Artrose in de knie



Dovnload 1.27 Mb.
Pagina7/7
Datum07.11.2017
Grootte1.27 Mb.
1   2   3   4   5   6   7

De open wig-techniek. Bij de open wig-techniek wordt een zaagsnede in het scheenbeen of bovenbeen gemaakt om vervolgens de botvlakken uit elkaar de bewegen tot de te corrigeren hoek. Het botdefect dat op deze manier ontstaat, de wig, wordt meestal opgevuld met kunstbot. In sommige gevallen met bot uit de bekkenkam. Daarna wordt het bot in de gewijzigde stand weer vast gezet met een plaat en schroeven. Ook kan gekozen worden voor gips of een systeem met pennen buiten het been. Een zogenaamde hoekstabiele plaat met schroeven biedt de mogelijkheid om direct te bewegen en gedeeltelijk te belasten.

Van een O-been kan men een X-been maken waarbij de druk uit het binnenste gedeelte van de knie meer naar buiten wordt verplaatst. Zo worden de klachten aan de binnenzijde minder en beschermt de nieuwe stand de binnenzijde van de knie tegen slijtage.

  • Een gesloten wig-techniek. Bij de gesloten wig-techniek verwijdert de chirurg een van te voren bepaalde botdriehoek uit het scheenbeen of uit het bovenbeen en sluit de ontstane botvlakken daarna weer op elkaar. Om de stand van het scheenbeen te kunnen veranderen van een )-been naar een X-been moet bij een gesloten wig techniek ook het kuitbeen worden doorgezaagd. Dit hoeft niet vast gezet te worden. Soms wordt zelf een klein botsegment van het kuitbeen verwijderd. Ten gevolge van de zaagsnede door het kuitbeen, wordt door de patiënt de eerste twee weken een abnormale beweging in het kuitbeen ervaren die soms gepaard gaat met een soms pijnlijke of onpijnlijke knap. Dit wordt veroorzaakt door het bewegend kuitbeen bij bewegingen van enkel en voet, het verdwijnt spontaan. Het kuitbeen kan bij deze techniek lang irritatie blijven geven. Ook bij deze techniek kan het bot met de bovengenoemde technieken worden vastgezet.

  • Halvemaanvormige osteotomie. Dit si een alternatieve methode voor een osteotomie die gebruikt wordt voor grotere correcties. Bj deze methode wordt meestal gebruik gemaakt van externe fixatie. Cirkelvormig wordt het bot doorgenomen en vervolgens worden de botdelen onderling verdraaid tot de goede stand bereikt is. Ook hierbij moet bij het veranderen van O-been naar X-been het kuitbeen doorgezaagd worden.

De plaats van de osteotomie is afhankelijk van de anatomie en de aard van de as-afwijking. Voor de knie is dat soms net boven de knie, maar vaker net onder de knie in het scheenbeen. De genezing van de botvlakken duurt 6 tot 10 weken. Afhankelijk van de gebruikte techniek. De botsterkte en de sterkte van de bij de operatie bereikte fixatie wordt al of niet ook nog gips gegeven.


Risico’s en complicaties van een knieprothese
Het meest voorkomende probleem bij een nieuwe knieoperatie is een infectie. Dit treedt in 1 a 2 % van de gevallen op. In geval van een infectie moet in een groot aantal gevallen deknieuwe knie worden verwijderd. Na twee tot zes weken behandeling met antibiotica kan in de meeste gevallen weer een nieuwe prothese geplaatst worden. In een enkel geval moet echter tot een artrodese, verstijving, van het gewricht worden overgegaan. Bij sommige infecties kan via een infuus antibiotica toegediend worden, infecties komen vaker voor bij diabetici, patiënten met reumatiode-artritis en bij patiënten met aandingen van het immuunsysteem.
Een andere complicatie die kan optreden is extra botvorming rond de kunstknie. Hierdoor kan een bewegingsbeperking van het gewricht optreden. Som sis het niet mogelijk om de knie helemaal te buigen. Ook kunnen er nabloedingen optreden en is er kans op trombose.
Op lange duur, tussen de tien tot vijftien jaar, kan een nieuwe knie “los gaan zitten”. Contact tussen de kunstknie en het bot of tussen het bot en het botcement waarmee de nieuwe knie is bevestigd kan verloren gaan waardoor een nieuwe operatie nodig is. Bij deze nieuwe operatie wordt de oude knie verwijderd en wordt er een nieuwe knieprothese ingebracht bij de patiënt.
Omdat de operatie meestal onder bloedleegte wordt uitgevoerd is het mogelijk dat na de operatie een bloeduitstorting met zwelling van het hele been ontstaat. Dit is een normaal verschijnsel na een knieprothese en zal in de loop van enkele maanden weer verdwijnen. De zwelling kan worden tegengegaan door het dragen van een steunkous.
Meerder bloedvaten en zenuwen lopen in de omgeving van de knie. Deze structuren lopen kans om uitgerekt of beschadigd te raken tijdens de operaties. Dit kan slapheid en/ of gevoelloosheid in delen van het geopereerde been tot gevolg hebben. Er wordt natuurlijk al het mogelijke gedaan om dit te voorkomen.
Breuken van het dijbeen, scheenbeen en of de knieschijf komen soms voor tijdens de operatie. Vooral als botten zacht of broos zijn is hier een kans op. Breuken kunnen ook ontstaan als de patiënt na de operatie hard valt. Meerdere chirurgische ingrepen kunnen nodig zijn om het probleem te verhelpen. Soms zijn extra implantaten nodig.
Ook wondnecrose, hierbij zijn de wondranden donker verkleurd, of een situatie waarbij de operatiewond steeds weer open gaat kan voorkomen. Om problemen op lange termijn te voorkomen dienen deze complicaties vroegtijdig te worden gesignaleerd en behandeld, door het gewricht operatief te reinigen of de wond opnieuw te hechten.
Het ontstaan van bloedstolsels in de aderen van de benen is een bekende complicatie. Al het mogelijke wordt gedaan om het ontstaan ervan te voorkomen. Een voorzorgsmaatregel kan bijvoorbeeld zijn het toedienen van medicijnen die het bloed verdunnen en de kans op stolsels verminderen.
Andere preventiemaatregelen zijn vroege mobilisatie (zo snel mogelijk uit bed) maar ook het dragen van elastische steunkousen.
Bloedstolsels die in de beenader ontstaan, kunnen soms losraken, meergevoerd worden in de bloedbaan en in de longen terechtkomen. Dit heet een longembolie. Dit is een ernstige situatie die zelfs een dodelijke afloop kan hebben.
Vet van het beenmerg kan in de bloedbaan terechtkomen en zelfs de longen bereiken. Dit heet een vetembolie. Ook deze complicatie kan zeer ernstig zijn, maar er wordt al het mogelijke gedaan om dit te voorkomen.
Doorligplekken, vooral rond de hiel, kunnen al na 24 uur bedrust ontstaan. Neem daarom regelmatig de druk weg van de hielen en het zitvlak. Als de patiënt een brandend gevoel of pijn ervaart rond deze lichaamsdelen dient het verplegend personeel hiervan op de hoogte te zijn.
De knieprothese is een mechanisch werkend geheel en is daarom onderhevig aan wrijving en slijtage. Bijna alle knieprothesen functioneren echter tien tot vijftien jaar na de operatie nog naar volle tevredenheid. Dit geldt echter alleen bij normaal gebruik. Als de knieprothese overmatig wordt belast, zoals uitzonderlijk veel traplopen, rennen, hurken en andere activiteiten met een grote belasting, kan de knieprothese vroegtijdig losraken. Als er rekening wordt gehouden met de belasting van de knie door deze activiteiten te vermijden dan heeft de knieprothese een langere levensduur.
Er moet rekening mee worden gehouden dat na de operatie enige bewegingsbeperking wordt ondervonden. Over het algemeen is het resultaat zodanig dat de knie voldoende gebogen kan worden om de meeste dagelijkse activiteiten te verrichten. Het streven is om de knie minstens negentig graden te kunnen buigen. Indien het kniegewricht dit niet haalt en de orthopedisch chirurg niet tevreden is over het buigen van de knie, dan bestaat er de kans dat de patiënt een verdoving krijgt om de beweeglijkheid van het kniegewricht te vergroten. Dit noemt met een manipulatie. Indien noodzakelijk wordt deze meestal tussen de vier en acht weken na de operatie uitgevoerd.
Na een ingrijpende operatie kunnen een aantal algemene medische complicaties ontstaan. Gelukkig komen deze zelfden voor. Degenen met een grotere kans op deze complicaties zullen van tevoren medisch worden onderzocht. Deze complicaties zijn; hartaandoeningen, beroertes, ingeklapte long, longontsteking, blaasinfecties en nieraandoeningen.
Tot slot
Een goede stand en fixatie van de knieprothese dragen ertoe bij de knie zich weer vrij, stabiel en soepel kan bewegen. Een operatie voor het implanteren van een knieprothese is inmiddels een vaak toegepaste en voorspelbare procedure die veilig en effectief is gebleken. Wereldwijd worden jaarlijks maar liefst 700.000 knieprothesen geïmplanteerd. Patiënten hebben minder pijn en ervaren functieverbetering in vergelijking met hun toestand voor de operatie. Het operatief vervangen van een kniegewricht is zelfs een van de succesvolste orthopedische ingrepen. Net als bij andere operaties gelden echter ook hier de nodige risico’s en bestaat de kans op complicaties. Deze komen zelden voor en de orthopedisch chirurg en medewerkers van de afdeling orthopedie, zullen er alles aan doen deze complicaties te voorkomen.
Risico’s en complicaties bij een osteotomie.

Als een osteotomie technisch goed wordt uitgevoerd, de fixatie adequaat is en de botvlakken vastgroeien in de daartoe bestemde tijd van zes tot tien weken is de kans op een complicatie heel erg klein. Ter bestrijding van een postoperatieve infectie wordt valk voor de operatie antibiotica gegeven. Sporadisch wordt een vertraagde genezing van de botvlakken gezien of verlies van de gecorrigeerde stand. Incidenteel zakt het gecorrigeerde botsegment verder in door zachte botkwaliteit, overgewicht of onvoldoende fixatie, hetgeen kan leiden tot een overcorrectie met nieuwe klachten. Op de röntgenfoto is het gecorrigeerde O-been uiteindelijk een pijnlijk X-been geworden met rekpijn van de binnenband van de knie door de overmatige X-stand. De osteotomie is hier zijn doen voorbijgeschoten.


Soms ontstaat een tijdelijk krachtverlies in de voetheffers of de grote teenheffer. Bij een technisch goed uitgevoerde operatie berust dit meestal op een lokale bloeding. De zenuwuitval herstel doorgaans in enkele weken tot soms enkele maanden volledig.
Ten gevolge van de huisnede ontstaat vaak een verdoofd huigebied aan de buitenzijde van het onderbeen vlak onder de knie. Hiervan heeft de patiënt geen functionele klachten en het verdoofde huidgebied wordt in de loop van de tijd kleiner. Bij een gesloten wig osteotomie kunnen blijvende klachten ontstaan ter hoogte van het doorzagen van het kuitbeen, die worden veroorzaakt door het blijven bewegen van de twee kuitbenen omdat deze niet aan elkaar zijn gegroeid.
Soms zijn er klachten van het ingebrachte fixatie materieaal, de plaat of de schroeven. Dit kan de reden zijn om het plaatmateriaal te verwijderen. Fixatiemateriaal dat geen klachten veroorzaakt wordt doorgaans ook niet verwijderd.
Revalidatie
Revalidatie begint al de dag na de operatie. De fysiotherapeut zal dagelijks op bezoek komen en in overleg met de orthopedisch chirurg het revalidatieprogramma bespreken. De patiënt wordt gestimuleerd om te beginnen met de knieversterkende oefeningen en bewegelijkheidoefeningen die de patiënt voor de operatie heeft gekregen. Een van de eerste dingen die met behulp van de fysiotherapeut geleerd worden is hoe de patiënt veilig ui bed kom en hoe hij moet zitten en staan. De patiënt begint met lopen met behulp van een rollator, looprekje of met een paar krukken. Normaal gesproken wordt dit twee keer per dag onder toezicht van een fysiotherapeut geoefend.
Naarmate er vooruitgang wordt geboekt en de patiënt meer vertrouwen krijgt, zal hij in staan zijn om zelfstandig te lopen met behulp van een loophulpmiddel. De fysiotherapeut zal verder leren om trappen op en af te lopen. Tegelijkertijd zal de fysiotherapeut ook de knieoefeningen beoordelen. Deze oefeningen zijn bedoeld om de spieren zo te trainen dat de patiënt optimaal profijt heeft van de operatie.
De fysiotherapeut moet bepalen welk loophulpmiddel na de operatie gebruikt mag worden. Naarmate de patiënt verder herstelt en sterker wordt en des minder ondersteuning nodig heeft zal de fysiotherapeut het loophulpmiddel dat gebruikt wordt steeds aanpassen. De eerste paar maanden na de operatie vergen veel inzet, motivatie en fysieke inspanning van de patiënt z’n kant om de knie weer goed te laten functioneren. Hoe actiever met meedoet, hoe sneller men herstelt.
De eerste weken thuis
Bij thuiskomst zal de patiënt de eerste paar weken hulp nodig hebben en daarom dient de patiënt iemand in te schakelen die de boodschappen voor hem doet en hem met het huishouden wil helpen. De patiënt zal normale medicijnen gebruiken en de oefeningen blijven doen zoals die aangegeven zijn door de fysiotherapeut en de orthopedisch chirurg. Actief blijven en de voorgeschreven oefeningen doen zijn de snelste manier om volledig te herstellen. Tijdens de pre operatieve looptraining krijgt de patiënt van de fysiotherapeut een schema met oefeningen die thuis gedaan kunnen worden. Deze maken de spieren sterker, houden de patiënt soepel, verminderen de kans op bloedstolsels, longontsteking en helpen de patiënt het herstel te versnellen. De oefeningen mogen drie keer per dag gedaan worden, waarbij iedere oefening vijf x herhaald wordt tenzij dit anders is afgesproken.

Een aantal oefeningen zijn:



  • Ademhalingsoefeningen

  • Voet optrekking richting de rug

  • Kniestrekken richting de rug

  • Bilspieren aanspannen

  • Het knie buigen richting de rug

  • Gestrekte beenheffers richting de rug

  • de knie doorstrekken

  • de knie strekken

  • staande kniebuigingen

  • staande hielheffers

  • lopen met loophulpmiddelen

  • traplopen

Er mag verwacht worden om de nieuwe knie weer volledig te kunnen gebruiken. Maar dit vraag natuurlijk veel tijd. Daarom is het belangrijk om rust en activiteiten regelmatig af te wisselen.


Bij de volgende complicaties is het belangrijk meteen de huisarts te bellen; 38,5 graden Celsius koorts of hoger, abnormale roodheid, warme of vochtafscheiding van de wond, meer pijn in de knie die niet wordt verlicht door pijnstillers, meer pijn aan of zelling van de kuit.
Omdat de nieuwe knie erg gevoelig is voor infecties is het belangrijk dat de patiënt een besmetting zo goed mogelijk probeert te voorkomen. Mocht de patiënt ergens in het lichaam een infectie krijgen, bijvoorbeeld op de huid, in de blaas, longen, keel of aan het gebit, dan kan deze infectie in de bloedbaan terechtkomen en zich zo verspreiden naar de knie.
Als de patiënt het ziekenhuis verlaten heeft krijg hij een schema mee voor de poliklinische controles. De patiënt heeft dan een aantal controleafspraken met de orthopedisch chirurg. Vaak worden hierbij röntgenfoto’s genomen om de stand van de prothese te controleren.
Ook is het belangrijk het lichaamsgewicht op peil te houden. Dit zorgt voor minder belasting op de knieprothese waardoor het genezingsproces sneller gaat en er meestal minder complicaties kunnen ontstaan.
Aanpassing van leefgewoontes
Na de knieoperatie zal de patiënt enkele aanpassingen moeten doen van zijn leefgewoontes. Dit kan bijvoorbeeld gewichtsafname inhouden, het overgaan van hardlopen of springen naar zwemmen of fietsen. Ook moeten de activiteiten die klachten kunnen verergeren beperkt worden. De oefeningen die de patiënt kreeg voorgeschreven van de fysiotherapeut moeten iedere dag worden gedaan, dit is heel belangrijk voor het herstel van de knie.
Gebruik maken van hulpmiddelen zoals een stok, goed schoeisel eventueel met inzet stukjes, een steunzool met ophoging of het dragen van een brace kan verlichting geven. Andere maatregelen kunnen zijn warme of koude smeersels of bandages en oefeningen in het water.
Een andere belangrijke aanpassing is dat door verschillende aanpassingen zoals het niet mogen besturen van een auto en het niet veel mogen belasten van het knie in de eerste periode, dat de patiënt als het ware geïsoleerd wordt van de maatschappij. Dit is voor de meeste mensen de moeilijkste aanpassing omdat ze zo ‘opgesloten’ blijven en vooral als met ouder is minder contact heeft met de buitenwereld.
Medicijnen
Voor artrose van de knie kunnen verschillende pijnstillers en andere middelen gebruikt worden. Omdat iedere patiënt verschillend is het niet iedereen hetzelfde reageert op medicijnen, zal de orthopedisch chirurg deze specifiek per patiënt voorschrijven.
Ontstekingsremmende medicijnen, ook wel NSAID’s
Voorbeelden hiervan zijn diclofenac, naprosyne, ibuprofen en movicox. Maar er zijn natuurlijk nog vele andere namen van ontstekingsremmende medicijnen. Al deze medicijnen kunnen de pijn en de zwelling van het gewricht verminderen. Ook bij artrose en gewrichtsontstekingen door reumatoïde artritis zijn deze medicijnen effectief. Speciale medische behandelingen voor reumatoïde artritis worden echter door de reumatoloog ingesteld.
Glucosaminesulfaat en chondroïtinesulfaat
Vooral de laatste jaren is over Glucosaminesulfaat en chondroïtinesulfaat meer bekend geworden door wetenschappelijk onderzoek. Deze middelen lijken vooral effect te hebben bij de beginnende vormen van artrose. Het effect bij volledige artrose is niet voorspelbaar maar lijkt niet heel groot. Er bestaan aanwijzingen dat deze middelen een positief effect hebben op de klachten van artrose. Bij welke mate van artrose en in welk gewricht dit zinvol is, is nog niet uitgezocht. Indien de patiënt wil weten of deze middelen werken is het advies dit drie maanden te proberen. Is er dan geen effect, dan is het verdere gebruik ervan ook niet zinvol. Vis-olie, omega3 en omega 6 zou mogelijk ook een gunstig effect hebben.
Corticosteroïden injectie
Corticosteroïden zijn bijnierschorshormonen die gebruikt worden als krachtige ontstekingsremmers. Door middel van een injectie kunnen deze in een gewricht gespoten worden. Ontstekingsreacties bij artrose kunnen hiermee worden verholpen.
Hyaluronzuur injectie
Hyaluron is een stof die van nature in het menselijk lichaam voorkomt. Het is vooral te vinden in het gewrichtsweefsel en de gewrichtsvloeistof. Dit lichaamseigen hyaluron werkt als een smeermiddel en als een schokdemper in de gewrichtsvloeistof van een gezond gewricht. Dit zit dus ook in het kniegewricht. Artrose vermindert deze werking in het kniegewricht, indien een patiënt niet in aanmerking komt voor een andere behandeling kan een injectie met hyalonzuur een oplossing zijn. Het doel van de injecties is om de pijn in het kniegewricht te verminderen. De mate waarin de pijn vermindert en hoe lang die vermindering duurt, verschilt per patiënt. Bij het grootste deel van de patiënten die een Hyaluronzuur injectie in de knie hebben gekregen neemt de pijn voor zon 60 tot 70 % af. De Hyaluronzuur injectie wordt gegeven op de afdeling dagbehandeling. De patiënt krijgt een injectie in de pijnlijke knie. Hierna wordt het been op een apparaat gelegd dat de knie automatisch buit en strekt. Dit wordt gedaan zodat de vloeistof goed door de knie stroomt. Hierna mag de patiënt weer gewoon lopen en bewegen, de behandeling zelf duurt ongeveer twee uur.
Orthopedisch chirurgen zijn steeds op zoek naar nieuwe methoden om artrose van de knie te behandelen. Nu lopende onderzoeken zijn gericht op de nieuwe medicatie, kraakbeentransplantaties en andere middelen om de voortgang van artrose te verminderen.

Deel met je vrienden:
1   2   3   4   5   6   7


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©tand.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina