de kelkblaadjes. De vrucht is een onbehaarde hauw met een lengte van 1,6 tot 2,2 cm. In elk hokje komt een rij zaden voor. De zaden zijn netvormig getekend met op beide zijden circa honderdmazen.

 

De plant lijkt op de witte waterkers, maar verschilt daarvan door de iets langere vrucht, de in elk hokje in een enkele rij in plaats van twee rijen liggende zaden en met ongeveer twee keer zoveel mazen op het zaad.



 



Deel met je vrienden:
  1   2


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©tand.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina