Beter bewegen, beter werk



Dovnload 75.62 Kb.
Datum25.06.2018
Grootte75.62 Kb.








Stilstaan bij bewegen



Praktijkregels voor fysieke belasting in de thuiszorg






Zorgverlening


Zorgverlening
Voorwoord

In 1995 heeft de Arbeidsinspectie het rapport ‘Een goede zuster tilt er niet zwaar aan’ uitgebracht. Een van de aanbevelingen van de Arbeidsinspectie aan de sociale partners in de thuiszorg was het tot stand brengen van een normenstelsel van fysieke belasting dat speciaal gericht is op de thuiszorg. Het Overleg Arbeidsvoorwaarden Thuiszorg heeft TNO Arbeid opdracht verleend om in samenwerking met de thuiszorgsector hanteerbare normen voor fysieke belasting in de thuiszorg te ontwikkelen.

De uitwerking hiervan is weergegeven in de publicatiereeks Stilstaan bij bewegen, die bestaat uit vijf delen. Bij een plan om de fysieke belasting in de sector te verminderen kunnen de lidinstellingen van de Landelijke Vereniging voor Thuiszorg en Branchebelang Thuiszorg Nederland gebruik maken van deze publicatiereeks. Dit deel gaat over de zorgverlening.
Als thuiszorgmedewerker voert u dagelijks vele handelingen uit die de spieren en gewrichten belasten: tillen, trekken, duwen, hurken, staan, knielen. Een goede werkhouding, een juist gebruik van de spieren en het gebruik van hulpmiddelen voorkomen dat uw gewrichten of spieren overbelast raken en dat u bijvoorbeeld rug- of nekklachten krijgt.

Het is niet voor niets dat de thuiszorg daarom praktijkregels voor fysieke belasting heeft opgesteld. De praktijkregels helpen u om beter te bewegen tijdens het werk en daarmee schade aan het houdings- en bewegingsapparaat te voorkomen. Er zijn rode, oranje en groene praktijkregels.

Bij de rode praktijkregels wordt niet voldaan aan de minimale eisen die aan de fysieke belasting worden gesteld en ook oranje praktijkregels geven aan dat de beheersing van de fysieke belasting niet optimaal is. Verbeteringen zijn in beide gevallen wenselijk. De groene praktijkregels geven de meest ideale situatie weer. Door het volgen van de groene praktijkregels worden gezondheidsrisico’s aan het houdings- en bewegingsapparaat zoveel mogelijk voorkomen.
In dit boekje begint elk aandachtsgebied met een praktijkvoorbeeld. Daaronder is een aantal vragen opgenomen, waarmee u zich een beeld kunt vormen van uw eigen werksituatie. Voldoet uw werksituatie aan de groene praktijkregels of zijn verbeteracties nodig? En zo ja, welke? Soms kunt u eenvoudig zelf werken aan beheersing van de fysieke belasting. Soms moet u daar binnen de organisatie afspraken over maken.

In het boekje is naast de groene praktijkregels ruimte vrijgehouden om aantekeningen te maken. Worden de vragen in een teamoverleg behandeld, dan is het raadzaam gebruik te maken van het formulier Doorwerken aan de toekomst dat achter in het boekje is opgenomen.


Verpleegkundigen en (zieken)verzor­gen­den voeren de zorgtaken in de thuiszorg uit. In dit stuk worden de verzorgende taken belicht. Wie deze ta­ken uitvoert, is uit het oogpunt van het creëren van goede arbeidsomstandighe­den niet relevant. De genoemde werkzaam­heden komen binnen alle genoemde functiecate­gorieën voor.

De praktijk


Tillen en verplaatsen bij de toiletgang en tijdens het wassen



Voorbeeld

Een verzorgende heeft tot taak een MS-patiënt uit bed te halen, te ondersteu­nen bij de toiletgang, te wassen en aan te kleden. De patiënt heeft naast spierzwakte een sterk overgewicht en wordt daarom eerst in het hoog-laagbed aangekleed. Daarna verplaatst de verzorgende de patiënt tussen bed en toi­let met be­hulp van een tillift. Wanneer de patiënt staat met de steun van een actieve lift door een band die achterlangs en onder de oksels is gebracht, helpt de verzorgende bij het naar benedentrekken van de onderkleding. Na de toilet­gang wordt de patiënt met de lift geheven tot stand. In deze positie wordt de patiënt ge­was­sen (on­der­­beurt) en wordt de kle­ding weer in orde gemaakt.

De toiletbeu­gels van het invali­den­toilet zijn bij deze zorghandelingen naar bene­den geklapt. De verzorgende heeft dat doelbewust gedaan, omdat zij bang is dat de patiënt valt. Mocht dat inderdaad zo zijn, dan komt de patiënt in ieder geval op het toilet terecht, zo redeneert de verzorgende. Door de beugels wordt de reik­wijdte naar de patiënt erg groot en dit bemoeilijkt het wassen. De verzorgende neemt dit echter op de koop toe.



  • Analyse

Door deze werkwijze is de verzorgende langdurig gebukt en geknield aan het werk. Bovendien is er sprake van een onveilige situatie. Glijdt de patiënt uit de tilband, hetgeen de verzorgende mogelijk acht, dan valt de patiënt. On­danks het gebruik van een tillift, die tillen voorkomt, is de werkwijze door de gebogen houding zeer belas­tend voor de verzor­gende. De langdurig gebogen houding, waarin ook nog wordt ge­reikt, leidt tot een hoge rugbelasting. De geko­zen wer­k­tech­niek is gezien de toestand van de patiënt niet meer ade­quaat. In het geval de patiënt risico’s loopt om te vallen, moet de werk­wij­ze worden aangepast.

  • Oplossingen

De actieve lift is bij een rolstoelgebonden patiënt, die niet meer mee kan werken, niet meer ge­schikt. De lift moet worden vervangen door een passieve lift. Op nog langere termijn is waar­schijnlijk zelfs een douchebrancard en extra personele inzet nodig. Het wordt dan de vraag of thuisverzorging nog wel de meest adequate oplossing is.
Vragen voor het werkoverleg

Inhoud

1. Worden tilhandelingen in alle situaties veilig voor de medewer­kers en veilig voor de patiënt uit­gevoerd?

2. Wordt de meest adequate werkwij­ze toegepast?

3. Worden bij het tillen en verplaatsen van cliënten ongunstige houdin­gen voorko­men?

4. Wordt tillen voorkomen door het gebruik van tilliften?

5. Worden bij het verplaatsen van cliënten de juiste hulpmiddelen ge­bruikt?

6. Komt het voor dat tillen en verplaatsen of het uitvoeren van verzor­gen­de taken alleen veilig kan wanneer twee verzorgenden de patiënt verzorgen? Zijn bij deze patiënten ook twee verzorgenden in­ge­pland?
Aanpak

1. Wat vinden wij zelf van de noodzaak tot aanpak?

2. Wat is de positie van onze werkpraktijk in het rood\oranje\groen schema?

3. Wat is onze gewenste positie in het rood\oranje\groen schema?

4. Welke acties zijn nodig om de gewenste positie te bereiken?

- om de fysieke belasting te verminderen

- om de fysieke belasting te beheersen

Duwen en trekken



Voorbeeld

Een CVA-patiënt zit in een stoel. De verzorgende helpt bij het aan- en uit­kle­den. Om de trui uit te kun­nen trekken moet de patiënt uit een achter­over ­gekantelde rolstoel naar voren wor­den ge­haald. De verzorgende trekt de patiënt naar voren door voor­overgebogen voor de patiënt te gaan staan. De patiënt kan zelf niet meewerken. De verzorgende merkt dat het zwaar is voor haar rug.




  • Analyse

Het voorovertrekken van een patiënt in een vooroverge­bogen houding leidt ertoe dat de rug­spie­­ren sterk aanspan­nen om de rug gestrekt te hou­den. Het gevolg is een hoge belas­ting op de tus­sen­wervelschijven. Uit ge­zondheids­oogpunt is deze handeling niet toegestaan.

  • Oplossingen

Bij deze patiënt kan de werktechniek worden verbeterd door naast of achter de patiënt te gaan staan of de rolstoel van de patiënt in horizontale positie te brengen. Ook kan het zo zijn dat de rol­­stoel niet meer optimaal is voor de patiënt en moet worden vervangen.
Vragen voor het werkoverleg

Inhoud

1. Bij welke taken komen duw- en trekhandelingen voor?

2. Worden duw- en trekhandelingen op een veilige wijze verricht?

3. Wordt zo nodig gebruik gemaakt van hulpmiddelen?

4. Kan het werk ook op een andere wijze worden uitgevoerd?
Aanpak

1. Wat vinden wij zelf van de noodzaak tot aanpak?

2. Wat is de positie van onze werkpraktijk in het rood\oranje\groen schema?

3. Wat is onze gewenste positie in het rood\oranje\groen schema?

4. Welke acties zijn nodig om de gewenste positie te bereiken?

- om de fysieke belasting te verminderen

- om de fysieke belasting te beheersen

Ongunstige werkhoudingen



Voorbeelden

1. Een verzorgende wast een mevrouw in een hoog-laagbed en staat continu vooroverge­bo­gen. Achteraf realiseert ze zich dat het bed ook om­hoog had gekund.

2. Een verzorgende trekt bij een patiënt de steunkousen uit en smeert de benen in. Beide handelin­gen gebeuren in een voorovergebogen houding. Waarschijnlijk had het ook zittend gekund.

3. Na een middagdutje helpt een verzorgende een vrouw uit bed. Met een rollator loopt de vrouw naar een po-stoel die ingeklemd staat tussen een nachtkast­je en een tafel. De verzorgende verwijdert de luier en helpt mevrouw op de po-stoel. Na de toiletgang worden de billen gereinigd en wordt me­vrouw aange­kleed. Het verwijderen van de luier, het reinigen en het aan­kleden ge­beuren allemaal in een gebogen houding. Hierdoor staat de verzor­gende 4 minuten aaneenge­slo­­ten in een gebogen houding.

4. Een MS-patiënt wordt geholpen bij het uit bed komen en het verschonen van een katheter. Het hoog-laagbed lijkt verouderd, want het kan niet voldoende omhoog (maximale hoogte 95 cm). Het gevolg is dat de verzor­gende voorovergebogen werkt bij het aanbrengen van de tilmat. Daar­na, als de patiënt in de rolstoel zit, worden de schoenen aangetrokken. De verzorgen­de staat weer voor­overgebogen. Het bed wordt dan opnieuw in een voor­overge­bogen houding op­ge­dekt. De gehele verzorging duurt 10 minuten.

5. Een verzorgende verkleedt een patiënt in een hoog-laagbed. De thuiszorgmedewerker werkt hier in recht­opstaande positie en heeft goede mogelijkheden om haar eigen lichaam te gebruiken bij het kracht zetten.





  • Analyse

Voorovergebogen werken lijkt vaak voor te komen bij zorgtaken. Gezond­heidsnormen geven aan dat 4 minuten aaneengesloten de uiterste grens is voor het werken in een gebogen houding. Deze grens wordt in deze praktijk­situaties bij vele patiënten over­schreden.

  • Oplossingen

Voorovergebogen werken is vaak een gevolg van een te lage werk­hoogte of grote reikaf­stan­den. Het is daarom nodig daar waar mogelijk werk­hoogtes en reikafstanden aan te passen. Dit kan door gebruik te maken van hulp­middelen (hoog-laagbed) of door zelf van hou­ding te ver­an­de­ren (niet staan maar zitten) of een andere positie te kiezen.
Vragen voor het werkoverleg

Inhoud

1. Welke taken worden in voorovergebogen houding uitgevoerd?

2. Duren deze meerdere minuten?

3. Bij welke taken is sprake van overbelasting?

4. In welke situaties is een gunstiger werkwijze mogelijk?
Aanpak

1. Wat vinden wij zelf van de noodzaak tot aanpak?

2. Wat is de positie van onze werkpraktijk in het rood\oranje\groen schema?

3. Wat is onze gewenste positie in het rood\oranje\groen schema?

4. Welke acties zijn nodig om de gewenste positie te bereiken?

- om de fysieke belasting te verminderen

- om de fysieke belasting te beheersen

­­­­­­­


Hurken en knielen
Voorbeelden

Een patiënt wordt geholpen bij het legen van een katheterzak, die is bevestigd aan het onder­been. De verzorgende voert deze taak uit in een gehurkte en geknielde houding.

Ook bij een patiënt die wordt geholpen bij het uittrekken van de steunkousen werkt de verzorgende vanuit een gehurkte houding.


  • Analyse

Hurken en knielen moeten zoveel mogelijk worden vermeden. In de praktijk is dit echter niet altijd mogelijk. Om de fysieke belasting zo veel mogelijk te verminderen moet gezocht wor­den naar alternatieven.

  • Oplossingen

In een aantal gevallen kan de cliënt worden ge­vraagd op bed te gaan zitten of het been hoog te leg­gen. Bij andere cliënten kan zittend worden gewerkt.
Vragen voor het werkoverleg

Inhoud

1. Welke taken worden gehurkt of geknield uitgevoerd?

2. Duren deze meerdere minuten?

3. Bij welke taken is sprake van overbelasting?

4. In welke situaties is een meer gunstige werkwijze mogelijk?

5. Wat is daar voor nodig (hulpmiddelen, hulp, andere werktechniek)?


Aanpak

1. Wat vinden wij zelf van de noodzaak tot aanpak?

2. Wat is de positie van onze werkpraktijk in het rood\oranje\groen schema?

3. Wat is onze gewenste positie in het rood\oranje\groen schema?

4. Welke acties zijn nodig om de gewenste positie te bereiken?

- om de fysieke belasting te verminderen

- om de fysieke belasting te beheersen

Hulpmiddelen



Voorbeeld

Het gebruik van tilliften raakt steeds meer ingeburgerd. Het kan soms echter lang duren voordat de­ liften geleverd worden. Tot die tijd is het behel­pen geblazen en wordt de rug vaak overbelast. An­dere hulpmiddelen die nodig zijn voor een goede verzorging, bijvoorbeeld een stoeltje in de douche­ruimte of een dou­chebrancard bij zeer zware patiënten, laten vaak nog langer op zich wach­ten.




  • Analyse

De thuiszorgorganisatie leent verschillende hulpmiddelen uit, maar dit geldt vaak niet voor hulpmiddelen die in extreem zware situaties nodig zijn. De afwezigheid van hulp­­middelen maakt het werk van de verzor­genden on­no­dig zwaar.

  • Oplossingen

Om invloed te kunnen uitoefenen op de arbeidsomstandigheden van medewerkers is eigen uit­leen van hulpmiddelen noodzake­lijk. Daarnaast zijn sterke contacten met gemeentes of regionale in­di­catie organen nodig om in individuele gevallen in structurele maatregelen te voor­zien.
Vragen voor het werkoverleg

Inhoud

1. Waar zijn onvoldoende hulpmiddelen aanwezig?

2. Wat is daarvan het gevolg?
Aanpak

1. Wat vinden wij zelf van de noodzaak tot aanpak?

2. Wat is de positie van onze werkpraktijk in het rood\oranje\groen schema?

3. Wat is onze gewenste positie in het rood\oranje\groen schema?

4. Welke acties zijn nodig om de gewenste positie te bereiken?

- om de fysieke belasting te verminderen

- om de fysieke belasting te beheersen

Werkomgeving



Voorbeelden

1. Een mevrouw wordt geholpen bij het wassen. De douche is erg klein en beperkt de bewegings­mo­gelijkheden. Het aankleden vindt plaats in een al even klein halletje. Een stapje achteruit of hur­ken is hier nauwelijks moge­lijk. De beperk­te ruimte heeft gevolgen voor de werkhouding. De verzorgende kan alleen gebo­gen en gedraaid werken.

2. Een zwaar demente patiënt is in het bezit van een hoog-laagbed. Dit bed staat echter tegen een ander bed. Er is nauwelijks ruimte het bed te verplaat­sen. Toch moet de verzorgende bij deze patiënt aan beide zijden van het bed verzorging kunnen bieden.



  • Analyse

In het eerste voorbeeld wordt de rug gebogen om de verzorging toch uit te kunnen voeren. In het tweede voorbeeld worden reikafstanden te groot.

  • Oplossingen

Het is in alle situaties nodig om te beschikken over voldoende werkruimte, zodat in een zo gun­stig mogelijke houding kan worden gewerkt. Al bij de intake van de patiënt kunnen de nodige maatregelen wor­den geïnventariseerd. Het kan zijn dat de ruimte die nodig is voor de zorgverlening niet in overeenstemming is met de wensen en be­hoeften van cliënten. Toch mag dit niet ten koste gaan van de arbeids­om­stan­digheden voor de thuiszorg.
Vragen voor het werkoverleg

Inhoud

1. Waar beperkt de werkomgeving een gezonde werkwijze?

2. Wat zijn de gevolgen voor de blootstelling aan fysieke belasting?

3. Zijn maatregelen noodzakelijk?

4. Wat is hier aan te verbeteren?

5. Hoe is dit te bereiken?


Aanpak

1. Wat vinden wij zelf van de noodzaak tot aanpak?

2. Wat is de positie van onze werkpraktijk in het rood\oranje\groen schema?

3. Wat is onze gewenste positie in het rood\oranje\groen schema?

4. Welke acties zijn nodig om de gewenste positie te bereiken?

- om de fysieke belasting te verminderen

- om de fysieke belasting te beheersen

Opleiding



Voorbeeld

Iedere verzorgende heeft een zorginhoudelijke basis­opleiding. Die is nodig om de inhoudelijke ver­ant­woordelijk­heid voor het werk te kunnen dragen. Binnen de instel­ling is een algemene training gegeven in de uitvoering van werktechnie­ken. Het is echter niet altijd mogelijk deze techniektraining in de thuissi­tua­tie toe te passen. Hiervoor is nauwelijks aandacht. Ook wordt onvoldoende aandacht besteed aan (trai­ning in) de leveringsvoor­waarden van de thuiszorg, de indica­tiestelling en de gang van zaken rond eventuele herindicatie.




  • Analyse

De vraag is of voldoende mogelijkhe­den worden gebo­den voor verdere scholing. Nascholing is niet alleen nodig om kennis te verbe­teren, maar ook om vaardigheden in werktechnieken te trainen of te leren omgaan met interne afspra­ken, zodat ieder­een de gemaakte af­spraken op de­zelf­de werk­wijze han­teert. Voorbeelden hiervan zijn: wat doen we als er geen lift kan worden ge­bruikt of wanneer er geen hoog-laagbed aanwezig is.
Vragen voor het werkoverleg

Inhoud

1. Welke interne afspraken zijn er?

2. Hoe wordt ervoor gezorgd dat iedereen deze afspraken hanteert?

3. Worden werktechnieken geoefend?

4. Welke vragen leven er in het team?

5. Welke ondersteuning is nodig?

6. Welke behoeftes zijn er aan opleiding en training?
Aanpak

1. Wat vinden wij zelf van de noodzaak tot aanpak?

2. Wat is de positie van onze werkpraktijk in het rood\oranje\groen schema?

3. Wat is onze gewenste positie in het rood\oranje\groen schema?

4. Welke acties zijn nodig om de gewenste positie te bereiken?

- om de fysieke belasting te verminderen

- om de fysieke belasting te beheersen

Zorgafspraken



Voorbeeld

Bezoek aan een doodzieke cliënt. De cliënt, een oudere kleine en magere dame, zit in een stoel en is vermoeid. Toe­val­lig is de zoon aanwezig en deze tilt mevrouw op en legt haar op bed. In bed wordt ze rectaal getou­cheerd, verschoond en ver­zorgd tegen door­lig­gen. Ook neemt de verzorgende de tempera­tuur op.

De ‘vaste wijkziekenverzorgende’ heeft rugklach­ten en heeft ervoor ge­zorgd dat er in het huis een lift is. De lift wordt echter niet conse­quent ge­bruikt.

De infor­matie-uitwisseling tussen zieken­verzor­genden vindt plaats via een schrift bij de patiënt thuis. Hierin zijn echter geen regels voor de werk­wijze opgenomen.




  • Analyse

Het ontbreken van duidelijke dwingende afspraken of het niet nako­men van afspraken leidt snel tot interne discus­sies binnen de thuiszorg en tot overbelasting van medewerkers.

Het inconse­quente tilbeleid leidt ertoe dat verzor­genden hand­matig gaan verplaatsen. Dit is echter niet de bedoeling.



  • Oplossingen

Het goed regelen van afspraken over te hanteren werkwijzen is een eerste vereiste. Hiervoor is een goede schriftelijke proce­dure nodig en onderlinge communicatie tussen de zorgverle­ners.

De ‘verloren’ overlegtijd vooraf wordt gecompenseerd, doordat achteraf geen discussie no­dig is over de wijze van zorgverle­ning.


Vragen voor het werkoverleg

Inhoud

1. Hoe worden zorgafspraken opgesteld?

2. Hoe worden zorgafspraken onderling gecommuniceerd?

3. Hoe worden gemaakte zorgafspraken nageleefd?

4. Hoe wordt de naleving van zorgafspraken geëvalueerd?

5. Hoe wordt voorkomen dat de mantelzorg wordt overbelast?


Aanpak

1. Wat vinden wij zelf van de noodzaak tot aanpak?

2. Wat is de positie van onze werkpraktijk in het rood\oranje\groen schema?

3. Wat is onze gewenste positie in het rood\oranje\groen schema?

4. Welke acties zijn nodig om de gewenste positie te bereiken?

- om de fysieke belasting te verminderen

- om de fysieke belasting te beheersen

Praktijkregels


groene praktijkregels

oranje praktijkregels

rode praktijkregels

Tillen

· Bij tilwerkzaamheden wordt op gestan­daar­diseerde wijze (tilprotocol) een keuze gemaakt voor de werktechniek en het ge­bruik van hulpmiddelen.

· De te kiezen werk­technie­ken voorkomen over­belas­ting van het hou­dings- en be­we­gingsappa­raat

· De gemaakte keuzes voor werktechnie­ken worden vastgelegd in een tilproto­col

· Patiënten die niet zelfstan­dig kun­nen staan, wor­den met behulp van een tillift of door twee perso­nen ver­plaatst

· Er wordt gewerkt met een tillift als:

-het ver­plaat­sen te zwaar wordt voor man­­telzorg of hulp­­ver­le­ner

-als een patiënt zelf niet kan mee­wer­ken aan een ver­pl­aat­sing

-de patiënt niet kan staan

· Alle medewerkers werken bij een bepaal­de cliënt op dezelfde wijze



Tillen

· Voor tilwerkzaamheden wordt een maxi­ma­le gewichtsgrens gehan­teerd van 25 kg.

· Het gebruik van een tillift is afhan­ke­lijk van de eigen beoor­deling van een verzor­gen­de.


Tillen

· Het verplaatsen van patiënten die niet kun­nen staan gebeurt altijd door slechts één per­soon.

· De werknemer bepaalt zelf of de tilsitua­tie te zwaar is.


Duwen en trekken

· Duwen en trekken met een kracht van meer dan 20 kg wordt voorko­men. (Dit kan voorkomen bij het verplaatsen van cli­ënten, rol­- en douchestoelen, liften, en verplaatsingen met steekla­kens)






Duwen en trekken

· Er zijn geen richtlijnen om zwaar duwen en trekken te voor­ko­men



Ongunstige werkhoudingen

· Voorovergebogen werksituaties worden zo­veel mogelijk voorko­men. Mochten de­ze toch voor­komen dan wordt de duur be­­perkt tot maximaal vier minu­ten

· In gevallen waar de stati­sche belas­ting klach­ten geeft vindt een nadere toet­sing van de aanwe­zige belasting plaats

· Verzorgende taken worden in principe uit­ge­voerd tussen heup- en schouder­hoog­te

· Verzorgende taken aan de onderbenen wor­den zittend op ellebooghoogte of staand op minimaal heuphoogte uitge­voerd


Ongunstige werkhoudingen

· Het werken in een vooroverge­bogen hou­ding wordt afgeraden. Er zijn alge­mene re­gels vastge­steld om de bloot­stelling aan gebogen werken te vermin­de­ren



Ongunstige werkhoudingen

· Er is binnen de organisatie geen beleid om voorovergebogen werken te voorko­men. Werken bo­ven schouderhoogte of on­der knie­hoogte komt regelmatig voor



Hurken en knielen

· Er wordt niet langer dan 30 seconden aan­eengesloten gehurkt. Bij werkzaamhe­den onder knie­hoogte wordt in principe ge­bruik gemaakt van een zithulpmiddel



Hurken en knielen

· Er wordt per dag maximaal gedurende 30 minuten gewerkt in gehurkte of ge­kniel­de houding



Hurken en knielen

· Er worden geen grenzen gesteld aan de bloot­stelling aan hurken en knielen



Hulpmiddelen

· Zo nodig wordt gezorgd voor de beschik­baar­heid van tilliften

· Er wordt voor gezorgd dat de benodig­de hulp­mid­delen voor tillen aanwezig zijn

· Bij verzorging op bed wordt een hoog-laagbed gebruikt

· Ook kleine praktische hulpmiddelen zoals glij­deken, steunkousen-aantrekker, zijn be­kend en worden indien nodig gebruikt. De instelling zorgt ervoor dat ze beschik­baar zijn


Hulpmiddelen

- Tilliften zijn in beperkte mate beschik­baar

- De mogelijkheid bestaat om gebruik te ma­ken van hoog-laagbedden


Hulpmiddelen

· Er kan niet voorzien worden in hoog-laag­bedden

· Voor het verplaatsen van patiënten zijn geen hulpmiddelen beschik­baar


Werkomgeving

· Er wordt voor gezorgd dat binnen het ver­­plaat­singsgebied van de tillift geen ob­stakels, drem­pels e.d. aanwezig zijn

· Een tillift hoeft niet te worden verreden over hoogpolig ta­pijt

· Er wordt gezorgd voor voldoen­de ruimte bij het manoeuvreren met een tillift

· Er wordt gezorgd voor voldoen­de ruim­te bij het uitvoeren van tilhandelingen


Werkomgeving

· Tilhandelingen kunnen met vol­doende ruim­­teworden uitge­voerd als meubilair wordt verscho­ven

· Er is beperkt ruimte voor het manoeuvre­ren met een tillift


Werkomgeving

· Er zijn geen eisen opge­steld aan de hoe­veel­heid benodigde werk­ruimte.

· Er wordt geen rekening gehouden met de hoeveelheid benodigde werkruimte

· Er zijn geen regels om het rijden van til­lif­ten over drempels of hoogpolig tapijt te voorkomen



Opleiding

· De verzorgenden hebben de vaardigheid hulp­midde­len op de juiste wijze te ge­brui­­ken

· De verzorgenden trainen regelmatig in de wij­ze waarop de werk­zaam­he­den het best kunnen wor­den verricht

· Specifieke knel­punten bij cliënten wor­den geza­menlijk opgelost in onderling over­leg binnen de thuiszorginstelling






Opleiding

· Er is geen opleidingsbeleid op het gebied van fysieke belasting



Formulier: Doorwerken aan de toekomst
Inhoudelijke aandachtspunten:
1. Wat vinden wij zelf van de noodzaak tot aanpak?
2. Wat is de positie van onze werkpraktijk in het rood/oranje/groen schema?
3. Wat is onze gewenste positie in het rood/oranje/groen schema?

4. Welke acties zijn nodig om de gewenste positie te bereiken?

- om de fysieke belasting te verminderen
- om de fysieke belasting te beheersen


Colofon
Deze brochure maakt deel uit van de reeks Stilstaan bij bewegen. Praktijk­regels voor fysieke belas­ting in de thuiszorg. De reeks is in opdracht van het Overleg Arbeidsvoorwaar­den Thuiszorg geschreven door TNO Arbeid en bestaat uit de brochu­res Zorgverlening, Kraamzorg, Huishoudelijke zorg, Hulpmiddelen zorg en Management zorg. In dezelfde reeks is opgenomen de Arbocheck Thuiszorg.

Stilstaan bij bewegen kwam tot stand dankzij een subsidie van de Stichting Arbeidsmarkt, Werkgelegenheids- en Opleidingsfonds voor de sector Zorg en Welzijn (AWO-fonds).
TNO Arbeid, Hoofddorp

OAT, Bunnik



Februari 1999
Auteurs: H.A.Th. Beune, G. Evers, TNO Arbeid, Hoofddorp
Tekstbewerking en productie: Bouman & Verhoeven Communicatie, Gouda
Vormgeving: De Heus & Worrell Communicatie ontwerp, Naarden

Deel met je vrienden:


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©tand.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina