Artrose in de knie



Dovnload 1.27 Mb.
Pagina6/7
Datum07.11.2017
Grootte1.27 Mb.
1   2   3   4   5   6   7

Voor de operatie
De patiënt wordt vooraf aan de opname poliklinisch onderzocht, dit gebeurt door een internist, er wordt een bloed en urineonderzoek gedaan. In sommige gevallen komt er ook een longarts of een cardioloog bij voor een longfoto of een hartfilmpje. De fysiotherapeut kan de patiënt voorafgaand aan de operatie leren om met krukken te lopen, dit wordt echt niet vaak toegepast. De patiënt kan zelf met de orthopedisch chirurg overleggen over het type prothese en de wijze van verdoven. Dit kan een plaatselijke verdoving zijn maar het is ook mogelijk om onder volledige verdoving geopereerd te worden.
Het opnamebureau van het ziekenhuis zal telefonisch of per brief aan de patiënt laten weten op welke datum en tijd hij of zij wordt verwacht. Als de patiënt in het ziekenhuis aankomt zal hij naar de afdeling worden geholpen door een verpleegkundige.
Voorafgaand aan de operatie vindt er een gesprek plaats met de anesthesioloog. Deze zal de manier van verdoven bespreken en praktische instructies geven. Er zijn twee soorten verdovingen; de algehele anesthesie (narcose) of de locoregionale anesthesie (plaatselijke verdoving door middel van een ruggenprik). Ook zijn er aanvullende mogelijkheden, zoals een slangetje bij de ruggenprik, dit zorgt voor enkele dagen pijnstilling, of een zogenaamde PCA-pomp, dit is patiënt reguleerde pijnstilling via het infuus. De anesthesioloog zal in overleg met de patiënt de soort verdoving bepalen.
Evenals bij andere ingrijpende operaties kan een bloedtransfusie noodzakelijk zijn bij deze operatie. Soms zijn meerdere zakken bloed nodig, wanneer de patiënt de voorkeur geeft aan zijn eigen bloed dan zal hij of zij dat van tevoren met de orthopedisch chirurg moeten bespreken. Zo niet dan wordt de bloedgroep bepaald om te zien welke bloedgroep op voorraad moet zijn, als dit van toepassing is bij de operatie.
De operatie en de techniek
De knieoperatie zelf duurt ongeveer 1,5 uur. Tijdens de totale knieoperatie wordt al het kapotte kraakbeen verwijderd en het oppervlak vervangen door middel van het implantaat. De orthopedisch chirurg opent het kniegewricht om toegang te krijgen. De aangetaste uiteinden van de botten worden elke voorzien van een implantaat wat speciaal ontworpen is ter vervanging van de uiteinden van de botten.

Het knie-implantaat is gemaakt van lichaamsvriendelijke materialen. De knieprothese bestaat uit een rond gevormde bekleding van metaal voor op het onderste gedeelte van het bovenbeen en een metalen bekleding aan de bovenzijde van het onderbeen. Daartussen wordt een plastic laag aangebracht dat zorgt dat de metalen delen soepel tegen elkaar kunnen glijden. Meestal worden de metalen delen in het bot vastgezet met speciaal cement.


Een geïmplanteerde knieprothese bestaat uit drie of vier componenten. Een bovenbeencomponent, een onderbeencomponent en een plastic schijf daartussen.


OP de dag van de operatie wordt de patiënt eerst naar de voorbereidingskamer gebracht. Hier wordt een infuuslijn ingebracht in de arm om tijdens de operatie de gekozen narcose, medicijnen of vloeistoffen toe te dienen. Als de patiënt voorbereid is op de operatie, wordt hij de operatiekamer binnengereden.

Controleapparatuur zoals bloeddrukmeter en ECG zullen hier worden aangebracht. Teven krijgt de patiënt een zuurstofsonde en urinekatheter ingebracht. Een urinekatheter is een klein kunststof slangetje dat via de blaas wordt ingebracht waardoor de urine direct in het kunststofzakje wordt opgevangen.


De techniek
Stap 1: het vrij leggen van het kniegewricht. De orthopedisch chirurg begint de operatie voor de vervanging van het kniegewricht met een verticale incisie aan de voorkant van de knie. Dit betekend dat er een verticale snede wordt gemaakt waardoor het kniegewricht vrij komt te liggen.
Stap 2: De knieschijf omklappen. Als het kniegewricht is vrij gelegd wordt de knieschijf naar een kant omgeklapt, zo wordt het kniegewricht goed zichtbaar voor de chirurg.
Stap 3: het verwijderen van beschadigde oppervlakken. De oppervlakken van het dijbeen en het scheenbeen die beschadigd zijn worden verwijderd. Het onderliggende bot wordt voorbereid op het inbrengen van de prothesecomponenten.
Stap 4: Het bevestigen van de prothesecomponenten. Na de voorbereiding aan het dijbeen en het scheenbeen worden de prothese componenten aan het bot vastgemaakt. Dit natuurlijk afhankelijk van de soort prothese. Ofwel beide componenten zijn van metaal of de component voor het dijbeen is van metaal en van het scheenbeen van kunststof. Als beide componenten van metaal zijn, zorgt een kunststof component die bevestigd wordt op de component van het scheenbeen voor een glad oppervlak waarop het dijbeen kan bewegen.

  1. Fixeren middels botcement. Fixatie gebeurt door de componenten met een speciaal soort cement vast te zetten.

  2. Fixeren middels bot groei. Fixatie vindt plaats door ingroei van nieuw bot aan het oppervalk van de prothese.

  3. Combinatie van beide. De component van het dijbeen wordt middels bot groei aan het bot gefixeerd, de component van het scheenbeen wordt met een speciaal soort cement aan het bot gefixeerd.


Stap 5: (eventueel) Vervanging van de knieschijf. De orthopedisch chirurg kan ervoor kiezen ook uw knieschijf te vervangen. Daarmee gaat hij aan het werk als hij tevreden is over de stand en fixatie van de prothesecomponenten van het dijbeen en het scheenbeen. Het beschadigde oppervlak aan de achterkant van de knieschijf wordt verwijderd en voorbereid op het plaatsen van een prothese. Deze prothese kan volledig van kunststof zijn of van zowel kunststof als metaal. De prothese wordt geplaatst op de achterkant van de knieschijf.
Na de operatie
Direct na de operatie gaat de patiënt naar de verkoeverkamer, dit is de uitslaapruimte. Hier krijgt de patiënt de eerste uren intensieve controle. Er is een dekenboog op het bed van de patiënt geplaatst zodat de dekens niet op de operatiewond liggen. Een slangetje dat uit het verband steekt heet een wonddrain. Deze wordt gebruikt om voortdurend bloed af te voeren dat zich in het wondgebied ophoopt. Ook wondvocht wordt hierdoor vervoerd. Dit slangetje wordt de eerste dag na de operatie verwijderd. Als hij of zij voldoende hersteld is, dit is meestal na 2 of 3 uur, gaat de patiënt naar de verpleegafdeling. Onder voldoende hersteld verstaat men een stabiele bloeddruk en hartslag. De eerste dag na de operatie mag de patiënt weer normaal eten en drinken. Het infuus blijft nog een tot twee dagen in de arm om vocht en eventueel medicijnen toe te dienen.
Tijdens enige dagen na de operatie krijgt de patiënt antibiotica om de kans op een infectie te verkleinen. Om trombose te voorkomen krijt de patiënt antistollingsgeneesmiddelen toegediend gedurende zes tot twaalf weken na de operatie.
De orthopedisch chirurg zal de patiënt bezoeken om de operatie en het herstel door te spreken. Het is mogelijk dat er bloedmonsters worden genomen om de toestand te controleren en er worden afspraken gemaakt over welke medicijnen de patiënt mag nemen en ik welke hoeveelheid. De patiënt krijgt voornamelijk medicijnen toegediend die de pijn verlichten en om de hem in staat te stellen voor het volgen van fysiotherapie. De patiënt krijgt geleerd hoe hij of zij zichzelf een injectie kan geven om trombose te voorkomen.

Na een knieoperatie kan de patiënt de knie volledig strekken en in ieder geval tot ongeveer 120 graden buigen. De knie voelt nog gedurende een half jaar warm aan. Het is verstandig kort na de operatie weer te beginnen met lopen. In sommige ziekenhuizen is het zogenaamde “Joint Care” programma. Hierbij worden vijf patiënten die voor een nieuwe knieoperatie in aanmerking komen op dezelfde morgen geopereerd zodat ze gelijk op kunnen oefenen en elkaar stimuleren. Eerst wordt er in een zogenaamde loopbrug geoefend, vervolgens met behulp van een loophekje of rollator en na enkele dagen met behulp van elleboogkrukken. De eerste zes weken na de operatie moet de patiënt met twee elleboogkrukken lopen. De volgende zes weken mag de patiënt met een elleboogkruk lopen. De elleboogkrukken zijn bedoeld om steun te geven omdat de patiënt in het begin erg onzeker kan zijn voor wat betreft het lopen. Ook wordt hierdoor de knie beschermd zodat deze niet op korte termijn los gaat zitten. De patiënt verlaat meestal binnen een tot twee weken het ziekenhuis. In de thuissituatie is hij dan wel op hulp aangewezen. De patiënt is beperkt voor werkzaamheden waar met lang bij moet staan of veel bij moet lopen. Ook wordt het huishouden vaak door een ander overgenomen. Zes weken na de operatie mag de patiënt wanneer hij of zij zich goed vertrouwd voelt weer gaan fietsen en gaan autorijden. Soms kan het fietsen problemen opleveren doordat de knie minder goed kan worden gebogen dan voor de operatie en dan kan de crank van de trapper door een fietsenmaker worden ingekort. Hierdoor kan de patiënt weer goed fietsen. Sporten wordt beperkt tot de sporten waar een grote kracht op de knie wordt uitgeoefend. Zwemmen en fietsen zijn bijvoorbeeld goed voor de revalidatie van de knie, maar sporten zoals voetbal en volleybal zijn niet goed voor de revalidatie van de knie omdat er dan te veel gewicht en kracht op de knie komt in deze periode. Hierdoor kan de prothese los gaan zitten.


Operatieve behandeling van de artrotische knie door middel van osteotomie
Osteotomie betekent letterlijk het doorsnijden van het bot. In de orthopedie kan met een osteotomie de stand van een bot veranderd worden. Daardoor kan de druk op het gewrichtsvlak verminderd worden wat als gevolg heeft dat de pijn van de patiënt verminderd. Hierdoor verbetert de functie van de knie. Door osteotomie veranderd de belasting in het gewricht zonder het kraakbeen of gewrichtsvlak zelf te behandelen. Voorafgaand aan de operatie wordt de mechanische belastingsas, dit is de lijn die loop door het midden van de heupkop tot het midden van de knie en vervolgens van het midden van de knie tot het midden van de enkel, bepaald met een röntgenfoto. De gemeten hoek tussen de mechanisch as van het bovenbeen en het onderbeen bepaalt de mate van de te verrichten correctie, en dus de grootte van de wig.

Eerste plaatje: normale beenas

Tweede plaatje: O-benen

Derde plaatje : X-benen


De orthopedisch chirurg kan voorafgaan aan een osteotomie geen absolute garantie geven met betrekking tot een volledige en pijnvrije functie. In sommige gevallen resteert nog en fractie van de pijn na operatieve correctie van de belastingsas. Daar staat natuurlijk tegenover dat het eigen gewricht behouden blijft. Bij fors overgewicht is een osteotomie niet goed voor de patiënt. De osteotomie van een pijnlijk O-been kan uiteindelijk een pijnlijk X-been veroorzaken. Bovendien is de kans op complicaties bij mensen met overgewicht groter.
Een osteotomie wordt ook wel eens uit voorzorg uitgevoerd bijvoorbeeld na verwijdering van de binnenmeniscus bij een patiënt met een behoorlijk O-been om te voorkomen dat zich een versnelde artrose ontwikkelt in dat deel van de knie. Hierbij geldt dat des te vroeger het stadium is waarin wordt geopereerd, des te beter is het resultaat. Meestal is er dan nog geen sprake van hevige pijn of een functiebeperking. De beslissing om een degelijke operatie te ondergaan is moeilijk te nemen door de patiënt en tevens de orthopedisch chirurg. Dit geldt zeker ook voor de jonge patiënt met uitgesproken O-benen wat soms met erfelijke belasting te maken kan hebben. Een osteotomie op het moment dat er nog geen klachten zijn, kan klachten op latere leeftijd in gunstige zin beïnvloeden. De operatie staat ook bekend als de “wig”-operatie.







Beginnende slijtage aan de binnenzijde (pijl). Sclerose en beginnende gewrichtspleetversmalling.

Bot doorgezaagd, wig open-gesperd (pijl), blokje kunstbot (wit) toegevoegd.
Botdelen zijn vastgezet met plaat en schroeven.

Wig dichtgegroeid, genezen osteotomie. Kunstbot (wit) wordt geleidelijk tot eigen bot omgebouwd.



De techniek
Er zijn diverse technieken om een osteotomie uit te voeren:



  • Deel met je vrienden:
1   2   3   4   5   6   7


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©tand.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina